hoofdstuk viHET PAD DER MEDITATIE EEN KARMA-YOGI IS EEN VERZAKER
EEN DEFINITIE VAN YOGA
HET GEMOED IS DE BESTE ZOWEL ALS DE SLECHTSTE VRIEND
MEDITATIE TECHNIEKEN
WIE IS EEN YOGI
TWEE METHODEN OM HET RUSTELOOS GEMOED TE BEDWINGEN
HET LOT VAN EEN ONBEKWAME YOGI
WIE IS DE BESTE YOGI
In de Upanishads, genaamd de heilige Bhagavad Gîtâ, in de wetenschap van de Allerhoogste Geest, in het boek van devotie, in de samenspraak tussen de Heilige Krishna en Arjuna, staat aldus het zesde hoofdstuk, genaamd "Het Pad der Meditatie". 1. Het gemoed. 2. Vers 8 is de vertaling van R.P.'s Engelse tekst: "A person is called yogi who has both Self-knowledge and Self-realization, who is equanimous, who has control over the mind and senses, and to whom a clod, a stone, and gold are the same." (6.08) Dra C. Keus: "De yogi, die tevreden is met wijsheid en kennis, onwrikbaar is, wiens zinnen beteugeld zijn, voor wie een kluit aarde, een kei, en een klomp goud eender zijn, noemt men harmonisch ( yukta )." (6.08) 3. Vertaling naar R.P.'s Engelse tekst: " A person is considered superior who is impartial towards companions, friends, enemies, neutrals, arbiters, haters, relatives, saints, and sinners." (6.09) Dra C. Keus: "Hij, die zonder voorkeur tegenover mensen staat die hem liefhebben, vrienden, vijanden, vreemden, onzijdigen, buitenlanders en verwanten, en eveneens rechtvaardigen en onrechtvaardigen, is een uitnemend mens." (6.09) 4. Dra C. Keus: "Laat de yogi zich voortdurend bezighouden met yoga ( contemplatie ), in eenzaamheid en afzondering verblijvend, meester over zijn denken en zijn zelf, vrij van verwachting en hebzucht. (6.10) Meditatie Technieken (Ramanand Prasad):De plaats voor de meditatie zou de sereniteit, de eenzaamheid, en de geestelijke atmosfeer van reukvrije, geluidsvrije, en lichtvrije ruimten van de Himalayas grotten moeten zijn. Massieve, kolossale gebouwen met bijzondere uitgehouwen marmeren figuren van hemelse bewaarders zijn niet genoeg. Ze zijn dikwijls met de spiritualiteit tegenstrijdig en helpen enkel godsdienstige commerciële doeleinden. De acht meditatiestappen volgens Patanjali's Yoga Sutra (PYS 2.29) zijn: (1) Zedelijk gedrag (2) Geestelijk praktijk (3) De gepaste houding en yogische oefeningen (4) Yogische ademhaling (5) Het terugtrekken van de gevoelens (6) Concentratie (7) Meditatie, en (8) Trance, of superbewuste staat van gevoel. Men moet de acht stappen één voor één onder eigen leiding volgen om vooruitgang in de meditatie te boeken. Het gebruik van ademhaling en concentratie technieken zonder de nodige zuivering van het gemoed, en zonder sublimatie van de gevoelens en verlangens door moreel gedrag en geestelijke praktijken (zie 16.23) kan het gemoed in gevaarlijke neurotische staten leiden. Patanjali zegt: De zit postuur voor meditatie moet stabiel, relaxerend en comfortabel zijn voor het individuele fysisch lichaam (PYS 2.46). Yogische ademhaling is niet de krachtdadige - dikwijls gevaarlijk ophouden van de adem in de longen zoals gewoonlijk verkeerd begrepen en in praktijk gebracht. Patanjali definieert deze als de controle van de Prana - de bio-impuls of de astrale levenskrachten - dat het ademhalingsproces veroorzaakt (PYS 2.49). Het is een geleidelijke ontwikkeling van onder controle brengen of tot vertraging leiden - door het gebruik van yogische standaard technieken zoals yogische houdingen, ademhalingsoefeningen, uitsluitingen, en bewegingen - van de bio-impuls die de motor en de zintuiglijke zenuwen activeren om de ademhaling in regelmaat te brengen evenals datgene buiten onze controle staat. Wanneer het lichaam super gevuld is met het grote reservoir van de alomtegenwoordige kosmische stroom doorheen de oblongata merg, de nood om te ademhalen is verminderd of zelfs verwijderd en waarbij de yogi de ademloze trance staat behaalt, en dat is de laatste mijlsteen van de geestelijke tocht. De Upanishad zegt: "Geen enkel sterveling leeft enkel met het ademhalen van zuurstof in de lucht. Ze zijn van iets anders afhankelijk. (KaU 5.05) Jezus zegt: "De mens zal bij brood (voedsel, water, en lucht) alleen niet leven, maar bij alle woord (of kosmische energie), dat door den mond Gods uitgaat." (Matth. 4.4) Het ademkoord houd de levende entiteit (ziel) aan het lichaam-gemoed complex. Een yogi bevrijdt de ziel van het lichaam, en bindt ze met de Superziel tijdens de ademloze "trance" staat. Het intrekken van de gevoelens is voor de yogi een grote obstakel in het nakomen van zijn doel. Wanneer het gevoel is onttrokken; concentratie, meditatie en Samadhi zijn zeer gemakkelijk te bereiken. Het gemoed zou moeten gecontroleerd en opgeleid worden naar het intellect toe in plaats van langs de hoofdzintuigen zoals het horen, voelen, zicht, smaak en reuk. Het gemoed is natuurlijke wijze onrustig. Het observeren van het natuurlijke in- en uit gaan van de adem, en het alternatief ademen brengen het gemoed tot kalmte. De twee meest gebruikte technieken om het gevoel te beheersen zijn: (1) Concentreer uw volle aandacht op één punt tussen de wenkbrauwen. Voorzie en verbreidt er een sfeer van een draaiende wit licht. (2) Zingt zo spoedig mogelijk mentaal een mantra of een heilige naam van de Heer, en laat uw gemoed door het geluid van het mentaal zingen doordringen, zodanig dat u het tikken van een dichtst bijgelegen klok niet meer hoort. De snelheid en de geluidssterkte van het mentaal zingen moeten vermeerderd worden naargelang de rusteloosheid van het gemoed, of omgekeerd. Concentratie op een bijzonder aspect van een god, op het geluid van een mantra, op de gang van de ademhaling naar verschillende energie centra in het lichaam, tussen de wenkbrauwen, op de top van de neus, en op een ingebeelde karmozijn (rood) lotusbloem binnen de borst centrum, kalmeert het gemoed en schorst het zwerven. Eenpuntig: ekagra , d.w.z. als hij in concentratie is. Ramanand Prasad: Een yogi zou op eender mooie vorm van God moeten beschouwen totdat de vorm in zijn gemoed tegenwoordig is. Korte meditaties in volle concentratie zijn beter dan lange zonder concentratie. Het gemoed (de geest) gefixeerd op één enkel voorwerp der contemplatie voor twaalf (12) seconden, twee minuten vijftig seconden (2 ½ ),en een half uur staan achtereenvolgens voor concentratie, meditatie, en trance. Meditatie begint wanneer het gemoed ophoudt te oscilleren en is van het punt van concentratie verdwenen. In het laagste stadium van de trance, wordt het gemoed zodanig gevestigd op een gedeelte van een godheid zoals het gelaat, of de voeten dat al het overige is vergeten. Het is zoals een droom in een staat van "wakker zijn" (of slaaploosheid toestand), welbewust van het gemoed, de gedachten, en omgeving. In een hoger trance-staat, verblijf het lichaam stil en onbeweeglijk, en het gemoed experimenteert verschillende aspecten van de Waarheid. Het gemoed verliest zijn individuele identiteit en wordt één met het kosmische onbewuste. De superbewuste staat van gemoed is het hoogste trance etappe. In deze gemoedsstaat, wordt het gewone menselijke bewustzijn doordrongen door het kosmische onbewustzijn; bereikt een gedachteloze, en polsslagloze, ademloze staat, en ervaart niets anders dan vrede, blijdschap, en de hoogste zaligheidgeluk. In deze hoge trance toestand verblijvend, wordt de energie centrum (Chakra) boven aan het hoofd (kruin) geopend, het gemoed verzonken in het eeuwige; waar geen gemoed of gedachte meer is, maar het gevoel van Zijn transcendentale bestaan, bewustheid, en zaligheidgeluk. Een persoon die deze staat heeft bereikt, wordt een wijze genoemd. Het bekomen van de gezegende trance toestand is voor velen moeilijk. Muniji geeft een eenvoudige methode. Hij zegt: "Wanneer u in Hem bent doordrongen, Hij en Zijn werk stromen doorheen uw ganse persoon, terwijl u oneindig gelukkig, vreugdevol en zaligheidgeluk voelt." Om door pranayama de in- en uitademing tot harmonie te brengen; dan de aandacht vestigend op het voorhoofdcentrum, brengt hij denken en ademhalen tot harmonie. Een Brahmachari is iemand, die zich aan de gelofte houdt van beheersing der zinnen, van het celibaat. Gedachten: Manas. Het is het denkvermogen, het mentaal vermogen; datgene dat de mens onderscheidt van het dier; Het is het beginsel van individualiteit; datgene waardoor de mens in staat wordt gesteld te begrijpen dat hij bestaat, voelt en ondervindt. Citta: Faculteit van het wandelde gemoed van het ene gedachte naar de andere. Yukta: Zich met iemand verenigen. Iemand die zich met de Verhevene heeft kunnen verenigen. Citta. Vertaling is volgens R.P.'s versie: "One feels infinite bliss that is perceivable only through the intellect, and is beyond the reach of the senses. After realizing the Absolute Reality, one is never separated from it." (6.21) Ramanand Prasad: Neem een meditatieve houding aan zoals het in vers 6.13 beschreven staat. Het is een heel goede idee om eender welke taak te beginnen, na vooreerst een persoonlijke god van uw keus waarin ge gelooft te hebben aangeroepen. De Heer Ganesha, en de Goeroe zouden door de Indiërs moeten aangeroepen worden. Het voorname doel van de meditatie, of een geestelijke oefening, is om uit de buitenwereld een tijd te verdwijnen en een innerlijke reis aan te vangen, zodoende een introvert te worden. Bedenk steeds dat ge het lichaam niet bent, noch het gemoed (geest); maar het Zelf (Atma) die afgezonderd en hoger staat dan het lichaam-gemoed complex (LGC). Ontbind het Zelf van het LGC en maak van het Zelf een getuige gedurende de meditatie. Onttrek uw gemoed van de buitenwereld en fixeer uw blik op eender centra (slijmklier, zesde Chakra, vooraan de neusgaten, hart of- navel centra) van uw keus wat voor u het beste is. Wordt een getuige van uw gemoedsactiviteiten zonder te gaan oordelen, of het goed of slecht is, omtrent in het gemoed bereikte gedachten. Relaxeer gewoon, neem plaats achter aan het voertuig van uw gemoed, alsof u een plezier reisje onderneemt, en bekijk het afdwalen van uw gemoed in de wereld van de gedachte. Het gemoed gaat afdwalen omdat het zijn natuur is. In het begin zal het zeker niet rustig blijven. Haast u niet deze te bedaren, of het gemoed te controleren, maar tracht dit terug te brengen tot het concentreren op een voorwerp, een gedachte, of zingt een mantra zoals gewoonlijk aangeleerd. Ontbind u volledig van uw gemoed, bekijk het spel van Maya, het gemoed. Vergeet niet dat het uw taak is om uw (lager) zelf, het gemoed, met uw (hoger) Zelf, de Atma, te zien. Bindt u niet of dwaal niet af door de gedachte golven (Vritti) van het gemoed, maar wees enkel een getuige ervan en volgt het. Na een ernstige en oprechte praktijk, zal het gemoed zich bedaren na de ontdekking dat ze voortdurend wordt geobserveerd en gevold. Voeg er niets aan toe bij de getuige ontwikkeling van de innerlijke wereld der gedachten, Chitta-vritti genaamd. Langzaam zal de kracht van uw concentratie vermeerderen, terwijl het gemoed als een vriend de innerlijke reis gaat verder zetten (Gîtâ 6.05-06), en een gelukszalig staat gaat zich rondom u uitstralen. U zult boven de gedachte komen te staan in de gedachteloze wereld van Nirvikalp Samadhi. Breng deze gedurende een half uur in praktijk s'morgens en s'avonds, of naar keuze op gelijk welke en gepaste ogenblik. De vooruitgang zal buiten onze controle van verschillende factoren afhankelijk zijn, toch volhard zonder uit te stellen of af te zetten. Eindigt steeds de meditatie met de drievoudige klankvibratie AUM, en dank God. De meditatie. Gemoed. Bedoeld de innerlijke en uiterlijke werelden, de hemelse en wereldse genoegens. Het pad van de zelf-realisatie. Anders vertaalt: "Krishna zei: "O Arjuna, de opwaarts strevende, die zich bezighoudt met gunstige zaken, gaat noch in deze wereld, noch in de geestelijke te niet; iemand die goed doet, Mijn vriend, wordt nimmer door kwaad overmand." (6.40) Abhyasa. Eenwording door de meditatie. Sabdabrahman, de Vedische Wet. Yogi: (1) Transcendentalist van de eerste, tweede of derde orde, respectievelijk bhakta , yogi en jnani , of anders aangeduid: bhakta, paramatmavadi en brahmavadi . (2) Transcendentalist van het tweede plan, bedreven in astanga-yoga of een der hiermee verwante yoga's. (3) Yoga-beoefenaar in meest algemene zin. (4) Ook, naam van Krishna, de allerhoogste Yogi. Tapasvin: (of tapa) (letterlijk: boete): vrijwillige aanvaarding van zekere beperkingen in materieel opzicht met het oog op geestelijke zelfverheffing. Jnanis: iemand die zich toelegt op het ontwikkelen van zijn kennis (vooral door middel van speculatief denken). Karmin: Materialist, die er slechts naar streeft zijn zinnen te laten genieten. Dit leidt er slechts toe dat hij steeds meer vast raakt in de kringloop van geboorte en dood.
|