Het ontstaan
van het Boeddhisme.

 

In een klein landje wat nu bekend is als het zuiden van Nepal regeerde
zo’n 2500 jaar geleden een koning genaamd Shuddodana Gautama.
Die leefde samen met zijn vrouw Mahamya.
Terwijl zij in verwachting was had zij op een keer een rare droom
over een baby olifantje die haar met zijn slurf zegende.
Waarvan ze dacht dat het een bijzonder voorteken zou zijn.

Toen de dag kwam om te bevallen reisde de koning terug naar haar vaders koninkrijk om daar te kunnen bevallen.
Tijdens de reis kreeg ze erge pijn. In Lumbini onder een paar bomen bevalt ze van een zoon.
Na een soort douche geeft ze hem een naam.
Ze noemden hem Siddharta wat betekent “Hij die zijn bestemming bereikt”.
Zeven dagen na zijn geboorte overlijdt zijn moeder en wordt hij opgevoed door haar zus,
Mahaprajapati. Prins Siddhartha werd 563 jaar voor Christus geboren, in het dorp Loembini.

Zijn vader stelt een Asita (een sooth sayer) aan, zodat die zijn eigen bezig kan gaan houden met de toekomst van zijn zoon.
Die concludeerde dat hij twee dingen kon worden:
een koning net zoals zijn vader, een grote wijze
of een redder van de mensheid.
Op bevel van zijn vader, de koning, mag Siddhartha enkel de plezierige en aangename kanten van het leven kennen.
Hij mocht alleen op het land van een van de drie paleizen komen.
Hij groeide op tot een knappe jongeman die als prins in de strijders kaste trainde in kunsten van oorlog.
Toen het tijd werd om te trouwen leerde hij een prinses kennen van een naburig land.
Hij trouwde met Yashodhara op zestien jarige leeftijd.

Na jaren achter de muren van het paleis gezeten te hebben werd Siddhartha nieuwsgierig
over hoe het volk buiten de paleismuren zou zijn.
Maar nog steeds mocht hij van zijn vader niet buiten de paleismuren komen.
Tijdens zijn reis naar de hoofdstad komt hij zieke, oude en dode mensen tegen.
Hij vraagt veel aan zijn vriend die hem uit legt dat iedereen wel eens ziek wordt en dat iedereen oud wordt en dood gaan.
Vanaf dat moment komt alles bij hem oppervlakkig en bedrieglijk over.
Met een schok komt hij tot het besef dat elk mens onderhevig is aan ziekte,
verdriet, pijn, ouderdom en dat het leven eindig is.

Op negentwintigjarige leeftijd verlaat hij stiekem het paleis, zijn vrouw en zoon, Rahula, om nooit meer terug te keren.
Hij veranderde zijn leven door zijn haar af te knippen en andere kleren te gaan dragen,
ook begon hij met het bestuderen van het dagelijks leven.
Hij studeerde enige tijd in het woud bij twee beroemde godsdienstleraren.
Maar zij konden hem niet helpen met wat hij wou weten.
Daarna bracht hij zes jaar door in vasten en gebed.
Hij verzwakte en kwam bijna om van de honger.
Na zes jaren van studie krijgt hij volgelingen en besluit hij het armenleven in te gaan en te kijken hoe het is.
Zijn volgelingen de asceets kijken toe.

Hij weigerde ook steeds vaker om te eten, totdat hij bijna in de fase was van bijna dood.
Na een tijdje bood een vrouw hem eten aan, omdat ze medelijden met hem heeft.
Hij realiseerde zich dat als hij zijn eigen zo uitputte dat het hem ook nergens zou brengen
en dat het beter zou zijn als hij een weg zou vinden die tussen arm en luxe in zijn zit.
Hij begon weer te eten en de asceets zagen dat.
Hij nam de weg weer tot de levenden en de helder denkende mens.

Hij wilde antwoorden zoeken op alle vragen over het lijden en het sterven.
Hij bracht jaren vatend en bidden door en al mediterend onder een grote boom in Bodh Gaya
raakte hij tenslotte “verlicht”, doordat hij tijdens de volle maan die avond
in mei eindelijk het antwoord begrijpt over het leiden tijdens de morgenstond.
Hij beseft dat mensen ongelukkig zijn, omdat ze nooit tevreden zijn met wat ze hebben.
Ze willen altijd maar meer en met deze gedachte trekt hij India rond.
Hij krijgt de naam Boeddha wat betekent “de verlichte” en “hij die bewust is”.
Een boeddha is iemand die het lijden in de wereld heeft gezien
en een manier heeft gevonden om gelukkig te zijn.

Tijdens zijn reis probeerde Mara hem van zijn pad af te brengen om zijn trots te behouden
en probeerde hem eerst bang te maken en later met behulp van zijn dochters
Boeddha van zijn pad af te brengen, maar alles mislukte.

Op een dag als Boeddha weer onder zijn boom
(ook wel bodhi genoemd) zit komt hij tot de conclusie dat niemand hem begrijpen zal.
Brahma koning van de Goden overtuigd hem ervan om de mensen over zijn leven te vertellen
en dat dan mensen zouden kunnen ontwaken die een “beetje vuil” in hun ogen zouden hebben.

In Sarnath dichtbij Benares daar kwam hij de asceets tegen
en na een paar dagen oefenen preekte hij zijn eerste ceremonie in een hertenkamp.
Wat heette de opzet van zijn raad en de leer van zijn stoelgang.
Hij legde hun de vier enige waarheiden en het achtvoudige pad uit.
De asceets werden zijn eerste discipelen en het begin van de Sangha of de monniken gemeenschap.

Koning Bimbisara van Magadha had gehoord van Boeddha’s woorden
en schonk hem een klooster dichtbij Rahagriha,
zijn kapitaal zodat hij die kon gebruiken tijdens het regenseizoen.
Dit en andere vrijgevige donaties werden toegestaan door de gemeenschap
van bekeerden zodat ze met hun oefeningen door konden gaan.
Zo kregen ook steeds meer mensen de kans om over Boeddha te horen.

Na een tijdje werd Boeddha door zijn vrouw, zoon, vader en tante benaderd.
Zijn zoon werd ook een monnik.
Hij leerde hem de gevaren die je kreeg als je gelogen had.
Boeddha’s vader werd een bedaarde volger,
omdat hij bedroefd was dat zijn zoon en kleinzoon vertrokken en het monnikenleven in gingen.
Hij vroeg Boeddha of hij de regel in wilde stellen dat als mannen monnik wilde worden
dat ze dan eerst hun ouders om toestemming moeste vragen.
Boeddha liet het erbij.

Zijn vrouw en tante werden toegestaan in de Sangha die eigenlijk alleen voor mannen was.
Door de cultuur en tijden heen raakten vrouwen steeds lager dan de mannen
en werden dan ook minder belangrijk.
Eerst leek het dat als ze vrouwen zouden toestaan in de Sangha dat het geloof zou afzwakken,
maar Boeddha kreeg medelijden en dus werden zijn vrouw en tante de eerste Boeddhistische nonnen.

Boeddha zij dat het niet uitmaakte hoe iemand er voor stond in de wereld,
wat zijn achtergrond was, ook maakte het niet uit hoe rijk iemand was of wat voor nationaliteit iemand had.
Ze waren allemaal bruikbaar en welkom in de Sangha.
De eerste echte monnik, Upali, die eerst een kapper was,
had een hogere rang dan koningen, omdat hij als eerst zijn eed aflegde.

Boeddha’s leven was niet zonder teleurstellingen.
Zijn neef Devada was een ambitieuze man.
Hij vond dat die wel een grotere macht mocht hebben in de Sangha.
Hij kreeg het voor elkaar een paar monniken te beïnvloeden
zodat hij in zou stemmen voor een extreme ascese.
Ook legde hij contact met een plaatselijke koning om de Boeddha te vermoorden
zodat hij de Sangha over kon nemen.
Maar zijn plan mislukte.

Boeddha had zijn “Verlichting” volbracht op vijfendertig jarige leeftijd.
Hij wilde de mensen in noordoost India onderwijzen voor nogmaals vijfenveertig jaar.
Toen Boeddha tachtig jaar oud was, vertelde hij zijn vriend en nicht Amanda dat hij ze snel zou gaan verlaten.
En zo kwam het dan hij in Kushinagara, nog geen 100 mijl van zijn thuisland.
Hij at bedorven voedsel en werd erg ziek.
Hij ging in een diepe meditatie onder een bosje van Salsa bomen en overleed daar.
Zijn laatste woorden waren: “Vrijblijvend zijn alle teweeggebrachte dingen”
en “Strijd door bij bewustzijn”.

Na de dood van Boeddha is het Boeddhisme toch voortgebracht
en zijn er nu meer als vierhonderd miljoen boeddhisten over de hele wereld verspreidt
in: Azië, Europa, Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië.
Het boeddhisme heeft zich in twee hoofdrichtingen ontwikkeld:

1) Het Hinayana (het kleine voertuig).
2) Het Mahayana (het grote voertuig).

Het Hinayana boeddhisme heeft zich in zuidelijke richting verspreid naar:
Sri Lanka, Thailand, Birma, Laos, Cambodja en Zuid-Vietnam.

Het Mahayana boeddhisme heeft via Tibet, China, Mongolië en Korea ook in Japan aanhangers gekregen.

Goden of goden

Het boeddhisme kent geen goden noch Goden,
het is dan ook geen godsdienst,
omdat er binnen een godsdienst goden worden geëerd, zoals het Jodendom, Christendom, Hindoeïsme of Islam.
Het is dus een religie die dingen tot elkaar brengt,
de manier hoe je tot de werkelijkheid komt is heel belangrijk.
Er wordt door veel mensen gedacht dat Boeddha een van de goden van het boeddhisme is,
omdat er zoveel beelden van hem zijn, maar Boeddha is nu juist weer de stichter.
Er zijn ook veel beelden van andere personen, ook dat zijn geen goden.
Die beelden zijn gewoon belangrijke mensen die veel goede dingen
of uitvindingen gedaan hebben voor hun geloof.
Zo zijn er ook mensen die een beeld laten maken van een overleden familielid.
Op die manier blijven ze het familielid en houden zijn geest dan in ere.

Het belangrijkste beeld wat er is dat is van Siddharta Gautama, boeddha, de stichter van het boeddhisme.
Er zijn van hem ook meerdere beelden in verschillende grote, maten en kleuren.
Hij heeft de grondslag gelegd voor het boeddhisme en heeft een school opgericht.
Door de jaren heen zijn er veel personen geweest die wat verandert of toegevoegd hebben aan het boeddhisme.
Van veel van die mensen waar wat over bekend is en beeld van.

Zo staat er hieronder ook een raar persoon.

Er is ook een beeld van een legende die wel heel leuk is.
Het is geen hij of een zij.
Deze monnik viel tijdens het mediteren altijd in slaap.
Na een tijdje vond hij het niet leuk meer en sneed daarom zijn oogleden af die hij ergens neer smeedt.
Op begeven moment begon er op de plek waar de afgesneden oogleden lagen een plantje te groeien.
Hij vond het zonde om de blaadjes weg te gooien.
Dus deed hij de blaadjes in het water wat hij aan het koken was.
Toen het water gekookt was, schonk hij het brouwsel in het glas.
Voordat hij het op ging drinken, haalde hij de blaadjes eruit. Hij vond het erg lekker.
Hij heeft dus zogezegd de thee uitgevonden.
Sindsdien is thee erg belangrijk voor het boeddhisme.

Zo zijn er binnen het boeddhisme nog veel meer goden,
maar dan wordt het een lijst dat teveel wordt om op te noemen.

Heilige geschriften

De boeddhisten hebben geen heilige geschriften.
Er zijn wel geschriften geschreven door leraren,
maar de meeste zijn in het chinees geschreven en worden dan door vele mensen vertaald.
Zo komen er ook verschillen tussen de vertalingen en dan gelooft de een zijn vertaling
en de ander gelooft ook weer in dat van een ander.
Het zijn manieren hoe je tot de werkelijkheid komt.
Veel mensen hebben hun eigen idee achter deze geschriften.
Omdat iedereen zijn eigen manier heeft om achter de werkelijkheid te komen
en iedereen de geschriften anders leest en begrijpt.

Monniken en nonnen

In India hoorde Rahoela en zijn neef Ananda tot de eerste monniken.
In boeddhistische landen als Thailand en Birma zijn jongens vaak een paar maanden in een klooster.
Dat is deel van hun opvoeding.
Als zij van huis gaan, dragen zij mooie zijden kleding en rijden op een wit paard,
net als prins Siddhartha, voordat hij de Boeddha werd.
Zodra de jongens in het klooster aankomen,
worden zij kaalgeschoren en krijgen zij eenvoudige oranje kleding.
Terwijl zij in het klooster zijn, leren zij over Boeddha.
Maar ze krijgen ook hun gewone schoolvakken.
Sommige jongens blijven in het klooster om monnik te worden.
De andere gaan na een paar maanden weer terug naar huis.
Boeddhistische monniken leven heel eenvoudig.
Ze bestuderen teksten en leren mediteren.
Ze helpen bij de dagelijkse gang van zaken in een klooster, organiseren feesten en vieringen,
en werken soms samen met de mensen uit de buurt.
In landen als Sri Lanka en Thailand hopen de mensen er beter van te worden
als ze monniken voedsel toestoppen in hun bedelnappen.
Monniken nemen dit voedsel mee naar hun klooster.
Dit voedsel vormt hun enige maaltijd en moet voor twaalf uur worden opgegeten.
Verder zijn er veel meer monniken dan nonnen.

Tempels en andere plaatsen

Eén van de heiligste plaatsen van boeddhisten is de geboorteplaats van Boeddha.
Dat is de plaats Loembini in Nepal.
Pelgrims kunnen er tegenwoordig een moderne tempel bezoeken toegewijd aan koningin Maya,
en het bad waar ze voor de geboorte van Boeddha in had gebaad.
En de ruïnes van het paleis waarin prins Siddhartha in zijn jongensjaren doorbracht liggen er vlakbij.
Verder zijn er nog twee heel heilige plaatsen voor Boeddhisten die zijn:
de bodhi-boom in Bodh Gaya in Oost-India waar prins Siddhartha werd verlicht.
En zijn sterf plaats Koeshinagara waar ook een beeld van Boeddha ligt op zijn zij.

Manden en soetra’s

Ongeveer vierhonderd jaar na de dood van boeddha is zijn leer mondeling doorgegeven.
Tot de eerste eeuw voor Christus is niets opgeschreven.
Toen is de leer van Boeddha verzameld in de Tripitaka, de drie manden.
De eerste bevat regels voor de monniken en nonnen.
De tweede de leer van Boeddha en de derde de uitleg van de leer van Boeddha.
De delen worden manden genoemd omdat de teksten vroeger op palmbladeren werden geschreven
en die werden in manden bewaard. De drie manden zijn de belangrijkste teksten voor de Theravada-boeddhisten.
De Mahayana-school noemt zijn geschriften soetra’s.

De leer van Boeddha

De leer van boeddhisme bestond zo 2500 jaar geleden.
In het boeddhisme staat dat de mens met alles wat zich in die mens afspeelt, centraal is.
Het doel van deze waarheden is om een antwoord te geven op een concreet menselijk probleem: het lijden.
Het leven bestaat uit allerlei vormen van lijden: pijn, verdriet, haat, noem maar op.
Dit lijden wordt niet geleid door een hogere macht, maar de oorzaken liggen vooral in de mens zelf (het karma).
Dat betekent ook dat de mens zich ervan kan bevrijden.
Siddharta Gautama in zijn opperste verlichting onder de “bodhiboom”
(bodhi is verlichting) kreeg, wordt “De Vier Edele Waarheden” genoemd.
Die waarheden zijn:

1.Het lijden, als synoniem voor de gerechtigheid aan het aardse bestaan en het niet verlost zijn uit de keten van wedergeboorten.
2.De oorsprong van het lijden, namelijk het verlangen en de zucht naar vreugde, lust en bezit.
3.De opheffing van het lijden, dat wil zeggen de vernietiging van begeerte, haat en onwetendheid.
4.De we naar de opheffing van het lijden in de vorm van “Het Edele Achtvoudige Pad”. Dit pad houdt in:
-de juiste inzichten (overeenkomstig de vier waarheden)
-de juiste bedoelingen (geen bezitsdrang, wreedheid of boosheid)
-de juiste woorden (geen leugens, roddels of ruwe taal)
-Het juiste handelen (geen geweld tegen mensen of dieren, niet stelen en niet genieten ten koste van anderen.
-De juiste levenswijze (een eerlijk en heilzaam beroep)
-De juiste inspanning (inzet om het heilzame te bevorderen)
-De juiste aandacht (alert zijn voor het hier en nu)
-De juiste concentratie (op het hier en nu, of op een heilzaam object)

De drie sieraden.

De Boeddha is één van de drie sierraden van het boeddhisme.
De andere twee zijn de dharma ofwel de leer van Boeddha,
en de sangha ofwel de boeddhistische gemeenschap.
Alle boeddhisten verbinden zich aan deze drie idealen en nemen deze als hun leidraad voor het leven.
De vijf voorschriften zijn:
1.Levende wezens niet schaden of doden;
2.Geen dingen nemen die je niet gegeven worden;
3.Verstandig en zuiver leven;
4.Niet onvriendelijk of oneerlijk doen;
5.Geen verdovende middelen of alcohol gebruiken.
Ieder mens kan zichzelf verlossen van innerlijke binding aan materie
en lijden en daarmee van het lijden zelf, en verlicht worden,
door dit Pad te gaan en door zijn toevlucht te zoeken bij “De Drie Juwelen”, namelijk Boeddha.
Als een historische figuur en als een beginsel van verlichting.
Dharma - De leer en tegelijk de komische wet, en Sangha –
De gemeenschap, zoals die van de monniken als van diegenen die de komische wet hebben verwezenlijkt.
Drie keer heeft Boeddha “Het Rad van de Leer aan het draaien gebracht”.
Dat wil zeggen een rede gehouden waarin hij achtereenvolgens drie niveaus van begrijpen aansprak.
Van hieruit zijn er drie verschillende richtingen ontstaan,
die “De Drie Voertuigen genoemd worden. Die voertuigen zijn:

1. Hinayana – het “Kleine Voertuig”, ook wel de Theradava genoemd.
In deze beginleer gaat men ervan uit dat ieder mens door vele levens
heen verlichting kan bereiken door zelfdiscipline en voor zichzelf alleen.
Diegene die zich daar naartoe richt op de Vier Waarheden en het Achtvoudige Pad te volgen.
En het doel willen bereiken van Nirvana, dat is de plek waar alle lijden meteen zijn opgelost.


2. Mahayana – het “Grote Voertuig” die wordt ook wel Bodhistvayana genoemd.
In deze “middenleer” wordt ervan uit gegaan dat de verlichting alleen te bereiken is via hulp van buitenaf.
Training en lering door een verlichte leraar,
maar ook geloof en toewijding en de hulp van de tijdloze voeren de Bodhisattva’s naar het boeddhaschap.
Het doel is de absolute leegte.


3. Vajrayana – het “Diamanten Voertuig”, ook wel de Tantrayana genoemd.
Deze eindleer gaat uit van de opvatting dat ieder wezen potentiële Boeddha is;
hij is zich daar niet van bewust door de dichte mist van onwetendheid en verwarring die zijn geest verduistert.
Dit is ook de oorzaak van lijden.

Zowel de woorden - als de beeldentaal van Mahayana en Vijrayana zijn rijk aan de symboliek.
Ieder aspect van verlichting vindt zijn uitbeelding in een van de Boeddha’s
en de Boddhisattva’s en in de godengestalten die vaak overgenomen zijn van oudere religies.
Het aanschouwen van beelden is een meditatieoefening tot innerlijk contact met het uitgebeelde aspect,
waarbij elk handgebaar, elke houding, elk afzonderlijk attribuut een symbolische betekenis heeft.
Dit was de leer van Boeddhisme.

Boeddhistische feesten
Er zijn veel boeddhistische feesten, soms verschillen zij van land tot land of van plaats tot plaats.

Vesak

Dit feest wordt gevierd op de avond van de volle maan in mei.
De Theravada-boeddhisten vieren dan de geboorte, de verlichting en de dood van Boeddha.
Het is een blij feest en de beelden van Boeddha worden dan versierd met lichtjes.

Het feest van de Gouden Tand

Dit feest wordt gevierd op de avond van de volle maan in augustus
in Kandy in Sri Lanka, en is een Theravada-feest.
Dan loopt er een optocht van mooi versierde olifanten door de stad.
Zij dragen een gouden kistje mee. Daarin zit de tand van Boeddha.
Volgens de overleveringen is die gered van de brandstapel van Boeddha.
Hij wordt bewaard in een tempel in de buurt van Kandy.
Er wordt tijdens dit feest veel gedanst en er wordt vuurwerk afgestoken.

Hana Matsoeri

Op 8 mei vieren de Japanse boeddhisten de komst van de lente
en de geboorte van Boeddha met het bloemenfeest Hana Matsoeri.
Soms maakt men ook de bomengroep in het klein van Loembini na,
of de witte olifant, die de geboorte van Boeddha aankondigde.

O-bon feest

Dit is één van de twee Mahayana-feesten. Het wordt in juli in Japan gevierd.
Tijdens het feest gedenken families de geesten van hun voorouders.
Op de eerste dag worden die geesten welkom geheten.
Op de tweede dag is er een groot feest, met dansen, muziek en speciaal eten.
Op de derde dag nemen de families weer afscheid van de geesten van hun voorouders en brengen ze offers aan Boeddha.
Het is ook de laatste dag van het feest.

SCHOOL

Voor veel families in India is het moeilijk om hun kinderen naar school te sturen.
Niet alleen moet voor ieder kind ouder dan tien jaar schoolgeld betaald worden, maar voor heel veel ouders is het moeilijk de verplichte schooluniformen, boeken en schriften te betalen. Veel kinderen krijgen daarom geen onderwijs. Op het platteland gaan twee van de drie kinderen niet naar school. Niet alleen vinden veel ouders school te duur, ze hebben ook liever dat hun kinderen meehelpen op het land. Ook in de stad krijgen veel kinderen geen onderwijs, ongeveer twee van de vijf. Als ouders kinderen naar school sturen dan jongens boven meisjes. Van de Indiase vrouwen kunnen er drie van de vier niet lezen en schrijven.

Verschillende tradities

De verspreiding van het boeddhisme betekende ook, dat er verschillende groepen of scholen ontstonden. Deze groepen of scholen verschillen in de manier waarop zij de leer van Boeddha uitleggen.
In Nepal, China, Japan, Vietnam en Korea vind je de Mahayana-school.
In Sri-Lanka, Birma, Thailand, Cambodja, en Laos de Theravada-school, en in Tibet, Bhutan en Mongolië de Tantraschool.
De belangrijkste zijn de Theravada-school en de Mahayana-school.

De Theravada-school probeert alles precies te doen volgens de leer van Boeddha. De volgelingen geloven, dat elk mens helemaal verantwoordelijk is voor zijn lot. Alleen monniken kunnen volgens hen verlicht raken.

De Mahayana-school is vrijer: daar bestaan verschillende meningen over het geloven naast elkaar. De volgelingen geloven, dat het leven en wat mensen doen, nauw verbonden is met wat anderen doen. Iedereen krijgt de kans, volgens hen, zich te ontwikkelen. Belangrijk is onder anderen het ideaal van volmaaktheid.

In Japan heet het boeddhisme Zen. Japanners leggen grote nadruk op het bereiken van verlichting door te mediteren. Verder vinden zij het lezen van heilige teksten, het doen van goede werken, vechtsporten, schilderen en dichten ook goede manieren om je te leren concentreren. Want een goede concentratie is nodig voor het mediteren.

Het Tantraboeddhisme in Tibet heeft geestelijke leiders die lama’s worden genoemd. De hoogste leider heet de Dalai Lama. Omdat China, die Tibet sinds 1959 bezet, de boeddhisten en hun leiders vervolgt, woont de Dalai Lama nu in India. Wanneer een Dalai Lama sterft, gaat men op zoek naar een baby, een jongetje, dat hem kan opvolgen. Vroeger werd die meegenomen naar de hoofdstad van Tibet, Lhasa, om hem verder op te leiden.

Het zencentrum

Is een centrum om te mediteren. Boeddhisten mediteren om alles op nieuw te ervaren. Niet alles te bekijken vanuit wat je al weet. Mediteren is eigenlijk zitten. En je leeg proberen te maken. Je probeert achter de waarheid te komen.

Het boeddhisme is ontstaan door de prins boeddha omdat hij op een dag erachter kwam dat niet alles roze geur en maneschijn was. Ging hij tegen zijn vader wil de wijde wereld in. Zijn vader zei: dat kan niet jij bent de troon opvolger. Boeddha liet hem 3 dingen beloven laat mij niet oud worden, ziek worden, dood gaan. Dat kon zijn vader niet beloven dus ging Boeddha op pad. Op een dag ging hij zitten onder een boom tot de waarheid naar hem toe kwam. Het was een moeilijke tijd maar het licht kwam en hij vond de waarheid. De waarheid van:
* het geheim van het leven
*de oorzaak van het lijden en de genezing
Zo is het mediteren en het boeddhisme ontstaan. Aan het boeddhisme hebben 1000den mensen wat toegevoegd en weg gelaten.

We ging na een lang maar boeiend verhaal naar beneden. We moesten onze schoenen uit doen.

In de eerste ruimte word gegeten en er worden lezingen gehouden, heel soms is er hier ook een feest. De zaal is precies 7.70m bij 7.70 meter volgens te boeddhistische regels. Er staan veel beeldjes in deze zaal. Alle beeldjes staan ergens voor een belangrijk legende of een belangrijk persoon. Het zijn geen goden, want het boeddhisme heeft geen goden. Het is wel een religie.

Een religie is eigenlijk = wat gescheiden is tot een eenheid maken. En hoe je dat ook doet of je dat nu met het christendom of jodendom of boeddhisme doet dat maakt niet uit, het komt allemaal op hetzelfde neer. Het is allemaal een manier op het licht te zoeken om achter de werkelijkheid te komen. Bij een religie (zoals het Boeddhisme) moet je zélf dingen ontdekken (het woord zegt het al: het dek eraf halen/kijken wat eronder zit.

Er staat ook een beeld van een legende die wel heel leuk is. Het is geen hij of een zij. Maar de persoon viel altijd in slaap met mediteren na een tijdje toen sneed hij zijn oogleden af een smeed ze weg. Op de plek waar de oogleden lagen begon een plant te groeien. Hij vond het toen zonde om de blaadjes weg te gooien en besloot ze maar in het water te warmen. Hij schonk het in een glas en dronk het op, hij vond het erg lekker. Het was een thee plant. Binnen het boeddhistische geloof is thee erg belangrijk.

Daarom komen we in de volgende kamer in de thee ruimte. Het is een soort keukentje met allerlei middelen om thee te kunnen zetten. Daar kan thee worden gezet voor bijvoorbeeld thee ceremonies.

De derde ruimte is de meditatie ruimte

Langs de muren stonden een soort tafel met daarboven op allemaal kussens met een kaars erboven. De kaarsen zijn gewoon weg voor het licht. Je zou zeggen gebruik dan elektriciteit maar dat heeft invloed op je karma en dat is dan weer eigenlijk erg slecht. In het midden ligt ook een kussen daar zit de leraar op om dingen te vertellen en om op je te letten of je wel goed zit. Als je verkeert zit is hij degene die je goed recht zet. Hij heeft het boek met de spreuken voor zich of de liederen. Ze zitten met hun gezicht naar de muur toe.

Aan de kamer zit een apart hokje voor de laatkomers ze kunnen daar gaan zitten zodat ze de rest niet storen. Ook op de gang zit je met je gezicht naar de muur. Die kunnen dan weer tussenvoegen als ze een lopende meditatie hebben.

De Vrouw in het Boeddhisme

Symposium “De Vrouw in de Wereldgodsdiensten” Leuven, oktober 1994

Er valt niet aan te ontsnappen.
Wanneer men leeft als vrouw, in de 20ste eeuw, in de westerse samenleving
kan men de vraag proberen ontwijken, enige tijd…
Maar op een bepaald ogenblik, lijkt ontwijken op vaandelvlucht.
Men kan dan verwijzen naar het Malunkyaputto-sutta, de leerrede aangaande de ‘nutteloze vragen’.
Dat kan zinvol zijn voor insiders.
Voor anderen is het een kluitje in het riet. En tenslotte behoren vrouwen toch ook tot de lijdende wezens in deze samsara wereld?
Dan toch maar de knoop doorhakken: proberen te situeren, ‘de plaats’ van ‘de vrouw’ in ‘het boeddhisme’…

Wanneer men de vraag stelt of de vrouw miskend en gediscrimineerd is geworden in de traditie van het Boeddhisme, dan is het antwoord “ja”. Wanneer men de vraag stelt of de vrouw ook uitgesloten is geworden uit erediensten, religieuze praktijken en functies, dan is het antwoord eveneens bevestigend.

Wanneer u de vraag stelt of de vrouw ooit uitgesloten werd uit het verwezenlijken van het heil - het verwezenlijken van verlichting - dan is het antwoord nogmaals bevestigend.

Aangezien het Boeddhisme een leer is die de ‘illusie’ als onheilzaam bestempelt, moeten we, ook wat deze vraagstelling betreft, zo snel mogelijk met alle illusies afrekenen.

Maar wanneer men ook nog de vraag stelt of de oorzaak voor deze discriminatie in de Leer zelf terug te vinden is, dan is het antwoord absoluut negatief.

In de teksten staat - met een hardnekkigheid eigen aan de stijl van een orale traditie - dat de Leer verkondigd is voor alle wezens, mannen én vrouwen, monniken én nonnen, leken, armen en rijken…

De enige reden waarom een mens de verlichting niet zou verwezenlijken is “dat hij gehinderd wordt door de zwaarte van onjuiste opvattingen en diepwortelende passies. Het is zoals de zon die gesluierd door wolken, geen stralen kan uitzenden zolang de wind de wolken niet verdreven heeft” (Mui Neng: Sutra over de Juwelen van de Leer, 29).

Maar hoezeer Gautama Buddha in zijn Leer ook de nadruk heeft gelegd op niet-onderscheid, op niet-tweeheid - noch tussen monniken en leken, noch tussen armen en rijken, noch tussen mannen en vrouwen - het zou toch maar een illusie te meer zijn te denken dat een religieuze boodschap in staat zou zijn de aarde met al de wezens die haar bewonen ingrijpend te veranderen, in de zin van het ideaal beeld dat geschetst wordt.

In de praktijk lijkt het er eerder op dat niet-religieuze figuren, eerder zelfs figuren die zich tegen een religieuze beweging kanten, méér invloed uitoefenen, waarschijnlijk vanuit een meer sociaal, werelds-gericht standpunt. Maar daarover verder meer.

De mens is een religieus wezen, kàn een religieus wezen zijn, maar hij is ook een maatschappelijk-sociaal wezen, een element in een samenleving. Op religieus niveau kan men het individuele in die mate overstijgen, dat rang, stand of geslacht van het individu onbelangrijk worden.

In de maatschappelijke wereld echter, waar het erop aan komt onderdak en broodwinning te verwerven, het voortbestaan veilig te stellen in de vorming van gezinnen, het baren van kinderen, opvoeding en verzorging te verschaffen, daar valt het moeilijker het geslacht van een individu te negeren, al was het maar vanuit biologisch- fysisch standpunt.

Meestal is het zó dat de culturele context van een samenleving aan het individu gedragspatronen oplegt, die niet noodzakelijkerwijze in overeenstemming zijn met de religieuze doelstellingen. Religie en cultuur maken deel uit van elkaar, zijn op een bijzondere - maar meestal zéér ingewikkelde wijze - met elkaar vergroeid. Maar de eenheid van religie en cultuur moeten we waarschijnlijk naar de gouden tijd van de mythe verwijzen.

Hoewel én mystiek én sociale organisatie aan dezelfde religieuze bron ontstaan, lijken er zich heel snel groepen te vormen die door het benadrukken van het ene of andere aspect snel uit elkaar groeien.

Wanneer we het historische verloop van grote religieuze stromingen bekijken, kunnen we vaststellen dat het zelden de spirituele normen zijn die de wetten van samenleving uitmaken. De druk, uitgeoefend door sociale en economische elementen van een cultuur, halen praktisch altijd de bovenhand. Mystiek en contemplatie hebben de neiging zich achter kloostermuren terug te trekken.

Het Boeddhisme bij zijn ontstaan in India, bij zijn evolutie in China en later in Japan en Tibet, heeft dergelijke verschillende culturele vormgevingen aangenomen dat men toch herhaaldelijk de boeddhistische kern gaat zoeken om zich ervan te vergewissen dat het nog altijd over Boeddhisme gaat.

De Indische samenleving in de 6de eeuw vóór onze tijdrekening verschilde niet veel van de meeste traditionele samenlevingen wat betreft de situatie van de vrouw: de vrouw als eigendom van ouders, echtgenoot, broers of zonen, de vrouw als echtgenote en moeder van zonen.

Laten we veronderstellen - en er zijn voldoende aanwijzingen dat we dat ook mogen doen - dat de gemeenschap rond de figuur van de historische Boeddha Gautama Shakyamuni een ideale - of een zo ideaal mogelijke - boeddhistische samenleving was, mede onder invloed van het tastbare charisma van deze religieuze leider.

Deze sangha, deze gemeenschap van mannen en vrouwen keerde zich onder de leiding van Gautama Buddha af van een op-dat-ogenblik verworden Brahmanisme. In deze sangha was de vrouw ‘volledig’ aanwezig: leek of non, gehuwd, weduwe, moeder of kinderloos. Ze behoort tot de welstellende stand die de Boeddha geregeld uitnodigt voor het eten, voor een verblijf in de tuin met uiteenzetting over de Leer; ze ontvangt de Leer en verspreidt mede de Leer. Wanneer de Boeddha spreekt over zijn beste leerlingen, zijn daar zowel mannen als vrouwen onder (b.v. Anguttara Nikaya I,24).

Trevor Ling, godsdiensthistoricus, beschrijft deze sangha als een groep mensen die zich eveneens tegen de toenmalige maatschappelijke ontwikkeling afzetten: de overgang van semi-nomadisme naar het sedentaire leven, de plotse ongeremde aangroei van de stedelijke bevolking, en daarmee samengaand het opkomende individualisme van een welvarende samenleving waarin de traditionele waarden van een stammengemeenschap verloren waren gegaan. Tegenover de toestand van onbehagen (dukkha) voortgekomen uit de ontreddering van een samenleving, stelde de Boeddha als oplossing de anatta-gedachte: het loslaten van het zelf, - wat men in profane termen ‘een tot het uiterste relativeren van het individuele ik’ zou kunnen noemen. Dit betekent niet alleen het verzaken van materiële bezittingen, maar ook het loslaten van een wereldvisie of levensvisie waarin ‘ik’ centraal staat, en het loslaten van alle betrachtingen en verlangens in functie van het individuele ‘ik’.

Teksten uit die ‘eerste’ periode bevestigen dat in de ‘nieuwe samenleving’ geen discriminatie bestond, noch in theorie noch in praktijk. Het sterk uitgesproken standenverschil dat later zou bevestigd worden in het Indische kastenstelsel, was niet van kracht in deze gemeenschap.

Maar zoals alles is ook de sangha aan verandering onderworpen. De oorspronkelijke boeddhistische gemeenschap bleef niet klein en het charisma van de Boeddha verzwakte met het verdwijnen van zijn fysieke aanwezigheid. Zonder al te veel verbeelding weet men toch dat een ‘elitaire groep’ niet totaal onberoerd kan blijven voor het omringende culturele klimaat. Menselijke wezens die in een religieuze wereld leven, leven ook in een wereld van sociale verhoudingen. Wanneer het religieuze ideaal het loslaten van alle ik-berekeningen voorstelt, dan betekent het nog niet dat de volgelingen dat ook in praktijk brengen.

De eerste sporen van discriminatie (en dat niet alleen aan het adres van de vrouw!) vindt men rond de tijd dat er zich in het Boeddhisme een belangrijke splitsing in verschillende stromingen voordoet: de groep van de thera’s (monniken) gaat zich verwijderen van de Mahasanghika, de ‘Grote Gemeenschap’ van leken en muni’s (‘wijzen’).

De gemeenschap van mensen die alle bezittingen, alle verschil in stand of geslacht hebben laten varen, gaat zich settelen, en in de kloosters verschijnt het patroon van de omringende, door mannen gedomineerde wereld. De monniken bezitten van nu af aan het monopoly van de Leer die een doctrine wordt, en zelfs van het heil. Het bestaand patroon van de vroegere religieuze organisatie heeft opnieuw de kop opgestoken.

Het maakt niet uit dat in Kalama-sutta (Anguttara Nikaya III,65) gesteld wordt dat men niets moet aannemen op het gezag van anderen, van leraars, van teksten of tradities, dat men enkel uit eigen ervaring kan weten wat heilzaam of onheilzaam is. Van nu af aan zijn er ‘gezagsdragers’ die dat weten en er tevens over beslissen.

De Mahasanghika-beweging daarentegen bestond hoofdzakelijk uit leken, mannen én vrouwen, vaders én moeders die de werkelijkheid van de existentie op een andere, misschien meer aardse manier hadden ervaren. Dat er in die Mahasanghika een andere sfeer bleef bestaan is terug te vinden in de teksten van de Mahayana-scholen, waar de monniken niet alleen gerelativeerd en bekritiseerd worden, maar soms zelfs heel belachelijk in de verf gezet.

In het Vimalakirtinirdesa-sutra vindt u het verhaal van de arme Sariputra - één van de vijf belangrijkste leerlingen van de Boeddha - die zo een afkeer heeft van het vrouwelijke - als belemmering voor het bereiken van verlichting - dat hij vanwege een godin een lesje krijgt: ze verandert hem prompt in een vrouwelijke figuur en zijzelf neemt het uiterlijk van Sariputra aan. Hij begrijpt wél de les onmiddellijk en ziet in dat het geslacht van een individu niet van tel is in het verwezenlijken van verlichting. Of hij nadien veranderd is in zijn opvatting over de vrouw of in zijn houding tegenover de vrouw, vermeldt de tekst niet…

Alle mooie beginselen en grappige verhaaltjes ten spijt: de discriminatie van de vrouw is een blijvend verschijnsel geweest in de geschiedenis van het Boeddhisme.

En hoe onwaarschijnlijk dit ook mag klinken voor hen die vertrouwd zijn met de Leer, deze discriminatie is zelfs gefundeerd met bewijzen vanuit de leerstellingen zelf!

Een paar voorbeelden daarvan.

Een eerste bewijsvoering refereert naar het concept ‘karma’: “een individu is getekend door zijn karma, waaraan niet te ontkomen is. Als men het karma heeft vrouw te zijn, valt niet te ontsnappen aan de gevolgen daarvan: verlichting als vrouw is uitgesloten.”

Karma is een pre-boeddhistisch concept: de interpretatie ervan gaf aanleiding tot verschillende stromingen in de Vedische religie. De Boeddha heeft afstand genomen van de Vedische visie op karma en alle scholen ervan bekritiseerd (determinisme, fatalisme, kans- geluk-toeval). Karma heeft voor de Boeddha de functie om de samsarische wereld, de lijdenswereld, te beschrijven: het patroon daarvan is de pratitya samutpada, het ontstaan in afhankelijkheid. Hij waarschuwt voor het zich teveel bezighouden met karma: het is een onontwarbaar kluwen, waarvan men de samenhang niet kan reconstrueren, tenzij men het inzicht van de verlichting verwezenlijkt.

Karma kan dus enkel van dienst zijn in het beschrijven van de toestand hier-en-nu van een individu, en van de weg die hij heeft te gaan op het pad van de verlichting. Maar karma is nooit een verklaring, een verantwoording, een retributief concept, geladen met vergelding van goed en kwaad.

Hier zien we een verschijnsel optreden dat alle kenmerken vertoont van wat de socioloog Ryan (in Blaming the Victim, 1971) het ‘victim blaming paradigma’ heeft genoemd: de problemen van de verdrukten zijn inherent aan de slachtoffers en niet aan hen die de verdrukking in stand houden. Wanneer de vrouw op een bepaald ogenblik in het Boeddhisme uitgesloten wordt van het vermogen de verlichting te verwezenlijken, dan is de oorzaak daarvan te zoeken in haar individueel karma. Diegenen die deze verordening hebben bedacht treft geen schuld.

Maar het feit dat discriminatie in een instituut bestaat, betekent nog niet dat ze aanwezig is in de Leer.

een introductie in het Tibetaans boeddhisme

Veertien kernonderwerpen uit het Tibetaans boeddhisme.
De geest en zijn potentieel
Leren mediteren
Een overzicht van het pad naar de verlichting
Het belang en de rol van spirituele leraren
Sterven en wedergeboorte
Karma, de wet van oorzaak en gevolg
Toevlucht zoeken en vinden in de boeddhistische leer
Het opbouwen van een dagelijkse beoefening
Samsara & nirvana: het gebrekkige bestaan en de bevrijding ervan
Hoe ontwikkel je liefdevolle vriendelijkheid en mededogen voor iedereen?
Problemen transformeren
Wat is wijsheid?
Een introductie in tantra, het snelle pad
Retraites & beoefeningen

1. De geest en zijn potentieel
In het Tibetaans boeddhisme leren we dat de geest een allesbepalende factor is in het leven. Onze geest bepaalt bijvoorbeeld of we een gebeurtenis als geluk of als lijden ervaren. Daarom is het bijzonder belangrijk om te weten wat 'geest' eigenlijk is en hoe hij functioneert. En wat is het verschil tussen de geest en de hersenen? In deze module wordt ingegaan op de kenmerken van de geest, de verschillende factoren die de geest beïnvloeden en het effect daarvan op ons welzijn.

2. Leren mediteren
Meditatie is een techniek waarmee we zelf onze geest kunnen beïnvloeden, waarmee we belangrijke inzichten tot stand kunnen brengen en verankeren, waarmee we heilzame neigingen van onze geest (verder) kunnen ontwikkelen en schadelijke neigingen kunnen verminderen en uitbannen. In deze module komen aan bod: de juiste meditatiehouding, concentratiemeditatie, analytische meditatie, obstakels herkennen bij het mediteren en deze omzeilen door het toepassen van tegenkrachten.

3. Een overzicht van het pad naar de verlichting
Ongeveer 560 voor Christus werd de historische Boeddha Sakyamoeni geboren als Prins Siddharta in een klein koninkrijk in Noord-India. Als Indiase prins had hij een zeer comfortabel, rijk en zorgeloos leven. In de wereld buiten zijn paleis werd hij echter geconfronteerd met ziekte, ouderdom en dood. Dat was voor hem aanleiding om zijn koninklijk bestaan vaarwel te zeggen en op zoek te gaan naar de verlichting, de bescherming tegen het lijden. Zijn inzichten en ervaringen gaf hij door aan zijn leerlingen, zodat zij net als hij de verlichting zouden kunnen bereiken. Tot op de dag van vandaag is de weg die de Boeddha bewandelde in een ononderbroken overleveringslijn doorgegeven, waardoor het ook voor ons mogelijk is het boeddhaschap te bereiken. Wat moeten we ervoor doen om net als Prins Siddharta de verlichting te bereiken en boeddha te worden? Het overzicht van het boeddhistische pad naar de verlichting wordt in het Tibetaans LAM RIM genoemd.

4. Het belang en de rol van spirituele leraren
Een spiritueel pad volgen zonder spiritueel leraar is als een reis maken zonder gids. Wil je zonder al te veel dwalen op de juiste bestemming aankomen, dan heb je een goede gids nodig. Maar hoe vind je een betrouwbare en bekwame gids? Aan welke kwalificaties moet een spiritueel leraar voldoen? En aan welke zijn leerlingen?

5. Sterven en wedergeboorte
In het Tibetaans boeddhisme is veel bekend over het proces van sterven en wedergeboorte. Deze module is geschikt voor iedereen die graag meer wil weten over hoe hij of zij beter voorbereid kan zijn op de dood van familieleden en vrienden en op de eigen dood, iedereen die zich afvraagt hoe terminaal zieken en stervenden het best kunnen worden begeleid, of die houvast zoekt in de moeilijke tijden van afscheid nemen.

6. Karma, de wet van oorzaak en gevolg
Volgens het boeddhisme creëren we met iedere gedachte, ieder woord en iedere daad oorzaken voor toekomstige ervaringen. De wet van oorzaak en gevolg, 'karma' genoemd, bepaalt welke oorzaken zullen uitmonden in persoonlijke gelukservaringen en welke in persoonlijk lijden. Gelukkig kunnen we nog steeds invloed uitoefenen op de potentieel negatieve gevolgen van activiteiten die we al hebben verricht? Onderzoek in deze module hoe de wet van oorzaak en gevolg in elkaar steekt.

7. Toevlucht zoeken en vinden in de boeddhistische leer
De Boeddha, de Dharma (de boeddhistische leer) en de Sangha (de spirituele gemeenschap van beoefenaars) worden in het Tibetaans boeddhisme ook wel de drie juwelen genoemd. Ze worden vergeleken met een dokter, een medicijn en verpleegkundigen, omdat ze ons veel lijden kunnen besparen. Door toevlucht te nemen in de drie juwelen geven boeddhisten hun leven een veilige richting, zo wordt gezegd. Waarom zouden we toevlucht nemen en wat houdt het in? Welke rol spelen geloften in spirituele groei?

8. Het opbouwen van een dagelijkse beoefening
Om hun geest (verder) te ontwikkelen nemen veel boeddhisten dagelijks de tijd voor het doen van beoefeningen: mediteren, neerbuigen, gebeden reciteren, mantra's zingen, offergaven aanbieden, e.d. In deze module wordt niet alleen verteld wat de achtergrond is van de verschillende beoefeningen, maar wordt ook een altaar ingericht en worden gezamenlijk beoefeningen gedaan. Ontdek dat het ontwikkelen van geestkracht niet alleen plaatsvindt op of rond een meditatiekussen.

9. Samsara & nirvana: het gebrekkige bestaan en de bevrijding ervan
Het liefst zouden we alleen maar gelukkig zijn, maar geluk is niet altijd makkelijk te bereiken. En als we geluk ervaren dan duurt het vaak maar kort. Dagelijks worden we geconfronteerd met ongemakken en vervelende ervaringen die wij, of de mensen in onze omgeving, moeten ondergaan. Pas als we ons echt bewust worden van de onplezierige kanten van ons bestaan, zullen we gemotiveerd raken om er iets aan te veranderen. We zullen op zoek gaan naar de oorzaken ervan en methoden willen toepassen om onszelf ervan te bevrijden. Om daarvoor het nodige doorzettingsvermogen en enthousiasme te kweken, moeten we waardering krijgen voor het eindresultaat: de totale bevrijding, een staat waarin het lijden definitief is opgeheven en het geluk blijvend en intens is?

10. Hoe ontwikkel je liefdevolle vriendelijkheid en mededogen voor iedereen?
Als we goed om ons heen kijken, zien we dat alle mensen in hetzelfde schuitje zitten. Allemaal willen we graag gelukkig zijn en allemaal zitten we vast in een bestaan waarin we diverse vormen van lijden moeten ondervinden: van apparaten die het plotseling niet meer doen tot oorlog, ernstige ziekten en het verlies van dierbaren. Dit besef kan ertoe leiden dat we het liefst iedereen zouden willen helpen blijvend geluk te ervaren, zoals een boeddha dat kan. In het boeddhisme wordt dit de verlichtingsgeest genoemd: het verlangen om de verlichting te bereiken voor het welzijn van alle levende wezens. Op basis hiervan kunnen we ook gelijkmoedigheid, liefde en mededogen opbrengen voor anderen.

11. Problemen transformeren
De problemen die we in het dagelijks leven ontmoeten, beschouwen we doorgaans als een groot obstakel voor het geluk dat we willen ervaren, bij voorkeur continu. We kunnen zelfs het idee hebben dat we ons spiritueel niet genoeg kunnen ontwikkelen, omdat we steeds maar weer ziek worden, ons depressief voelen, enzovoort. Het boeddhisme biedt methoden om al die problemen te veranderen in factoren die onze spirituele groei juist bevorderen. Deze methoden worden gedachtetraining genoemd. Hoe we onze gedachten kunnen trainen en onze emoties de baas kunnen worden, leren we in deze module.

12. Wat is wijsheid?
De Boeddha onderwees talloze methoden waarmee we kunnen voorkomen dat er voortdurend verstorende emoties opkomen in onze geest, zoals woede en gehechtheid. Op een subtiel niveau kunnen de verstorende emoties echter nog wel in onze geest achterblijven. Om zelfs de meest subtiele indruk ervan met wortel en tak uit onze geest te verwijderen hebben we een sterke tegenkracht nodig: wijsheid. Wijsheid is het inzicht dat geen enkel verschijnsel op zichzelf bestaat, de afwezigheid van inherent bestaan. Zonder wijsheid kunnen we geen bevrijding en verlichting bereiken.

13. Een introductie in tantra, het snelle pad
Het boeddhisme biedt - naast het bestuderen van teksten (soetra's) en het mediteren daarop - ook een andere, snellere, methode om de verlichting te bereiken: tantra. Deze methode kan alleen worden gedaan met hulp van een spiritueel leraar, omdat een snelle ontwikkeling van de geest niet zonder risico's is. Vergelijk het met het besturen van een straaljager. Dat vereist ook een goede begeleiding en nauwkeurige instructies. In deze module wordt uitgelegd waarom tantra zo'n krachtige manier van beoefenen is en wat er voor nodig is om met tantra te kunnen beginnen. Ook wordt een voorproefje gegeven van tantrische transformatie.
" We remain trapped within a circle of dissatisfaction because our view of reality is narrow and suffocating... As long as our opinion of ourselves is so miserable, our life will remain meaningless. Tantra challenges this unreasonably low opinion of human potential by showing us how to view ourselves and all others as transcendentally beautiful." - Lama Thubten Yeshe

 

14. Retraites & beoefeningen
Door het doen van een langere LAM RIM-retraite (minimaal twee weken) en intensieve beoefeningen voor het zuiveren van negatief karma bereiden we onze geest goed voor op het verwerven van realisaties op het pad naar de verlichting. Zuiveringsbeoefeningen zijn onder meer: 100.000 neerbuigingen, een Vajrasattva-retraite van drie maanden en Nyung Nä-retraites. Een geweldige manier om alle kennis en ervaringen die zijn opgedaan tijdens 'Ontdek het Boeddhisme' te bezegelen.

 

 

Homepage Sangha Reiki