ASPECTEN VAN LIEFDEVOLLE VRIENDELIJKHEID
Het hart vol genegenheid openbreken. Een parel wordt geveild. Liefde of genegenheid bestaat in zichzelf en is niet afhankelijk van
bezitten of bezeten worden. Net als de parel kan liefde alleen zichzelf
kopen, omdat diepe genegenheid geen kwestie van valuta of wisselkoersen
is. Niemand heeft genoeg om genegenheid te kopen, maar iedereen heeft
genoeg om haar te ontwikkelen. Metta laat ons hervinden wat het betekent
levend en ongebonden te zijn. Een manier om intimiteit met onszelf en al wat leeft te ontdekken, is
om integer te leven, en onze levens te baseren op mededogen en niet kwetsen.
Wanneer we ons toeleggen op handelingen die onszelf en anderen niet kwetsen,
wordt ons leven een geheel; een naadloos kledingstuk waarin niets apart
is of los staat van de spirituele werkelijkheid die we ontdekken. Om
integer te kunnen leven, moeten we ophouden ons leven te verbrokkelen
en in vakjes te verdelen. Het is onzinnig op het werk leugens te verkopen
en in de meditatie grote waarheden te verwachten. Het is zinloos om onze
seksualiteit te gebruiken op een manier die onszelf of anderen kwetst
en dan in een andere situatie te verwachten dat wij een boven alles uitstijgende
liefde kunnen leren kennen. Ieder facet van ons leven houdt verband met
elk ander aspect in ons leven. Deze waarheid is de basis voor een leven
dat tot ontwaking komt. De kracht die ons levendiger maakt is verrukt zijn. Het verheldert onze levenslust, onze erkentelijkheid en onze genegenheid. We ontwikkelen verrukking door vreugde te hebben over onze eigen goedheid. We denken na over de goede dingen die we hebben gedaan; we herinneren ons momenten dat we vrijgevig waren of zorgzaam. Misschien kunnen we denken aan de keren dat het gemakkelijk was iemand te kwetsen, met een leugen aan te komen of afwijzend te zijn en dat we toch een poging deden dat niet te doen. Misschien kunnen we ook denken aan een situatie waarin we iets opgaven op een manier die onze geest bevrijdde en een ander hielp. Of we kunnen ook denken aan een keer dat we angst overwonnen en contact met iemand zochten. Deze beschouwingen laten een bron van geluk in ons opwellen die voorheen misschien nog verborgen voor ons was. Het overdenken van het goede in onszelf is een klassieke meditatietechniek, die wordt beoefend om de geest licht te maken, vreugd en verrukking te schenken. In onze tijd kan deze meditatiebeoefening misschien wat vreemd aandoen, omdat we zo vaak de nadruk leggen op alle betreurenswaardige dingen die we hebben gedaan en alle vervelende fouten die we hebben gemaakt. Toch is deze klassieke bespiegeling geen manier om eigendunk te vergroten. Het is meer een betrokkenheid bij ons eigen geluk en een besef dat dit geluk de basis is voor een vertrouwelijke houding naar alles wat leeft. Dat vervult ons met vreugde, genegenheid voor onszelf en geeft ons zelfrespect. Wanneer we metta beoefenen is het van grote betekenis om te beginnen met metta voor onszelf. Dit is de noodzakelijke basis die ons in staat stelt anderen echte genegenheid te geven. Wanneer we echt van onszelf houden, willen we ook voor anderen zorg dragen, omdat dat ook ons het meest verrijkt en voedt. Met een oprecht innerlijk leven raken we vertrouwelijk met onszelf en met anderen. Inzicht in onze eigen innerlijke wereld geeft ons een band met alles om ons heen, zodat we duidelijk de eenheid van al wat leeft kunnen zien. We zien dat alle wezens gelukkig willen zijn en dat deze impuls ons verenigt. We kunnen herkennen hoe terecht en hoe mooi deze gemeenschappelijke drang naar geluk is. We beseffen hoe intiem we zijn in deze gezamenlijke behoefte. Als we metta beoefenen en we niet in staat zijn het goede in onszelf of in iemand anders te zien, dan gaan we nadenken over de fundamentele wens om gelukkig te zijn die ten grondslag ligt aan alles wat we doen. “Net zoals ik gelukkig wil zijn, willen alle wezens gelukkig zijn.” Door zo'n overweging ontstaat openheid, bewustheid en warme genegenheid. Als we ons toeleggen op deze waarden, worden we de belichaming van een traditie die ver teruggaat tot in oeroude tijden. In alle tijden hebben alle goede mensen hun openheid, bewustheid en genegenheid tot uitdrukking willen brengen. Met iedere zin van metta verklaren we dat we ons met deze waarden verwant voelen. Vanaf dit begin gaat de beoefening van metta op een zeer gestructureerde
en specifieke manier verder. Nadat we enige tijd hebben besteed aan metta
voor onszelf, schakelen we over naar iemand die veel voor ons heeft gedaan,
die we dankbaar zijn en respecteren. In de traditionele terminologie
wordt zo iemand een ‘weldoener’ genoemd. Later schakelen
we over naar een vriend op wie we erg gesteld zijn. Het is relatief gemakkelijk
om liefdevolle vriendelijkheid te richten op deze categorie wezens. (We
spreken liever van ‘wezens’ dan van ‘personen’ om
de mogelijkheid open te houden ook bijv. dieren in deze groepen te betrekken.)
Nadat we deze verbinding hebben gemaakt, gaan we over naar diegenen voor
wie we misschien moeilijker liefdevolle vriendelijkheid kunnen voelen.
Dit is een uitdaging voor onze beperkingen en vergroot ons vermogen tot
welwillendheid. Natuurlijk zullen in verschillende levenssituaties verschillende manieren
van handelen juist zijn. Maar het punt waar het om gaat is dat metta
inhoudt dat we onszelf in enkele situaties tekort doen om het geluk van
anderen in stand te houden. Waarachtige intimiteit ontstaat niet door
het ontkennen van ons eigen verlangen naar geluk in een miserabele ondergeschiktheid
aan anderen, noch door het ontkennen van anderen in een narcistisch vooropstellen
van onszelf. Metta betekent gelijkheid, eenheid en een besef van heel-zijn.
Om de Middenweg van de Boeddha echt te kunnen begaan en de uitersten
van verslaving aan genot en zelfhaat te vermijden, moeten we een vriend
zijn voor onszelf en voor alle wezens. Tijdens de beoefening van metta hoeven we niet een bepaald gevoel
te laten ontstaan. In feite zien we gedurende de beoefening dat we
op verschillende
momenten verschillende gevoelens hebben. De voorbijgaande emotionele
beleving is veel minder relevant dan de bijzondere kracht van de intentie,
die bekrachtigd wordt als we de zinnen uitspreken. Terwijl we herhalen: “Moge
ik gelukkig zijn, mogen alle wezens gelukkig zijn”, planten we
zaden doordat we deze krachtige intentie in onze geest vormen. Wanneer
de tijd er rijp voor is, zal dat zaad vruchten dragen. Gelukkig was de Boeddha op zijn karakteristieke wijze heel precies in wat deze voordelen behelzen. Hij zei dat de intimiteit en de zorgzaamheid die ons hart vervult, als liefdevolle vriendelijkheid zich krachtig ontwikkelt, elf specifieke voordelen met zich mee zullen brengen: 1. U zult rustig slapen. Mensen die metta op een formele manier beoefenen, leren deze elf voordelen vaak uit hun hoofd en reciteren ze regelmatig. De gedachte aan de vruchten van onze intentie en inspanning kan een heleboel vertrouwen en vreugde met zich meebrengen.
Literatuur:
|