tibetaans boeddhisme
Geschiedenis en tradities
Het boeddhisme werd in de 9e eeuw in Tibet geïntroduceerd door de Indiase meester Padmasambhava . In deze tijd bestonden het Theravada, het Mahayana en het Vadjrayana naast elkaar in India, maar vooral de Vadjrayana traditie werd populair in Tibet. Na een korte periode van vervolging van het boeddhisme halverwege de 9e eeuw, leefde het in de 10e eeuw weer op in Tibet, en er ontstonden er naast de traditionele Nyingma traditie, van de 11e tot de 14e eeuw nog drie nieuwe belangrijke scholen: de Kagyu , Sakya en de Gelug . Deze tradities volgen in feite dezelfde boeddhistische leringen, maar ze benadrukken allemaal hun eigen beoefeningen en kloostertradities.
Het Tibetaans boeddhisme wordt niet alleen in Tibet gevonden, maar ook in Bhutan, Noord Nepal, Noord India, Mongolië en enkele staten van Rusland.
In India is het boeddhisme voor lange tijd geheel verdwenen geweest, onder andere door de invasies van Moslims in het noorden, en pogingen om het boeddhisme als een vorm van hindoeïsme voor te stellen.
Het Tibetaans boeddhisme speelt een grote rol in Tibet. Veel aspecten van het dagelijks leven worden beïnvloed door religieuze gebruiken. Politiek en religie zijn altijd met elkaar verweven geweest, dit blijkt uit het feit dat de belangrijkste persoon binnen het Tibetaans boeddhisme, de Dalai Lama, zowel de geestelijke als wereldlijke macht vertegenwoordigt.
Het boeddhisme bereikte Tibet in de 4de eeuw. De verspreiding ervan werd bemoeilijkt door het oude animistische geloof, het Bon. Pas in de 7e eeuw kreeg het boeddhisme vaste voet aan de grond. Een eeuw later kwam de Indiase goeroe Padmasambhava (Guru Rinpoche) naar Tibet en stichtte het eerste klooster.
Padmasambhava onderwees het mahayana-boeddhisme en gebruikte hierbij de bon-rituelen. Het Tibetaans boeddhisme ziet zodoende zowel het onbaatzuchtige van het mahayana als de rituelen, meditatie, tantra's en mystieke teksten van het bon, als instrumenten waarmee de eigen geest ontwikkeld kan worden. Deze combinatie wordt het vajrayana genoemd. Er wordt veel gebruik gemaakt van tantrische teksten. In Tibetaanse tantrische afbeeldingen treft men vaak een wezen in lichamelijke gemeenschap met zijn consort aan. Dit wordt soms ten onrechte als een seksuele handeling beschouwd. In feite is het een afbeelding van twee tegengestelde krachten, het mannelijke en het vrouwelijke, het actieve en het passieve, die pas als ze verbonden worden, één worden.
Kenmerkend voor het Tibetaans boeddhisme is het uitgebreide pantheon. Zo is de Dalai Lama de vleselijke manifestatie van Chenrezig, de bodhisattva van het mededogen. De Panchen Lama is een manifestatie van Amithaba, de leraar van Chenrezig. Naast de bodhisattva's zijn er veel symbolische wezens. De mannelijke aspecten hiervan staan symbool voor actie en energie en de vrouwelijke tegenhangers voor inzicht en wijsheid.
De spil van het Tibetaans boeddhisme is de lama, de geestelijk leraar die zorgdraagt voor kennisoverdracht. Het Tibetaans boeddhisme wordt daarom ook wel lamaïsme genoemd. Het is dus niet zo dat elke monnik in Tibet een lama is. De belangrijkste lama is de Dalai Lama.
Binnen het Tibetaans boeddhisme ontwikkelden zich verschillende scholen en tradities, de belangrijkste zijn:
Nyingma, voornamelijk gebaseerd op teksten en vertalingen uit de eerste boeddhistische periode in Tibet. Deze stroming heeft veel van het bon overgenomen;
Kargyu, deze baseert zich voornamelijk op de oude Indiase leraren;
Sakya, dit was vroeger de machtigste stroming vanwege haar verbond.
Gelug (ook wel de Gele Kappen genoemd) is tegenwoordig de meest wijdverspreide stroming. Deze baseert zich voornamelijk op de door Tsongkapa in de vijftiende eeuw ingevoerde hervormingen van het boeddhisme. Het gezicht, en de belangrijkste leraar, van de Gelugpa's is de Dalai Lama.
De boeddhistische scholen in Tibet verschillen slechts in de methodes die door de leermeesters worden gehanteerd en in de keuze van teksten van de boeddha waarop hun lessen zijn gebaseerd. Welke weg of welke traditie men ook volgt, de essentie van de leer van Boeddha is steeds hetzelfde. Het boeddhisme maakt in Tibet onderdeel uit van het dagelijks leven en is de basis van de Tibetaanse cultuur en identiteit.
Wat maakt Tibetaans boeddhisme bijzonder?
Het Tibetaans boeddhisme is de enige overlevende traditie waarin het tantrische ( vajrayana ) boeddhisme uit India vrijwel in zijn geheel behouden is en beoefend wordt. In feite bevatten de leringen alle belangrijkste stromingen binnen het Boeddhisme. In het Tibetaans boeddhisme worden de Theravada soetra's soms omschreven als de basis of fundering van het huis, de Mahayana soetra's als de muren, en de leringen uit de tantra's als het dak.
Het probleem hierbij ontstaat dat er een geweldige hoeveelheid geschriften en leerstellingen bestaat, niet alleen van de Boeddha, maar ook geschreven door de grote meesters uit het verleden, en het kan dus erg moeilijk zijn lastig om het overzicht te houden. Om deze reden zijn er in het Tibetaans boeddhisme methodes ontwikkeld (met name de Lamrim leringen) om het gehele pad van spirituele ontwikkeling te beschrijven en samen te vatten. Zo vormt het Lamrim onderricht in kloosters van de Gelug traditie de ruggegraat voor de lessen, zoals de Lamdre leringen de basis vormen in de Sakya kloosters.
Het tantrische boeddhisme, ook wel vajrayana of tantrayana genoemd, bevat enkele zeer bijzondere methodes om de geest te zuiveren en te ontwikkelen, die op een buitenstaander in eerste instantie erg verwarrend kunnen overkomen. Tantrisch boeddhisme gebruikt zeer veel symboliek, van afbeeldingen van Boeddha's tot uitgebreide rituelen waarbij muziekinstrumenten bespeeld worden, handgebaren gemaakt worden en bijzondere gezangen voorkomen. Al dit ritueel is echter bedoeld om de geest te concentreren en te richten op de complexe meditatie technieken. De rituelen zijn gebaseerd op een diepgaande symboliek, en het is volkomen onjuist het rituele aspect te beschouwen als een soort theater of show voor de buitenwereld.
Vajrayana of boeddhistische tantra
Tantra of Vajrayana of Mantrayana in boeddhisme wordt in het westen vaak verkeerd begrepen door het grote verschil in culturele achtergrond met het verre oosten. Er wordt in het algemeen heel veel symboliek in tantra gebruikt die niet makkelijk te doorgronden is, en er is ook verwarring met de tantrische traditie in het hindoeïsme.
Daarenboven worden de meeste tantrische technieken geheim gehouden. Deze geheimhouding is niet bedoeld om een exclusieve club te vormen, maar dit is om te voorkomen dat deze krachtige psychologische technieken verkeerd gebruikt worden en mensen grote psychische schade kunnen oplopen. Daarom zijn de directe aanwijzingen en begeleiding van een kundige spirituele leraar in tantra onontbeerlijk; zelf experimenteren op basis van een paar gelezen boeken wordt dan ook sterk afgeraden.
Hieronder enkele vragen en antwoorden:
Wat is tantra of Vajrayana? Vajrayana (spreek uit: vadjrayana), dat ook wel Tantrayana of Mantrayana wordt genoemd, is een afdeling van het Mahayana boeddhisme of het 'Grote Voertuig'. Het is gebaseerd op zowel de Theravada - als op algemene Mahayana -beoefeningen.
Voordat we het Vajrayana binnengaan, is het nodig dat we goed geoefend zijn in het streven om van de cyclus van wedergeboorte bevrijd te worden (drang naar bevrijding), ons hart moet toegewijd zijn aan het bereiken van de verlichting voor het welzijn van alle voelende wezens ( Bodhicitta ) en we moeten enig inzicht hebben in de wijsheid die de leegte de leegte van inherent bestaan realiseert.
Vervolgens kunnen we van een gekwalificeerde tantrische meester een initiatie (inwijding/toestemming) ontvangen, en dienen we ons aan eventuele geloften en verplichtingen die wij bij de initiatie ontvangen te houden. Op basis hiervan kunnen we instructies voor beoefening ontvangen en ons wijden aan de Vajrayana- meditaties .
Eén van de belangrijkste Vajrayana-technieken bestaat uit onszelf te visualiseren als boeddha en onze omgeving als de mandala, of de zuivere omgeving van deze boeddha. Door deze visualisaties, transformeren we ons negatieve zelfbeeld in dat van de boeddhavorm, en kunnen zo de edele eigenschappen van een boeddha in onze eigen geestesstroom cultiveren.
Boeddhistische tantra bezit ook technieken om onszelf tijdens het doodsproces, de tussenfase ( bardo in het Tibetaans) en de wedergeboorte te transformeren in een boeddha.
Er zijn ook speciale meditatietechnieken om zowel één-puntige concentratie (Shamatha in het Sanskriet) te ontwikkelen als een buitengewoon subtiele geest te manifesteren. Deze subtiele staat van geest kan, wanneer je de leegte realiseert, zeer krachtig en snel de onzuiverheden zuiveren. Hierom kan het Vadjrayana een gestudeerde en goed getrainde beoefenaar, die werkt onder leiding van een volledig gekwalificeerde tantrameester, de verlichting brengen in het huidige leven.
Boeddhistische tantra is niet hetzelfde als hindoeïstische tantra, al lijkt het er van buiten wellicht wel op. Evenmin is het een soort magie. Er zijn over het Vajrayana een aantal boeken geschreven die onjuiste informatie of volledig misleidende interpretaties bevatten. Als we hier dus echt iets over te weten willen komen, is het van belang om of boeken te lezen die door een kundig leraar zijn geschreven of, nog veel beter, onderricht van een gekwalificeerde meester te zoeken.
Vooral over het sexuele aspect van boeddhistische tantra zijn er bijzonder veel misverstanden; het gaat hier echter in het geheel niet om orgiën te vieren en orgasmes te bereiken; integendeel, als men boeddhistische tantra beoefent dan is juist volledige controle van de sexuele energie belangrijk om deze energie te transformeren in wijsheid en mededogen.
Wat is een initiatie of inwijding?
Waarom zijn sommige lessen "geheim"? Het doel van een inwijding is onze geestesstroom rijp te maken voor tantrische beoefening, door een verbinding te leggen tussen de boeddhavorm, die een manifestatie van de alwetende geest van de Boedha is, de leraar die ons begeleidt, en onszelf. Inwijding ontvangen we niet door lijfelijk aanwezig te zijn in de kamer waar een inwijding plaatsvindt. We dienen correct te mediteren en de visualisaties beoefenen die de leraar beschrijft. Inwijding betekent niet dat er een vaas op ons hoofd wordt gezet of dat we gezegend water drinken of een touwtje om onze arm krijgen, maar het is het rijpen van onze eigen mogelijkheden door de verbinding te leggen met een bepaalde manifestatie van Boeddha. Of we daadwerkelijk de overdracht ontvangen hangt onder andere af van de vraag of we een deugdelijke motivatie hebben, en van de kwaliteit van onze concentratie en meditatie tijdens het inwijdingsritueel.
Een serieuze beoefenaar zoekt na de inwijding aanwijzingen over hoe hij de oefening moet uitvoeren. Deze aanwijzingen worden niet vóór de inwijding gegeven omdat de geest van de leerling dan nog niet voorbereid is om ze te beoefenen. Dit is de reden waarom ze "geheim" zijn.
Het is niet zo dat Boeddha karig was en het onderricht niet wilde delen, noch is de tantrabeoefening het bezit van een exclusieve groep mensen die jaloers hun geheimen bewaakt. Om er zeker van te zijn dat degenen die de beoefening gaan doen ook goed voorbereid zijn, worden aanwijzingen bij tantrische initiaties alleen gegeven aan degenen die de inwijding ontvangen hebben. Bijvoorbeeld wordt de gebruikte symboliek in tantra makkelijk verkeerd begrepen, of mensen gaan gevorderde, gecompliceerde oefeningen doen zonder de juiste voorbereiding en aanwijzingen. Omdat de tantrische technieken bijzonder krachtig werken, kunnen ze bij onjuist gebruik ook gevaren opleveren. Vandaar ook de traditioneel zeer sterke persoonlijke band tussen de tantrische adept en de leermeester.
Wat betekenen de afbeeldingen in de tantrische kunst?
Vajrayana heeft veel te maken met transformatie en verandering op de diepste nivo's van onze geest, en daarom wordt veel symboliek gebruikt. Doordat we als westerlingen in het algemeen helemaal niet vertrouwd zijn met de culturele achtergronden uit het oosten, ontstaat er vaak een volledig verkeerde indruk. Er zijn boeddhavormen die begeerte of woede lijken uit te drukken, maar in feite symboliseren ze juist de transformatie van dergelijke negatieve emoties.
Tantrische seksuele afbeeldingen moeten we zeker niet volgens de wereldse opvattingen interpreteren. Beelden en thangka's van boeddhavormen in seksuele gemeenschap symboliseren de gemeenschap van methode van mededogen en wijsheid, de twee aspecten van het pad die ontwikkeld dienen te worden om de verlichting te bereiken. De vrouwelijke vorm staat voor wijsheid (vooral de wijsheid van de leegte ) en de mannelijke vorm staat voor mededogen . De sexuele energie wordt door beheersing van de energieën in het lichaam getransformeerd van gehechtheid en begeerte naar een heldere staat van geest, diep inzicht, en een diepe realisatie van compassie met alle voelende wezens.
Toornige boeddhavormen zijn geen monsters die ons bedreigen, maar hun toorn is symbolisch gericht tegen onze eigen onwetendheid, verstorende emoties en egoïsme, die onze werkelijke vijanden zijn, en vaak krachtig aangepakt moeten worden.
In het vajrayana gaat het dus niet alleen om het 'uitblussen' van negatieve emoties, maar juist hun energie gebruiken om het tegenovergestelde te bereiken; van egoïstische begeerte naar allesomvattende liefde, en van woede naar de altruïstische wens om anderen te helpen.
Wedergeboorte -
vragen en antwoorden Boeddhisten zijn overtuigd van het leiden van meerdere levens. Gezien vanuit dit oogpunt is het zo dat de wedergeboorte afhangt van je karma . Hoe meer goede daden - goed karma - des te betere wedergeboorte je zult krijgen.
Wedergeboorte is eigenlijk niet hetzelfde als reïncarnatie, maar vaak worden deze door elkaar gehaald. Bij reïncarnatie gaat men ervan uit dat de ziel overstapt met een blijvende stempel van het ene naar het andere lichaam (hindoeïsme).
Bij wedergeboorte spreken we van een oorzakelijk verband tussen het ene leven en het volgende leven (Boeddhisme). Die karmische band bepaalt het volgende leven. De dood wordt dus niet gezien als iets definitiefs.
Hieronder enkele veelgestelde vragen en beknopte antwoorden:
Wat is wedergeboorte?
Wedergeboorte heeft betrekking op iemands geest die het ene lichaam na het andere bewoont. Lichaam en geest zijn aparte fenomenen: het lichaam is materie en opgebouwd uit atomen. De geest refereert aan al onze emotionele en verstandelijke ervaringen en is vorm- of materieloos. Als lichaam en geest worden verbonden dan leven we, maar als we sterven scheiden ze weer. Het lichaam wordt dan een lijk en de geest trekt verder naar een ander lichaam.
Hoe is onze geest begonnen? Wie of wat heeft de geest geschapen?
Elk geestesmoment is een voortzetting van het moment daarvoor: wie we zijn, wat we denken en voelen is gebaseerd op wie we gisteren waren. Onze huidige geest is een voortzetting van die van gisteren. Daarom kunnen we ons herinneren wat ons in het verleden is overkomen. Het ene geestesmoment wordt dus veroorzaakt door het voorafgaande geestesmoment. Deze continuïteit gaat terug tot onze jeugd en zelfs tot het moment dat we een foetus in de baarmoeder waren. Ja, zelfs vóór de conceptie bestond onze geestesstroom al: de voorafgaande momenten van deze geestesstroom waren verbonden met een ander lichaam.
Er is geen begin aan onze geest. Waarom dient er een begin te zijn? Onze geest is oneindig. Dit is in het begin misschien wat moeilijk te vatten, maar wanneer we bijvoorbeeld een getallenreeks bekijken dan wordt het makkelijker. Als we vanuit het nulpunt naar links kijken, is er geen eerste negatief getal en als we naar rechts kijken is er ook geen laatste hoogste getal. Er kan altijd een getal aan toegevoegd worden. Op dezelfde manier heeft onze geestestroom noch een begin noch een eind. We hebben allemaal een ontelbaar aantal vorige levens gehad en onze geest zal tot in het oneindige blijven voortbestaan. Echter, door onze geestesstroom te zuiveren kunnen we onze toekomstige levens beter maken dan het huidige.
Volgens het boeddhisme wordt elk geestesmoment veroorzaakt door het voorafgaande moment van bewustzijn. Zou er een begin zijn, dan zou dat betekenen dat het eerste geestesmoment ofwel geen oorzaak zou hebben, ofwel dat het zou zijn veroorzaakt door iets anders dan een voorafgaand geestesmoment. Maar beide mogelijkheden zijn niet logisch, want geest kan slechts voortgebracht worden door een voorafgaand geestesmoment in zijn eigen continuüm.
Wat verbindt het ene leven met het volgende? Is er een ziel, atman, zelf of echte persoonlijkheid die van het ene leven naar het andere gaat?
Onze geest heeft grove en subtiele niveaus. Het zintuiglijk bewustzijn dat ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt en het grove mentale bewustzijn, dat altijd zo druk bezig is van alles te denken, functioneren heel actief tijdens ons leven op aarde. Op het moment waarop we sterven houden ze op te functioneren en worden ze opgenomen in het subtiele mentale bewustzijn. Dit subtiele mentale bewustzijn bevat alle indrukken van de dingen die we gedaan hebben. Het is deze subtiele geest die het ene lichaam verlaat, de tussenfase (bardo) binnen gaat en tenslotte wordt wedergeboren in een ander lichaam. Nadat de subtiele geest zich tijdens de conceptie verenigt met het andere lichaam verschijnen het grove zintuigelijke bewustzijn en het grove mentale bewustzijn opnieuw, zodat die persoon weer kan zien, horen, denken, etc. Deze subtiele geest, die van het ene leven naar het andere gaat, verandert voortdurend. Daarom wordt hij niet beschouwd als ziel, atman, zelf of echte persoonlijkheid. Boeddha onderwees de leer van de zelfloosheid .
Hoe werd de wereld geschapen?
Alles wat geschapen is ontstaat uit oorzaken die in staat waren dat alles voort te brengen. Iets kan niet uit niets geschapen worden. De materiele wereld (vorm) is voortgekomen uit voorafgaande momenten van materie/energie. In het boeddhisme wordt omschreven dat het universum ook een soort wedergeboortes meemaakt. Waarschijnlijk ontdekt de wetenschap dat er in het begin van ons universum subtielere fysieke elementen (energie) bestonden waaruit ons huidige universum is voortgekomen. Deze subtielere fysieke elementen waren op hun beurt weer een voortzetting van universa die al vóór ons huidige universum bestonden. Zo kunnen we de continuïteit van materie en energie in het oneindige terugvoeren.
Waarom kunnen we ons onze vorige levens niet herinneren?
Op dit moment wordt onze geest verduistert door onwetendheid , waardoor het moeilijk is ons het verleden te herinneren. Bovendien vinden er als we sterven en worden wedergeboren vele veranderingen in lichaam en geest plaats, die de herinnering bemoeilijken. Het feit dat we ons iets niet herinneren betekent echter niet dat het ook niet bestaat. Soms weten we niet eens meer waar we onze sleutels hebben neergelegd. Evenmin kunnen we ons herinneren wat we een maand geleden hebben gegeten.
Er zijn wel mensen die zich hun vorige levens herinneren. In de Tibetaanse gemeenschap bestaat er een systeem aan de hand waarvan men de reïncarnaties van hoog gerealiseerde meesters herkent. Het komt tamelijk veel voor dat zij als jonge kinderen hun vrienden of bezittingen uit een vorig leven herkennen. Ook gewone mensen herinneren zich soms een vorig leven door middel van meditatie of hypnose. Een Boeddha heeft echter alle onwetendheid opgegeven, en kan zich ook aan alle ontelbare vorige levens herinneren.
Is het belangrijk ons onze vorige levens te herinneren?
Nee. Belangrijk is hoe we ons huidige leven. Kennis van vorige levens is alleen nuttig als het ons helpt een sterke wil te ontwikkelen om negatieve activiteiten te vermijden en ons voorgoed te bevrijden uit de kringloop van telkens terugkerende problemen.
Het is weinig zinvol om uit nieuwsgierigheid te proberen uit te vinden wie we in vorige levens waren. Dat zou zelfs kunnen leiden tot trots: "O, ik was koning in mijn vorige leven. Ik was heel beroemd en heel begaafd. Ik was Einstein". Nou en? Het is ook mogelijk dat we een spin zijn geweest of een crimineel; dan wordt de herinnering wellicht veel moeilijker te verwerken.
In feite zijn we alles geweest en hebben we alles gedaan in de vele vorige levens in deze beginloze kringloop van bestaan. Het is nu van belang dat we geen extra negatieve energie ( karma ) meer creëren, en dat we proberen nu onze verzamelde negatieve energie zuiveren. We zouden er nu moeite voor moeten doen om positieve energie te verzamelen en onze goede eigenschappen te ontwikkelen.
Er bestaat een Tibetaans gezegde: "Als je wilt weten hoe je vorige leven is geweest, kijk dan naar je huidige lichaam. Als je wilt weten hoe je toekomstige leven zal zijn, kijk dan naar je huidige geest".
Onze huidige wedergeboorte is het gevolg van activiteiten ( karma ) in het verleden. Een menselijke wedergeboorte is een fortuinlijke wedergeboorte en de oorzaak daarvoor is geschapen doordat we ons in vorige levens aan een strenge morele discipline hielden. Anderzijds zullen onze toekomstige wedergeboorten bepaald worden door de activiteiten die we nu verrichten, en het is onze eigen geest die al onze activiteiten ingeeft. Dus door te kijken of onze motivatie en ons huidige gedrag positief of negatief zijn, kunnen we ons een idee vormen van het soort wedergeboorten die we nog zullen ervaren. We hoeven niet naar een waarzegster om erachter te komen hoe het ons zal vergaan: we hoeven eenvoudigweg maar te kijken naar wat we denken en doen, en welke indrukken we daarmee op onze geestesstroom achterlaten.

 
|