Illusie als werkelijkheid of de werkelijkheid van de illusie.

 

Tijdens de vorige retraite had ik een korte wandeling gemaakt in het bos en was op de terugweg naar Heel en Al. Terwijl ik daar liep zag ik in de verte iets wat een hond leek te zijn, die aan de kant van het pad stond. Nu ben ik bang voor honden, zeker als ze loslopen, dus sta ik even stil en overleg met mezelf wat te doen, doorlopen of omkeren en via een andere weg teruggaan naar heel en Al. Nu zegt Larry Rosenberg in zijn boek Breath by breath dat als je je angsten wilt overwinnen je ze in het gezicht moet kijken, oftewel er niet voor weglopen, en dus besluit ik door te lopen, zij het met knikkende knieen en een angstig hart. Als ik dichterbij kom blijkt de hond een boomstronk te zijn die mijn angstig gezichtsvermogen heeft omgevormd tot een hond, een illusie dus, een waanidee, iets wat alleen in mijn geest bestaat en niet in werkelijkheid. Ondertussen heeft het me wel knikkende knieen opgeleverd en een angstige gedachtenstroom!.
Deze illusie was gemakkelijk te doorzien en ik kan hem dan ook meteen als ik de werkelijkheid zie laten vallen, maar er zijn meer ingewikkelde, dieper liggende en niet zo makkelijk te verdrijven illusies, zoals mijn angst voor honden die ik al heb sinds ik een tiener was en waarvan ik nu wel weet dat die alleen in mijn geest bestaat, maar die ik toch niet los kan laten.

We hebben allemaal illusies, waandenkbeelden, en de oppervlakkige doorzien we wel op een gegeven moment, dan kunnen we ze herkennen, erkennen en er afstand van nemen en zoals de Boeddha zegt: door er afstand van te nemen kunnen we ze laten gaan. Maar dat is niet altijd even gemakkelijk, het is vaak ook pijnlijk. We beginnen al met het najagen van illusies vlak na de geboorte en gaan er ons hele leven mee door, we kunnen ook eigenlijk niet anders zolang we nog niet verlicht zijn.We denken dat ze ons geluk zullen brengen, of zekerheid, identificeren ons met onze illusies en raken er aan gehecht, we doen er alles aan om ze in stand te houden. Maar omdat deze illusies geconditioneerd zijn veranderen ze, verdwijnen ze en hebben ze geen echte betekenis, kortom, ze kunnen korte perioden van geluk geven, maar uiteindelijk geven ze alleen maar lijden, ze geven geen blijvende bevrediging.

Als onze illusies niet haalbaar blijken te zijn, geven we vaak niet op, we scheppen weer een nieuwe illusie en we gaan weer op jacht, want deze keer moet het toch wel lukken! Zo gaan we maar door, van onze jeugd tot onze dood, van geluk zoeken in rijkdom, status en macht via de romantische mythe en drugs tot meditatie en de Verlichting. We proberen van alles en hebben niet door dat we in een droom leven, dat ons hele bestaan een illusie is, onze wereld, ons lichaam en onze geest. (Dat de Verlichting een illusie is willen we liever niet weten, maar de Verlichting zoals wij ons die voorstellen is slechts een concept in onze geest, een idee, en lijkt ws.in niets op de Werkelijkheid.Als onze geest een illusie is, is ons idee van de Verlichting dat ook). Soms worden we even wakker geschud doordat onze droom kapot gaat, de illusie in rook opgaat en op die traumatische momenten kunnen we even een flits zien van een andere werkelijkheid, zien dat er meer is dan deze wereld vol illusies. Ook op momenten van grote vreugde of vervoering kunnen we ervaren dat er meer is dan dit kortstondig geluksmoment, heel even kunnen we de stralend blauwe hemel zien achter de wolken. Dat besef heeft ons ook hier gebracht, op deze retraite, als we niet zoekende waren, of nieuwsgierig naar wat achter de wolken ligt, waren we nu ws een romantischdiner voor twee aan het voorbereiden of een uitje voor de hele familie.

Nu vraag je je misschien af of het wel zin heeft de Dharma te beoefenen als alles een illusie is, een droom. Samantabhadra had dezelfde vraag, niet omdat hij het antwoord niet wist (hij is immers een van de grote Bodhisattva=s, een verlicht wezen) maar omdat hij wilde dat de Boeddha er iets over zou zeggen.
Samantabhadra (zijn naam betekent Universeel Goed) is een bodhisattva die het symbool is voor het altijd aanwezige potentieel in ieder wezen tot Boeddhaschap, de Volmaakte Verlichting. Hij is de bodhisattva van volmaakt handelen, handelen op grond van wijsheid, je zou kunnen zeggen: wijsheid in aktie. Hij wordt vaak samen genoemd met Manjushri, Manjushri als symbool van wijsheid, Samantabhadra als de uitdrukking van die wijsheid in de wereld, in ons dagelijks leven, daarom noem ik het wijsheid in aktie.
Samantabhadra is bezorgd en na de gebruikelijke rituelen van voor de Boeddha buigen, drie maal met de wijzers van de klok mee om hem heen lopen, dan knielen en een vraag stellen, stelt hij in dit geval zelfs twee vragen:

Ten eerste: Heeft het zin om de beoefening te blijven doen als je begint te beseffen dat alles een illusie is?
En vervolgens: Hoe moet iemand handelen die afstand wil nemen van zijn illusies, die ze wil loslaten, welke vaardige middelen moet hij gebruiken, hoe moet hij beoefenen?
De Boeddha geeft antwoord en zegt:Goed dat je dat vraagt,
Samantabhadra. Het is inderdaad mogelijk dat wezens als ze beseffen dat alles illusie is denken dat beoefening zinloos is. Het kan ze niet meer schelen en ze stoppen met de beoefening, maar daardoor blijven ze in de droom leven. Alle wezens hebben de mogelijkheid tot Verlichting en de enige weg ernaartoe is beoefening.Omdat het bestaan, het lichaam en de geest illusies zijn moeten we illusies gebruiken om illusies te doorzien en op te heffen, er zijn geen andere vaardige middelen, het is alles wat er is.
De Boeddha zegt hier eigenlijk dat je dieven met dieven moet vangen, je gebruikt je geest, die een illusie is, want het is eigenlijk niet meer dan een samenspel van gedachten en verandert elk moment, je gebruikt die geest om de illusie te doorzien, er afstand van te nemen en als het kan, uiteindelijk los te laten. Er afstand van nemen is al een stuk beter dan de toestand waarin we meestal verkeren, als je afstand neemt ben je minder gehecht aan je waanideeen, ze worden minder belangrijk en je gaat steeds beter zien dat het eigenlijk illusies zijn. Dan kan je ook beter door de illusie heenkijken, naar wat er achter zit, of onder zit. Dan kan je dat zien wat er altijd al was en er altijd zal zijn, onbewegelijk en onveranderd, maar niet te zien door alles waar we het mee bedekken.

De Boeddha noemt het voorbeeld van een bloem aan de hemel.


Er is een stralende strakblauwe hemel met in het midden een bloem, een rode tulp of misschien wel meerdere tulpen.Nu weten we allemaal dat er geen tulpen aan de hemel groeien, dus weten we ook dat die bloemen niet bestaan en het een illusie is, maar eigenlijk vinden we ze wel mooi en na een poosje denken we dat het zo hoort, bloemen in de blauwe lucht. We raken gehecht aan die bloemen en willen er geen afstand meer van doen en tenslotte zien we alleen nog maar die bloemen, de blauwe lucht zien we allang niet meer.

Hoe het najagen van illusies groteske vormen kan aannemen, heb ik gezien in de wereld van de internationale hulpverlening, het is een vreemde wereld, doordrenkt van de illusie dat het mogelijk moet zijn net als thuis te leven temidden van oorlog, armoede en hongersnood.
Dat maakt dat toen ik in Afrika was, in een onooglijk dorpje waar ons kamp was en het tentenziekenhuis stond waar ik werkte, een club voor westerlingen werd gebouwd met een zwembad. Het dorp lag midden in de woestijn en het had al maanden niet geregend, het water in ons kamp en in het ziekenhuis was op rantsoen, maar toch was er dat zwembad!! Met Kerst was er op beide dagen een groots kerstdiner, er werden speciale kazen overgevlogen uit Zwitserland en wijnen uit Frankrijk. Er was een speenvarken met een appel in zijn bek en er was zoveel vlees en vis dat het in letterlijk alle gerechten verwerkt was, zodat ik als de enige vegetarier een boterham met kaas als kerstdiner had en het nog prima vond ook.
Buiten ons kamp heerste ondervoeding en oorlog, het weinige vee was door de droogte omgekomen of werd door bendes gestolen, de dag ervoor was er in de keuken van het ziekenhuis nog iemand weggejaagd omdat hij een bord pap had gestolen. Binnen heerste overvloed, een pijnlijke overvloed als je de toestand om ons heen in overweging nam, met wat minder was het nog een goed kerstdiner geweest. Ik ben naar buiten gegaan in de warme tropennacht, heb omhoog gekeken naar de prachtige sterrenhemel, heb mijn boterham met kaas gegeten en heb beseft dat vrede in onszelf zit, niet in het najagen van dingen buiten onszelf, niet in de overvloed van een kerstdiner. Toen heb ik iets ervaren van de diepere vrede van het bestaan, die er altijd is, ook daar in Afrika, die niet alleen boven ons is, maar ook om ons heen en in ons, het is onze oorspronkelijke natuur.
Daarom praktiseren we, daarom moeten we leren onze illusies op te heffen, te laten gaan, om ontvankelijk te worden en leeg, om open te leren staan voor dat wat er altijd was en is, zonder begin en einde, wat mystici het Onnoembare noemen, het grote mysterie, wat Rumi de Liefelijke noemt en de Boeddhist de Dharma.

Verderop in hetzelfde hoofdstuk van deze soetra(die de soetra van de Volmaakte Verlichting heet) zegt de Boeddha op een andere vraag van Samantabhadra dat er vier niveaus zijn waarop we kunnen werken aan het doorzien van onze illusies:

  • Het eerste is het niveau van materiele dingen en het lichaam,

  • het tweede is het niveau van onze geest en de erbij horende gevoelens , emoties en gedachten.

  • Het derde is het laten gaan van het idee dat je illusies moet opheffen.

  • Het vierde is het laten gaan van het idee dat je een idee moet hebben dat je illusies moet opheffen.


Volgens de Zenmeester Sheng Yen, die een commentaar heeft geschreven bij deze soetra kun je pas aan het derde niveau gaan denken als je de eerste twee zo goed als voltooid hebt, je kunt het idee dat je illusies moet opheffen pas laten gaan als je bijna geen illusies meer hebt, anders mis je de aansporing die het idee je geeft en houdtje ws op met eraan te werken.
Aan het vierde niveau hoeven we dan helemaal niet te denken, volgens Sheng Yen is het voltooien van het vierde niveau gelijk aan het bereiken van de Volmaakte Verlichting, alle illusies zijn verdwenen. Zoals het laten gaan van de laatste rode tulp aan de stralend blauwe hemel ons die stralend blauwe hemel zonder enige belemmering toont, de ware aard van ons wezen in al zijn schoonheid en glorie.

Blijven over de eerste twee niveaus en we zijn ws allemaal nog op het eerste niveau, het afstand nemen van materiele zaken zal nog wel gaan, maar dat lichaam he, dat is een moeilijke. Ook het tweede niveau is nogal moeilijk(dat is nog zacht en voorzichtig uitgedrukt, ik zit hier niet om jullie te ontmoedigen) de geest is behoorlijk complex en vaak ook heel subtiel en vol verrassingen.

Ons werk ligt dus op de eerste twee niveaus, bij de wereld, het lichaam en de geest. Hoe doe je dat dan, hoe kan je illusies leren doorzien? Het antwoord ligt voor de hand: door te verstillen, want hoe kunnen we ooit hopen de conditionering van wat er gebeurt, van onze gedachten en illusies, te zien als we steeds maar druk bezig zijn en de ene gedachte de andere meteen opvolgt. In de ruimte tussen de dingen en de gedachten zit de kans onze conditionering te zien, maar dan moeten we eerst vertragen, verstillen.

We moeten er echt naar kijken, in de meditatie, in reflectie en in het leven van alledag, elke gelegenheid die zich voordoet benutten om er mee aan de slag te gaan. En dat kan overal, meer gericht misschien op je meditatiekussen en op een retraite, maar ook in het leven van alledag zitten voldoende mogelijkheden en niet te vergeten gedurende onze gezamenlijke beoefening van de Dharma, zoals in de poeja.

Een van de deuren in mijn slaapkamer heb ik zwartgeverfd met schoolbordverf. Ik schrijf er allerlei kreten op die ik lees en hoor of die bij mezelf opkomen en waar ik verder over wil nadenken.
Zo zie ik ze regelmatig, in ieder geval bij het opstaan en naar bed gaan en het helpt me er mee bezig te blijven.
Een van deze kreten is: Alles is leeg, een illusie, maar het bestaat ook. Dat lijkt een paradox en daar wilde ik eens naar kijken, dus heb ik hem opgeschreven. Vorige week toen ik uit bed klom (anders kun je het niet noemen) keek ik er naar en toen schoten me ineens woorden uit de Hartsoetra te binnen: Vorm is Leegte en Leegte is vorm. Dat lost de vraag op of mijn opgeschreven kreet een paradox is (als je niet begrijpt waarom is het een aardige puzzel voor deze retraite) maar het leidde me ook naar een andere zin uit de Hartsoetra: In Leegte is dus geen vorm, geen gevoel, waarneming, wil of bewustzijn. En plotseling trof het me dat dit is waar we het vandaag over hebben, in feite zeggen we hier dat lichaam en geest niet bestaan, een illusie zijn. Dringt dat wel bij ons door als we de Hartsoetra reciteren, staan we daar ooit bij stil als we de woorden opzeggen? We doen het in elke poeja, maar zeggen we de woorden vaak niet gedachteloos of mechanisch, zonder bezig te zijn met wat we zeggen, de inhoud van de soetra, de betekenis? Hoeveel mogelijkheden tot reflectie laten we liggen omdat we afgeleid zijn, ons meer bezighouden met de vorm, of we het wel goed doen, of omdat we naar het einde van de poeja verlangen en de Hartsoetra alleen maar een teken is dat die nu bijna klaar is? Hoe vaak willen we eigenlijk liever niet naar onze illusies kijken, omdat we liever blijven bij wat we kennen dan in het onbekende te stappen, hoewel blijven vaak lijden betekent, maar dat nemen we dan maar op de koop toe.
Het leven van alledag geeft ons vele kansen om te werken met de illusies van de wereld, het lichaam en de geest, maar vaak moeten we door de gebeurtenissen in ons leven, eigenlijk door het leven zelf gedwongen worden er werkelijk naar te kijken en dan weten we er vaak geen raad mee. Staande op de puinhopen van onze illusies beginnen we onmiddellijk nieuwe te scheppen, in plaats van even stil te staan en afstand te nemen, zodat we ruimte krijgen om te leren van wat er gebeurd is, om te reflecteren, te begrijpen en het vervolgens anders te doen dan voorheen.


Terugkijkend op mijn leven kan ik punten zien waar kaartenhuizen instortten en illusies in rook opgingen. Een ervan was toen ik na vele jaren als hoofdverpleegster een burnout kreeg en een periode depressief was en de illusie van de zelfverzekerde, efficiente hoofdverpleegster voorgoed verdween. Juist die periode heeft me doen beseffen dat het geluk dat ik zocht niet lag in materiele bezittingen en status en dat bracht me naar de Dharma. Toen ik eenmaal met de Dharma in contact was gekomen had ik snel weer nieuwe, meer Aesotherische, hogere illusies, zoals de illusie dat alles snel goed zou komen als ik maar veel mediteerde, de illusie dat ik zonder pijn en moeite zou veranderen en de illusie dat de Verlichting een kwestie was van een paar jaar. Het werd me al snel pijnlijk duidelijk dat het echte waandenkbeelden waren en ik heb ze laten gaan, inmiddels heb ik al weer nieuwe, die ik hier maar niet zal noemen.

De ervaring van het werken voor het Rode Kruis heeft me laten zien dat er geen zekerheid en veiligheid bestaat in dit leven en dat dat komt omdat alles vergankelijk is, niets is blijvend.
Eens hadden we in een dorp in de vallei niet zo ver van de plaats waar het ziekenhuis stond (het was in Afghanistan)een kleine kliniek gebouwd. De frontlijn liep door de vallei, maar het dorp lag in Talibangebied, dicht bij de frontlijn.(Dat was de frontlijn tussen de Taliban en de anti-Talibanstrijders. Er waren gebieden, vooral in de bergen, waar de tegenstanders van de Taliban heer en meester waren, deze frontlijn lag zo=n 10km van het stadje waar ik woonde)

De bedoeling was dat de kliniek zou fungeren als eerste hulppost voor de vallei en daarnaast wilden we spreekuur houden voor vrouwen en ze wat voorlichting geven over geboorteregeling en ze evt wat anti-conceptiemiddelen verstrekken, die eigenlijk verboden waren. Vrouwen hadden toen al nauwelijks toegang meer tot de gezondheidszorg, dus dit was belangrijk. We hadden de anti-conceptiemiddelen gebracht in onze auto, waarbij wij op de dozen zaten en hoopten dat de checkpoints ons niet zouden vragen uit te stappen, wat ze meestal niet deden omdat ze geen vrouwen mochten aanraken, zeker geen Westerse.Het was de enige manier om de middelen in de kliniek te krijgen en het lukte. We richtten alles in en gingen weer weg, van plan om de week erna terug te komen en de kliniek te openen. De dag voor de opening braken er gevechten uit, de frontlijn verschoof een paar honderd meter en het dorp viel in handen van de anti-Talibanstrijders. Die avond werd het dorp door de Taliban gebombardeerd, de kliniek ook, en wat er nog van over was werd leeggeroofd door dorpelingen en strijders.Het einde van vele illusies en een herinnering aan vergankelijkheid, dat niets vast staat. We hebben de kliniek niet meer opgebouwd, ook de condities voor het laten ontstaan en instandhouden van deze kliniek waren blijkbaar niet goed.
Ook het lichaam bleek niet zo betrouwbaar, gezond en sterk als ik had gedacht, niet alleen mijn eigen lichaam (ik liep malaria op ondanks alle pillen) maar vooral om me heen was er veel ziekte en dood en die vond ik vaak zo zinloos. Behalve de oorlogsgewonden( die kon ik nog plaatsen, er was tenslotte een oorlog gaande) stierven er ook veel mensen aan simpele infectieziekten, insectenbeten, malaria en zoals in Afghanistan: door gebrek aan middelen en medicijnen en door de onkunde van de artsen die soms nog letterlijk op de keukentafel opereerden.Het werd me goed duidelijk dat het lichaam en dus ook de geest eindig waren en dat bezittingen geen zekerheid bieden, maar ik had niet veel tijd om er mee bezig te zijn, er opm te reflecteren.
Deze afgelopen maanden ben ik er weer eens opnieuw stevig mee geconfronteerd, toen ik geopereerd werd aan een gezwel in mijn long, wat kanker bleek te zijn, deze keer heb ik wel de tijd en de gelegenheid gehad erop te reflecteren. Deze keer was het mijn eigen lichaam, niet dat van een ander en dat maakte het meer intens. Maar in tegenstelling met mijn eerdere ervaring met vergankelijkheid en dood had ik nu wel de ruimte en tijd om te verstillen, om bij de ervaring te blijven en er naar te kijken. Door de conditie van mijn lichaam gedwongen (zelfs hier zijn het weer de condities die de gelegenheid scheppen) moest ik wel verstillen, het kalm aan doen en door dat te benutten werd wat een negatieve ervaring had kunnen zijn ondanks alles toch een positieve ervaring, een goede tijd.

Mijn meest intense ervaring tot nu toe met het kapotvallen van illusies dateert van enkele jaren terug.
Mijn laatste project voor het Rode kruis eindigde in 2001 en kort nadat ik terugkwam ben ik geordineerd. Na mijn ordinatie wilde ik wel doorgaan met het Rode Kruis maar ik wilde ook graag helpen in het centrum in Amsterdam. Ik maakte steeds weer plannen om weer weg te gaan, maar raakte ondertussen steeds meer betrokken bij het centrum en de sangha en genoot er enorm van.

Ook begon ik het fijn te vinden eindelijk eens een eigen plek te hebben, ergens te zijn zonder het idee te hebben dat ik binnenkort weer weg zou gaan, een gedachte die maakte dat ik me nooit echt thuis voelde in Amsterdam, hoewel ik er al 5 jaar woonde.
Ik stond nog steeds in twee werelden, ik kon de gedachte aan het Rode Kruis niet loslaten en leefde met de illusie dat ik ooit nog weer voor hen zou gaan werken, hetgeen eigenlijk geen optie meer was(en dat wist ik wel, ik wilde het alleen niet toegeven), niet alleen vanwege mijn gezondheid, maar vooral omdat ik steeds meer verweven raakte met de mensen van de sangha en zij met mij. Hoewel ik met bijna alles wat ik had in Amsterdam was, was een klein deel van mij nog steeds bij het Rode Kruis, het verlangen bleef en was soms sterk, vooral als ik beelden op het journaal zag van oorlog en armoede.Het werkte ook door in mijn handelen, ik bleef gedeeltelijk verstrikt in de Rode kruis manier van doen.
Varamitra zei eens tegen me: Je zit je werk in het centrum in te vullen met je Rode Kruis geest; en hij had gelijk.
Toen ging ik op soloretraite in de zomer van 2002 en daar stortte mijn kaartenhuis in, ik kan het niet beter vertellen dan met een gedicht wat ik daar schreef, het is in het Engels, maar ik zal het langzaam lezen

LETTER TO TARA

I sit amidst the ruines, my dear Tara
Of all the things I thought were me and mine.
All skills, all actions, all the views that built up
The illusion of who is me and what is mine.

I=ve always had a strong urge, my dear Tara
To reach out to the poor and those in need of help.
It is a quality in people I admire
And I was out there doing it myself.

But now I=m shocked and in confusion ,my dear Tara
I feel I have no place where I can hide.
I=ve seen through the illusions of my selfviews
And realised how much of it is pride.


I have felt proud of many things, dear Tara
All that I=ve done and have accomplished in this life.
Now you have cut all that in bits and pieces
With your gentle wisdom cutting like a knife.

I feel afraid and devastated, my dear Tara
There=s nothing here that I can name my own.
I have so clearly seen through this illusion
And now I sit here, facing the unknown.

There=s nothing left of me now, my dear Tara
And of my pride and all that I have done.
Only one option left, to sit here and be patient
Waiting for you and for the things to come.

( De Nederlandse vertaling van het gedicht staat aan het einde van de lezing)


Ik zat daar in meditatie en zag ineens waarom ik het Rode Kruis niet kon loslaten. Ik had me gehecht aan het idee van mezelf als hulpverlener, me er sterk mee geidentificeerd, het maakte deel uit van wie ik was, van mijn identiteit.Maar het was definitief voorbij, dat wist ik ook wel, maar toch klampte ik me er aan vast, hoewel ik wist dat het een illusie was. Het is als het vasthouden aan een bittere herinnering, een gebeurtenis uit het verleden, hoewel het al lang geleden gebeurd is blijven we er aan vasthouden en erover praten omdat het een deel van onze identiteit is geworden.
Ik wilde niet loslaten omdat ik bang was mijn identiteit te verliezen, niets meer te zijn en ik zag niet dat ik alleen volledig in het nieuwe kon staan als ik het oude had losgelaten.
Tara of misschien was het wel Samantabhadra vonden in hun wijsheid dat ik hiermee wel wat hulp kon gebruiken en duwden het kaartenhuis omver,ze lieten me heel helder zien dat het een illusie was, mijn tijd bij het Rode Kruis was voorbij, ik moest het laten gaan, loslaten.Op dat moment zag ik ook andere perioden in mijn leven in een ander licht, ik zag hoe ik me aan dingen bleef vastklampen die allang voorbij waren en hoeveel invloed ze nog hadden op mijn handelen van vandaag.Ik zag bijv hoe mijn neiging tot controle voortkwam uit de overidentificatie met het verpleegster zijn, hoe het idee van ik ben hoofdverpleegster geweest

nog steeds deel uitmaakte van mijn zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde, hoewel het al minstens 15 jaar geleden was dat ik het was, ik kon al die dingen(en nog veel meer) niet loslaten omdat ik er iets voor terugkreeg: was het status, waardering, zelfvertrouwen?
Daar zat ik dus, alles wat een belangrijk deel van mijn zelfbeeld bepaalde, waar ik eigenwaarde en waardering aan ontleende, waar ik aan gehecht was geraakt en wat ik zag als mij en mijn lag aan scherven aan mijn voeten. Er was niets meer, een puinhoop was al wat overbleef en ik kon mijzelf niet meer definieren door wat ik gedaan of verworven had in dit leven.
Ik was diep geschokt, niet alleen door het instorten van mijn kaartenhuis, maar ook omdat ik de illusie niet eerder doorzien had en zo lang in stand had gehouden.Ik wist dat ik nu in het onbekende moest stappen, er was immers niets meer over van het bekende, niets waar ik houvast aan had. En met dat besef kwam er een diepe vrede, ik had mijn illusies doorzien en was nu open en ontvankelijk voor wat er ook komen zou, ik had niets meer te verliezen. Er was ook geen angst voor het onbekende, als al onze illusies verdwenen zijn kunnen we voor korte of langere tijd contact maken met wat er altijd al was, wat er achter zit, en ik voelde een diepe vrede, een liefelijkheid en een vertrouwen, een vleugje van de Dharma.

Ik ben naar buiten gegaan en in de tuin gaan zitten en heb genoten van het gras, de bomen en de vogels en ik voelde me heel stil.
Ik heb daar lang gezeten, vredig, stil en geduldig wachtend op wat komen zou en op Tara. Ze is gekomen, maar dat is een ander verhaal en een ander gedicht.
Toen ik terugkwam van de retraite heb ik definitief de banden met het Rode Kruis verbroken, het verlangen was doorzien en daardoor verdwenen en nu kon ik volledig in Amsterdam zijn en me daar helemaal thuis gaan voelen.


Om ons van onze illusies te kunnen bevrijden moeten we verstillen, meer rust in ons leven brengen, zodat we kunnen stilstaan bij de dingen die gebeuren, er met aandacht naar kijken. Dat betekent niet dat we allemaal moeten ophouden met werken of in een klooster gaan, een dagelijks half uurtje op de bank en dan terug kijken op de dag kan al heel wat opleveren. Dan leren we ook zien dat alles om ons heen voortdurend verandert, dat ons lichaam alleen een samenspel is van elementen en mineralen, die door de tijd heen steeds minder goed gaan samenwerken waardoor we kwaaltjes krijgen en soms een stukje van ons lichaam moeten afstaan. Dan zien we dat onze geest een bundel is van losse gedachten die over elkaar heen tuimelen en samen de illusie scheppen van een persoon, een ik, dat vervolgens in stand gehouden en beschermd moet worden. Maar we kunnen ook zien dat juist omdat die gedachten illusies zijn en door onszelf geschapen, we ermee kunnen werken,we ze kunnen veranderen,we ze kunnen laten gaan. En als we steeds meer illusies laten gaan of er afstand van nemen - wat maakt dat ze minder belangrijk worden en we er niet meer zo heftig op reageren - dan geeft dat ruimte en in die ruimte kan wijsheid verschijnen en met die wijsheid is er ook meer mededogen.
Dit is de wijsheid van Manjushri en met die wijsheid kunnen we handelen als Samantabhadra, volkomen handelen met wijsheid en mededogen, wijsheid in actie.

Laten we hier op de retraite zijn en verstillen, en terwijl we zitten, lopen of dingen doen kijken naar onze illusies en er afstand van nemen. Er zullen nieuwe illusies opkomen: de illusie van iets te moeten bereiken op deze retraite, de illusie van iets te moeten uitwerken, de illusie van goede meditaties, hogere toestanden enz enz. Herken ze, erken ze en neem er afstand van en wacht stil, open en ontvankelijk op wat komt, het onbekende.
Dan ben je klaar om het leven te zien zoals de Boeddha het gezegd heeft in het Diamantsoetra:
Als een droom, een zeepbel, een luchtspiegeling.



Brief aan Tara

Ik zit tussen de scherven, lieve Tara
Van alles waarvan ik dacht dat het van mij was of mezelf
Alle vaardigheden, daden en alle meningen die
De illusie van wat is van mij en wat is mijn hebben opgebouwd.

Ik heb altijd een sterke drang gehad, lieve Tara
Om uit te reiken naar minder bedeelden en hen die in nood zijn
Het is een kwaliteit die ik in mensen bewonder
En ik ben zelf daarheen geweest om het te doen.

Maar nu ben ik geschokt en in verwarring, lieve Tara
Ik voel dat ik me nergens meer kan verschuilen
Ik heb door de illusie van mijn zelfbeeld heen gezien
En me gerealiseerd hoeveel ervan uit trots bestaat.

Ik ben over vele dingen trots geweest, lieve Tara
Over alles wat ik gedaan en bereikt heb in dit leven
Nu heb je dat allemaal kapot gemaakt
Met je zachte wjsheid, die het als een mes gekliefd heeft.

Ik voel me bang en totaal vernietigd, lieve Tara
Er is hier niets meer dat ik nu nog van mij kan noemen
Ik heb zo helder en duidelijk gezien dat het een illusie was
En nu zit ik hier en zie alleen het onbekende voor me.

Er is nu niets meer van me over, lieve Tara
En van mijn trots en van alles wat ik gedaan heb
Er is nog maar een optie over, hier zitten en geduldig zijn
en wachten op jou en op de dingen die komen gaan.

Homepagina Sangha Reiki