De vier edele waarheden
De vier edele waarheden, het hart zelf van Boeddha's leer.
'Als
je de waarheid van deze onderrichtingen niet persoonlijk ervaren hebt,
is
het moeilijk het boeddhisme te beoefenen' .
De vier edele waarheden bevatten de belangrijkste elementen
uit de boeddhistische ethiek en filosofie: waaraan denken boeddhisten.
hoe
handelen ze en waarom?
Kernbegrippen zoals LIJDEN, KARMA, het bestaan in AFHANKELIJKHEID, LEEGTE
en het doorzien ervan helpt zeer zeker om ook andere kenmerken van het
boeddhisme juist te
situeren:
-
zo is
geweldloosheid,
gebaseerd
op het inzicht dat alles en iedereen onderling afhankelijk zijn.
De Vier Edele Waarheden geven een antwoord op een concreet menselijk
probleem:
het lijden In de Westerse
(Christelijk geörienteerde)
cultuur wordt dit vraagstuk benaderd vanuit de zin-vraag: wat is de zin
van het lijden.
Het waarom of waarvoor komt dan centraal te staan.
Het Boeddhisme benadert
het lijden niet vanuit de zin-vraag, maar stelt de
vraag naar de oorzaak ervan.
Het Boeddhisme kent een causale
benadering in plaats van een finale
of theologische benadering die in het Westen
gebruikelijk is. Er wordt niet uitgegaan van een God of Schepper,
die een bepaald
doel met de schepping
nastreeft. De Boeddha zocht dan ook niet naar de
zin maar naar de oorzaak van het lijden. Zoals alle psychische
fenomenen wordt ook het lijden
door het boeddhisme verklaard vanuit de wetten
van de Dharma. Het proces van
het voortdurend ontstaan en verdwijnen van gebeurtenissen
heeft geen externe oorzaak, zoals een hogere macht, maar komt
voort uit de opeenvolging
der
gebeurtenissen. De oorzaken van het lijden liggen
vooral
in de mens zelf. Dat betekent ook dat de mens er zich van kan
bevrijden. De vier waarheden
geven dit inzicht stapsgewijs weer.
1. De Eerste Edele Waarheid:
ER IS LIJDEN
1. Ieder heeft te maken met vormen van pijn; dit
is een universeel verschijnsel. De ene mens
heeft te maken
met
armoede en honger,
de ander met (ongeneeslijke)
ziekte, ouderdom of lichamelijke gebreken,
een derde heeft te maken met psychische pijn (angst, verdriet,
wanhoop,
afgunst, haat, ontevredenheid,
frustratie, onrust). De dood zal eens ons aller
deel zijn. Dit zijn allemaal
verschijningsvormen van 'lijden' (dukkha).
Met
de term dukkha wordt bedoeld het onbevredigende, onvoldane,
frustrerende, conflictgevoelige
en pijnlijke
karakter van het leven, de ongewisheid van
het bestaan. Dukkha
is de existentiële
ervaring van levenspijn die ons kan overkomen
vanwege de vergankelijkheid van het aardse
bestaan. Onze
levensangst en doodsangst komen voort uit
de angst voor lijden. We willen het lijden
van onszelf en anderen niet zien, niet voelen,
niet tot ons laten
doordringen. We reageren met ontkenning,
afweer, agressie. Maar er komt een moment dat
we er niet meer onderuit kunnen, dat we de
controntatie
met de levenspijn niet meer kunnen ontlopen.
We moeten het lijden dan onder ogen zien, er
een relatie mee aangaan, ze beschouwen als
een deel van
het leven, als behorend bij ons bestaan,
bij
ons zelf. We zullen er dan een antwoord op
moeten zien te vinden.
Er zijn natuurlijk ook plezierige momenten in
het leven. We kunnen zintuiglijk genot ervaren,
of een
tevreden
gevoel hebben
als we ons
werk goed gedaan
hebben. We kunnen verliefd worden, van iemand
houden. Ons gelukkig en tevreden voelen. Dat
zijn mooie ervaringen.
Toch zit in
die ervringen ook iets pijnlijks:
we weten maar al te goed dat ze tijdelijk zijn.
Eens zullen
we onze geliefde
moeten loslaten. Het leven is vergankelijk. Wanneer
we ons al te zeer hechten aan (het plezier in)
het leven,
dan is loslaten
moeilijk, het
kan zelfs
zeer pijnlijk zijn. Ook deze pijn maakt deel
uit van dukkha en hoort bij het in essentie onbevredigende
karakter van
het bestaan. Zowel
de prettige,
aangename als de pijnlijke, onaangename omstandigheden
zijn vergankelijk (anicca).
" Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden,
gejammer en geklaag, pijn en verdriet zijn
lijden, het verbonden zijn met datgene waarmee we niet verbonden willen zijn
is lijden,
gescheiden te
zijn van hetgeen we liefhebben is lijden, het
niet in vervulling gaan van wensen is lijden; kortom, de factoren waaruit het
leven
is opgebouwd zijn
lijden."
Er is hier een verband te leggen met het enneagram.
Elk mens heeft in dit leven reeds als kind
zijn eigen overlevensstrategieën ontwikkeld.
Het enneagram toont ons inzicht in deze overlevingsstrategieën. Er
wordt onderscheid gemaakt tussen negen hoofdtypen. Elk type heeft zijn
eigen levensstrategie; elke strategie is erop gericht het 'ik' te doen
overleven in de 'struggle for life'. Deze strategieën worden echter
niet alleen gehanteerd om te overleven, maar ook om het ego te doen zegevieren.
Dit nu is gedoemd om schipbreuk te lijden. De kern van die schipbreuk is
gelegen in het feit dat de ego-gerichte strategieën
niet het geluk zullen opleveren dat we ervan
verwachten maar eerder zullen leiden tot
onbevredigende ervaringen. Het enneagram maakt
ons bewust van de patronen waar we in gevangen
kunnen
zijn. De eerste Edele Waarheid van het Boeddhisme
geeft een diep inzicht in de oorzaak van het
ontstaan van de gebondenheid
aan deze patronen. Ook wijzen de Edele Waarheden
ons een weg om ons uit deze onvrije patronen te bevrijden.
2. De Tweede Edele Waarheid:
ER IS EEN OORZAAK
VOOR HET LIJDEN
De Boeddha ontdekte een oorzaak voor het lijden
dat we als mens ervaren, namelijk onrealistische
begeerte.
Dat
wil zeggen
verlangen of hunkering
die voortvloeit uit het niet begrijpen van
de werkelijkheid. We onderkennen dan niet dat
we
bevangen zijn door
begeerten, die diep in ons verankerd
zijn. Deze begeerten of verlangens (tanha)
betreffen volgens de Boeddha drie grondvormen:
Het verlangen naar zintuiglijke ervaringen,
naar (meer) genot, weelde en comfort. Het ene
verlangen
is nog
niet bevredigd
of we willen naar
het volgende. De Boeddha
heeft het genieten van zintuiglijke ervaringen nooit
als zodanig veroordeeld: dit verlangen is inherent
aan
het leven. Maar
wel constateerde hij dat veel
mensen menen dat hun geluk afhankelijk is van
zintuiglijk genot en comfort. Zij raken
er aan gehecht en soms ook aan verslaafd. Te denken
valt aan roken, alcohol, drugs, seks, koffie,
medicijnen,
gokken.
Ook aan zogenaamd
onschuldige middelen
kun je verslaafd zijn, zoals aan lekker en veel eten,
aan tv-kijken, een dure auto, enz. De Boeddha
ontdekte:
'Bijna alle levende
wezens zijn
de slaaf van
verlangen.'
Manifestatiedrang: het verlangen om onszelf te
verwerkelijken, onze talenten, te realiseren. Op
zich is dit een
gezond verlangen. Maar
ook dit verlangen
kan ontaarden, bijvoorbeeld in de hunkering om
ons leven voort te zetten, om ons
te handhaven en te bewijzen, ons te manifesteren.
(In de manier waarop we dit doen komen de eigenschappen
van ons
enneagram-type
naar voren.)
Dit kan
zich
uiten in perfectionisme, in vrijgevigheid om indruk
te maken, het najagen van succes, het anders willen
zijn,
het zich
uit angst voor
afwijzing van
anderen
terugtrekken, enz. Het kan zich uiten in expansiedrif
en carrièredwang,
in competentie- en concurrentiestrijd. Als dit
streven (te) sterke vormen aanneemt kan dit leiden
tot stress,
innerlijke onrust, psychosomatische klachten. Dit
gaat ten koste gaan van de eigen mentale en fysieke
gezondheid en die van anderen.
Vernietigingsdrang, ofwel het verlangen iets juist
niet (meer) te willen hebben of zijn. Geen pijn,
ongemak, ziekte,
verdriet,
boosheid,
afwijzing
en andere
als onprettig ervaren menselijke ervaringen willen
accepteren. Ook kan deze drijfveer zich uiten in
een negatief zelfbeeld
of in het
willen beëindigen
of kwijtraken van iets dat ooit verworven was.
Ze kan zo leiden tot het verbreken van een relatie,
tot ontslag, tot verhuizing, of zelfs tot (zelf)doding.
In bovenstaand onderscheid zijn de Freudiaanse begrippen
Eros (libido, opbouwende driftenergie) en Thanatos
(vernietigingsdrang) te herkennen.
De genoemde drie vormen van verlangen worden in het
boeddhisme gezien als de directe oorzaak voor pijn
en verdriet. Daarachter
ligt nog
een diepere
oorzaak.
Het niet goed omgaan met onze begeerten, hunkeringen,
verlangens is ten diepste geworteld in onwetendheid
(avijja): het
niet of verkeerd begrijpen van de
realiteit, waardoor we de werkelijkheid beleven op
een manier die ons een dosis pijn bezorgt
die niet nodig is. Het is niet een onbegrip op intellectueel
niveau, maar heeft meer te maken met je 'emotionele
intelligentie'. Het betreft
het zich
niet
bewust zijn van de drijfveren die je op dat moment
in hun ban hebben. Je denkt dat je
zuiver bezig bent, maar ondertussen word je gedreven
door verlangen naar zintuiglijk genot, door geldingsdrang,
door
het verlangen
naar zelfbevestiging,
of door
vernietigingsdrang. De boeddhistische psychologie
stelt dat uiteindelijk al onze problemen voortkomen
uit onwetendheid.
We kunnen ons leven lang blijven zoeken naar een
fata morgana dat we menen te zien maar dat steeds
net onbereikbaar
is.
Ons geluksverlangen
creëert een
beeld van wat geluk zou kunnen zijn, en dat geluk streven we na. We proberen
datgene wat ons denkbeeld van levensgeluk in de weg staat te bestrijden of te
vermijden. Zo creëren we beelden van de volmaakte partner, de ideale vakantie,
de perfecte collega, de geïdealiseerde chef,
ons ideale 'zelf', het volmaakte bestaan. Maar
de werkelijkheid weet
niets van onze denkbeelden af en gedraagt
zich daar ook niet naar. De werkelijkheid kent
zijn eigen wetten. Door onze bevangenheid in onze
eigen voorstellingen
en bijbehorende verlangens zijn we
doof en blind
voor de levenswetten. We zien de realiteit niet.
Met andere woorden: we zijn onwetend (avijja) omdat
we gevangen zijn
in onze denkbeelden. En als de werkelijkheid
niet beantwoordt aan onze ideaalbeelden, dat nemen
we dit 'de werkelijkheid', 'de anderen', kwalijk
en willen we
revanche, zoeken een zondebok of roepen
we een hogere macht aan met de hoop dat deze voor
ons de rekening zal vereffenen. Maar de tweede
Edele Waarheid
roept ons op om niet omhoog te kijken, maar naar
de realiteit en naar onze eigen denkbeelden. Hoe
komen onze voorstellingen tot
stand en hoe komt het dat we zo in onze voorstellingen
zijn gaan leven dat we die voorstellingen voor
realiteit houden?
Uit het verlangen om ons te bevrijden van het lijden,
van de levenspijn die we steeds voelen, creëren we allerlei denk- en doepatronen die ons juist onvrij
maken en die lijden veroorzaken. Er ontstaat een soort paradijselijk verlangen
naar een leven zonder angst en pijn. Dit verlangen leidt tot een vicieuze cirkel
waar we niet uit komen en tot een eeuwigdurende kring van geboorte en wedergeboorte(samsara).
Zo blijven we gebonden aan het rad van het leven, aan het geconditioneerde, afhankelijke
bestaan. We zullen immers altijd teleurgesteld worden wanneer we onze begeerten
volgen. Dit besef is de tweede Edele Waarheid. De Boeddha waarschuwt ons: ‘Bijt
niet in het aas (d.i. genoegens) van de wereld,
want lijden is het onvermijdelijke gevolg.’
De Boeddha heeft ons de 'middenweg' gewezen. Dat
wil zeggen: bovenstaande begeerten (verlangens)
kunnen niet uitgeroeid
worden, ze zijn inherent
aan het mens-zijn
en op zichzelf niet goed of fout. Zo is het verlangen
naar manifestatie op zich een gezond verlangen.
Als je echter
niet vaardig met
dit verlangen omgaat
kun
je in de ban ervan raken en neemt deze drijfveer
bezit
van je. Je jaagt ambities na en komt bijv. in een
carrièredwang.
Je ziet de ander als je concurrent die je opzij
moet zien te zetten. Je bent dan geen meester meer
van jezelf.
Je wilt steeds verder, steeds meer, steeds door,
en hebt geen rem. Dit kan leiden
tot stress, psychosomatische klachten, overspannenheid,
onderdrukking van jezelf, onethisch gedrag ten
opzichte van anderen. De middenweg bewandelen betekent
dat we gezond dienen om te gaan met dit manifestatiestreven.
Van belang is dat we
ons bewust zijn van deze drijfveren en dat we ons
er niet
aan hechten. Wanneer we zelf de grenzen stellen
hoever we willen gaan blijven we meester van onszelf.
3. De Derde Edele Waarheid:
DE WAARHEID VAN DE
BEËINDIGING
VAN HET LIJDEN
De derde Edele Waarheid geeft ons inzicht in
het feit dat ons werkelijk levensgeluk niet
tot stand
komt door
de vervulling
van wat we ons
als levensgeluk voorstellen,
maar door het open staan voor wat zich in de
realiteit aan ons
aandient. Dan leef je in de onvoorwaardelijke
toewijding aan het bestaan. Je
doorziet je
ego-gerichte zijnswijze, waarin denkbeelden
de plaats van de werkelijkheid hebben ingenomen.
De omwenteling die met het inzicht van de derde
Edele
Waarheid gepaard gaat is een werkelijke perspectief-verandering,
waarbij je ego plaats
maakt voor
de werkelijkheid.
Wanneer we de illusie van onze egostrevingen
begrijpen, doorzien we dat het volgen van onze
begeerten een
verkeerde weg is.
De derde Edele Waarheid geeft
het besef
dat we alleen verlost kunnen worden van het
lijden wanneer we onze denkbeelden, die voortvloeien
uit onze voorstelling
van
wat gelukkig
zijn inhoudt, kunnen
loslaten. Wanneer we door hebben dat deze denkbeelden
van geluk ons werkelijke geluk in de weg staan,
dan doorzien
we dat onze
denkbeelden
een valkuil vormen.
We denken dat die denkbeelden ons de juiste
richting
wijzen, maar ze misleiden ons. Ze brengen ongeluk
in plaats van
geluk. Dit inzicht
kan ons ertoe aanzetten
om onze denkbeelden los te laten. De vlam van
de hartstocht zal uitgaan wegens gebrek aan
brandstof.
Verlossing van het lijden leidt tot verlichting
(nirvana). Dit is een toestand waarin het lijden
is geëindigd
omdat onze begeerte om het leven anders te doen
zijn dan het is, is uitgedoofd. Er is dan een toestand
van hoogste
geluk
en absolute vrede, doordat het los staat van alle
vergankelijke wereldse ervaringen.
Deze ervaring is bevrijdend doordat krachten (passies),
die voorheen blokkades en problemen veroorzaakten,
niet meer actief zijn. Dit betreft bijv. verlangen
naar genot, haat, perfectionisme, zich willen isoleren,
enz.
Is nirvana nu een blijvende staat, of is het
meer een voorbijgaande ervaring? De verlichtingservaring
lijkt
op het zien schijnen
van de zon door de wolken.
Hoe vaker je deze ervaring meemaakt, des te
meer zie je de zon schijnen. Door regelmatig
te mediteren
verdwijnen
steeds
meer
wolken. Zo kan
een staat van
verlichting bereikt worden die de definitieve
beëindiging
van samsara betekent, de kring van wedergeboorten
(en dus van het lijden). Deze toestand
is bereikbaar voor
ieder die leeft zoals in de vierde waarheid wordt
omschreven.
4. De Vierde Edele Waarheid:
ER IS EEN PAD DAT LEIDT
TOT OPHEFFING VAN HET LIJDEN
Het Achtvoudige Pad geeft de weg aan die leidt
tot het ophouden van het lijden. Dit pad voert
van samsara
naar
nirvana. Wij
mensen hebben
alles in huis om
dit doel te bereiken. Wanneer onze menselijke
geest bevangen is door onze denkbeelden over
wat levensgeluk
is, leven
we in onwetendheid.
We verkeren
dan in de onverlichte
staat, in samsara, we zien het leven vanuit
ons egocentrisch perspectief. De Boeddha heeft
ons
het Pad gewezen
van de bevrijding uit samsara.
Onze menselijke
geest kan de schepper worden van nirvana, zodat
de werkelijkheid zich in zijn volheid aan ons
openbaart.
Dan kan onze Boeddha-natuur
zich werkelijk
tonen,
dan kan de vlinder uit de cocon te voorschijn
komen.
Het Achtvoudige Pad bestaat uit acht levensadviezen
die samen de vierde Edele Waarheid vormen.
Het omvat een breed
scala
van raadgevingen
en oefeningen:
1. de juiste inzichten (het juiste begrip,
overeenkomstig de vier waarheden)
2. de juiste bedoelingen (het juiste denken:
zonder bezitsdrang, wreedheid of boosheid)
3. de juiste woorden (het juiste spreken:
geen leugens, roddels, laster of ruwe taal)
4. het juiste handelen (geen geweld jegens
mensen of dieren, niet stelen, niet genieten
ten koste
van anderen)
5. de juiste levenswijze (een eerlijk en
heilzaam beroep)
6. de juiste inspanning (inzet om het heilzame
te bevorderen)
7. de juiste aandacht (alert zijn voor het
hier en nu)
8. de juiste concentratie (op het hier en
nu, of op een heilzaam object)
Kort samengevat is dit het pad van moraliteit,
meditatie en wijsheid. Het Achtvoudige Pad
is zowel diagnosticerend
van aard als helend.
Het Pad is
een diagnostisch
model voor het bepalen van de aard van de
pijn die je voelt, voor het bepalen van het
gebied
waar het
knelpunt zit.
De 'diagnose' bespoedigt
het accepteren
van de problematiek en de beperkingen. Het
volgen van het achtvoudige pad heeft een
helend effect,
het kan
leiden
tot vermindering
en uiteindelijk tot opheffing
van het menselijk lijden.
De eerste twee stappen op het Achtvoudige
Pad zijn aspecten van wijsheid.
1. Met het juiste inzicht wordt de wijsheid
bedoeld waarbij men een weg ziet die leidt
tot meer geluk,
inzicht en harmonie.
Ons
denken
kan door het ontbreken
van inzicht het lijden versterken maar
kan door het juiste inzicht het lijden
ook verminderen.
Vanuit
dit basisinzicht
wordt een
spiritueel pad bewandeld
waardoor gedachten gericht worden op een
wijze die afziet van verlangen.
2. Het juiste denken, d.w.z. het denken
dat helpt om het lijden (dukkha) te verminderen,
wordt
bevorderd door je
te richten op
drie soorten
gedachten:
gedachten waarin afstand wordt gedaan van
(zintuiglijk) verlangen en gehechtheid
gedachten die niet geworteld zijn in haat
of boosheid; bijv. kijken naar het goede
in mensen
gedachten die vrij zijn van wrok; bijv.
het beoefenen van meditatie met de aandacht
gericht
op liefdevolle
vriendelijkheid.
De volgende drie stappen op het Achtvoudige
Pad betreffen het ethisch gedrag of moraliteit.
3. De juiste spraak betreft het advies
om je te onthouden van leugens, roddels,
laster
of
ruwe taal (bijv.
vloeken); dit kan
onnodige verwarring,
pijn of
verdriet veroorzaken.
4. Het juiste handelen betreft het advies
om je te onthouden van harmonie-verstorende
en
(zelf)destructieve handelingen,
zoals geweld
jegens mensen of dieren,
doden, stelen, machtsmisbruik, gebruik
van bedwelmende middelen, genieten ten
koste
van anderen (pesten).
5. Het juiste levensonderhoud betreft
het advies om een heilzaam en eerlijk
beroep
uit te oefenen
waarbij
je jezelf
en anderen
niet kwetst. Dus: je onthouden
van
fraude en handel in drugs, wapens, enz.
De laatste drie stappen op het Achtvoudige
Pad hebben te maken met het innerlijk
omgaan met
handelingen,
gedachten
en emoties.
Ze worden
vooral ontwikkeld
door meditatie.
6. Met de juiste inspanning wordt enerzijds
bedoeld de evenwichtige inzet om onheilzame
daden en
emoties niet
(langer) te voeden
en ze te beëindigen,
en anderzijds heilzame daden en emoties te ontwikkelen
en verder te doen groeien.
7. De juiste aandacht (opmerkzaamheid)
is het observatievermogen waarmee je
doorziet wat
er zich in een bepaalde situatie
in of aan je voordoet. Het
gaat
dus om een
helder bewustzijn van de concreet ervaren
situatie. Het is de open aandacht met
betrekking tot
het lichaam, gevoelens,
gedachten,
zintuiglijke
prikkelingen
en
de emotionele gesteldheid in het hier-en-nu.
Dit voortdurende bewustzijn wordt geoefend
in de inzichtmeditatie.
8. De juiste concentratie betreft de éénpuntigheid van geest, (de
gerichtheid op één concentratiepunt,
het hier en nu of een heilzaam object).
De acht treden ofwel adviezen van het
Achtvoudige Pad staan met elkaar in
verband en werken
als een opwaartse
spiraal,
waarbij
de ontwikkeling
vn de
ene schakel
de andere stimuleert.
Het Achtvoudige Pad kan beschouwd worden
als de praktische weg en het bewustwordingsproces
dat uiteindelijk
leidt tot de Verlichting
en het doorbreken van samsara,
het rad van geboorte en wedergeboorte.
Maar ook op korte termijn kunnen er
vruchten worden geplukt van het bewandelen
van
dit pad,
ook zonder dat de
genoemde transcendente ervaring wordt
gerealiseerd. Het kan leiden tot relativering
van wat je nastreeft
in het leven en dus tot meer ontspanning
en rust. Meditatie kan een heilzame
uitwerking hebben
op de menselijke
geest omdat het
een niet-oordelende
houding
bevordert.
Het lijden (Pali: Dukkha)
‘
Dit, monniken, is de Edele Waarheid van het Lijden: geboorte is lijden, ouderdom
is lijden, ziekte is lijden, de dood is lijden, verdriet en weeklagen, pijn,
smart en wanhoop zijn lijden; omgaan met hetgeen waarvan je een afschuw hebt
is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men
wil hebben is lijden – kortom, de vijf groepen
(die object zijn) van hechten, zijn lijden.’
— Boeddha
Deze waarheid geeft aan dat alle mensen te maken hebben met lijden, variërend
van fysieke tot mentale pijn. Zelfs als wij momenten
van genot of plezier ervaren zit daar lijden in verscholen, omdat deze momenten
tijdelijk
zijn en na verloop
van tijd zullen omslaan in pijn of onplezierige
ervaringen. Vroeg of laat zullen we afscheid moeten nemen van datgene waar
we aan gehecht
zijn, en dit is eveneens
lijden.
De oorzaak van het lijden (Pali:
Samudaya)
‘ Dit monniken, is de Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden: verlangen
en hartstocht. Dit verlangen dat wedergeboorte
veroorzaakt en gepaard gaat met genietingen en
wellust, en bevrediging zoekt in dingen, dan weer
hier, dan weer daar, namelijk: verlangen naar zintuiglijke geneugten, verlangen
naar
bestaan, en verlangen
naar niet-bestaan.’
— Boeddha
De oorzaak voor het lijden is het hebben van verlangens. Deze verlangens
zijn op te delen in drie typen:
• Zintuiglijk verlangen (Pali: kama tanha): Dit verlangen bestaat uit het
verlangen naar sensueel genot. Het betreft hier
een mentaal verlangen naar de plezierige
gevoelens die ontstaan als gevolg van zintuiglijk
contact, zoals bijvoorbeeld wanneer een lekker drankje contact maakt met de tong,
of wanneer
men zichzelf
bewust wordt van het horen van een plezant geluid.
•
Verlangen naar bestaan. (Pali: bhava tanha): Dit verlangen houdt het willen blijven
bestaan in de huidige vorm, of het verlangen naar een bestaan in een alternatieve
vorm, in alternatieve omstandigheden of met alternatieve karaktereigenschappen.
Bijvoorbeeld: "Ik wou dat ik ... was."
•
Verlangen naar niet-bestaan (Pali: vibhava tanha): Dit verlangen heeft betrekking
op het niet willen blijven bestaan in de huidige vorm of omstandigheden, of het
niet willen bestaan in een alternatieve vorm of omstandigheden. Ook het willen
sterven valt hieronder. Bijvoorbeeld: "Ik
wou dat ik nooit ... zou hoeven te zijn"
Al het menselijk lijden ontstaat
als gevolg van deze drie vormen
van begeerte.
Deze
vormen van
begeerte
ontstaan
op hun beurt
door het aanwezig zijn van
onwetendheid: het niet begrijpen
van de drie karakteristieken
en het daardoor
ontstaan
van de perceptie van een 'zelf'.
Onze verlangens om
de realiteit te veranderen zijn
op dit gepercipieerde
zelf gebaseerd.
Indien dit gevoel van "ik ben" er
niet zou zijn, zou er geen verlangen
en dus ook geen lijden zijn.
De opheffing van het lijden (Pali:
Nirodha)
‘ Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden: Het
is het gaandeweg verdwijnen en uiteindelijk ophouden
van voornoemd verlangen. Het opgeven, het
laten varen, het loslaten en de verwerping van
dat verlangen zonder dat er een spoor van overblijft.’
— Boeddha
Deze waarheid vertelt dat ieder mens genoeg in zich heeft om het lijden op
te heffen. Verlossing van het
lijden wordt ook wel verlichting, ontwaking of Nirvana
genoemd. Om deze toestand te
bereiken zouden we moeten beseffen dat het werkelijk geluk niet voortkomt uit
slechts het nastreven en bereiken
van onze verlangens,
maar juist door open te staan
voor
de realiteit,
door te zien wat
er met en in ons gebeurt, en deze realiteit
te accepteren zoals ze is.
Het pad naar de opheffing van het lijden (Pali: Magga)
‘ Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Weg die leidt naar de Opheffing
van
Lijden: Het is simpelweg het Edele Achtvoudige
Pad, namelijk: juist inzicht, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen,
juiste wijze van
levensonderhoud,
juiste inzet, juist aandachtig zijn, juiste concentratie.’
— Boeddha
Het Achtvoudige Pad is een omschrijving van de weg die leidt tot opheffing
van het lijden:
1. Het juiste inzicht
2. De juiste intentie
3. De juiste spraak
4. Het juist handelen
5. De juiste wijze van levensonderhoud
6. De juiste inzet
7. De juiste aandacht
8. De juiste concentratie
Moderne presentatie
Sommige boeddhistische leraren
(zoals bijvoorbeeld de boeddhistische
monnik
Ajahn Brahmavamso)
draaien tegenwoordig de klassieke
leer van de Vier Nobele
Waarheden
enigszins om, en centreren
deze vervolgens rond het geluk
in
plaats van rond
het lijden. Zij
doen dit
omdat ze vinden
dat
deze manier
van presenteren
van de Vier Nobele Waarheden
meer aanpreekt tot westerlingen,
en
westerlingen zo
ook de leer sneller correct
kunnen begrijpen en praktizeren.
De 'geherformuleerde Vier Nobele
Waarheden' gaan als volgt:
1. Er is geluk.
2. Men ervaart dit geluk
wanneer men het Achtvoudig
Pad bewandelt.
3. Soms is er geen geluk.
4. De oorzaak van het afwezig
zijn van geluk is verlangen
en begeerte.
5. DE VIER EDELE WAARHEDEN (cattari ariya sacca pariggaha): de groep van de vier edele waarheden. Dit houdt in dat men zich de feiten realiseert aangaande de Vier Edele Waarheden (Cattari Ariya Sacca), namelijk: 1) dukkha; 2) samudaya; 3) nirodha; 4) magga.
a. dukkha: de waarheid van lijden. Overeenkomstig de Leer van de Boeddha is de gehele wereld voortdurend in verandering, en daarom vol van lijden. Alles glijdt van ons weg. De Boeddha heeft het pad gewezen om een einde aan dat lijden te maken. Er zijn twaalf verschijningsvormen die het bestaan van dat lijden duidelijk zichtbaar maken:
geboorte is lijden (jati);
ouderdom is lijden (jara);
dood is lijden (marana);
verdriet is lijden (soka);
weeklagen is lijden (parideva);
lichamelijke pijn is lijden (dukkha);
mentale pijn is lijden (domanassa);
zware arbeid is lijden (upayasa);
gevoegd worden bij onplezierige personen en bij onplezierige omstandigheden is lijden (appiyehisampayoga);
gescheiden worden van geliefden en van plezierige omstandigheden is lijden (piyehivippayoga);
niet kunnen krijgen wat men wil is lijden (yampiccam nalabhati tampi dukkam);
in het kort: de vijf aggregaten van hechten zijn lijden (samkhitte±na pacupadanakkhandha dukkha).
Lijden kan ook begrepen worden door het te bezien vanuit zeven aspecten, namelijk:
lijden ontstaat door de tastbare, gewone, alledaagse pijn (dukkha);
lijden ontstaat door het in bestaan komen en vergaan van geconditioneerde toestanden (sankhara dukkhata of sankhata dukkhata);
lijden ontstaat door verandering (viparinama dukkhata);
lijden ontstaat door lichamelijke en mentale kwalen, waarvan de oorzaken van ontstaan zijn verborgen (paticchanna dukkhata);
lijden ontstaat door vele beproevingen en wederwaardigheden, waarvan de oorzaken van ontstaan zichtbaar zijn (appaticchanna dukkhata);
lijden ontstaat door actuele pijn (dukkha dukkhata) (nippariyaya dukkhata) te voelen, zowel lichamelijk als mentaal;
lijden ontstaat door alle andere soorten van pijn dan dukkha dukkhata (pariyaya dukkhata).
De opsomming van deze zeven aspecten geeft aan hoe lijden ontstaat. Aldus moet men het lijden op verschilende manieren bespiegelen en het feit in acht nemen dat het een staat is die geconditioneerd is door oorzaak en gevolg. Op deze wijze dient men ernaar te streven om zich de ware natuur van lijden te realiseren.
b. samudaya: de waarheid van de oorzaak van lijden. Hier wordt de hunkering bedoeld welke de hoofdoorzaak van alle lijden is. Die hunkering is in oorsprong drievoudig: 1) hunkering naar zintuiglijke dingen (kama tanha); 2) hunkering naar continu¥teit en worden (bhava tanha); 3) hunkering naar het idee dat er geen continuering en worden bestaat (vibhava tanha). Deze hunkering of begeerte is verder geclassificeerd in relatie tot de verscheidene zintuigobjecten:
begeerte naar vorm (rupa tanha);
begeerte naar geluid (sadda tanha);
begeerte naar geur (gandha tanha);
begeerte naar smaak (rasa tanha);
begeerte naar tastbare objecten (potthabba tanha);
begeerte naar mentale objecten (dhamma tanha).
c. nirodha: de waarheid van de opheffing van lijden. Dit behelst de volmaakte staat van Nibbana die men bereikt door de uitroeiing van alle bezoedelingen. Nirodha is tweevoudig, namelijk: het Nibbana verwezenlijken terwijl men dit leven voortzet (sopadisesa nibbana), en het Nibbana verwezenlijken op het moment van de dood (nirupadisesa nibbana).
d. magga: het pad. Met de term magga wordt het achtvoudige pad bedoeld, welke de enige weg is om Nibbana te verwezenlijken. Het pad bestaat uit:
juist begrip (samma ditthi);
juiste gedachten (samma sankappa);
juist spreken (samma vaca);
juiste handelingen (samma kammanta);
juist levensonderhoud (samma ajiva);
juiste inspanning (samma vayama);
juiste indachtigheid (samma sati);
juiste concentratie (samma samadhi).
Voor een nadere beschrijving van het Achtvoudige Pad, zie ariya atthangika magga.
Elk van deze factoren moet apart genomen en bespiegeld worden en men dient ernaar te streven deze bedachtzaam te beoefenen in het dagelijkse leven. Iemand moet waakzaam zijn omtrent zijn gedachten en ernaar streven om zich van kwade gedachten te verlossen en om goede gedachten op te wekken (samma sankappa) door de training in recht begrip (samma ditthi). Vervolgens zal iemand in staat zijn, zijn lichaam, zijn spreken, en zijn denken te bedwingen, en door rechte contemplatie (samma samadhi) de geest te richten op de verwezenlijking van Nibbana.
Het meest betekenisvolle kenmerk van deze viervoudige satipatthana meditatie zoals die tot dusver is beschreven, is de contemplatie van gedachten, zonder onderbreking van het begin tot het einde. Dat is de allerbelangrijkste oefening. Wordt deze meditatie ijverig beoefend, dan stelt dat iemand in staat het pad naar Nibbana te betreden.
Overeenkomstig de Visuddhi Magga (Pad van Zuivering) en andere belangrijke boeddhistische teksten, is het voor iemand die deze meditatie wil beoefenen, noodzakelijk om in contact te staan met een kundig en edel leraar. Dit is uitermate belangrijk, omdat iemand die deze meditatie wil beoefenen, zonder begeleiding door zo'n leraar, misleid kan worden.
Door het beoefenen van de verscheidene secties van de satipatthana meditatie als onderdeel van de dagelijkse routine, zal iemand ook bekwaam zijn om zijn leven onder controle te krijgen. Hij zal het op een succesvolle wijze kunnen regelen, en daardoor een leven kunnen leiden van vrede en tevredenheid.
Deze 4 contemplaties bevatten verscheidene oefeningen, maar de satipatthana moet niet gezien worden als louter een collectie van meditatieonderwerpen omdat elk van hen er uitgehaald kan worden om los van de andere te beoefenen. Ofschoon de meeste van de oefeningen ook elders in de boeddhistische geschriften verschijnen, zijn ze in de context van deze sutta hoofdzakelijk bedoeld voor indachtigheid en inzicht, zoals gezegd in de zich steeds herhalende passage ter afsluiting van iedere sectie van de toespraak (zie hierna). De 4 contemplaties bedekken alle 5 groepen van het bestaan (khandha's) omdat indachtigheid bedoeld is om de gehele persoonlijkheid te belichten. Vandaar dat voor de volledige ontwikkeling van indachtigheid, de oefening zich moet uitstrekken naar alle 4 de types van contemplatie, hoewel niet elke oefening die genoemd is onder deze vier fundamenten, steeds beoefend hoeft te worden.
Een methodische beoefening van deze satipatthana moet worden gestart met ÚÚn van de oefeningen uit de groep 'indachtigheid van het lichaam', die dienst zal doen als het primaire en regelmatig terugkerende onderwerp van meditatie. Het is aan te bevelen om te starten met de oefening van de in- en uitademing omdat deze het meest eenvoudig is. De Boeddha beoefende deze indachtigheid van de in- en uitademing (anapana sati) zelf in de avond voor zijn verlichting. De oefeningen van de groep en die van de andere contemplaties, zijn ervoor, om gecultiveerd te worden wanneer de omstandigheden zich voordoen gedurende de meditatie en in het dagelijkse leven waarmee meditatie altijd verweven is.
Na iedere contemplatie laat de Boeddha zien hoe dit uiteindelijk leidt tot inzicht-wijsheid:
"Zo, met het beschouwen van zijn eigen lichaam beschouwt hij het lichaam; met het beschouwen van de lichamen van anderen beschouwt hij het lichaam; en met de beschouwing van beiden beschouwt hij het lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen Ún het vergaan van dingen omtrent het lichaam."
"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er bestaat slechts een lichaam' (er is slechts een lichaam, maar er is geen levend wezen, geen individu, geen vrouw, geen man, geen zelf, niets dat behoort tot een zelf; noch een persoon, noch iets dat tot een persoon behoort; Com.), juist zoveel als nodig is voor inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefend hij de indachtigheid van het lichaam."
Op dezelfde manier beschouwt hij ook gevoel, de geest en mentale objecten.
Homepagina Sangha Reiki


|