ken je constitutie !!!

"Iedereen moet zijn eigen constitutie kennen om er naar toe te leven. Indien je dat niet doet word je na verloop van tijd ziek".
Ayurveda beschouwt gezondheid als evenwicht. Zodra dit evenwicht wordt verstoord, kan je ziek worden." De mens kan alleen maar gezond blijven als hij zichzelf kent. Dit betekent dat je je eigen constitutie moet kennen om er naar te leven. Indien je dat niet doet, word je na verloop van tijd ziek.
Voedsel en drank die goed zijn voor de ene mens, zijn daarom nog niet goed voor een andere mens. Het is uiterst belangrijk om jezelf perfect te kennen zodat je je voeding kan aanpassen. In India wordt die zelfkennis vanaf de geboorte bijgebracht.
Een goede voeding en een goede spijsvertering vormen de basis van een gezond leven. De dood huist in de darmen. Een slechte spijsvertering is een rechtstreekse aanleiding tot ziekte.
opgelet !!!!
Elk type heeft de neiging om het voedsel te eten dat zijn eigen type versterkt.
CONSTITUTIE
Volgens Ayurveda is het lichaam, net als het heelal, dieren, planten enzovoort, opgebouwd uit 5 elementen: ether, lucht, vuur, water en aarde. Uit deze vijf ontstaan de drie fysieke elementen van de mens, die dosha's worden genoemd.
Uit aarde en water ontstaat kapha, uit vuur en water pitta en uit lucht en ether vata. Wanneer de 3 dosha's in de juiste verhouding werken, functioneert ook het lichaam normaal en ben je gezond.
Vata is het beginsel van beweging en beheert daarom bijvoorbeeld de bloedsomloop en het zenuwstelsel. Wanneer vata in de juiste hoeveelheid aanwezig is, kunnen lichaam en geest goed handelen, bewegen. Je geest is georganiseerd, je spreekt goed, hoort goed, ademt goed. Je hebt een goede eetlust en je uitscheiding van voedsel en drank vinden goed plaats. Ook de energie stroomt goed door je lichaam. Daarom wordt vata ook wel de instandhouder van het menselijk organisme genoemd.
Pitta is het beginsel van transformatie (omzetting) en beïnvloedt daarom onder andere de pigmentatie van huid en haren, de vertering van voedsel, de lichaamstemperatuur, de intelligentie en het gezichtsvermogen. Pitta geeft opgewektheid en moed (wij zeggen toch ook: iemand met veel pit). Bovendien geeft pitta de huid een gezonde kleur en glans.
Kapha is het beginsel van structuur. Het bindt de gewrichten, zorgt ervoor dat het lichaam één geheel is, houdt de seksuele energie in stand, zorgt voor vastberadenheid, geduld en de kracht tot onthouding.
Verkeerde voeding, ongezonde gewoonten en leefomstandigheden of bepaalde emoties kunnen verandering in het evenwicht tussen de 3 dosha's brengen. Het gevolg is dat je lichamelijk of geestelijk ziek wordt.
DIEET IS GENEESMIDDEL
Voordat een dokter tot behandeling volgens Ayurveda overgaat, stelt hij een diagnose: hoe werken de 3 dosha's ten opzichte van elkaar. Bij iedereen overheerst een bepaalde dosha. Hij/zij moet leven volgens zijn constitutie. Die wordt ten eerste bepaald op het moment van de bevruchting en ten tweede beïnvloed door ras, land, jaargetijden, erfelijkheid, leeftijd en milieu.
Naast het onderzoeken van de zieke zal de arts ook de ziekte bestuderen. Pas dan kan hij het juiste geneesmiddel voorschrijven: een middel dat een bepaalde ziekte kan genezen zonder bijverschijnselen te veroorzaken.
Een ayurvedische arts geeft aan twee patiënten, die aan dezelfde kwaal lijden, niet altijd eenzelfde geneesmiddel. Zo'n geneesmiddel kan bestaan uit een bepaalde kruidencombinatie maar ook uit een dieet. Met het gebruik van bepaalde voeding kan een dosha worden versterkt of verzwakt om zo het ideale evenwicht te bereiken.
Ook smaken werken op de dosha's in. Scherpe, zure, zoute en droge spijzen, mosterd, alcohol en azijn versterken pitta. Kapha kan worden bevorderd door zoet, zuur, zout en zwaar voedsel, melk en watervogels. Bitter, droog, scherp, licht voedsel en rauwkost versterken vata.
De ayurvedische arts zal dan ook, rekening houdend met de constitutie van de zieke en manier waarop de dosha's uit evenwicht zijn, een bijzonder uitgebalanceerd dieet kunnen voorschrijven. Om gezond te blijven geldt voor voedsel dat het van goede kwaliteit moet zijn, goed verteerd moet kunnen worden en dat alle smaken - zoet, zuur, zout, scherp, bitter en wrang - aanwezig moeten zijn.
De vijf elementen als basis
"Ayurveda-inzichten lijken sterk op die van onze natuurgeneeswijze. Als wij zeggen dat je bij het vallen van de bladeren meer kans hebt om depressief te worden, dan zegt Ayurveda dat er bij dat vallen veel windenergie vrijkomt, die depressies veroorzaakt. Als je leest dat gember een afrodisiacum is, dan zegt Ayurveda dat gember - als kruid met een zoete nawerking - het zaadweefsel stimuleert.
Een sleutel in de klassiek wetenschappelijke onderbouwing van Ayurveda zijn de vijf elementen:
- ether/ruimte,
- lucht,
- vuur,
- water en
- aarde.
Deze elementen zie je in alle culturen terugkomen; ze spelen overal en altijd een rol. In modern wetenschappelijke termen zijn deze sleutelprincipes te vertalen als:
- nucleaire energie (ether/ruimte),
- elektrische energie (lucht),
- stralingsenergie (vuur),
- chemische energie (water)
- en mechanische energie (aarde).
Ayurveda heeft zich uitermate verfijnd en gespecialiseerd in het op een praktische wijze toepassen van deze sleutelprincipes - waarmee iedereen voortdurend te maken heeft - in het dagelijkse leven, met name wat betreft dieet, geneesmiddelen en remedies, en leefstijl.
Dat idee vind je over de hele wereld terug: bij de Chinezen, de oude Grieken, in onze astrologie, bij de alchemisten. Uit de elementen leidt Ayurveda drie energieën, dosha's af:
- vata (de wind),
- pitta (het vuur) en
- kapha (de aarde).
Elke mens wordt geboren met een bepaalde verhouding van die drie energieën in zich en elke dosha kan tot 100% gaan. Je kunt dus 70% pitta zijn, 50% vata en 30% kapha. In feite ben je dan overwegend een vuur-persoon (pitta). Vele mensen zijn een mengvorm: 60% vata, 65% pitta en 20% kapha. Dan ben je de mengvorm wind en vuur (vata & pitta).
Een ideale dosha-verhouding bestaat niet: elke verhouding is even goed, je bent wie je bent. Maar wat gebeurt er in de loop van je leven? Door hoe je denkt, hoe je leeft en hoe je eet, gaat die verhouding veranderen. Als je heel beweeglijk bent in je leven, zoals stewardessen, dan gaat de wind-energie vata flink stijgen. Ben je van nature 70% vata, maar door je levenswijze tot 90% gestegen, dan zit je met een probleem: jouw dosha-verhouding is niet meer degene die de natuur voor je had voorzien. De behandeling bestaat er dan in om die 90% weer naar 70% te krijgen. Wat we dus doen, is aan de hand van een vragenlijst je oorspronkelijke type bepalen. Daarom moet je een aantal vragen beantwoorden alsof je twintig jaar bent. Dat beschouwen we namelijk als jouw oorspronkelijke type: wie jij werkelijk bent.
Welk type jij bent, heeft alles met je figuur te maken. Je ideale gewicht bereik je wanneer de drie dosha's jouw oorspronkelijke evenwicht weerspiegelen. Ben jij overwegend vata, dan is jouw natuurlijke figuur slank, mager zelfs, een beetje cru gesteld: het type tante Sidonia. Heb jij vooral kapha in je bloed, dan ben je waarschijnlijk stevig en sterk gebouwd en zit je goed in het vlees: een beetje Jerom. En als pitta zit je waarschijnlijk tussen die twee in, met flink wat pit en lichte ontvlambaarheid. Je raadt het al, eerder een Lambik.
Dat houdt één belangrijk ding in: je moet je bij jouw type en lichaamsbouw kunnen neerleggen. En dan bedoelen we niet de lichaamsbouw waarvan je droomt of de lichaamsbouw die je had toen je nog een tiener was. Nee, het gaat over de lichaamsbouw die de natuur voor jou koos. Als jij een Jerom-type bent, kun je tot in de eeuwigheid vasten, je zult nooit Sidonia worden. Oké, als je het lang genoeg volhoudt, zul je vijf kilo kwijtraken. Maar tegelijk verlies je pitta-energie, vuur. Da's logisch: als je vast, is het alsof je geen houtblokken meer op de kachel van je lichaam gooit. Wanneer je dan stopt met vasten en opnieuw meer voedsel op dat lage vuurtje gaat gooien, dan kan al dat voedsel niet meer worden verbrand. Gevolg: je stapelt het als vet op. Voor je het weet ben je weer kilo's aangekomen en sla je aan het jojoën. Je kunt dus beter streven naar wie je werkelijk bent, naar het figuur dat in je genen zit. Hoe je dat moet aanpakken, vind je in Ayurveda. Voor elk type werd immers het ideale voedings- en bewegingspatroon uitgestippeld."
In Ayurveda wordt ervan uitgegaan dat voeding en leefstijl de beste geneesmiddelen en remedies zijn, aangezien we worden of zijn wat we consumeren en wat we denken en doen. Alles wat we consumeren bestaat uit de vijf elementen ether, lucht, vuur, water en aarde. Die vijf elementen weerspiegelen zich op een dynamische en functionele manier in de drie energetische principes Vata, Pitta en Kapha, de drie Dosha's. Voor het behandelen van ziekten en aandoeningen gebruikt Ayurveda de vijf elementen en de drie Dosha's, altijd weer vertegenwoordigd in voeding, leefstijl en kruiden, maar ook moderne geneeskunde en bijvoorbeeld chirurgie kunnen op die basis worden ingezet. Het uiteindelijke doel is het weer in balans brengen van de natuurlijke harmonie en de kunst bestaat uit het kiezen en gebruiken van de juiste middelen daartoe.
De genetische opbouw van iemand en het Ayurvedische idee van iemands basisconstitutie (Prakruti) in termen van Vata-, Pitta- en Kapha-proporties, komen in dit kader heel dicht bij elkaar. De basisconstitutie (Prakruti) van iemand werd en wordt binnen Ayurveda als eeuwenlang gebruikt om te kunnen voorspellen voor welke ziekten en aandoeningen iemand bevattelijk is of kan zijn. Op deze manier is het binnen Ayurveda altijd al mogelijk geweest niet alleen om ziekten individueel te behandelen, maar ook om een individueel plan voor dieet en leefstijl op te stellen, dat iemand helpt om optimaal rekening te houden met een predispositie en daardoor bepaalde dreigende aandoeningen adequaat te voorkomen.
Een van de moderne voorlopers op dit gebied is het Human Genome Project, die 40.000 genen in mensen in kaart heeft gebracht. Op grond hiervan heeft men een technologie ontwikkeld waarbij iemands unieke predispositie ingeschat kan worden. Vervolgens kan op basis daarvan een volledig op de persoon afgesteld interventieplan worden opgesteld en ziekte worden voorkomen. In wezen gaat het hier om een aanpak die altijd al door en binnen Ayurvedische geneeskunde wordt gebruikt.
Een ander belangrijk aspect dat in zowel deze moderne preventieve benadering als in de Ayurvedische preventieve benadering naar voren komt is de genetische erfelijke predispositie. De familiegeschiedenis met betrekking tot aandoeningen en ziekten kan volgens de moderne genetische predispositie een belangrijke rol spelen bij het onderkennen van iemands aanleg en bij het vervolgens voorkomen van mogelijke aandoeningen.
Ayurveda kent dit principe - dat overigens ook in andere natuurgeneeskundige modellen (zoals bijvoorbeeld homeopathie) een algemeen aanvaard principe is - al eeuwenlang en definieert dit met de term Kha Vaiguna: een 'verstoorde ruimte' in het lichaam (verstoord en overgeërfd in dit geval). De familiegeschiedenis speelt een zeer belangrijke rol in de Ayurvedische anamnese en kan een zeer belangrijke rol spelen bij genezen of voorkomen van aandoeningen.
Beide modellen - het moderne genetische en het klassieke Ayurvedische - hebben één heel belangrijk punt gemeen: ze stellen de therapeut of arts in staat in een veel vroeger stadium en op een veel dieper niveau te interveniëren dan in de gangbare geneeskunde het geval is. Wat betreft de omgevinggerelateerde invloeden geldt hierbij natuurlijk dat de rol van de 'patiënt' hierbij uiteraard als een actieve en zelfverantwoordelijke bijdrage aan het genezingsproces wordt gezien. Ayurveda is in wezen een weg van de zelfheling waarbij de arts of therapeut een gids, en niet een almachtige redder met alleenrecht op genezing is.
 Welk type ben jij?
Welk type jij bent, heeft alles met je figuur te maken. Je ideale gewicht bereik je wanneer de drie dosha's jouw oorspronkelijke evenwicht weerspiegelen. Ben jij overwegend vata, dan is jouw natuurlijke figuur slank, mager zelfs, een beetje cru gesteld: het type tante Sidonia. Heb jij vooral kapha in je bloed, dan ben je waarschijnlijk stevig en sterk gebouwd en zit je goed in het vlees: een beetje Jerom. En als pitta zit je waarschijnlijk tussen die twee in, met flink wat pit en lichte ontvlambaarheid. Je raadt het al, eerder een Lambik.
Dat houdt één belangrijk ding in: je moet je bij jouw type en lichaamsbouw kunnen neerleggen. En dan bedoelen we niet de lichaamsbouw waarvan je droomt of de lichaamsbouw die je had toen je nog een tiener was. Nee, het gaat over de lichaamsbouw die de natuur voor jou koos. Als jij een Jerom-type bent, kun je tot in de eeuwigheid vasten, je zult nooit Sidonia worden. Oké, als je het lang genoeg volhoudt, zul je vijf kilo kwijtraken. Maar tegelijk verlies je pitta-energie, vuur. Da's logisch: als je vast, is het alsof je geen houtblokken meer op de kachel van je lichaam gooit. Wanneer je dan stopt met vasten en opnieuw meer voedsel op dat lage vuurtje gaat gooien, dan kan al dat voedsel niet meer worden verbrand. Gevolg: je stapelt het als vet op. Voor je het weet ben je weer kilo's aangekomen en sla je aan het jojoën. Je kunt dus beter streven naar wie je werkelijk bent, naar het figuur dat in je genen zit. Hoe je dat moet aanpakken, vind je in Ayurveda. Voor elk type werd immers het ideale voedings- en bewegingspatroon uitgestippeld."
Homepagina Sangha Reiki


|