Cursus- VOEDING & AYURVEDADuur; 16 dagdelen verspreid over één jaar Ayurveda en gezondheid . Gezondheid is voor Ayurveda eigenlijk één van de basisvoorwaarden voor het ten volle beleven Ayurveda gaat uit van het feit dat alles in het universum geschapen is – dus ook het menselijk lichaam – Voeding en Ayurveda. Bewustwording en bewustzijn zijn belangrijke begrippen binnen Ayurveda. In Ayurveda zijn geneeskunde en voeding onlosmakelijk met elkaar verbonden en Waarom deze cursus?Zoals gezegd bezit Ayurveda een grondige kennis van de enorme waarde en Ayurveda biedt een ander inzicht in voeding. Het is niet het streven om de Ayurvedische voedingswijze hier in het Westen op te leggen. Ayurveda baseert keuze en samenstelling van de verschillende voedingsmiddelen De Prakriti is het lichaamstype conform iemands ware aard en Wat biedt deze cursus in de praktijk?Naast de eerdergenoemde doelstellingen van de cursus De cursus is een jaarcursus, waarna een getuigschrift wordt afgegeven . de dag begint om 9.00 uur en eindigd omstreeks 16.00 uur. Voor wie?De lessen zijn zodanig opgesteld dat ze breed toegankelijk zijn en het vereist geen specifieke Ayurvedische voorkennis. Aan de hand van 16 lessen en onderwerpen wordt het breedst mogelijke scala van voedingsaspecten De onderwerpen zijn:Les 1: Kwaliteit versus kwantiteit; de Westerse voedingsleer versus de Ayurvedische voedingsleer. Licht verteerbaar en weldadig voedsel wordt snel in de lichaamsweefsels (dhatu's) omgezet en stoort de dosha's niet. Dit is heilzaam. Maar er zijn meer factoren die Ayurveda in acht neemt om een gezond dieet samen te stellen. Er wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de individuele constitutie en de stofwisseling. Iemand kan nog zulke kwalitatief hoogstaande producten willen nuttigen; als de hoeveelheid, de keuze en de bereiding niet overeenstemmen met zijn spijsvertering zal het hem eerder uit balans brengen. Bovendien is het van belang om te kijken naar iemands cultuur-bepaalde eetgewoonten, de omgeving, de seizoenen, het tijdstip en het klimaat voor de keuze, bereiding en vertering van voeding. Het is geenszins de bedoeling de Westerse voedingsleer te diskwalificeren en het Ayurvedische louter te roemen. Nee, uiteindelijk zal van beiden het beste gekozen worden om een heilzame brug te slaan naar de gezondheid van de Westerse mens. Een duidelijk voorbeeld van tegenstrijdige perspectieven op voeding komt bijvoorbeeld tot uiting in het Westerse “calorieën tellen” of uitsluiten van bepaalde groepen voeding zoals koolhydraten en vetten. Dit gaat uit van beperking en is Ayurveda onbekend. Ayurveda gaat altijd uit van iemands persoonlijke behoeften op dit moment, zoals ze zichtbaar worden aan iemands basisconstitutie en gezondheidstoestand. Er worden adviezen gegeven die een appèl doen op iemands natuurlijke intuïtie en er worden grenzen zichtbaar, die iemands oude gewoonten en patronen kunnen beïnvloeden. Maar binnen deze grenzen is een ieder vrij om zijn eigen persoonlijke invulling te kiezen. In het Westen bestaan helaas vaak diëten die belemmeren en al gauw tot louter keuzes leiden tussen goed en slecht. Binnen Ayurveda is een dieet een levensstijl, die aansluit bij iemands persoonlijke natuur en op groei en welzijn gericht is. Les 2: Sleutels tot zelfkennis : constitutieleer – Vata, Pitta en Kapha. Ayurveda als “wetenschap van het leven” wil voor ieder individu bijdragen aan de ontwikkeling van zijn vermogens tot zelfkennis en zelfinzicht. Eén van de gronslagen daarvan is de kennis van de dosha's te onderwijzen. De 3 dosha's representeren de 5 elementen Aarde, Vuur, Water, Lucht en Ether en zijn de pijlers die iemands basisconstitutie, iemands lichaamstype bepalen. In evenwicht leven volgens je “elementen”, je natuur, behoudt of brengt gezondheid en levert de voorwaarden voor een gelukkig en stabiel leven, waarin je in evenwicht bent met je omgeving en een bron van welzijn voor anderen. De dosha's zijn zogezegd opgebouwd uit de 5 elementen. Maar deze 5 elementen zijn tevens de grondstoffen van Alles in het universum. Ook lichaam, maar ook voeding. Het evenwicht bewaren volgens Ayurveda berust tevens op de kennis en de kunst om het beste te ervaren dat elk van de drie dosha's te bieden heeft en dit tot uitdrukking te brengen. Elk lichaamstype heeft namelijk een enorme schat aan mogelijkheden. En doordat we door symptomen leren kennen wanneer onze dosha's uit evenwicht zijn en misschien daarin een zwaktebod erkennen is dit niet terecht. Kennis over de dosha's biedt een verruiming en helpt ons vollediger mens te worden met een opdracht tot het bereiken van een hoger gezondheidsniveau. Vanaf onze geboorte hebben we een unieke verhouding van onze dosha's. Deze verandert niet en we kunnen proberen deze verhouding zo goed mogelijk in evenwicht te houden. Een ophoping of een uitputting van een dosha zal ons altijd uit evenwicht brengen. Zodra we inzicht hebben in onze unieke verhouding kunnen we voeding kiezen die onze dominante dosha (of dosha's) balanceert, evenals leefregels in acht nemen die met of tegen de kwaliteiten van onze dosha's kunnen werken. Vata, Pitta en Kapha zijn namelijk voortdurend in interactie met onze lichamelijke processen, met onze gedachten, met rust en actie, met de seizoenen, tijdstippen van de dag, eetmomenten en voedingsmiddelen en nog veel meer. Balans aanbrengen lijkt dan moeilijk, maar ons lichaam blijft in evenwicht door zijn normale processen te volgen en de toe te passen regels kloppen uiteindelijk altijd met onze natuur en intuïtie. Les 3: De smaak van het leven : zoet, zout, zuur, bitter, scherp en wrang. Het is van belang om kennis over je constitutie te verkrijgen, zodat je kunt kiezen welke voedingsmiddelen je wel of beter juist niet kunt kiezen. Daarnaast stelt Ayurveda dat de zes Rasa's (smaken) over alle maaltijden verdeeld behoren te zijn. Dit zijn de smaken zoet, zout, zuur, bitter, scherp en samentrekkend. Dit is van belang om alle weefsels van de juiste bouwstoffen te voorzien. Ook de hoeveelheid voedingsmiddelen met een bepaalde smaak is van belang: bij een eventuele disbalans of ter harmoniëring van je dominantste dosha. Ook is het niet raadzaam om een smaak zomaar uit het dieet weg te laten omdat het tot verstoringen in de weefselstructuur en klachten kan leiden. Elke Rasa (smaak) is ook weer uit de 5 elementen opgebouwd en zal dientengevolge effect hebben op de dosha's. Sterker nog, zodra we beginnen te eten weet onze tong instinctmatig welke boodshappen er bij welke smaken horen en dat zet voor het gehele lichaam een scala aan reacties in werking. Vanaf de mond tot aan uiteindelijk de lichaamscellen. Voor een evenwichtige voeding zijn de zes smaken onontbeerlijk want het lichaam heeft het bijvoorbeeld ook nodig dat het wakker geschud wordt, gekalmeerd of afgekoeld. Vroeger werd dit instinctief begrepen, maar nu moeten we daar vaak weer bij op weg geholpen worden. Elk voedingsmiddel heeft ook zijn eigen smaakprofiel. Van voedingsmiddelen met één smaak, bijvoorbeeld witte suiker, totaan een compleet voedingsmiddel: melk. Melk heeft alle zes de smaken, vooral zoet, maar toch zijn ook de overige vijf subtiel aanwezig. Inzicht in de kwaliteiten van de smaken is ook weer van belang voor het evenwicht in de dosha's. Elke smaak bestaat zogezegd uit de 5 elementen. Zoet bijvoorbeeld uit water en aarde, wat tevens de elementen zijn van de Kapha-dosha. Mensen met een Kapha-consititutie zullen dus meer op moeten letten met zoet om hun dominante dosha niet te verhogen en te verstoren. Les 4: Het biologische vuur of Agni , vertering en opname van het voedsel. Binnen Ayurveda vervult de spijsvertering een belangrijke rol. Een goede spijsvertering wordt gezien als de belangrijkste bron van gezondheid. Iedere cel is uit voedsel gemaakt en als de voeding goed wordt benut, zullen de cellen ook goed gebouwd zijn. Als voedsel slecht benut wordt is ziekte al in gang gezet. Agni (het spijsverteringsvuur) is één van de belangrijkste grondbeginselen in Ayurveda, omdat het eerste teken van een goede gezondheid is dat “Agni helder brandt”. Dit betekent dat het voedsel effectief verteerd wordt, omdat Agni het voedsel zodanig verkleint dat alle benodigde voedingsstoffen over de cellen verdeeld worden, waarbij afvalstoffen vernietigd worden zonder toxines achter te laten. De drie lichaamstypen hebben een verschillende spijsvertering: – Vata: Vishama Agni = wisselvallig en gevoelig. – Pitta: Tikshna Agni = meest krachtig, snel en intensief. – Kapha: Manda Agni = over het algemeen langzaam, zwaar en vaak incompleet. Er zijn 13 soorten Agni in het lichaam: * 1 Jathar Agni: Is de spijsvertering in het maag-darmkanaal, verkleint de voedselbrij zodanig dat het opgenomen kan worden in het lymfestelsel of de bloedbaan. Als Jathar Agni niet goed functioneert zijn ook de overige Agni's – Bhuta Agni en Dhatu Agni – niet in staat om voldoende bouwstoffen te produceren voor de weefsels. * 5 Bhuta Agni: De spijsvertering wordt voortgezet door Bhuta Agni. De Bhuta Agni's zijn specifieke processen om de voedselbrij zodanig om te zetten dat de voedingsstoffen verder verwerkt kunnen worden door de volgende Agni: Dhatu Agni. Bhuta Agni zit ook in de lever. Bhuta Agni zorgt voor de aanmaak/beschikbaarheid van de 5 elementen (aarde, water, vuur, lucht en ether) die naar de lever worden getransporteerd. Vervolgens worden zij via het lymfestelsel en de bloedbaan naar de dhatu's (weefsels) vervoerd. Ondertussen echter nog meer transformatieprocessen volgend. * 7 Dhatu Agni: Ayurveda kent 7 dhatu's, te weten Rasa = plasma, Rakta = bloed, Mamsa = spieren, Meda = vet, Asthi = botten, Majja = beenmerg en Shukra en Artava = mannelijk en vrouwelijk voortplantings- materiaal. Iedere dhatu heeft zijn eigen Agni die afgestemd is op de specifieke eigenschappen van de betreffende dhatu. Na aanmaak van de eerste dhatu zal de daaropvolgende dhatu worden geproduceerd. De weefsel-opbouwende processen vinden plaats in de srota's (zeer fijne kanaaltjes) van de betreffende dhatu's. Les 5: Subtiele kwaliteiten : Sattva, Rajas en Tamas in de voeding en hun werking op lichaam en geest. Sattva, Rajas en Tamas vormen de drie guna's: subtiele kwaliteiten of eigenschappen. Ze zijn van elkaar afhankelijk en beïnvloeden elkaar.Ze kunnen in het kort worden omschreven als: Sattva: Reinheid, waarheid, harmonie; Rajas: Beweeglijkheid, werkzaamheid. In de Yoga-filosofie is het hartstocht, drift en energie. Tamas: Duisternis, de eigenschap van traagheid, weerstand, volharding en standvastigheid. Tamas is de laagste en Sattva de hoogste. Tamas staat voor luiheid en gebrek aan verandering. Maar in zijn hoogste vorm staat Tamas voor volharding en standvastigheid. Om iets te kunnen volharden is beweging nodig: Rajas. Rajas is altijd in beweging en productief. Een lager aspect van Rajas is echter dat deze energie gevoed kan worden door egoïsme en hartstocht. Komt de voeding echter vanuit liefde of een rustig hart, dan komen we vanzelf bij Sattva. Sattva staat voor evenwicht en harmonie. Handelen in harmonie, waarbij de geest stil is en in balans. Sattva is dan ook het evenwicht tussen Tamas en Rajas: noch inert, noch overactief. Elk bewustzijnsniveau kan Sattvisch zijn: zuiverheid die tot uiting komt in bijvoorbeeld juist spreken, juist handelen, juist denken en juist voelen. Hoe vertaalt zich dit naar de voeding? Volgens Ayurveda bestaat onze voeding ook uit de 3 guna's. Je hebt Tamasisch voedsel, dat een Tamasisch bewustzijnsniveau oproept. Maar daarnaast is het logisch dat iemand met een vooral Tamasische persoonlijkheid ook overeenkomstige voeding kiest. Alleen is het volgens Ayurveda juist aanbevolen om wanneer iemand werkt aan zijn spirituele groei of bewustzijnsverruiming zo min mogelijk Tamasisch te eten. Ook voeding die oud is, gist of rot is Tamasisch. Daarnaast bestaat Rajasisch eten: voeding die tot actie aanzet, maar deze voedingsmiddelen (chocolade, koffie, thee en koolzuurhoudende dranken) dienen volgens Ayurveda ook zoveel mogelijk vermeden te worden. Sattvisch voedsel is verse groenten en fruit, vers bereide granen en bonen, honing, melk, verse noten en zaden en koudgeperste oliën. Liever dus geen vlees of oppepende producten. Maar daarnaast is ook de bereidingswijze van groot belang. Bereiden met een zuiver hart is zeer Sattvisch maar niet altijd binnen bereik. Maar met aandacht en bewustzijn verse voeding bereiden is dat weer wel. Les 6: Kwalitijt: eten volgens de seizoenen en het ritme van de dag. Er wordt binnen Ayurveda veel aandacht besteed aan de leefgewoonten. Het lichaam heeft een aantal hoofdcycli en door het in acht nemen van de cycli die ons lichamelijk bestaan ondersteunen, kunnen we veel bijdragen aan onze gezondheid en gevoelens van welzijn. We kunnen met de natuurlijke ritmen en cycli evenals met de dosha's in evenwicht leren leven en met ze mee gaan in plaats van ons er tegen te verzetten of ze te negeren. Elke dag gaan er twee bewegingen door ons heen die bestaan uit eerst een Kapha-, dan een Pitta- en tenslotte een Vata-cyclus. Deze cycli lopen van zonsopgang tot zonsondergang en vervolgens van zonsondergang weer tot zonsopgang en ze volgen bij benadering de volgende tijden: Kapha: 6.00 tot 10.00 uur en van 18.00 tot 22.00 uur. Pitta: 10.00 tot 14.00 uur en van 22.00 tot 2.00 uur. Vata: 14.00 tot 18.00 uur en van 2.00 tot 6.00 uur. De dag begint dus met een Kapha-periode. Dit is overeenkomstig de toestand van het lichaam, dat loom is en na het ontwaken nog lui en zich gaat voorbereiden op de dag. Vervolgens een Pitta-periode: dan is het lichaam het meest actief en het spijsverteringsvuur het hoogst evenals de eetlust. In de namiddag volgt een Vata-periode. Vata regeert het zenuwstelsel en deze dagperiode kan benut worden voor concentratie, snel handelen en denken, efficiëntie, of bijvoorbeeld vergaderen. De eetgewoonten kunnen we aan deze kennis van de cycli aanpassen. Zo wordt aanbevolen de grootste maaltijd midden op de dag te nemen, als Agni het hoogst is: tussen 12.00 en 13.00 uur en eigenlijk een uur voor zonsopgang op te staan. Door in de Vata-periode op te staan, profiteer je voor de hele dag van de Vata kwaliteiten: lichtheid, frisheid, luchtigheid etcetera. Bovendien gebruik je dan optimaal het daglicht en de zonnekracht. Hoe later men opstaat in de Kapha-tijd (6-10 uur) des te “zwaarder” men wakker wordt en deze eigenschap blijft houdt men bij zich gedurende de dag. Daarnaast zijn er de jaarcycli: de maanden en seizoenen. Elk seizoen heeft ook weer specifieke invloeden op de dosha's. Kapha domineert in de koude en vochtige periode, dus in de late winter en in de lente. Pitta regeert de warme zomer en het warme begin van de herfst en Vata ziet u terug in de droge, winderige en koude seizoenen zoals de late herfst en winter. Wat betekent dit voor onze voeding ? Wederom een schat aan informatie. Zo is het voorjaar bij uitstek de ontgiftingsperiode, omdat de winter aan het einde (Kapha) in een toename van vetten en afvalstoffen heeft geresulteerd. Ook is de Kapha-tijd van het vroege voorjaar vaak terug te zien in verkoudheden. Kapha kan geleid hebben tot een overmaat aan slijm en dit verzwakt Agni. Het voorjaar zal dan ook in het teken moeten staan van het opbouwen van de spijsvertering. Vandaar dat het voorjaar de tijd is van vasten en reinigen, bijvoorbeeld door middel van groentesappen. In de zomer regeert Pitta en is de stofwisseling vaak vertraagd vanwege de warmte. Het lichaam wil zich vaak ontdoen van warmte en heeft minder voeding nodig. Vaak is het gunstig om dan lichte maaltijden te nemen en veel verkoelende, frisse, sappige en zoete voedingsmiddelen en dranken te kiezen. In de herfst bereidt het lichaam zich alweer voor op de winter en gaat het warmte verzamelen. Pitta raakt vermeerderd en daar kan de voeding op worden afgestemd. Bij nat, winderig en guur weer raakt Vata al gauw uit balans en is het zaak om Vata-balancerende voeding te nuttigen: veelal zoet, verwarmend en olierijke, gasverminderende producten. De herfst is door de actieve Pitta wel een vitaal seizoen en leent zich goed voor sport en reinigingskuren. De winter is koud en (hopelijk) droog waarin Vata overheerst. Het lichaam droogt van binnen en van buiten uit en het wordt sterk afgeraden om dan Vata-verhogende producten te kiezen. Liever verwarmende, zware en vettige voedingsmiddelen, want het lichaam heeft behoefte aan energie en stabiliteit. Alle afkoelende voeding, maar ook beperkende middelen zoals dieten en vastenkuren worden ten zeerste afgeraden. In de winter 1 of 2 kilo aankomen is natuurlijk en volgens Ayurveda ook gunstig, want het helpt de weerstand op peil te brengen of te houden. Les 7 tot en met 16 zijn vooral Praktisch ingericht en opgezet: Les 7: Dieet voor Vata en kook-praktijk . Algemene adviezen: – Gebruik bij voorkeur warm voedsel; matig zwaar. – Boter en vet toevoegen. – Kies vooral de smaken: zoet, zuur en zout. – Neem kalmerend voedsel dat een voldaan gevoel geeft. Les 8: Dieet voor Pitta en kook-praktijk . Ayurveda kent voor alle dosha's zeer veel aanbevelingen om de dominantste dosha's te balanceren, naast juist ook voedingsmiddelen om te vermijden. Want Ayurveda bezit de kennis van alle kwaliteiten van voedingsmiddelen. Heel in het kort geldt voor Pitta: – koude en warme maaltijden kunnen allebei, vermijd alleen gloeiend hete maaltijden. – Samenstelling van de maaltijden liefst matig zwaar. – Smaken: bitter, zoet en samentrekkend. – Weinig boter en vet toevoegen. Les 9: Dieet voor Kapha en kook-praktijk. In het kort wordt geadviseerd: – Warme en lichte voeding. – Droog voedsel, gekookt met weinig water. – Een minimale hoeveelheid boter, olie en suiker. – De smaken: scherp, bitter en samentrekkend. – Stimulerend voedsel! Les 10: Weten wat we eten : voedselalfabet of de kwaliteiten van ingrediënten. Zo-even werd al genoemd dat Ayurveda een diep inzicht heeft in alle voedingsmiddelen. Dat strekt zich uit van de invloed die het soort voedingsmiddel kan hebben op de dosha's, maar ook de smaak, het post-digestieve effect, verwarmende of afkoelende kwaliteiten, hete of koude energieën en combinaties. Producten uitkiezen op hun kwaliteit is een mooi streven, maar om het optimaal te kunnen laten accorderen met uw eigen natuur en innerlijke behoeften is een tweede. Les 11: Problemen met de vertering en het harmoniseren hiervan : kookpracticum. Voor het behouden van een goede gezondheid is een goede spijsvertering en goede voeding – toegespitst op de eigen unieke constitutie – één van de basisvoorwaarden volgens Ayurveda. Maar voeding, medicijnen en voedingssupplementen moeten wel door het lichaam kunnen worden opgenomen, anders vormen ze ballast voor het lichaam en raakt het lichaam (verder) uit evenwicht. Belangrijk voor de spijsvertering en opname is zoals eerder gezegd een “helder brandend” Agni. Volgens Charaka (één van de grootste Ayurvedische genezers uit de oudheid) zijn de symptomen van een gebrekkig werkend Agni de volgende: – Maagzuur of een branderig gevoel in de maag. – Het verliezen van de eetlust. – Constipatie of juist diarree. – Overgewicht of ondergewicht. – Ernstige spijsverteringsstoornissen zoals maagzweren, prikkelbare darmsyndroom, ontstekingen aan de dikke darm. Een andere oorzaak van spijsverteringsklachten is een ophoping van Ama in het lichaam. Ama zijn afvalstoffen (slakken en toxines) die in het spijsverteringskanaal achter blijven en het is het gevolg van een onvoldoende spijsverteringsvuur. Het komt dáár voor waar onvoldoende of onjuiste vertering plaatsvindt van de bouwstoffen uit het voedsel, die daardoor door de lichaamscellen niet opgenomen kunnen worden. Er zijn veel oorzaken aan te wijzen voor een slecht werkend Agni en voor Ama, uiteenlopend van voeding die niet bij uw constitutie behoort tot te vaak, te snel, te laat eten etcetera. Ayurveda kent dan ook vele aanbevelingen op het gebied van voeding, dagelijkse gewoonten en beweging die past bij uw unieke constititutie. Een speciale rol is ook weggelegd voor kruiden. Maar Ayurveda besteedt ook veel aandacht aan behandelmethoden om het teveel aan Ama te verwijderen: -Pancha Karma (omvangrijke reinigingskuur die uit 5 therapieën bestaat). -Het verhogen van Agni. -Vasten, dieet houden en het gebruik van kruiden. Les 12: Voedsel als medicijn : individuele diëten bij migraine, allergie en andere gezondheidsproblemen. Bij ziekte en gezondheid spelen lichaam, ziel en geest alledrie een rol en zijn ze niet los van elkaar te koppelen volgens Ayurveda. In geval van ziekte zal de Ayurvedisch arts zijn behandeling op alle drie richten. Bovendien zal de Ayurvedische behandeling gericht zijn op het wegnemen van de onderliggende oorzaak (disbalans in de dosha's) in plaats van louter naar de symptomen te kijken. Als een ziekte optreedt en een diagnose wordt gesteld zal daarom de behandeling elke keer weer uniek en op de persoon gericht zijn. Maar ook voor ieder individu blijft het voor Ayurveda van wezenlijk belang dat hij kan leren zichzelf in balans te brengen en te houden door onder andere te leren welke voeding bij hem past en welke niet. De oplossing van veel gezondheidsproblemen begint bij het onder de loep nemen van de voeding. Naast aanpassing en het inzicht welke voeding wel of juist niet bij u past zijn er voor verschillende ziekten en problemen ook algemene voedingsadviezen. Ziekten komen voort uit disbalans van de dosha's en voeding dient dán als medicijn, als het ingezet kan worden om de disbalans weer te harmoniseren. Migraine vraagt bijvoorbeeld onder andere om een Pitakalmerend dieet. Les 13: Het geven van verstandig voedingsadvies. Les 14: Practicum om dieet te leren maken en/of voorschrijven . In Ayurveda is er altijd van uit gegaan dat de overdracht van de essentie van de Ayurvedische kennis het beste van persoon tot persoon behoort plaats te vinden. Dit is één van haar doelen, want door directe overdracht kan de kennis “eigen” worden gemaakt en leiden tot bewustwording. Vanuit de oudheid hebben leraren een enorme betekenis gehad voor de juiste overdracht van informatie. De traditie staat in het teken van het “delen van kennis”, opdat elk inidividu de kans krijgt zichzelf te realiseren en te verwezenlijken. Maar de tijden veranderen en een deel van de kennis zal steeds worden aangepast aan de eisen en unieke aspecten van de huidige tijd, alleen zal het belang van de onderliggende doelstellingen van Ayurveda niet verloren gaan. Les 15/16: Presentatie voeding – opdracht en eindtoets.
|