Meditatie en yoga

Yoga en geestelijke verlichting

De ziel wordt sterk in de stilte, want dan is ze aangewezen op haar eigen krachten en vermogens en leert ze zichzelf kennen. Een van de beste manieren om snel en zeker licht te ontvangen op een probleem, om de intuïtie te ontwikkelen, is de last van het vinden van een oplossing niet af te schuiven op iemand van wie men denkt dat hij kan helpen. Oplossingen zien en problemen oplossen is een kwestie van training, van innerlijke groei. Een van de eerste regels die een neofiet wordt geleerd is nooit een vraag te stellen voor hij ernstig en herhaaldelijk heeft geprobeerd haar zelf te beantwoorden. Want door dat te proberen doet hij een beroep op de intuïtie. Het is ook een oefening. Het versterkt onze innerlijke vermogens. Vragen stellen voor we zelf hebben geprobeerd het antwoord te vinden, betekent eenvoudig dat we op anderen willen leunen, en dat is niet goed. Door het oefenen van onze eigen vermogens groeien we, winnen we aan kracht en vaardigheid.

Bepaalde vragen komen echter op met een kracht die dwingend om een antwoord vraagt. Ze zijn als de mystieke klop op de deur van de tempel; ze vragen om meer licht, want ze komen niet uit het brein maar uit de ziel, die het licht probeert te begrijpen dat in haar stroomt vanuit de eeuwige bronnen van het goddelijke. Vraag en u zult ontvangen; klop - en klop op de juiste manier - en u zult worden opengedaan. Als het verzoek krachtig en onpersoonlijk genoeg is, zullen zelfs de goden in de hemel reageren. Als de betrokkene het zeer ernstig meent, zal het antwoord uit zijn innerlijk tot hem komen van de enige inwijder die een neofiet ooit heeft.

Meditatie is een positieve geesteshouding, veeleer een bewustzijnstoestand dan een methode of een periode van intensief verstandelijk denken. Onze houding moet positief zijn, maar rustig; positief als een berg van graniet en even sereen en vredig; en we moeten de storende invloeden van het altijd actieve en koortsige intellect vermijden en vooral onpersoonlijk zijn. Meditatie in hogere zin houdt in dat we het bewustzijn ombuigen, dat we het denken verheffen naar het gebied waar de intuïtie de leiding heeft en waar edele gedachten of aspiraties thuishoren, en dat we het bewustzijn daar geconcentreerd houden. Maar men kan ook over slechte dingen mediteren, en velen doen dat, helaas.

Het is mogelijk voor men in slaap valt zo te mediteren dat de ziel naar de goden opstijgt, en verfrist en versterkt wordt door contact met die goddelijke wezens. Maar het is evengoed mogelijk te tobben voor de slaap komt zodat, wanneer de ketenen van de waaktoestand zijn verbroken en het brein tot zwijgen is gebracht, de ziel omlaag wordt getrokken en degradeert en verzwakt. Men moet nooit gaan slapen voor al het onrecht dat men is aangedaan oprecht is vergeven. Dat is heel belangrijk, niet alleen als een veredelende gewoonte, maar ook als een zeer noodzakelijke bescherming. Vul het hart met gedachten van liefde en mededogen voor allen en de geest met een verheven idee en denk daar rustig op een zuivere, onpersoonlijke wijze over na, ongedwongen en kalm, en dan zullen alle zintuigen en het denken tot rust komen.

Eén reden voor de noodzaak van strikte onpersoonlijkheid, zonder dat de geringste gedachte van afbrekende of moreel kwetsende aard het hart binnendringt, zoals haat, boosheid, angst, wraak of een ander onaangenaam product van het lagere zelf, is dat wanneer de slaap het lichaam overvalt en het gewone hersen-bewustzijn wegzakt, de dan bevrijde ziel automatisch de laatste richting volgt die haar werd gegeven. De gewoonte om het denken tot rust te brengen voor men gaat slapen kan daarom de ziel verheffen.

Mediteer voortdurend - niets is zo eenvoudig en nuttig. Voor de meeste leerlingen is dat veel beter dan daarvoor een vaste tijd te reserveren: rustig, aanhoudend nadenken over de vragen die men heeft en daarmee doorgaan zelfs als de handen bezig zijn met het dagelijkse werk en het verstand geheel in beslag wordt genomen door andere plichten. Op de achtergrond van het bewustzijn kan toch deze gestage onderstroom van denken aanwezig zijn. Het vormt ook een beschermend schild bij alles wat men doet, want het omringt het lichaam met een uit de diepere lagen van het aurische ei voortgekomen aura, die akasisch van aard is en waar niets stoffelijks doorheen kan dringen als ze is verdicht door de wil van iemand die weet hoe dat moet worden gedaan.

Maar zelfs in de diepste meditatie, wanneer men alle besef van de omringende omstandigheden heeft verloren, verkeert de geoefende chela nooit in een toestand waarin hij zijn spirituele en mentale controle heeft verloren. Hij is steeds waakzaam, zich altijd ervan bewust dat hij de situatie beheerst, zelfs terwijl het bewustzijn de ontelbare aspecten van het onderwerp dat hij overpeinst de revue laat passeren. Het is in de regel sterk af te raden in gedachten zozeer op een ander gebied te zijn dat men een psychische of fysieke automaat wordt.

Er zijn twee soorten meditatie: bij de eerste vormt men zich een helder beeld van een mooie gedachte en laat men het bewustzijn daarin doordringen; bij de tweede verplaatst men het bewustzijn naar hogere sferen of gebieden en ondergaat en verwerkt men de ervaringen die daardoor het bewustzijn binnenstromen. Maar als we de tanden op elkaar klemmen, ons schrap zetten en verstandelijk blijven hameren op een bepaalde gedachte, mediteren we helemaal niet. Als we dat doen slagen we niet, omdat een dergelijke manier van doen slechts hersenwerk is, dat vaak uitputtend, niet inspirerend en ongeïnspireerd is. Er bestaat verschil tussen gewoon geconcentreerd over een onderwerp nadenken, vooral als dat neerkomt op het gebruik van het verstand, en het zich verdiepen in of concentreren van het bewustzijn op het volgen van het verheffende pad waar de spirituele wil de leiding heeft.

Meditatie wil dus zeggen dat men een gedachte in de geest vasthoudt en dat het bewustzijn ongedwongen en met vreugde innerlijk aan deze gedachte werkt. Houd die gedachte daar vast, en laat de geest zich ermee bezighouden. Het is niet nodig daarvoor de fysieke of psychische wil in te schakelen. Dit is ware meditatie en is in feite het fundamentele geheim van yoga, wat 'vereniging' betekent van het denken met de onuitsprekelijke vrede, wijsheid en liefde van de innerlijke god. Als men deze eenvoudige regel van jñanayoga toepast, zal het na een poosje een vanzelfsprekende zaak worden, een deel van het dagelijkse bewustzijn. Concentratie of doelgericht denken betekent niets anders dan dat we een gedachte duidelijker voor de geest halen en al onze aandacht daarop richten - niet met de wil, maar ongedwongen.

Alle andere vormen van yoga die min of meer op uiterlijke hulpmiddelen berusten, zoals lichaamshoudingen, ademhalingsoefeningen, de stand van handen, vingers en voeten, enz., behoren tot de lagere vormen van hathayoga en zijn niet veel meer dan krukken, omdat ze het denken op deze uiterlijke methoden richten en afleiden van het hoofddoel van ware yoga, namelijk dat de aandacht verschuift van uiterlijke naar innerlijke en spirituele zaken. Daarom doen al deze vormen van lagere yoga, die nu door de 'leringen' van rondtrekkende 'yogi's' in het westen zo populair zijn geworden, gewoonlijk meer kwaad dan goed.

Het hathayoga-stelsel is een vijfvoudige methode om beheersing te verkrijgen over de lagere psychische vermogens door verschillende vormen van ascetische oefeningen, waarvoor het nodig is dat fysieke en psychische delen van de constitutie op gewelddadige wijze systematisch worden verlamd. De yogi bereikt dit volledig opgaan in zichzelf door vitale processen te onderbreken en kortsluiting te veroorzaken van bepaalde pranische energieën van zijn astraal-fysieke lichaam. Het moet duidelijk zijn dat deze oefeningen mentaal en fysiek gevaarlijk zijn en een belemmerende invloed hebben op de geest; daarom worden ze door alle echte occulte scholen ondubbelzinnig afgeraden. Bepaalde vermogens kunnen inderdaad met deze middelen worden verworven, maar, ik herhaal, het zijn vermogens van de laagste soort die geen blijvend nut hebben en bovendien zullen ze de spirituele vooruitgang in hoge mate belemmeren.

In dit verband schreef William Q. Judge:*

. . . er zal vooruitgang worden geboekt. Niet door te proberen psychische vermogens aan te kweken, wat op zijn best slechts in geringe mate kan worden verwezenlijkt, noch door zich aan het gezag van een ander te onderwerpen, maar door de ziel te ontwikkelen en sterker te maken. Als niet alle deugden in acht worden genomen, als het denken geen stevige filosofische basis heeft, als men niet erkent dat spirituele behoeften geheel losstaan van het psychische gebied, vindt men slechts een tijdelijk vermaak in de astrale rijken, wat tenslotte even zeker als de zon aan de hemel straalt op een teleurstelling uitloopt.

*'Answers to Correspondence', december 1893; Echoes of the Orient , 3:436.

De rajayoga- en jñanayoga-stelsels, daarentegen, die een spirituele en mentale training omvatten in combinatie met een liefde voor alle wezens, hebben te maken met de hogere delen van de innerlijke constitutie - het beheersen van het fysieke en het psychische vloeit op natuurlijke wijze voort uit het begrijpen van de volledige zevenvoudige mens. Ware yoga beheerst en verheft het denken en brengt zo het contact tot stand tussen het menselijke en het spirituele bewustzijn, dat betrekkelijk universeel bewustzijn is. Het bereiken van deze vereniging of eenwording met zijn eigen goddelijk-spirituele essentie brengt verlichting.

In bepaalde zeer uitzonderlijke omstandigheden, wanneer een chela in mentaal en spiritueel opzicht relatief ver is gevorderd, maar nog een zeer ongelukkig en zwaar fysiek karma moet uitwerken, is het op zijn plaats op beperkte schaal de hathayoga-methoden te gebruiken, maar alleen onder toezicht van de meester zelf. Ik wil hieraan toevoegen dat de Yoga Aforismen (of Sutra's ) van Patañjali een hathayoga-geschrift is, maar een van de hoogste soort. De beknopte instructies die dit kleine werkje bevat zijn aan westerse studenten goed bekend, voornamelijk door de interpretatie van W.Q. Judge en latere schrijvers.

Ware yoga betekent meditatie, zoals gezegd, en dat houdt kennelijk in dat men zijn denken concentreert op een verheven onderwerp, dat vasthoudt en erover peinst. Patañjali schreef in zijn Sutra's : (i, 2) Yogas-chitta-vritti-nirodhah - 'yoga is het tegengaan van de warrelingen van het denken'. Dat is heel duidelijk: wanneer het altijd actieve hersenverstand, dat als een vlinder van gedachte naar gedachte fladdert en heftige emoties heeft, zo onder controle kan worden gebracht dat het zich op één doel concentreert en naar een hoger verstandelijk inzicht streeft, dan verdwijnen deze 'warrelingen' van het denken en wordt het omhoogstrevende denkorgaan intens actief en intuïtief, ziet de waarheid en maakt in feite de mens, wiens orgaan van zelfbewust denken daarmee bezig is, tot een belichaming van wijsheid en liefde - en dat is de ware yoga. Dan is manas, het denk-beginsel actief, en het wendt zich als het ware omhoog in plaats van omlaag en wordt buddhi-manas in plaats van kama-manas. Het chitta uit de Sanskrietzin, d.w.z. het 'denken', wordt vervuld van wijsheid en intuïtie en de mens die bedreven is in deze verheven spirituele oefening wordt in feite één met de innerlijke godheid.

In de volgende sloka zegt Patañjali vervolgens: 'dan woont de ziener in zichzelf', wat wil zeggen dat de mens dan een ziener wordt en in zijn spirituele zelf, de god in hem, woont.

Wordt daarentegen het denken niet op deze manier in toom gehouden en omhooggericht, dan 'worden de warrelingen (activiteit) wederzijds gelijkgesteld', zoals de vierde sloka zegt - een zeer beknopte uitspraak die betekent dat wanneer het denken zich vastlegt op lagere dingen, zijn koortsige activiteiten het hogere manas ketenen, dat daardoor tijdelijk wordt 'gelijkgesteld' aan zijn laagste elementen, en daardoor is men niet méér dan een gewoon mens.

Een occult geheim in verband met het bewustzijn is dat het de vorm aanneemt van het object dat wordt waargenomen of waaraan wordt gedacht en zich dus vormt naar het voorwerp van beschouwing, van welke aard dat ook is. Als het mentale beeld goddelijk is, wordt het bewustzijn daaraan gelijk, omdat het in het goddelijke vloeit en zich dienovereenkomstig vormt; wanneer het zich met de lagere dingen bezighoudt wordt het daaraan gelijk, omdat het de vorm en het uiterlijk daarvan aanneemt.*

*Dit belangrijke feit in het occultisme heeft daarom een hoog en een laag aspect; en dit vermogen van het denken wordt door adepten van zowel de witte als de zwarte orde gebruikt om, wanneer dat nodig is, magische gevolgen voort te brengen. Het is niet overdreven te zeggen dat de avesa-vermogens, het binnengaan en gebruiken van het lichaam van een ander, zowel als hpho-wa of het vermogen om de wil en de intelligentie naar een andere plek te projecteren, soms over ongelooflijke afstanden, grotendeels op deze eigenschap of dit vermogen van het plastische denkvermogen berusten.

Juist dit verlangen om te weten, niet voor zichzelf, zelfs niet om kennis in abstracte zin, maar met het doel de kennis op het altaar van dienstbaarheid te leggen, leidt tot esoterische vooruitgang. Dit verlangen, deze wil om op onpersoonlijke wijze te dienen, loutert het hart, verheldert het denken en maakt de centra van het lagere zelf onpersoonlijk, zodat ze zich openen en zodoende wijsheid kunnen ontvangen. Dit verlangen is de drijvende kracht, de stuwende motor, die de aspirant vooruitbrengt, steeds hoger en hoger.

 

Yoga en geestelijke verlichting

Er bestaan verschillende yogastelsels waarvan hathayoga de in het westen meest bekende is. Centraal daarin staan lichaamshoudingen en ademhalingstechnieken die zouden moeten leiden tot het ontwikkelen van hogere vermogens, waaronder occulte krachten. Er bestaat echter een toenemende belangstelling voor verschillende vormen van tantrayoga. Hiroshi Motoyama, een bekende Japanse autoriteit op het gebied van yoga, propageert een vorm van tantrayoga die veel lijkt op hathayoga; een belangrijke rol daarin spelen lichaamshoudingen, het reguleren van de ademhaling en het activeren van de chakra's (de zeven subtiele energiecentra in het lichaam). Het richt zich tevens op het opwekken van de kundalini - een psychische kracht die zich aan de basis van de ruggegraat bevindt, en normaal gesproken inactief is. H.P. Blavatsky noemt het 'een scheppend vermogen dat, wanneer het tot werkzaamheid wordt gewekt, even gemakkelijk kan doden als scheppen.' 1 Volgens Motoyama echter zijn deze methoden volkomen ongevaarlijk, maar aan die opvatting moeten we ernstig twijfelen als we lezen wat hij schrijft over zijn eerste ervaringen met tantrayoga.

Nadat Motoyama maandenlang elke dag drie tot vier uur tantrayoga had beoefend, kreeg hij zijn eerste ervaring van het opstijgen van de kundalini:

Op een dag, toen ik zoals gewoonlijk voor het altaar zat te mediteren, kreeg ik een merkwaardig koortsachtig gevoel in de onderbuik . . . Plotseling stroomde er een onvoorstelbare kracht door mijn ruggengraat tot bovenin mijn hoofd en, hoewel het maar een of twee seconden duurde, steeg mijn lichaam een paar centimeter op van de vloer. Ik werd door angst bevangen. Mijn hele lichaam was branderig en door een hevige hoofdpijn kon ik de hele dag helemaal niets doen. De koortsige toestand duurde twee of drie dagen. Ik had het gevoel alsof mijn hoofd door de energie zou barsten. 2

Hij voegt er dan aan toe dat hij, ondanks deze betreurenswaardige bijwerkingen, in elk geval niet de ernstige lichamelijke en mentale moeilijkheden heeft ondervonden die veel mensen doormaken wanneer ze proberen de ku.nd.alini op te wekken!

En hij vervolgt: 'Ik werd overgevoelig, zowel lichamelijk als mentaal. . . . Ik werd onevenwichtig in mijn emoties en raakte gauw van streek.' Hij begon steeds vaker lagere astrale entiteiten te zien: 'als de geesten erg sterk en vijandig waren, kon ik ze niet helpen en ik werd ongunstig door ze beïnvloed . . . mijn lichaam en denken werden labiel' (blz. 242-3). Toen hij probeerde zijn keelchakra te openen, ontstond er een irritatie van de keel en kreeg hij ademhalingsproblemen. Hij begon een gevoel van volkomen zinloosheid te krijgen:

Nadat ik die toestand verschillende keren had doorgemaakt, werd ik me ervan bewust dat ik voor een afgrond van absolute leegte stond. Ik kreeg zo'n vreselijke angst dat ik met yoga wilde ophouden. . . . Tijdens dit proces ontmoette ik een afschuwelijk, duivelachtig wezen. Het was een onbeschrijfelijk angstaanjagende belevenis.      - blz. 250

Dit zijn enkele van de negatieve ervaringen die Motoyama onderging. Hij vermeldt ook dat hij paranormale vermogens kon ontwikkelen en tenslotte een gevoel van vrede en optimisme kreeg en een grotere sympathie voor zijn medemensen. Maar hij legt er niet voor niets herhaaldelijk de nadruk op dat toezicht van een bevoegde leraar een absolute noodzaak is. Het blijft echter de vraag hoeveel van de talrijke yogi's en zich goeroes noemende lieden werkelijk kennis van zaken hebben en betrouwbaar zijn.

Motoyama heeft de chakra's wetenschappelijk onderzocht met behulp van twee elektrische instrumenten die hij zelf heeft ontworpen. Zijn conclusie is dat het activeren van de chakra's door zich erop te concentreren niet alleen tot de ontwikkeling van bepaalde paranormale vermogens leidt, maar ook een grotere kans geeft op functie-stoornissen in de inwendige organen die met de opgewekte chakra's zijn verbonden. Hij wijst erop dat overmatig gebruik van de paranormale mogelijkheden van een bepaalde chakra waarschijnlijk een afwijking of ziekte zal veroorzaken in het inwendige orgaan dat door deze chakra wordt bestuurd, en zelfs tot een vroegtijdige dood kan leiden. Hij zegt dat veel paranormaal begaafde mensen die de manipurachakra - die zich in de zonnevlecht bevindt en verband houdt met helderziende vermogens - hebben overbelast, jong stierven of ernstige problemen met hun maag en ingewanden kregen. Hij liep zelf een maagzweer op.

Dit alles bevestigt de waarschuwingen die we in theosofische literatuur aantreffen. De lichaamshoudingen alleen zijn misschien tamelijk onschadelijk, maar wanneer ze worden gecombineerd met speciale ademhalingsoefeningen en een intense mentale concentratie op de chakra's, en ze worden beoefend met een bijna fanatieke vastberadenheid zoals bij Motoyama, is er overduidelijk een heel reële kans dat het natuurlijke evenwicht van de levenskrachten in het lichaam wordt verstoord, en ziekte, psychische onevenwichtigheid en zelfs krankzinnigheid het gevolg kunnen zijn. Niettemin blijft Motoyama een fervent voorstander van dergelijke technieken en hij gaat zelfs zover te beweren dat 'het opwekken van de chakra's een proces is dat moet worden doorgemaakt wil de ziel kunnen evolueren en wil men innerlijke verlichting kunnen bereiken' (blz. 246).

Hathayoga en tantrayoga zijn de laagste vormen van yoga en houden zich voornamelijk met het lichaam en het lagere denkvermogen bezig. Omdat ze weinig of niets doen om onze hogere natuur te ontwikkelen, brengen ze geen blijvende positieve resultaten voort, want alleen die dingen die door ons geestelijk zelf kunnen worden vastgelegd blijven bestaan voorbij de dood. Maar er zijn verschillende hogere vormen van yoga-beoefening. De voornaamste zijn karmayoga , de yoga van het handelen (vergelijkbaar met wat in het westen bekendstaat als 'verlossing door werken'); bhaktiyoga , de yoga van liefde en toewijding (vergelijkbaar met 'verlossing door geloof of liefde'); jñanayoga , de yoga van wijsheid of kennis; en raja-yoga , letterlijk 'koninklijke eenwording', de yoga van geestelijke zelfdiscipline. Tenslotte is er brahmayoga , 'goddelijke eenwording', die een synthese is van het beste en zuiverste uit de andere yogastelsels.

Echte hathayoga betekent het zuiver, fit en gezond houden van ons lichaam, zodat dit kan functioneren als een geschikt instrument voor de menselijke ziel. Karmayoga betekent dat we zonder klagen en zo goed mogelijk ons werk en onze plicht moeten doen. Bhaktiyoga betekent dat we ons wijden aan het dienen van onze medemens. Jñanayoga betekent het bestuderen van de goddelijke wijsheid en dus van de natuur zelf. Rajayoga betekent het vinden van vreugde in zelfdiscipline, en het leren meester te worden over onze lagere natuur in plaats van er de slaaf van te zijn. Als we proberen dit allemaal te doen, beginnen we brahmayoga te beoefenen, wat tenslotte leidt naar het uiteindelijke doel van yoga: zelfbewuste vereniging met ons hogere zelf, de innerlijke godheid. Deze staat van eenzijn met onze hogere natuur - de schatkamer van al de in vorige levens verzamelde wijsheid en kennis - brengt geestelijke verheldering en verlichting.

De New Age-beweging biedt een heel scala van technieken en praktijken, waaronder hatha- en tantrayoga, die ons in staat zouden moeten stellen paranormale vermogens te ontwikkelen, in contact met andere entiteiten te komen, onze vroegere levens te herinneren en innerlijke verlichting te bereiken. Veel van de praktijken die worden aangeboden zijn hoogst dubieus, en nog nooit is het vermogen om het echte van het onechte te onderscheiden zo onontbeerlijk geweest.

Een algemene regel is dat men niet aan oefeningen moet beginnen als die er voornamelijk op zijn gericht om persoonlijke vooruitgang en eigen voordeel te bewerkstelligen of invloed te krijgen op anderen, of als ze de deur openzetten voor kwaadwillige lagere astrale invloeden en daardoor een mentale onevenwichtigheid veroorzaken. Het kan daarentegen geen kwaad wat tijd voor ontspanning en zelfonderzoek uit te trekken, vooral als we daardoor in het dagelijks leven broederlijker en evenwichtiger gaan functioneren. Hoe vrediger, evenwichtiger en harmonischer we vanbinnen zijn, hoe meer we in de wereld om ons heen als een bron van vrede en harmonie kunnen fungeren.

Van vitaal belang is ons motief, en maar al te vaak schuilt er in psychische praktijken een sterk element van zelfzuchtigheid. Er zijn natuurlijk ook oprechte mensen, die hun paranormale gaven willen gebruiken om anderen te helpen, maar in het geval van bijvoorbeeld psychisch genezen is het best mogelijk dat behandelingen die succes lijken op te leveren, op langere termijn misschien kwalijke bijwerkingen hebben. Liefdevolle daden hoeven niet altijd wijze daden te zijn.

Het pad dat alle grote geestelijke tradities in de hele wereld aanraden is het pad van mededogen, broederschap en zelfdiscipline. Zoals de hindoegeleerde T. Subba Row het verwoordde: 'Alle grote leraren hebben een paar algemene ethische beginselen - en niet astrale wonderen - als de te volgen weg aanbevolen.' 3 Van Krishna tot Boeddha tot Christus is de gulden regel altijd geweest: Heb elkaar lief.

Er zit niets wezenlijk geestelijks in het vermogen om een lepel te verbuigen, aura's te zien of een tafel te laten zweven. Er is veel meer spiritualiteit in het helpen van onze medemens. Zij die erin zijn geslaagd de ontwikkeling van paranormale vermogens te forceren, maar nog niet hun denken hebben gezuiverd en nog niet hebben geleerd zich te beheersen, plaatsen alleen maar een extra verzoeking op hun weg en lopen het gevaar van lichamelijk, mentaal en moreel letsel. In dit stadium van onze evolutie is het beter om te proberen de principes achter paranormale vermogens te begrijpen dan om ze in onszelf te ontwikkelen. Volgens de theosofie zullen in het verdere verloop van onze evolutie twee hogere zintuigen (verbonden met helderziendheid en intuïtie) op een natuurlijke manier tot ontwikkeling komen, maar pas als we het stadium hebben bereikt waarin we geschikt zijn ze te bezitten en in staat ze verstandig te gebruiken.

Er is echter één vermogen dat we wel moeten proberen aan te kweken en dat is onze geestelijke wilskracht . Elke keer dat we toegeven aan een zelfzuchtige of onwaardige impuls, verzwakken we onze wil en ons moreel besef en maken we het wat gemakkelijker om opnieuw voor die impuls te zwichten; en iedere keer dat we een zelfzuchtige of onwaardige impuls weerstaan, versterken we onze wil en ons moreel besef en maken we de volgende overwinning wat makkelijker. Door onze wil te ontwikkelen kunnen we geleidelijk de kwaliteit van onze gedachten, en daardoor ook van onze begeerten, gevoelens en daden, verbeteren.

Er kan niet genoeg nadruk op worden gelegd dat men niet een stuk van de weg naar zelftransformatie en geestelijke verlichting kan afsnijden. Naar een meditatiebandje luisteren, een mantra zingen, een weekendcursus volgen of een boek lezen zal niet vanzelf tot het bereiken van kosmisch bewustzijn leiden. Ze kunnen een hulp zijn - of misschien een hinderpaal - maar blijvende vooruitgang kan nooit met alleen uiterlijke middelen worden bereikt. Evenmin kan die worden gekocht. Zelfverwezenlijking is het resultaat van veel levens van zelfreiniging en altruïsme. Met de woorden van H.P. Blavatsky:

De kernleer van de esoterische filosofie erkent geen voorrechten of bijzondere gaven van de mens, behalve die zijn eigen ego heeft verkregen door persoonlijke inspanning en verdienste gedurende een lange reeks van zielsverhuizingen en reïncarnaties.      - De Geheime Leer , 1:47

Anders gezegd, er bestaat in de natuur geen bevoorrechting. De omstandigheden bij onze geboorte, onze fundamentele karaktertrekken en de beproevingen die we in de loop van ons leven ondergaan, zijn niet het gevolg van toeval en ze worden ook niet opgelegd door een gril van een of andere sluwe godheid; ze zijn ons eigen maaksel, het resultaat van onze gedachten en daden in vorige levens. En al kunnen we ons karma uit het verleden niet veranderen, we kunnen wel vormgeven aan onze toekomst door de manier waarop we nu leven.

Motoyama beweert dat hij door het beoefenen van tantrayoga het vermogen heeft verkregen om het negatieve karma van andere mensen te wijzigen. Als dit waar was zou het grenzen aan zwarte magie, want het is alleen door leven na leven de gevolgen van al onze gedachten en daden te ondervinden dat we leren het beter te doen, dat we innerlijke kracht verwerven en dat we evolueren. Er worden geen resultaten bereikt als we niet zelf aan die vooruitgang werken. William Quan Judge zegt dat de gevorderde mensen die over de mensheid waken hun occulte vermogens zouden kunnen gebruiken om de mensheid van haar kwalen te genezen, maar, zegt hij, 'dat doen ze niet: de mensheid zal steeds in ellende verder moeten worstelen tot ze zelfdiscipline en zelfkennis verkrijgt. Het lijkt misschien hard, maar het is de wet.' 4

Alles in de natuur is met elkaar verbonden, niets kan alleen voor zichzelf leven. Elke gedachte, emotie en handeling treft de wereld om ons heen, ten goede of ten kwade. Het idee dat iets volkomen van iets anders is gescheiden wordt in het boeddhisme de ketterij van afgescheidenheid genoemd. We zijn allemaal een onderdeel van een onmetelijk en ondoorgrondelijk geheel; we zijn eonen geleden aan één goddelijke bron ontsprongen en zullen allen naar die bron terugkeren. Het is onze plicht met de natuur mee te werken en niet ertegenin, en elkaar voort te helpen op het pad. Elke poging tot zelfverbetering en iedere inspanning om anderen te helpen draagt, hoe gering ook, bij aan de vooruitgang van de hele mensheid.

Het hoogste en edelste ideaal dat we kunnen nastreven, wordt in het mahayanaboeddhisme het bodhisattva-ideaal genoemd. Een bodhisattva is een mens die zover op het pad van geestelijke vooruitgang is gevorderd dat hij verlichting heeft verworven en de drempel van nirvana heeft bereikt. Maar in plaats van de vrede en gelukzaligheid van nirvana binnen te gaan, wat alle verdere actieve betrokkenheid bij menselijke zaken uit zou sluiten, geeft hij nirvana op en keert naar de aarde terug om de worstelende mensheid te helpen. Deze geest van zelfopoffering is prachtig vastgelegd in de gelofte van de Chinese bodhisattva Kwan Yin:

Nooit zal ik eigen, individuele verlossing nastreven of ontvangen; nooit zal ik de uiteindelijke vrede alleen ingaan; maar altijd en overal zal ik leven en me inzetten voor de redding van ieder schepsel in de hele wereld.

Het meest betrouwbare pad naar geestelijke verlichting ligt in de onophoudelijke aspiratie om dit ideaal te verwezenlijken, en vooral in het voortdurend proberen om mededogen en broederschap in ons dagelijks leven in praktijk te brengen.

Noten

  1. De Stem van de Stilte , Fragment I, noten.
  2. Theories of the Chakras: Bridge to Higher Consciousness , Quest, 1981, blz. 241.
  3. Esoteric Writings , Theosophical Publishing House, 1933, blz. 535-6.

 

Homepage Sangha Reiki