Het complot van Shambhala

De hoofdpersoon in "Het geheim van Shambhala", die ongetwijfeld
sterk overeenkomt met Redfield zelf, leidt het leven van een bevoorrechte
blanke middenklasse-man. Toch is hij ontevreden. Hij vindt dat zijn buren
langs elkaar heen leven en neemt een "gebrek aan gemeenschapszin" waar.
Ze zouden moeite hebben om een houding ten opzichte van het leven aan
te nemen en heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop. Veel
lezers zullen met dezelfde problemen worstelen. Redfields boeken en de
erop gebaseerde therapieën slaan zo aan, omdat hij mensen de gelegenheid
biedt om hun levensbeschouwelijke leegte op te vullen. Maar zijn oppervlakkige
filosofietjes komen neer op een verwerpelijk new age-fundamentalisme:
alles dat de mensheid overkomt dient een spiritueel doel en is dus "positief".
Dat uitgangspunt praat onrecht en ellende immers stelselmatig goed.

Wonderland
De hoofdpersoon klampt zich vast aan "de Tien Inzichten". Die
houden kortweg in dat er overal ter wereld een soort "subtiele energie" is
waarvoor je je moet openstellen, om zo "het trillingsgetal van de
atomen in je lichaam" te verhogen. Hij en andere aanhangers van "de
Celestijnse visie" willen "een leven dat vervuld is van mysterieuze
toevalligheden en plotselinge ingevingen, die zinspelen op een bijzonder
pad dat er voor ons is uitgezet in dit bestaan, alsof er voor ons een
bestemming gloort die zich kenbaar wil maken". De eerste "toevalligheid" komt
al snel. De veertienjarige dochter van een kennis van de hoofdpersoon
vraagt hem indringend om naar het Kunlungebergte in Midden-Azië te
gaan. Ergens in de buurt van Tibet zou "iets aan de hand zijn".
Hals over kop vliegt de hoofdpersoon daarom naar Azië. Dan begint "de
zoektocht naar het legendarische Tibetaans-boeddhistisch utopia Shambhala,
een magische plek die niet alleen werkelijk bestaat, maar ook voorbeschikt
is om in onze tijd gevonden en begrepen te worden", aldus het verkooppraatje
op de achterkant van het boek. De hoofdpersoon raakt diep onder de indruk
van het Tibetaanse landschap. "Alleen al het licht in dit land" brengt
de Tibetanen volgens hem "onverbiddelijk tot een groter bewustzijn".
Door de eeuwen heen zouden velen hebben geloofd dat in Tibet "het
eerste ochtendlicht en het laatste avondlicht verjongende en visionaire
eigenschappen" in zich dragen. Daarom zouden de Tibetanen "zo
spiritueel" zijn, "een volk van zoekers, mensen die een reis
naar binnen maken". Het is een politiek uiterst dubieuze stellingname
om eenzelfde geestesgesteldheid te veronderstellen bij alle mensen die
tot een "volk" zouden behoren en die gesteldheid ook nog eens
te koppelen aan het landschap om hen heen. Tibetaanse boeddhisten hebben
het mythische koninkrijk Shambhala vroeger opgevat als een soort paradijs, "een
heilige stad van diamanten en goud". Nu spreekt men er "vooral
in symbolische termen" over, als iets dat staat voor "een spirituele
geestestoestand, niet een feitelijke plek". Het Shambhala van Redfield
wordt bevolkt door supermensen, die "evolutionair in een hogere
staat" verkeren. "Ze zijn een voorbeeld van wat de rest van
de wereld uiteindelijk kan bereiken." Daar zou men zich inzetten "voor
de integratie van alle religieuze waarheden. Die inzet ademt dezelfde
geest als die van de Dalai Lama, die de Kalachachra-initiaties openbaar
maakt aan iedereen met een zuiver hart en oprechte bedoelingen",
laat Redfield Lama Rigden zeggen, "een van de grootste deskundigen
op het gebied van Shambhala".

Razende raddraaier
Er zijn ook "deskundigen" die juist zware kritiek leveren op
de Shambhala-samenleving en het Kalachachra-ritueel. Victor en Victoria
Trimondi bijvoorbeeld, auteurs van het boek "Der Schatten des Dalai
Lama", beschouwen het Tibetaanse boeddhisme als een fundamentalistische,
seksistische en oorlogszuchtige religie, die een wereldwijde anti-democratische
en extreem hiërarchische boeddhacratie nastreeft. Door de eeuwen
heen hebben de Tibetaanse religieuze leiders altijd in het midden gelaten
of Shambhala ooit echt heeft bestaan. Op dat wonderland hebben boeddhisten
overal ter wereld hun religieuze en politieke verlangens kunnen projecteren.
Het heeft de functie van een soort spiritueel imperium, dat alleen toegankelijk
is voor degenen die zijn ingewijd in het Kalachachra-ritueel. De Shambhala-mythe
is ook aantrekkelijk voor extreem-rechtsen, zoals de voorzitter van de
Chileense nazi-partij Miguel Serrano. Deze aanhanger van het "esoterisch
Hitlerisme" beschouwt Shambhala als een mysterieplaats waar de SS-ers
van het Duitse nazi-regime vandaan kwamen. Uit de tekst van het ritueel
blijkt dat Shambhala opgevat moet worden als een theocratie, met aan
het hoofd een despotische alleenheerser. Verder wordt voorspeld dat in
het jaar 2327 ene Rudra Chakrin, "de razende raddraaier", de
troon van het koninkrijk zal bestijgen. Deze "eindtijdverlosser" zou
in een geweldige vernietigingsoorlog de vijanden van het boeddhisme wegvagen
en "een gouden tijdperk" vestigen. Daarbij beschouwt de Kalachachra-tekst
de islam als de hoofdvijand. Rudra Chakrin wordt dan ook wel "de
doder van de inwoners van Mekka" genoemd. Eeuwenlang hebben moslims
en boeddhisten in Azië om de religieuze hegemonie gevochten. De
Kalachachra-tekst vormt de boeddhistische visie op die felle concurrentiestrijd.
Het Tibetaanse boeddhisme heeft twee gezichten. Het imago is vredelievend,
maar de ideologie gewelddadig. Dat komt ook in Redfields roman naar voren.
Alleen de vijand is veranderd: niet meer de islam, maar China, de atheïstische
en totalitaire Chinezen. De Chinese staat bezet Tibet sinds 1950 en onderdrukt
de Tibetanen. Reden voor Redfield om meteen maar alle Chinezen over één
kam te scheren. "Ooit zullen de krijgers van Shambhala uitrijden
en die monsters van het kwaad verslaan. Dat is een profetie die leeft
onder mijn volk", laat Redfield een boeddhist zeggen.

Gedachtegolvenversterkers
Echt op hol slaat Redfield met zijn paranoïde visie op technologie
en de wijze waarop machthebbers daarvan gebruik maken. Vroeger, zo stelt
hij, bestonden er totalitaire machten in de vorm van naties die de wereldmacht
nastreefden. Maar nu zijn die totalitaire machten "internationaal
en veel subtieler, ze maken misbruik van onze afhankelijkheid van de
technologie, onze behoefte aan erkenning en ons verlangen naar comfort." Zo'n
kritiek op een elite die achter de schermen de touwtjes in handen heeft,
kan men links en rechts ook aantreffen bij activisten tegen "globalisering".
Ondanks de tegenwerking van "agenten van de Chinese inlichtingendienst" ontdekt
de hoofdpersoon uiteindelijk de Shambhala-gemeenschap. Daar blijkt technologie
niet meer in dienst te staan van geld en macht, maar van de spirituele
ontwikkeling van de mens. Door steeds "intuïtiever en alerter" te
worden en steeds meer gebruik te maken van "gebedsvelden" heeft
men "gedachtegolvenversterkers" ontdekt, "zodat men alles
wat men nodig heeft mentaal kan creëren". Vandaar dat de hoofdpersoon
opmerkt: "Ik heb het gevoel dat ik in een science fiction-film beland
ben". Aan het eind van het boek kijkt hij naar "een driedimensionaal
venster" waarop het leven van de hele planeet aan hem voorbijtrekt.
Shambhala als een nieuwe aflevering van Star Trek. Volgens een Shambhala-bewoonster
waren er "in veel oude beschavingen" al machthebbers die "versterkingsapparaten" gebruikten
om de gedachten van anderen te beïnvloeden. Ook nu zouden er mensen
zijn "die alle anderen in hun macht willen houden door hen elektronisch
in de gaten te houden met behulp van ingebouwde chips en het scannen
van hersengolven". Redfields roman draagt zo bij aan het normaliseren
van het complotdenken, dat ook in extreem-rechtse "conspiracy"-kringen
zo in zwang is.
Homepage Sangha Reik


