Gebed en meditatie
Gebed en aspiratie
Theosofen en het gebed
Wanneer we de woorden 'gebed' en 'meditatie' uitspreken, krijgen we daar bepaalde beelden bij: bij bidden misschien een persoon die geknield zit met gesloten ogen, gebogen hoofd en gevouwen handen; bij meditatie misschien iemand die met gesloten ogen in kleermakershouding zit, de rug recht en de handen opengevouwen in de schoot. Maar we hoeven ons niet bezig te houden met lichaamshoudingen; het gaat om de instelling, onze gedachten en uiteindelijk onze handelingen.
We weten allemaal dat onze woorden gebrekkige weergaven zijn van onze gedachten. Ieder mens heeft waarschijnlijk een enigszins andere voorstelling van het woord gebed en zou het op een enigszins andere manier in praktijk brengen. Hetzelfde geldt voor meditatie. We hebben allemaal verschillende ideeën en opvattingen over de begrippen en hoe ze zouden moeten worden toegepast. Veel zogenaamde goeroes en geestelijken hebben misschien geprobeerd ons te leren wat deze woorden betekenen (of beter gezegd, wat ze voor hen betekenden) en hoe we ze zouden moeten gebruiken (of beter gezegd, hoe zij vinden dat wij ze zouden moeten gebruiken). Tegenwoordig hebben we een enorme keuze als we de ideeën van anderen over meditatie of gebed te weten willen komen, en dit kan een dure onderneming zijn. Maar alleen door onze eigen inspanning, studie en oefening kunnen we ware kennis geleidelijk in ons leven laten doordringen.
Onze geest verheffen om hogere bronnen van inzicht te bereiken: dat doen we als we bidden of mediteren. Bidden houdt meestal in dat mensen een hogere bron aanroepen, terwijl meditatie een verlangen opwekt om het innerlijke goddelijke te bereiken. Misschien zijn dit twee verschillende manieren om dezelfde bergtop te bereiken. Als de god tot wie sommigen bidden de bron is van onze goddelijke vonk, innerlijke Vader, of hogere zelf, is dit dan dezelfde hogere bron waar anderen op mediteren? Wat doen we wanneer we bidden tot of mediteren op onze godheid? Proberen we dan ons lagere of 'dierlijke' zelf te verheffen tot het innerlijke goddelijke zelf? Proberen we dan volledig menselijk te worden?
Als we om iets gedaan te krijgen een macht buiten onszelf aanroepen, voor onszelf of voor anderen, doen we naar mijn mening tevergeefs een verzoek. Dit is slechts wensen dat er iets zou gebeuren. Toen ik een kind was kwam die fiets waar ik voor bad er nooit; pas toen ik hard ervoor werkte verscheen de fiets eindelijk. Verlangen zonder handelen levert niet het gewenste resultaat op. We kunnen wensen dat er vrede komt, maar indien we zelf niet vredig zijn dan zal elk positief resultaat onvolledig zijn. H.P. Blavatsky schrijft:
Onze gebeden en smeekbeden zijn zinloos, tenzij we aan potentiële woorden krachtige handelingen toevoegen en de aura die elk van ons omgeeft zo zuiver en goddelijk maken dat onze innerlijke God uitwendig kan werken, of anders gezegd, als het ware een van buiten komende Kracht kan worden. Op deze wijze zijn ingewijden, heiligen en zeer heilige en zuivere mensen in staat gesteld om zowel anderen als zichzelf te helpen op het moment dat dit nodig is, en om 'wonderen' te verrichten, zoals ze heel dwaas worden genoemd, elk door en met de hulp van de innerlijke God, die alleen door [elk van] hen de mogelijkheid heeft gekregen om op het uiterlijke gebied te werken.
Zelfs met gedachten en motieven moeten we oppassen. De Bhagavad Gita dringt bij ons eropaan niet gehecht te zijn aan de resultaten van onze handelingen. Hierover scheef Blavatsky:
Wens geen resultaten die vormen van macht zijn. Wens bij je inspanningen slechts om dichter bij het centrum van het leven te komen (dat in het universum hetzelfde is als in jezelf) waarbij het voor jou niet uitmaakt of je sterk of zwak bent, ontwikkeld of niet ontwikkeld. Het is jouw goddelijkheid; het is de goddelijkheid die we allemaal delen. Maar zij die alleen uit zijn op geld of macht of succes bij materiële inspanningen geloven niet in het bestaan ervan.
Zelfzucht, hebzucht en persoonlijke wensen zijn geen dingen waar je voor moet bidden of op moet mediteren. Maar sommigen zouden zeggen dat iemand het beste wensen bij ziekte en bidden voor een voorspoedig herstel, onzelfzuchtig en goed is. Toch leggen we door dit te doen iemand anders onze wil op, hoe goed onze bedoelingen ook zijn. Is het juist om anderen onze eigen gedachten op te dringen? Is het een vorm van dwang? Wat als de ziekte die zij hebben hen in staat stelt om karmische gevolgen van gedachten en handelingen uit het verleden uit te werken? We kunnen meedogend zijn zonder de bedoeling anderen onze wil op te leggen. Voor mij is het beter om het grotere verband te zien en te begrijpen dat er in elk leven meer gebeurt dan we ons kunnen voorstellen. De oorsprong hiervan is vaak versluierd in de mist van de tijd. Blavatsky schrijft in De Sleutel tot de Theosofie dat zelfzuchtige smeekbeden helemaal geen gebed zijn, maar een soort zwarte magie en
wee die occultisten en theosofen die golven van wilskracht omhoog zenden voor zelfzuchtige en slechte doeleinden, in plaats van de begeerten van het lagere persoonlijke ego of de fysieke mens te vernietigen en, zich richtend tot hun hogere spirituele ego, gehuld in atma-buddhisch [goddelijk] licht, te zeggen, 'Uw wil geschiede, niet de mijne', enz.! Want dat is zwarte magie, een gruwel en spirituele toverij. - blz. 64
Omdat meditatie geen smeekbede is, stelt ze ons in staat onze gedachten te richten op de onzelfzuchtige bron van alles, wetend dat de grote wet van karma alles zal rechtzetten in overeenstemming met de absolute rechtvaardigheid van oorzaak en gevolg. William Q. Judge verdeelt meditatie in twee soorten: 'De eerste is de meditatie die wordt beoefend op een vastgestelde tijd, of af en toe, volgens een vast patroon of in overeenstemming met bepaalde fysiologische eigenschappen. De tweede is de meditatie van een heel leven, die unieke draad van intentie, concentratie en verlangen die door de jaren heen loopt van de wieg tot het graf.' In dit tweede type ben ik geïnteresseerd. Om elk moment dat je bewust bent te doordringen met onzelfzuchtige contemplatie over het goddelijke, of je nu de afwas doet of je beroep uitoefent; wetend dat elk van je beslissingen wordt bezield, van het standpunt over liefde en toewijding tot de uiteindelijke levensbeginselen - dat is werken met de natuur en haar niet beoordelen of proberen haar pad te veranderen. Judge vertrouwt ons een laatste gedachte toe:
Wil en verlangen liggen ten grondslag aan meditatie en concentratie. Als we waarheid verlangen met dezelfde intensiteit waarmee we vroeger succes, geld of voldoening nastreefden, zullen we snel meditatie kunnen beoefenen en over concentratie beschikken. Als we al onze handelingen, klein en groot, ieder ogenblik verrichten ten behoeve van de hele mensheid, die het Hogere Zelf vertegenwoordigt, dan zal iedere cel en vezel van het lichaam en de innerlijke mens in één en dezelfde richting gaan, wat resulteert in een volmaakte concentratie. Dit wordt uitgedrukt in het Nieuwe Testament in de uitspraak dat als men één doel voor ogen heeft, het hele lichaam vol licht zal zijn . . . In één (hoofdstuk van de Bhagavad Gita ) wordt het prachtig verwoord als het oplichten in ons van de Allerhoogste, die dan zichtbaar wordt. Laten we mediteren op dat wat in ons is als het Hoogste Zelf, ons erop concentreren, en de vaste wil hebben ervoor te werken als iets dat in elk mensenhart woont.

Gebed en aspiratie
Als ons de vraag wordt gesteld 'Bidden theosofen?' dan is mijn persoonlijke antwoord ja en nee; het hangt ervan af wat de vrager met bidden bedoelt. Als hij bedoelt op de knieën gaan en een bede richten tot een god buiten hem, die zuiver denkbeeldig is, waarvan het verstand zich slechts met de grootste moeite een beeld kan vormen en die dus niet instinctief als een werkelijkheid in het hart van de mens leeft, dan moeten we antwoorden: nee, niet dat soort bidden. Dat betekent dat men de god in de mens verloochent, dat men hem zijn rechten ontzegt en om hulp van buiten roept. Dat zijn louter smeekbeden, verzoeken, vragen om gunsten. Dat is zuiver exoterisch.
Het ware gebed betekent rijke, geestelijke nederigheid van het menselijk ik dat zich een voorstelling vormt van wat onuitsprekelijk groots is. Het is het verlangen te worden als de hemelse Vader, zoals Jezus het uitdrukte; het verlangen om een zoon van het goddelijke te worden. Het is bijna een bevel van de mens aan zichzelf om zich te verheffen en tot hogere dingen over te gaan, omhoog naar het goddelijke, waarvan een vonk in iedere mensenziel klopt. Als we ons op harmonische wijze verbinden met deze innerlijke hartslag, deze polsslag van het goddelijke en tot dezelfde trillingsfrequentie komen, vernieuwt zich ons leven en ondergaan we een totale hervorming. We zijn dan niet langer slechts mensen die om gunsten vragen, waardoor we onszelf verzwakken, maar we beginnen onze eenheid te beseffen met het goddelijke. Langzamerhand worden we ons bewust van onze waardigheid die ons als een gewaad omhult. Welk bidden is edeler dan wanneer de zoon wil worden als zijn goddelijke ouder?
Wat mezelf betreft, ik ga nooit 's avonds slapen en sta nooit 's morgens op voor ik me tenminste eenmaal naar binnen wend en die ervaring opdoe. Zulk bidden is niet alleen een geesteshouding. Het is een levenswijze, een manier van leven die hem die zich daartoe aangetrokken voelt en haar volgt waardigheid schenkt, die zijn denken verrijkt met inzicht en hem in harmonie brengt met al wat leeft. Hij bidt het best die al wat is,
van groot tot klein, het meest bemint.
Ja, want het betekent dat men één wordt met alles om zich heen. Het betekent eenvoudig dat men zijn bewustzijn langzamerhand verdiept, het elke dag iets uitbreidt zodat het iets meer van de omringende wereld in zich opneemt, omvat en omsluit. Door zo te bidden, te leven, te denken en te voelen groeit ons bewustzijn steeds meer, tot we op een dag in ons denken en voelen het heelal kunnen omvatten. Dan zijn we niet langer gewone mensen; we zijn dan god-mensen en nemen na onze dood onze plaats in tussen de goden, de kosmische geesten, aartsengelen, engelen, machten - als de christelijke terminologie u aanstaat.
Wat is het verschil tussen een gewoon mens en een genie? De gewone mens leeft binnen het kleine besloten raamwerk van het persoonlijke bewustzijn; hij kan niet daarbuiten gaan. Hij heeft geen intuïtie, geen inspiraties. De geniale mens is iemand die zijn bolster heeft opengebroken. In zijn bewustzijn en gevoelens reist hij door het omringende heelal. Hij verkeert in dezelfde trilling als het heelal om hem heen en daardoor krijgt hij inspiratie en verheven ideeën. Hij ziet, hij voelt - en men zal zeggen 'Er is een genie verschenen'.
Zulk bidden brengt ons in contact met alle dingen. Het wekt eigenschappen in ons die tot nu toe latent zijn gebleven maar die nu de kans krijgen zich te ontwikkelen, te ontplooien, zich uit te breiden. En onder echt bidden verstaan we niet alleen het uitbreiden van het persoonlijke bewustzijn om één te worden met het universele bewustzijn, maar ook het in praktijk brengen van wat we ervaren. En dat is een even grote vreugde: in praktijk brengen wat we verkondigen. Anders zijn we niet meer dan een rinkelend cimbaal en het dreunend lawaai van holle vaten - Vox et praeterea nihil , 'Een stem en verder niets'. Maar wanneer men het bidden in praktijk brengt , versterkt men zijn eigen krachten door oefening. Wat uzelf heeft gevoeld, begint u in praktijk te brengen. U ziet hoe het licht van begrip opflitst in de ogen van anderen; er ontstaat een nieuwe en verborgen sympathie tussen de ene en de andere mens. Het is een nieuwe levenskracht. Deze manier van bidden is ook een levenswijze; het is tevens wetenschap; het is filosofie; het is religie.
Wij zijn kinderen van het oneindige, van het goddelijke. Onze godheid is intrakosmisch en tegelijk transcendent, op dezelfde manier als een mens niet alleen zijn fysieke lichaam is, en niet alleen zijn denkvermogen of zijn geest. Hij is lichaam en gevoelens en emoties en denkvermogen en ziel; maar daarboven is hij transcendent; in hem is iets dat groter is dan dit alles. Dat is de vonk van het goddelijke, de vonk waardoor de mens met het onzichtbare, met het goddelijke is verbonden. Die vonk is het belangrijkste en krachtigste element in ons. Hij is de overheersende en regelende factor in onze bestemming en als wij groter en edeler willen worden en hoger willen komen, moeten we ons tot die vonk opheffen, moeten we ons verheffen door te leven naar wat we weten. Dan wordt ons leven groots. En als die oefening tot betrekkelijke volmaaktheid is gebracht, zal de visie van het geniale ongemerkt bezit nemen van het denken. Want genialiteit betekent kosmische wijsheid. Genialiteit gaat gepaard met een steeds groeiend begrip en tenslotte gaan we beseffen dat we niet alleen wezens zijn die misschien na de dood een leven in hemel of hel hebben, maar dat onze bestemming de bestemming is van het oneindige Al: dat we eindeloos zijn, eeuwig als de duur, als de kosmische tijd en dat het grenzeloze heelal ons thuis is; dat we hier op aarde slechts voor een enkele dag zijn; dat dit niet meer is dan een fase in onze evolutiereis omhoog en steeds verder.
Waarnaar we streven, waarvoor we bidden is: een steeds verruimend bewustzijn door aspiratie, door studie, door te leven overeenkomstig onze woorden - een steeds verruimend bewustzijn naar dat hoogtepunt, eenwording met het goddelijke. We gaan door alle natuurrijken heen, groeien van mens tot supermens; van supermens tot halfgod; van halfgod tot het goddelijke, tot het supergoddelijke en zo verder omhoog langs de eindeloze levensladders. Wat een wonder! Wat een schitterend beeld!
We beseffen dat die goddelijke geest waarover we zo gemakkelijk praten - omdat hij een intuïtieve gedachte vertegenwoordigt, een antwoord is op het innerlijke verlangen, op die onzegbare honger in ieder normaal mens - slechts onze menselijke voorstelling is van iets dat nog wonderbaarlijker, nog grootser is; en we kunnen nooit een einde bereiken; dat het groei is en vooruitgang en een eeuwig zich uitbreidende genialiteit van bewustzijn.
Bidden theosofen? Ja, in die zin dat we proberen van ons dagelijks leven een gebed door daden te maken. We hebben de draad van Ariadne, we bezitten de sleutel en we proberen die te gebruiken. Weet u wat die sleutel is? Wijsheid van de goden. En weet u wat het slot is? Dat zijn wijzelf die deze sleutel hanteren. Door hem voor ons eigen bewustzijn te gebruiken, hem al is het maar een klein beetje om te draaien, stroomt er magisch licht door de op een kier geopende deur, vanuit de onuitsprekelijke mysteriën die daar zijn verborgen en opwellen uit de kosmische bron. Niemand kan ooit een naam eraan geven. Hij is naamloos. Namen halen hem alleen omlaag. Daarnaar streven, altijd en zonder ophouden - dat is bidden. Door dat te doen groeien we. Wat een hoop, wat een vrede! Wat groeit ons begrip als we uit onszelf, vanuit ons eigen bewustzijn het einde van de draad van Ariadne hebben gevat. Dit proces van elkaar voortdurend opvolgende stadia van ervaring en groei noemen we inwijding.

Theosofen en het gebed
Bid niet tot de goden, want al horen ze, ze mogen niet ingrijpen, want de goden zijn zelf gebonden aan de kosmische wet waarvan ze niet mogen afwijken. Onze gebeden komen voort uit onze onwetendheid en zwakheid: onwetendheid wat betreft onze meest wezenlijke behoeften en zwakheid omdat we anderen voor ons dingen willen laten doen die we, uit gebrek aan moed of wilskracht, zelf niet beginnen te doen.
Ik beklaag die arme zielen die in hun eenvoud geloven dat door tot de Almachtige God te bidden, hun gebeden zullen worden verhoord. Denk daarover eens na. Wat is de reden dat zoveel mensen graag bidden? Ze weten heus wel uit ervaring dat hun gebeden niet worden verhoord. Maar waarom ze graag bidden is omdat het vrede brengt; omdat het hun een gevoel geeft hun lasten op iemand anders te kunnen afwentelen en ook omdat het in het hart van de mens het onuitroeibare gevoel versterkt dat er geestelijke krachten bestaan die een geweldige - hoe zal ik het zeggen? - een geweldige constante activiteit in de wereld vertonen en dat we, door aan die wezens te denken, met hen in aanraking komen.
Ja, tot zover is het juist. En als elk gebed een vurig verlangen was om in nauwer contact te komen met die geestelijke krachten, zou het prachtig zijn. Maar nu een ander beeld: twee legers komen samen om elkaar af te slachten, te vernietigen en van weerszijden worden smeekbeden naar de Almachtige God gezonden voor de overwinning van het eigen leger. Ziet u daarin niet een afschuwelijke godslastering, een volkomen gebrek aan begrip van de goddelijke aard van de leiding van het heelal?
Het is het vraaggebed waarin theosofen niet geloven: het aan de Almachtige God vragen om stoffelijke en andere zegeningen die de vrager niet zelf probeert te verwerven uit luiheid of onverschilligheid tegenover zijn plichten. Zulke gebeden zijn vaak zonder meer immoreel, bedekt of zelfs openlijk; zoals wanneer men de Almachtige God bidt om zelfzuchtige voordelen ten opzichte van zijn medemensen.
Maar wat verlangt het menselijk hart naar mededogen, naar sympathie, naar schoonheid en naar een begrijpende handdruk van iemand anders; en door onze studie en intuïtieve ingevingen zijn we ons diep bewust van de levende werkelijkheid van grote geestelijke krachten in het heelal, die ons voortdurend omringen, en die onze oneindig trouwe bondgenoten en helpers zijn als we ernaar streven ons geestelijk en intellectueel tot hen te verheffen. Wij mensen hebben inderdaad iets dat zoveel mooier en edeler is dan bidden tot godheden die niet luisteren - iets dat veel dichter ligt bij ons hart en onze ziel, iets dat onvoorstelbaar mooi, zachtaardig, meedogend is, altijd luistert, altijd helpt: de broederschap van mededogen en wijsheid. Deze broederschap strekt zich boven ons mensen uit, in een ononderbroken keten, naar de chela's en de meesters en verder naar de hoogste hoogten van de etherische ruimten. Ik weet niet hoever de hiërarchie zich uitstrekt, zeker zover als de hoogste hoogten van ons eigen melkwegstelsel; en het is deze trap waarlangs de chela, de discipel, omhoogklimt, steeds hoger en hoger. Het is een wonderlijke en occulte waarheid dat diegene die de handen vol mededogen naar achteren uitstrekt om hen die na hem komen te helpen, het hardst, het snelst omhooggaat. Is dat niet een ongekend wonder?
Deze helpers van de mensheid, de meesters en hun chela's en zij die boven de meesters staan, bieden ons voortdurend de hulp van hun altijd medelijdende hart en hun kracht, die verbazingwekkend is maar ons toch overvloedig wordt geschonken. Zij zijn zeer wijs in wat ze geven, want hun hulp is slechts zelden bekend. 'Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.' Ik zou u enkele dingen kunnen noemen die de helpers voor de mensheid doen, ongezien en onbekend, zelfs voor hen die hun meedogende gaven en weldaden ontvangen: het redden van levens op verschillende manieren; het voorkomen van rampen op velerlei wijzen; rampen, die niet kunnen worden verhinderd omdat ze door het egoïsme en het kwaad doen van de mensen zelf zijn opgeroepen, zo matigen dat de hardheid en scherpte ervan de mens minder treft. Zulke dingen worden voortdurend gedaan en wij mensen weten weinig of niets daarvan. We zien alleen de gevolgen. Daarom wordt deze hiërarchie van mededogen de beschermmuur om de mensheid genoemd.
De ladder die leidt naar de hiërarchie van mededogen wordt niet beklommen door egoïsten en luiaards die niet proberen hun eigen leven te hervormen. Het paradoxale is dat zij die het meest vragen in de regel het minst geven. Welk geschenk is groter dan het hart van de mens, dan hijzelf ? Toon me iets dat edeler is dan dat; wat praktischer is en sneller tot resultaten leidt. Wat is er met de wereld van vandaag aan de hand? Mannen en vrouwen zijn in verwarring door hun eigen zwakheden; ze hebben zelfs niet de wilskracht één enkel pad een week lang of een maand, laat staan een jaar achtereen te bewandelen. Hun wil slaapt, hun denken is verzwakt door gebrek aan oefening en door te steunen op hulp van buitenaf; hun innerlijke geest krijgt geen kans zijn vleugels uit te slaan en omhoog te vliegen.
Als men zegt dat theosofen niet in het gebed geloven, begrijpt men de theosofische zienswijze niet. Maar de meeste gebeden zijn helaas smeekbeden, bedekt of openlijk, en zulk bidden verzwakt het karakter. Als ik de christelijke God Almachtig was, zou ik tegen iemand die zo bidt zeggen: 'Zoon, de waarheid ligt in uw eigen hart verborgen. Ze is u geleerd. Ga op eigen benen staan en wees uzelf'. Het mooiste gebed is als aspiraties in daden worden omgezet. Daaruit spreekt de ware man en de ware vrouw. De eeuwen door hebben theosofen nooit bezwaar gemaakt tegen bidden als dat bestaat uit innerlijke aspiratie, de wil tot zelfregeneratie voor geestelijke zaken, en het omzetten van die innerlijke houding van de ziel in positieve daden op aarde. Waar dit 'bidden door te handelen' zich voordoet wordt het hele leven vervuld van het gebed van de avatara Jezus: 'Niet mijn wil, maar de uwe geschiede'.
Homepage Sangha Reiki

 
|