universele broederschap![]() Wat wordt er met meditatie bedoeld? Een algemene definitie van meditatie zou zijn: een gerichte concentratie op en aanhoudende aandacht voor een bepaald onderwerp. Voor iedere vorm van meditatie in de theosofie wordt altruïsme als begeleidende voorwaarde aanbevolen. Als we onze aandacht richten met als intense motivatie om onze medemensen te willen helpen, schakelen we in ons bewustzijn al automatisch naar een niveau dat een bereik heeft dat verdergaat dan het persoonlijke ego. Het motief en het doel en het middel zijn dan één. Als het handelen van de een inwerkt op het leven van allen, en dat is inderdaad een wetenschappelijke gedachte, dan kan de werkelijke menselijke solidariteit, die de grondslag vormt van de verheffing van de mensheid, alleen worden bereikt doordat alle mannen, broeders, en alle vrouwen, zusters worden, en allen in hun dagelijks leven ware broeder- en zusterliefde in praktijk brengen. - blz. 218 Als we beter beseften dat we één zijn, zouden we veel meer handelen in overeenstemming met deze universele broederschap. Elk handelen is òf voor ons beperkte, persoonlijke zelf, òf voor het grotere geheel. Door de horizon van het persoonlijke zelf te verruimen, kunnen we innerlijk groeien en de beperkingen van ons kleine zelf overwinnen? Op deze manier betreden we een ruimer bewustzijn. Het werken voor het grotere geheel betekent automatisch dat we de eerste paramita, 'geven' (dana), zullen beoefenen. De paramita's vormen een essentieel onderdeel van de training van de mahayana-boeddhisten; in haar Stem van de Stilte beveelt Blavatsky het beoefenen ervan aan om zo beter in staat te zijn onze medemensen te helpen. Angst, discipel, doodt de wil en houdt elke handeling tegen. Als de pelgrim tekortschiet in de deugd sila, struikelt hij en verwonden karmische kiezelstenen zijn voeten op het rotspad. - De Stem van de Stilte , blz. 51 Karma en rechtvaardigheid zijn nauw met elkaar verbonden. Nils Amnéus spreekt in Het Levensraadsel heel indringend over karma: Ieder die zelfzuchtig handelt in de hoop daar beter van te worden, bewijst met zijn daad dat hij niet in de wet van oorzaak en gevolg gelooft. Hij kan er lippendienst aan bewijzen maar met zijn daad zegt hij eigenlijk: 'Ik weet zeker dat ik niet zal hoeven te lijden onder de kwalijke gevolgen van mijn daad. Er is misschien helemaal geen gevolg en als dat wel het geval is kan ik het ontlopen.' - blz. 231 Als een ander ten onrechte beschuldigingen tegen ons uit, zijn daarvoor natuurlijk oorzaken. Vaak spelen angst en onwetendheid hierbij een rol. De ander denkt misschien dat we hem of haar niet voldoende waarderen of zijn inspanningen onderwaarderen. Op den duur zal de verbindende kracht van liefde elke spanning oplossen. In bijna alle gevallen is daarmee enige tijd gemoeid; soms kan pas in een volgend leven de harmonie worden hersteld. Maar het is aan ons om waar we dat kunnen in dit leven, liefst vandaag nog, alles eraan te doen om harmonie te bereiken of te herstellen. We zien hier dat een andere paramita, 'geduld' (kshanti), daarbij van groot nut kan zijn. Omdat de gevolgen van onze handelingen soms pas in een volgend leven tot uitdrukking komen is het belangrijk om bij wat we nu doen reeds een langetermijnvisie te ontwikkelen. Is het streven van de aspirant naar yogavidya [kennis van yoga] niet gericht op het bereiken van mukti [bevrijding] door zichzelf geleidelijk te verplaatsen van het grovere naar het aangrenzende meer etherische lichaam, tot alle sluiers van maya [of illusie] achtereenvolgens zijn verwijderd en zijn atma [essentiële zelf] één wordt met paramatma [universele zelf]? Denkt hij dat dit grootse resultaat door twee of vier uur contemplatie kan worden bereikt? Wordt gedurende de resterende twintig of vierentwintig uur dat de toegewijde zich niet opsluit in zijn kamer om te mediteren, dit proces van het uitzenden van atomen en hun vervanging stopgezet? Zo niet, hoe is hij dan van plan ze de hele tijd aan te trekken? Uit bovengenoemde opmerkingen wordt duidelijk dat zoals het fysieke lichaam onophoudelijk de aandacht vraagt om het binnendringen van ziekte te voorkomen, de innerlijke mens evenzo voortdurend moet worden bewaakt, zodat geen bewuste of onbewuste gedachte atomen kan aantrekken die ongunstig zijn voor zijn vooruitgang. Dit is de werkelijke betekenis van contemplatie. De belangrijkste factor bij het richten van het denken is W IL . Dit citaat geeft aan hoezeer de training om zijn medemens beter te kunnen dienen kan worden geïntensiveerd. Als we anderen willen helpen, zijn we er niet bij gebaat als ons persoonlijke ego bij het minste uit het lood is geslagen. Als we snel verdrietig, bang of beledigd zijn, dan komt dit altijd door ons kleine ego. Door te denken aan ons hogere zelf, of aan de belangen en noden van anderen, kunnen we ons onmiddellijk hieruit verheffen. De paramita, 'gelijkmoedigheid' (viraga), speelt dus een belangrijke rol om ons kleine persoonlijke lichtgeraakte ego te verheffen naar een niveau van 'gelijkmoedigheid ten opzichte van genot en leed', en van het 'overwinnen van de illusie', zoals het in De Stem van de Stilte (blz. 46.) wordt beschreven. een belangrijke psychologische gebeurtenis die in de Lanka en andere mahayana-geschriften bekend staat als paravritti. Paravritti betekent letterlijk het 'omhoogkeren' of 'terugkeren' of een 'verandering'; technisch gesproken is het een geestelijke verandering of transformatie die, vooral plotseling, in het denkvermogen plaatsvindt, en die ik 'ommekeer' heb genoemd. Met andere woorden, hij spreekt over een ommekeer in ons bewustzijn van ons kleine en beperkte 'relatieve denkvermogen' naar een 'alles-bewarend-denkvermogen' dat geen door onze zintuigen of denken veroorzaakte beperkingen kent. een intense alertheid en vaardige fijngevoeligheid, een bewustzijn van het moment ( kairos ) waardoor iemand kan vermijden verstrikt te raken in illusies en misleidingen. De methode die Empedocles aanbeveelt is om tegelijkertijd met alle zintuigen elk moment bewust waar te nemen, in plaats van af te dwalen in de mentale droomtoestand die buiten het nu ligt. 1 De voorlaatste paramita wordt aangeduid met de term dhyana, wat meditatie per se betekent. In boeddhistische literatuur wordt veel aandacht aan meditatie besteed. In Meditative States in Tibetan Buddhism 2 wordt benadrukt dat meditatie twee aspecten heeft: het ontwikkelen van innerlijke kalmte, en het analytisch onderzoeken van een onderwerp of denkbeeld. Het boek noemt zes 'vermogens' (powers) die 'nodig zijn voor meditatie' (blz. 53-54): het horen, het denken, aandacht, zelfonderzoek, inspanning, volledige bekendheid. Het pad dat het bewustzijn vervolgens bewandelt leidt omhoog, eerst door het begeertenrijk, dan door vier concentraties (lagen) in het gebied van de vormen, en vervolgens door vier niveaus van het vormloze gebied, die worden aangeduid met namen zoals 'grenzeloze ruimte' en 'grenzeloos bewustzijn'. Deze weg beschrijft een terugkeer naar de bron of essentie waaruit ieder mens is voortgekomen. Het boek verwijst ook naar die abstracte gebieden waaruit een heelal in zijn diepste kern is ontstaan. De Geheime Leer beschrijft die weg in omgekeerde volgorde, en volgt het ontstaan van een heelal van de diepste, meest abstracte kiem tot de uiteindelijke en meest grove lagen van ons fysieke zonnestelsel en de wezens die daarin leven. Om de ware aard van prajña te begrijpen en geestelijk aan te voelen is het noodzakelijk de opvatting van 'deze zijde' op te geven en met geestelijk begrip over te gaan naar de 'andere oever' (para), of de andere benaderingswijze van de dingen. Aan 'deze zijde' zijn we verwikkeld in een bewustzijnssfeer van verstandelijke analyses en bijzonderheden, die een wereld wordt van gehechtheid en van onderscheid op een lager niveau. Wanneer we deze innerlijke 'ommekeer' tot stand brengen, dit verheffen van ons bewustzijn naar de mystieke 'andere oever' van het zijn, dan stappen we met min of meer succes een wereld van bovenzinnelijke werkelijkheden binnen van waaruit we de dingen kunnen zien in hun oorspronkelijke en geestelijke eenheid, achter de maya van de bedrieglijke sluiers van de veelvormigheid; kunnen we doordringen tot de essentiële aard van deze werkelijkheden en ze leren kennen zoals ze werkelijk zijn. We zien dus dat de paramita's veel meer zijn dan een abstract rijtje deugden die men maar heeft te volgen. Het zijn vanzelfsprekende en noodzakelijke deugden door middel waarvan we kunnen bijdragen aan universele broederschap. Gedachten over universele broederschap kunnen een innerlijke ommekeer in ons denken teweegbrengen. Een citaat uit Annemarie Schimmel's Mystical Dimensions of Islam zegt het heel beknopt: In Turkije wordt het als volgt gezegd: Shari'a [de religieuze wet]: Wat van jou is is van jou, wat van mij is is van mij. Noten:
|