Zoals je ziet kan je dit ten
alle tijden doen.
Tijdens het
lopen.
Tijdens het
stilzitten,
tijdens de afwas,
het typen van een e-mail,
in de rij voor de kassa
Mediteren is observeren, niet forceren.
In den beginne ga je mediteren in halve/gehele Lotus- of gassho
houding .
Het is van belang te mediteren met een zo recht
mogelijke rug maar dat mag ook in een stoel,
tegen een muur met kussens
of desnoods liggend met een Mudra of te zorgen dat je niet in slaap
valt.
Het gaat er uiteindelijk om dat je zo weinig mogelijk directe last van
je lichaam hebt
om vervolgens dit lichaam te observeren.
Een pijnlijke
houding geeft zoveel prikkels af dat de gehele observatie daarheen zal
gaan.
Pas later in het traject, als ook je aandacht en concentratie eerste
stappen van het 8-voudige pad goed neergezet en juist zijn
kan je verder
aan je houding gaan werken.
Het leeg maken van het hoofd (geheel vrijmaken van gedachten)
kan
een doel zijn bij de concentratiemeditatie
is dus verschillend aan
inzichtmeditatie.
Bij inzichtmeditatie ben je bezig met
observatie, aan niets denken valt dus buiten de observatie.
Het komt spontaan wel voor dat er een moment is dat je aan niets denkt
en dat is werkelijk doodeng.
Het voelt alsof er geen grond onder je
meer is, geen zuurstof in de lucht, geen licht en geen tijd.
Je schrikt
je het schompes en dat is gelijk je eerste gedachte.
De duur is hooguit
een seconde. Later gaat het vaker gebeuren en kan het langer duren.
Het is elke keer weer een byzarre gebeurtenis.

Kort overzicht meditatie
SAMATHA : GESTILDE CONCENTRATIE
Ga in lotushouding of in een andere gemakkelijke houding zitten.
Observeer je ademhaling .Tel je ademhaling rustig tot je ontspannen en rustig wordt.
Laat je gedachten hun eigen weg gaan ,zonder jezelf erdoor te laten meeslepen.
Stop de beoefening zolang je er nog van geniet.
Het idee is jezelf te conditioneren en ervan te genieten.
Neem een concentratie-object.
Houd zolang mogelijk het mentale beeld van het object vast.
Identificeer je zo niet langer met je gedachten en emoties.Laat ze opstijgen in de ruimte van je geest en breng je aandacht terug bij het object.
VIPASYANA INZICHTMEDITATIE
Gebruik de gestilde en geconcentreerde geest om de omgeving en het zelf beter te begrijpen.
Ontwikkel herinnering en oplettendheid door jezelf te observeren zonder te reageren.
Het is als verstillen maar nu is het hele lichaam-geest-proces het object.
Onderzoek en observeer langzaam je lichaam zonder waar dan ook op te reageren.
Gebruik na enige ervaring de vijf aggregaten en zoek overal in de aggregaten
( de vijf ophopingen die je illusie vormen die behandeld worden in het log het valse ego ) naar je echte zelf.
Je zult ontdekken dat er geen concrete , inherent bestaande identiteit binnen jezelf bestaat.
DIT IS HET INZICHT IN ZELFLOOSHEID : DE POORT NAAR BEVRIJDING
THERAPEUTISCHE MEDITATIE
Conditioneer je geest in positieve motivatie.
Mediteer over liefde , mededogen , vreugde en gelijkmoedigheid
Voorbeeld is de meditatie op liefde:
Denk na over je verbondenheid met de andere wezens, hoe vriendelijk ze voor je zijn geweest en nu nog zijn, hoeveel baat je vindt in de relatie met hen,hoe mooi ze zijn enz. Je ontwent je geest aan je aversie en versterkt je bekoring.Op deze manier maak je je liefdevolle houding naar anderen intenser.
Mediteer ook op geduld om je geest vrij te maken van woede en je verdraagzaamheid te versterken.
Mediteer op onthechting om je vrij te maken van je obsessie met bezit en wereldse activiteiten. Denk aan het loslaten van je lichaam. Bij je sterven is dit onafwendbaar!
VISUALISATIE-MEDITATIE
Ontwikkel een open houding naar de ongekende situaties waarmee je bij het sterven kan worden geconfronteerd.
Visualiseer positieve plaatsen en gebeurtenissen.
Ontwikkel een voorgesteld thuis een veilige vredige en rustige plaats.
Ontwikkel zelfvertrouwen in het tegemoet treden van ongeacht welke situatie.
Overwin de onbewuste houding van moedeloosheid.
Het bereiken van het Vajra-zelf en de verheffende omgeving van de esoterische mandala-wereld, een geperfectioneerde omgeving of boeddhagebied ( Zuiver Land)
MEDITATIES IN HET DAGELIJKSE LEVEN
Combineer je spirituele motivatie met dagelijkse activiteiten
Maak gebruik van tijd en inspanning die anders louter aan dit leven worden verspild.
Gebruik je slaap door de absorpties van het sterven te vergelijken met de absorpties van het overgaan van het waakbewustzijn naar het slaapbewustzijn en andersom.
Denk bij het openen van een deur aan het openen van je geest en het ontdekken van je boeddha-natuur.
Gebruik stil een mantra en haar eventuele visualisatie rond het hart.
Er zijn er veel meer !
INZET VAN INTELLECT
Het intellect is een voertuig van bevrijding . Het is de bron van wijsheid en wijsheid is het enige vermogen dat je in staat stelt de bevrijding te bereiken.
Meditatie, liefde ,ethiek geen van deze methoden kan zonder wijsheid de verlichting veroorzaken.
Studeer dus in de wijsheidsliteratuur. Lees de Sutra 's en vooral de leringen over leegte en zelfloos heid , over de verlichtingsgeest (bodhicitta),over de natuur van het zelf , over de natuur van bevrijding en over de natuur van de omgeving.
Lezen van Sutra 's is op zich al een vorm van therapeutische meditatie.
Lees de HART SUTRA.

De visie van W.Q. Judge op meditatie
De beoefening van inzichtsmeditatie
De visie van W.Q. Judge op meditatie
Indien mogelijk is het goed een aparte en vaste tijd voor meditatie te reserveren. Dit brengt het denken tot rust, en draagt bij tot een innerlijk zelfvertrouwen, wat uiterlijk altijd leidt tot onafhankelijkheid.
- William Q. Judge, Echoes of the Orient 3:304
Kennis en een mentaal leerproces alleen zijn niet genoeg voor de aspirant op geestelijk gebied. Het denken kan zich richten op boekenkennis of op intellectuele activiteit, maar zonder praktijkervaring zal het denken in werkelijke kennis tekortschieten; het zal slechts informatie verzamelen. Een van de doeleinen van concentratie, meditatie en yoga is dat de geest zichzelf gaat beschouwen, en kennis verkrijgt over zijn eigen wezen. Het doel is geestelijke ontwaking, yoga , of het één worden met het goddelijke. Zo bezien kan ons hele leven een meditatie zijn. Dagelijkse plicht kan een meditatie worden, en meditatie kan gedurende de hele dag actief handelen betekenen. Zich bewust zijn van onze onzelfzuchtige plicht kan leiden tot het zich bewust zijn van het volgen van onze dharma : juist gedrag, de waarheid over ons als individu, en de weg die leidt tot die waarheid.
Zo heb ik de gezichtspunten van William Quan Judge, medeoprichter van de Theosophical Society en verspreider van de theosofie in Amerika aan het einde van de 19de eeuw, begrepen. Hij erkende de waarde van de beoefening van diepe geestelijke concentratie als een middel om onze innerlijke natuur te ontwikkelen en te evolueren, en waarschuwde tegelijkertijd tegen de mogelijkheid van zelfzuchtige geestelijke groei. Om te vermijden dat die elementen van onze natuur die een onzelfzuchtige geestelijke groei in de weg staan, in kracht toenemen, legde Judge er de nadruk op dat het absoluut noodzakelijk is dat het bewustzijn zich uitbreidt om anderen te omvatten - een groeiend besef van een universeel denkvermogen dat zich manifesteert in het denken van elk individu.
Dit is de reden dat de theosofie de nadruk legt op mededogen, broederschap en universele eenheid. Als we concentratie, meditatie en yoga alleen richten op het individuele zelf, dan is dat precies waar we zullen uitkomen: een verruimd zelfgevoel. We moeten het zelfgevoel uitbreiden tot voorbij het individu. Zoals Judge stelt:
Er zijn twee soorten concentratie. Ten eerste, die van alleen het brein en de zenuwen, en daarbij hoort aandacht, en een tweede die hoger en spiritueel is, en die de idealen van het leven en de ziel zelf betreft. De eerste wordt ontwikkeld door de gebruikelijke methoden van studie en door aandacht, vooral door laatstgenoemde, en leidt tot een goed geheugen. De tweede wordt ontwikkeld door de aspiraties te richten op het hoogste geluk voor iedereen en op de eenheid van alle wezens, . . . Deze tweede oefening heeft als gevolg dat aan alle eigenschappen van het individu en aan elke cel en elk atoom, één enkele impuls en richting wordt gegeven; en wanneer dat volledig wordt gedaan, stroomt kennis als het ware spontaan aan alle kanten binnen. - Practical Occultism , blz. 290-1
Misschien kunnen we een onderscheid maken tussen de twee typen meditatie: exclusieve [buitensluitende] meditatie gericht op één onderwerp of één voorwerp, en inclusieve zich uitbreidende aandacht gericht op de alomvattende leegte, sunyata . Exclusieve concentratie scherpt het denken, maar ze wordt afgeleid door herinneringen uit het verleden. Inclusieve meditatie verbreedt het bewustzijn, maar leidt al snel tot ongerichte nietsheid.
Zijn horizon uitbreidend, kan een individueel bewustzijn de aard van het individuele en universele denken overpeinzen met het doel om de beperkingen van het denken te overstijgen. Daardoor begrijpen we onze rol in het kosmische plan: we spelen een essentiële rol evenals iedereen en al het andere om ons heen. We realiseren ons dat we een centrum zijn - niet het centrum (zoals in onze gewone zelfzuchtige opvatting). Onze persoonlijke zorgen maken plaats voor een groeiend besef van zelfloosheid. In plaats van egocentrisch en gericht op onze persoonlijke belangen te zijn, breidt ons bewustzijn zich uit, waarbij ze ook de belangen van anderen omvat. Naarmate we vrijer worden van de ketens van een persoonlijk zelf, wordt concentratie minder gehinderd en zijn we niet langer beperkt tot onze persoonlijke microkosmos.
Meditatie in haar eerste en eenvoudigste vorm is het oefenen van het kalmeren en rustig maken van het denken, terwijl we onze gehechtheid aan en vereenzelviging met de inhoud en de processen van het denken uit de weg ruimen. Yoga betekent 'vereniging' met het goddelijke en kan een vorm van meditatie zijn.
De werkelijke beoefening van yoga begint met het zuiveren van het hart; de vervolmaking ervan is niet te realiseren totdat de idee van een persoonlijkheid volkomen is vernietigd . . .
Echte concentratie is in feite het zich verenigen met het goddelijke. We moeten gaan begrijpen dat we elk het goddelijke zijn. Er is geen afgescheidenheid, maar de ene geest is in ieder individu en wordt in elk van ons weerspiegeld. - Practical Occultism , blz. 87, 275
Judge raadde als gids voor het beoefenen van meditatie de Yoga Sutra's van Patañjali aan, en hij publiceerde daarvan een interpretatie (een niet-letterlijke vertaling) voor westerse lezers die nog steeds verkrijgbaar is. 1 Hij was voorstander van de studie en beoefening van de yoga sutra's als een middel om de obstakels die het lager zelf vormt voor de handelingen van het hogere zelf, weg te nemen.
Enkele van de stadia van de yoga van Patañjali waar Judge de nadruk op legde zijn dharana (gerichte aandacht, concentratie), dhyana (meditatie, spirituele contemplatie) en samadhi (vereniging met het goddelijke). Zoals geldt voor alle andere dingen die we ervaren, zijn deze stadia relatief. Ze betekenen verschillende dingen afhankelijk van het niveau van onze ontwikkeling. Voor beginners gaf Judge de volgende benadering van concentratie: zoek een voorwerp of idee uit om het denken op te richten, en richt je aandacht erop (dharana); concentreer je erop, en peins erover (dhyana); mediteer erover (samadhi). Om te vermijden dat de reikwijdte van de meditatie wordt beperkt:
Onbeduidende en onbelangrijke voorwerpen moeten niet worden uitgekozen: want als het denken daarop wordt geconcentreerd, zal het niet verder reiken dan de omvang van het voorwerp. . . . Als het denken wordt gebruikt, moet daarvoor het grootste bereik, het hoogste doel, worden gekozen, zelfs wanneer we van tevoren weten dat het niet volledig kan worden bereikt.
Kies daarom voor je vastgestelde meditatietijd onderwerpen zoals aum , het zelf , atman , de meesters , de loge , eenheid , . . .
Maar iedereen zou moeten proberen, zelfs al is het maar kort, zich te concentreren op en te mediteren over het zelf als alles in alles, als zijnde alles, als zijnde de persoon die mediteert.
- Echoes of the Orient 3:466
Er kunnen zich bij zoiets eenvoudigs als concentratie problemen voordoen. Judge zei dat het geheugen de grootste belemmering vormt voor meditatie, het zich herinneren van indrukken uit het verleden wanneer het denken wordt afgeleid door zulke herinneringen, hersenindrukken en gewaarwordingen. Meditatie is een proces van het in toenemende mate loslaten van onze persoonlijke wensen. Hoe minder nadruk (hoe onbewust ook) op onze persoonlijke natuur, hoe beter. Deze afleidingen versterken de beperkingen van de persoonlijke natuur - dat aspect van onszelf waar we nu juist bovenuit proberen te komen. 'Als het denken in beslag wordt genomen door talloze indrukken, gaat daarin ook een zichzelf reproducerende kracht werken die deze zaden van het denken oppakt en ze leven inblaast' ( Echoes 2:355).
Omdat de meeste mensen er baat bij hebben om meditatie tot een gewoonte of een routine te maken, stelde Judge voor om een bepaalde tijd van de dag hiervoor te reserveren, en voegde daaraan toe: 'Geestelijke ontwikkeling wordt bereikt door concentratie. Er moet elke dag en elk moment aan worden gewerkt om van nut te kunnen zijn' ( Brieven die me hebben geholpen , 1:46). En, 'Het succesvol ontwikkelen van concentratie is niet weggelegd voor wie het slechts nu en dan probeert' ( Echoes 1:71).
Het vasthouden aan een speciale plaats voor meditatie is waardevol omdat het de gewoonte van de oefening versterkt. Dagelijkse meditatie op een vast tijdstip zorgt voor een routine voor het lichaam en ook voor een patroon voor het denken. Naarmate men in de oefening vordert, zullen de mentale patronen zich wijzigen en zal de geest, wanneer er deuren naar nieuwe inzichten opengaan, zich op andere niveaus richten. Door dagelijkse oefening wordt er een cyclische impressie gevormd en is het denken niet meer geneigd zo snel af te dwalen.
Probeer elke dag wanneer je wakker wordt en voordat je opstaat of tegen iemand spreekt je gedachten op dezelfde ideeën te concentreren. Laat de eerste gedachten niet over zaken gaan; noch dwaze noch zorgelijke. Maak er een gewoonte van die hoge gedachten zoals hierboven genoemd als eerste gedachten te hebben. - Echoes 3:466
Ons hele leven kan een meditatie zijn. 'De meditatie van een heel leven is de optelsom van de gedachten van een heel leven' (aangehaald in Echoes 3:467).
[Ze] wordt elk uur door de filosoof, de mysticus, de heilige, de crimineel, de kunstenaar, de ambachtsman en de zakenman beoefend. Ze wordt beoefend als het hart ergens op is gericht; ze verslapt zelden; op sommige momenten houdt de mediterende die hebzuchtig achter geld, roem en macht aan rent, even stil, en hunkert een korte poos naar een beter leven, maar de voorbijgaande gedachte aan een dollar of een Engels pond roepen hem terug naar zijn huidige zintuigen, en de oude meditatie wordt hervat.
- Echoes 2:5
Dit wordt onbewust door iedereen gedaan. Het is een onbewuste, maar doelgerichte, automatische handeling van het denken dat gewoonlijk door de verlangens van ons 'lagere zelf' wordt gestuurd. Bewuste meditatie is ook doelgericht, maar deze vormt een bewuste keuze om zich in het belang van geestelijke ontwikkeling met meditatieve oefening bezig te houden. Er is een duidelijk verschil tussen het onbewust verrichten van dagelijkse werkzaamheden en het bewust bereiken van een meditatieve staat van waaruit we kalm een helder inzicht in de verrichting van onze dagelijkse werkzaamheden kunnen krijgen. Onbewuste dagelijkse 'meditatie' wordt vaak naar voren gebracht en als een excuus gebruikt om de oefening die nodig is om een meditatief element in ons dagelijks leven te brengen, niet te hoeven doen. Als we bewust het niveau van meditatieve alertheid bereiken, kunnen we dit in ons dagelijks leven introduceren.
Als we waarheid verlangen met dezelfde intensiteit waarmee we vroeger naar succes, geld, of voldoening verlangden, zullen we snel leren mediteren, en ons kunnen concentreren. - Echoes 2:6-7
Elke dag en zo vaak als mogelijk is, en wanneer je gaat slapen en wanneer je wakker wordt, denk, denk, denk na over de waarheid dat je niet je lichaam, je hersenen, je astrale lichaam, bent maar dat je DAT bent, en ' DAT ' is de hoogste ziel.
Sommige meditatie-oefeningen in 'exclusieve concentratie' richten zich op specifieke vitale centra in het lichaam. Een psychologische verbinding kan dan tot stand worden gebracht. Dit type meditatie is erop gericht de circulatie van de levensstromen ('het magnetische residu van de ademhaling') van het organisme te stimuleren en in evenwicht te brengen. Een algemene vergissing die bij het beoefenen van dit type meditatie wordt gemaakt, is te proberen de stromen te beheersen. Het is een vergissing om aan te nemen dat het persoonlijke zelf - het ego - het evenwicht kan bepalen dat nodig is voor optimale groei, en dat het op intelligente en adequate wijze deze organische processen kan sturen. Het bereik van het bewustzijn dat nodig is voor het met succes uitbalanceren van de levensstromen ligt voorbij het persoonlijke. Vandaar dat er voor beoefenaars die zich dit niet bewust zijn een potentieel gevaar bestaat dat ze deze aspecten van hun natuur zonder de nodige instructies en zonder het vereiste inzicht gaan onderzoeken.
Judge adviseerde sommige mensen om geen yoga-oefeningen te doen, tenzij ze door een bekwame leraar werden begeleid. Hij was zich bewust van mentale problemen die door onverstandige yogabeoefening worden verergerd; en ook dat concentratie op de vitale centra van het lichaam ongezonde en gevaarlijke gevolgen kunnen hebben als men niet door een wijze en competente leraar wordt begeleid.
De uitkomst van elke handeling is afhankelijk van het doel waarop het verlangen zich richt. Judge adviseerde altijd om zich niet te concentreren op het lagere zelf of op de persoonlijkheid, maar probeerde een aspiratie naar het hoger zelf op te wekken. De transformerende krachten van concentratie, van de wil en van meditatie kunnen, als ze op een meedogende en universele manier worden aangewend, geestelijke groei bevorderen. 'Je kunt worden beschermd door een hoogstaand motief, een vertrouwen op het hogere zelf en een innerlijke houding van onzelfzuchtigheid' ( Practical Occultism , blz. 227).
Hoewel Judge het aanmoedigde om meditatie en yoga volgens het systeem van Patañjali te beoefenen, wees hij er zorgvuldig op dat we voor mogelijke bijwerkingen alleen dan veilig zullen zijn, als we dit met mededogen en broederlijke gevoelens doen. Dan kunnen we naar onze werkelijke geestelijke natuur aspireren, in plaats van tot de fysieke, vitale, psychische en andere beperkte op het zelf gerichte delen van onszelf te worden aangetrokken. 'Altruïsme moet het doel van het leven worden, anders zullen de oefeningen geen enkel blijvend resultaat hebben' ( Echoes 2:400).
Noot
- The Yoga Aphorisms of Patañjali , Een interpretatie door William Q. Judge, New York, 1889; herdruk, Theosophy Company, Los Angeles. De yoga aforismen van Patañjali , Ankh-Hermes, 1996.

De beoefening van inzichtsmeditatie
Het basisprincipe van inzichtsmeditatie
Vipassana- of inzichtsmeditatie
is een techniek die haar oorsprong vindt in het boeddhisme zoals dat tegenwoordig in Zuidoost-Azië beoefend wordt.
Het is een meditatievorm, waarbij methodisch gezien het ontwikkelen van opmerkzaamheid centraal staat en waarbij je kunt leren om op een directe en ongekleurde manier ervaringen in jezelf te observeren. Hierdoor kan een helder en bevrijdend inzicht ontstaan dat je leert hoe je als mens in elkaar zit en hoe je op een vaardige(r) manier om kunt gaan met de wisselvalligheden in het leven. Door middel van het beoefenen van inzichtmeditatie kun je je bewust worden van (in het dagelijkse leven vaak onbewuste of slechts oppervlakkig bewuste) mentale en fysieke verschijnselen in jezelf. Het is een proces van thuis komen bij wat zich in het hier-en-nu in of aan je voordoet, een bewustwordingsproces met als doel het realiseren van helderheid, zuiverheid van geest en bevrijdend inzicht.
Het maakt daarbij niet uit welke levensovertuiging je aanhangt. Het is vooral belangrijk dat je op een open en eerlijke manier je eigen leven gaat bestuderen, zonder uit te gaan van vooronderstellingen of ideeën. Dit bestuderen gebeurt niet op een intellectuele manier, maar door zorgvuldig waar te nemen wat zich van moment tot moment in of aan je voordoet en dit tegelijkertijd te benoemen of te registreren, zonder dat je daarbij hoeft over te gaan tot het analyseren, reflecteren of (ver)oordelen van wat waargenomen wordt.
Hieronder volgen praktische adviezen met betrekking tot het beoefenen van zit-, loop-, buig- en ligmeditatie. Ter ondersteuning zijn tekeningen bijgevoegd met mogelijke zit- en lighoudingen en illustraties voor de loopmeditatie en de buigoefening. Het hoofdstuk wordt afgerond met enkele adviezen met betrekking tot meditatie in het dagelijkse leven.
Oefening: zitmeditatie
'Allereerst is het belangrijk om een houding aan te nemen, waarbij je gemakkelijk en ontspannen een langere tijd stil kunt zitten. Een zitkussen kan daarbij een goede hulp zijn. Je kunt er één onder je billen schuiven en eventueel ook één (of meer) onder je knieën, zodat je stevig en gemakkelijk rechtop kunt zitten. Zorg ervoor dat de buik niet door een al te strakke riem wordt afgekneld. De handen kun je tezamen in de schoot of op de beide dijbenen leggen. De rug behoort recht te zijn, maar niet op een gespannen manier. De ogen kun je sluiten. Als je moeite hebt om met gekruiste benen te zitten , dan is het ook mogelijk om op een bankje te zitten. Als je ouder bent of als je specifieke lichamelijke klachten hebt, dan is het ten slotte ook altijd mogelijk om op een stoel te zitten.
Telkens als je je nu bewust wordt van (mentaal) zien of van horen, ruiken, proeven, (aan)raken, denken of een (plezierig of onplezierig) lichamelijk of mentaal gevoel, dan is het de bedoeling deze gewaarwording te benoemen of te registreren, zonder verder op de inhoud van het verschijnsel in te gaan, terwijl je het ook niet onderdrukt, weg kijkt of ontvlucht. Je behoort dus niet te manipuleren en je hoeft niet te proberen ervaringen te veranderen. Of je je nu rustig of gespannen voelt, gelukkig of verdrietig, pijn ervaart of gemakkelijk zit, in principe maakt dit niet uit; het is prima zoals je je op dit moment voelt. Je hoeft hier niets aan te veranderen.
Het is vooral belangrijk zo objectief mogelijk te benoemen of te registreren wat zich aandient, één object tegelijk, namelijk steeds weer datgene dat zich op het moment op een duidelijke en gemakkelijk waarneembare manier aan je voordoet.
Dat kan van alles zijn: horen, zien, denken, voelen, enzovoort. Om echter op een gemakkelijke manier opmerkzaamheid te kunnen ontwikkelen is het nuttig één object als uitgangspunt of basis te beschouwen. In deze meditatietechniek is dat het rijzen en dalen van de buik. Met het in- en uitademen gaat de (onder)buik op en neer, twee bewegingen die gemakkelijk waarneembaar zijn. Je zult opmerken dat de buik rijst of uitzet als je inademt en weer daalt of valt als je uitademt. Je kunt je bewust zijn van deze bewegingen.
Om meer precisie in je observatievermogen te ontwikkelen en om een kleine objectieve afstand te bewaren tot hetgeen je observeert, is het innerlijk benoemen of registreren van deze bewegingen een waardevol hulpmiddel. Het rijzen van de buik kan innerlijk of mentaal worden benoemd als 'rijzen', het dalen als 'dalen'. Als de bewegingen niet duidelijk waarneembaar zijn kun je de palm van de linker- of rechterhand een korte tijd op de buik leggen.
Verander in geen geval de manier van ademen! Maak de adem niet langzamer, sneller of dieper dan dat ze uit zichzelf gaat. Adem op een natuurlijke manier en benoem het rijzen en dalen van de buik zoals deze processen vanzelf plaatsvinden. Benoem in gedachte, niet hardop.In vipassana-meditatie maakt het niet uit met welk woord of in welke taal je benoemt. Het meest belangrijke is het kennen of waarnemen van het object. Het benoemen of registreren van wat waargenomen wordt is een ondersteuning in het observeren, een hulpmiddel dat gezien kan worden als een zachte fluister op de achtergrond. Terwijl je je bewust bent van (het begin tot het einde van) het rijzen en dalen van de buik, benoem of registreer je deze bewegingen dus gelijktijdig en overeenkomstig. Benoem elke beweging op zo'n manier dat dit parallel loopt met het bewust zijn van de beweging. Het bewust zijn en het benoemen of registreren behoren synchroon te lopen of samen te vallen, net als een geworpen steen die een doel raakt. Het je bewust zijn en benoemen of registreren van de op- en neergaande bewegingen van de buik is een aspect van wat in het Satipatthana sutta kayanupassana wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot het lichaam.
Als je langere tijd hebt zitten mediteren kunnen gevoelens van ongemak of stijfheid in je lichaam ontstaan. Op momenten dat dit soort gevoelens duidelijk naar voren treden kun je deze als nieuw meditatie-object beschouwen en ze benoemen, precies op het moment dat ze duidelijk waarneembaar zijn. Hetzelfde geldt voor gevoelens van pijn, jeuk, moeheid, lichamelijke zwaarte of lichtheid, gemak of ontspanning, warmte of kou. Ook hierbij geldt dat je niet hoeft te proberen om het gevoel kwijt te raken of weg te kijken, terwijl je ook niet de aandacht er nog eens specifiek op hoeft te gaan richten. Je hoeft je er alleen maar bewust van te zijn en het te benoemen of te registreren zoals het herkend wordt. Dit doe je zolang het gevoel zich vanzelf aandient en duidelijk waarneembaar is, zonder te manipuleren of te sturen met de aandacht. Verdwijnt het gevoel naar de achtergrond of lost het vanzelf op, dan kun je je weer bewust zijn van het rijzen en dalen van de buik en deze processen benoemen of registreren. Blijft het gevoel aanwezig, ga dan door met het registeren ervan, zolang het zich duidelijk blijft manifesteren. Als het gevoel echter ondraaglijk wordt, dan hoef je niet krampachtig stil te blijven zitten. Je kunt dan rustig op een langzame manier van houding veranderen en hierbij steeds doorgaan met het waarnemen en benoemen van wat er gebeurt. Op een dergelijke manier omgaan met lichamelijke gewaarwordingen is een aspect van wat in het Pali vedananupassana wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot gevoelens.
De geest dwaalt misschien af tijdens het observeren en benoemen van de bewegingen van de buik. Als je je hier bewust van wordt, dan behoor je dit ook op te merken. Soms is het zo dat een gedachte direct stopt, op het moment dat deze herkend wordt. Dan hoef je er verder niets meer mee te doen, ze is dan immers alweer verdwenen. Je kunt dan weer het volgende object registreren dat zich aandient. Als de gedachte echter nog daar is op het moment van herkenning, dan behoor je deze op te merken of te registreren. Als de gedachte zich voordoet als dwalen, benoem je dit als 'dwalen', 'dwalen', 'dwalen'. Als dit één, twee of drie keer benoemd is en de geest vanzelf ophoudt met dwalen, dan keer je terug naar het weet hebben en benoemen van het rijzen en dalen van de buik. Als je ergens aan terugdenkt dan benoem je dit als 'terugdenken', 'terugdenken', 'terugdenken' of als 'herinneren', 'herinneren', 'herinneren'. Als je in gedachten iemand ontmoet dan benoem je dit als 'ontmoeten', 'ontmoeten', als je in de geest met iemand praat merk je dit op als 'praten', 'praten', enzovoort.
Kortom: wat voor gedachte of overpeinzing ook plaatsvindt, op het moment dat ze herkend wordt kan zij beschouwd worden als meditatieobject en benoemd of geregistreerd worden, zoals ze herkend wordt. Hou je niet te lang bezig met hoe je de gedachte benoemen zult; vooral belangrijk is de herkenning ervan en het eerste het beste woord of etiket dat je invalt is voldoende. Als je een gedachte dus als fantasie herkent, benoem je dat als 'fantaseren'. Als je denkt, 'denken'. Als je plannen maakt, 'plannen maken'. Als je iets beoordeelt, 'oordelen'. Als je piekert, 'piekeren', enzovoort.
Normaal gesproken benoem of registreer je de gedachte enkele keren en je bent je dan weer bewust van het rijzen en dalen van de buik (of iets anders wat op dat moment misschien duidelijk op de voorgrond treedt). Als de gedachte echter blijft kleven en niet verdwijnt, dan behoor je door te gaan met het benoemen ervan, zolang ze duidelijk aanwezig is en aandacht blijft vragen.
Omdat we ons dikwijls niet bewust zijn, of er niet in slagen deze bewustzijnsactiviteiten te registreren, neigen we ertoe ons te identificeren of te vereenzelvigen met deze activiteiten. We neigen ertoe te denken dat er een 'ik' is die fantaseert, denkt, oordeelt, plannen maakt, kent of waarneemt. We denken dat er een persoon is die van kinds af aan heeft geleefd en gedacht, terwijl er in de werkelijkheid alleen maar deze voortgaande en elkaar opvolgende geestesactiviteiten plaatsvinden. Hoe meer we ons vereenzelvigen met ervaringen (posities, dingen en mensen), des te zwaarder worden de problemen of ballast we met ons meedragen. Als deze ervaringen immers verdwijnen, weggaan of verloren raken, krijgen we een gevoel van missen, angst of boosheid door de gehechtheid en identificatie ermee. Daarom is het aan te raden elke cognitieve activiteit te benoemen of te registreren op het moment dat ze duidelijk herkend wordt. Het is een medicijn tegen de universeel menselijke ziekte of het probleem van gehechtheid en identificatie, of - in het geval de gedachte als onplezierig ervaren wordt - het probleem van weerstand en conflict.
Belangrijk om te vermelden is dat je je niet bezig hoeft te houden met de inhoud van de gedachte. Je hoeft bijvoorbeeld niet te weten waarom je denkt of waar, wanneer en met wie een herinnerde gebeurtenis plaatsvond. Aan de andere kant hoef je ook niet te proberen de gedachte kwijt te raken of haar 'weg te benoemen'. Het is voldoende om de gedachte eenvoudigweg als verschijnsel waar te nemen en te registreren, zolang zij duidelijk aanwezig is, zonder erop in te gaan of te proberen haar stop te zetten. Als de gedachte vanzelf verdwenen of opgelost is kun je weer terugkeren naar het weet hebben en benoemen van het rijzen en dalen van de buik.
Het observeren en registreren van al deze geestesactiviteiten is een aspect van cittanupassana: opmerkzaamheid met betrekking tot gedachten en het bewustzijn.
In principe hoef je tijdens het observeren en benoemen of registreren van het rijzen en dalen van de buik niet te zoeken naar andere ervaringen of objecten. Het kan echter gebeuren dat een geluid zich vanzelf duidelijk aan je opdringt en je aandacht in beslag neemt. Op zo'n moment hoef je dat niet als een verstoring te beschouwen, maar kun je dat als nieuw meditatieobject gaan observeren en benoemen als 'horen', 'horen', 'horen', zolang het geluid zich duidelijk aan je voordoet. Of zie je beelden met gesloten ogen, dan kun je het (mentale) zien benoemen, zolang dit duidelijk herkenbaar is.
Je hoeft het geluid of het beeld dat je ziet niet te beschouwen als een verstoring maar als een nieuw meditatieobject, even waardevol als het rijzen, dalen, fysieke gevoelens of gedachten. Daarnaast hoef je je niet te bekommeren om de inhoud van wat je ziet of hoort noch hoef je te proberen het geluid of het beeld 'weg te kijken'. Soms herken je echter een geluid of een beeld en interpreteer je het als 'trein', 'auto', 'buurman', 'boom', en dergelijke. Op zulke momenten kun je dit benoemen als 'interpreteren' of als 'herkennen'; anders kun je gewoon het zien, horen, ruiken of raken opmerken.
Naast dit soort zintuiglijke ervaringen zijn er nog allerlei andere ervaringen die je tijdens het mediteren kunt hebben, zoals bijvoorbeeld momenten van ongeduld of irritatie met betrekking tot pijn, gedachten of het stil zitten. Of momenten van genieten, verlangen, twijfel, onzekerheid, slaperigheid, bezorgdheid of rusteloosheid. Op het moment dat een dergelijke reactie of emotie in je opkomt hoef je ook deze niet te beoordelen als verstoring. Je kunt de emotionele reactie integreren in het meditatieproces en haar eenvoudigweg opmerken of benoemen op het moment dat het zich duidelijk voordoet, als 'ongeduld', 'ongeduld', 'genieten', 'genieten', 'onzeker', 'onzeker', enzovoort. Het is goed om te beseffen dat dit soort ervaringen als meditatieobject even waardevol zijn als bijvoorbeeld het rijzen en dalen van de buik, het horen van een geluid, een fysiek gevoel of een gedachte.
Misschien dat andere emotionele gevoelens op de voorgrond komen, zoals gevoelens van geluk, blijdschap, verrukking, kalmte, verdriet, frustratie, teleurstelling, schuldgevoel, verveling, vertrouwen of gemotiveerdheid. Je hoeft dergelijke emoties alleen maar waar te nemen en te benoemen of te registreren, zoals en zolang ze duidelijk herkenbaar zijn, als bijvoorbeeld 'gelukkig', 'gelukkig', 'verdrietig', 'verdrietig' of 'kalmte', 'kalmte', al naargelang de aard van de emoties. Verder hoef je er niets mee te doen. Het benoemen of registreren van deze laatste en vierde categorie wordt ook wel dhammanupassana genoemd, oftewel opmerkzaamheid met betrekking tot mentale en fysieke verschijnselen in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de verschijnselen die je naast de eerste drie categorieën kunt tegenkomen tijdens het mediteren.
Kort samenvattend kan gezegd worden dat je steeds weer bezig bent met het observeren en benoemen of registreren wat zich in lichaam en geest afspeelt. Zonder voorkeur of afkeer neem je waar en registreer je wat op het moment duidelijk herkenbaar op de voorgrond is of treedt. Het maakt in principe niet uit wat de aard van het object is. Of het een gedachte, een lichamelijk gevoel, een geluid, een (plezierige of onplezierige) emotie of het rijzen en dalen van de buik is, al deze ervaringen zijn gelijkwaardig en kunnen als meditatieobject beschouwd worden op het moment dat ze zich duidelijk aan je voordoen: één tegelijk, namelijk steeds weer precies datgene wat op het moment prominent is. In die zin is opmerkzaamheid een flexibele kwaliteit van geest en kan van moment tot moment een andere ervaring als object hebben.
Neem echter niet te veel hooi op de vork. Je hoeft bijvoorbeeld niet te proberen om ervaringen vast te houden of juist kwijt te raken. Ook hoef je niet (krampachtig) te proberen om alles te benoemen of om iets te registreren, wat al weer verdwenen of niet duidelijk herkenbaar is.
Houd het eenvoudig. Het is voldoende om je te beperken tot wat zich in het hier-en-nu duidelijk aan je voordoet of herkenbaar is. Je hoeft niet eens te zoeken, de objecten dienen zich vanzelf wel aan. Je zit ontspannen rechtop en observeert en registreert eenvoudigweg wat op het moment duidelijk op de voorgrond treedt en waargenomen kan worden, zonder in te grijpen in het proces.
Je hoeft niets duidelijker te maken, vast proberen te grijpen of vast te houden, weg te kijken of te verdringen. Neem een mentale of fysieke ervaring louter en alleen waar en registreer deze zoals ze zich vanzelf presenteert en zolang zij op de voorgrond is. Maak ook geen zware verplichting van het benoemen of registreren. Het is een oefening die gaandeweg steeds vertrouwder zal worden en vloeiender zal gaan verlopen. Het in contact zijn met of bewust zijn van wat zich in het hier-en-nu afspeelt blijft uiteindelijk altijd het belangrijkst; het benoemen of registreren kan beschouwd worden als een waardevol en ondersteunend hulpmiddel om kracht te geven aan de opmerkzaamheid.
Valt het object van observatie uit zichzelf weg, verdwijnt het of lost het op, als op dat moment niet iets anders zich duidelijk aan je voordoet, dan kun je in deze meditatietechniek altijd weer terugkeren naar het weet hebben en benoemen of registreren van het rijzen en dalen van de buik, als basisobject.
Oefening: loopmeditatie
Veel mensen hebben het idee dat je meditatie alleen zittend kunt beoefenen. In feite is dit een misvatting, want inzichtmeditatie kun je ook staand, liggend, lopend en uiteindelijk tijdens alle dagelijkse activiteiten beoefenen. Een veel gebruikte manier om opmerkzaamheid te ontwikkelen is het beoefenen van loopmeditatie. Hieronder volgen enkele praktische adviezen voor het beoefenen hiervan.
'Kies of zoek een plek waar je ongeveer drie tot tien meter ruimte hebt om heen en weer te kunnen lopen. Ga aan één kant staan en wees je allereerst een korte tijd bewust van de staande houding. Zorg er daarbij voor dat je stevig (geaard) staat, de voeten licht gespreid en de knieën niet op slot. Houd het lichaam ontspannen rechtop en houd de armen langs het lichaam of zodanig dat de handen elkaar voor de buik of achter de rug vastpakken. Ook het hoofd wordt rechtop gehouden. De ogen zijn geopend en ongeveer twee tot vier meter voor je uit naar de grond gericht, zonder dat ze ergens specifiek op gefocust zijn. Je hoeft dus niet naar je voeten te kijken en ook niet recht voor je uit of om je heen; dit om een goed klimaat te scheppen voor het (meer en meer continu) kunnen ontwikkelen van opmerkzaamheid. Je bent je dan een korte tijd bewust van de staande houding van het lichaam en benoemt of registreert dit tegelijkertijd innerlijk als 'staan', 'staan', 'staan'. Je weet dat er sprake is van een staande houding van het lichaam.
Je kunt dan het voornemen om te gaan lopen registreren als 'voornemen', 'voornemen', 'voornemen' en je begint dan met de loopmeditatie. Het is aan te bevelen om op een langzame manier korte passen te maken; dit om op een zorgvuldige, precieze manier te kunnen waarnemen wat er gebeurt. Als je op een dergelijke manier een pas begint observeer je de volledige beweging van de voet.
Je bent je bewust hoe de voet vanaf de grond de lucht in gaat, door de lucht beweegt en weer op de grond terecht komt. Hoe langzamer je de pas maakt, hoe preciezer je het proces kunt waarnemen, echter niet zo langzaam dat je steeds wankelt of valt. Om je evenwicht gemakkelijk te kunnen bewaren is het raadzaam om kleine passen te maken.
Je hoeft geen grote inspanning te maken of je op een zware manier te fixeren op de waargenomen bewegingen. Het is voldoende om op een lichte maar tegelijkertijd wél zorgvuldige manier weet te hebben van de volledige beweging van de voet. Terwijl je deze beweging observeert benoem of registreer je deze tegelijkertijd als 'links gaat zo', 'rechts gaat zo', enzovoort. Het op een dergelijke manier bewust zijn van de beweging van de voet kun je beschouwen als het basisobject tijdens de loopmeditatie, te vergelijken met de functie van het rijzen en dalen van de buik tijdens de zitmeditatie. Tijdens het lopen hoef je in principe dus ook geen aandacht te schenken aan de ademhaling of het rijzen en dalen van de buik.
Als je aan het einde van je loopafstand bent gekomen zet je de voeten weer naast elkaar. Je hebt weer enkele momenten weet van de staande houding en je registreert deze als 'staan', 'staan', 'staan'. Vervolgens merk je het voornemen om te draaien op als 'voornemen', 'voornemen', 'voornemen'. Met je linker- of rechtervoet draai je ongeveer zestig graden en je registreert dit als 'draaien'. Hierna volgt de andere voet, hetgeen je registreert als 'sluiten'. Zo draai je drie keer zestig graden en je sluit de beweging steeds met de andere voet. Na opnieuw het staan en het voornemen om te gaan lopen te hebben opgemerkt ga je weer door met de loopmeditatie.
Als andere objecten of ervaringen op een lichte manier (niet op de voorgrond dus) aanwezig zijn, dan hoef je er geen specifieke aandacht aan te schenken maar kun je gewoon doorgaan met de loopmeditatie. Als er echter iets anders duidelijk op de voorgrond treedt (bijvoorbeeld iets wat je ziet met teneergeslagen ogen, een geluid, gedachte, lichamelijk gevoel, geur of emotie), beschouw dit dan niet als een verstoring, maar eenvoudigweg als een nieuw meditatieobject. Als het bij de eerste herkenning niet direct uit zichzelf oplost of verdwijnt, dan is het raadzaam om er letterlijk en figuurlijk even stil bij te blijven staan. Stop dan even met het lopen en registreer wat er herkend wordt, als 'horen', 'horen', 'zien', 'zien', 'denken', 'denken', enzovoort.
Het is geen vijand maar een nieuw meditatieobject, even waardevol als het bewust zijn en registreren van de bewegingen van de voet. Je blijft op dat moment dus staan en je registreert het andere, nieuwe meditatieobject, zoals het zich aan je voordoet en zolang het duidelijk op de voorgrond is. Als het uit zichzelf verdwijnt, oplost, of niet meer op de voorgrond is, dan kun je weer doorgaan met de loopmeditatie.
De loopmeditatie kun je een periode van tien tot zestig minuten beoefenen, al naargelang de tijd die je van tevoren hebt vastgesteld. Als je wilt kun je na enige tijd de pas ook gaan onderverdelen in meerdere fasen en zo steeds meer precisie ontwikkelen in het opmerkzaam zijn. Bij een tweede loopoefening kun je de pas gaan onderverdelen in het optillen en neerzetten van de voet en deze bewegingen afzonderlijk van elkaar observeren en registreren. Je bent je dan bewust van deze twee fasen en jebenoemt of registreert ze als 'optillen', 'neerzetten', 'optillen', 'neerzetten'. Bij een derde loopoefening kun je weet hebben van drie fasen in de pas en registreert deze als 'optillen', 'voortgaan', 'neerzetten', 'optillen', 'voortgaan', 'neerzetten', ...Zo zijn er in deze traditie zes verschillende loopoefeningen, waarbij je steeds meer gedetailleerd kunt waarnemen wat er gebeurt. Je behoort dit echter niet te forceren, maar deze oefeningen rustig aan te ontwikkelen. Je kunt het vergelijken met het autorijden of autorijles. Er zitten vier of vijf versnellingen in een auto. Als je begint met rijden is het onverstandig om de auto meteen in de vierde versnelling te zetten. Je zou hiermee de motor overvragen en het kost alleen maar veel energie, terwijl het nog slecht voor de motor is ook. Daarnaast kan het ook heel gevaarlijk zijn om meteen keihard te gaan rijden als je nog geen of weinig rij-ervaring hebt. Het is dus verstandiger om jezelf niet te forceren. Daarom is het in het algemeen aan te raden om in eerste instantie niet meer dan drie loopoefeningen te doen en deze rustig aan op te bouwen; eerst de eerste oefening een bepaalde tijd, dan de tweede en dan eventueel een derde. Het gaat er uiteindelijk ook niet om dat je een zo hoog mogelijke loopoefening doet. Het is vooral belangrijk dat je op een gemakkelijke, ongeforceerde manier kunt waarnemen wat er in lichaam en geest gebeurt'.
Loop- en zitmeditatie worden in het algemeen beschouwd als de meest gebruikelijke oefeningen om opmerkzaamheid te ontwikkelen. Als aanvulling daarop en als stimulans kun je echter ook buigmeditatie beoefenen. Het blijkt namelijk dat veel mediterenden een lichamelijke stijfheid ervaren, met name als er wat regelmatiger gemediteerd wordt. Daarnaast blijken velen innerlijke inspiratie te putten uit deze vorm van meditatie. De oefening kan op verschillende manieren worden beoefend.
Mogelijkheid 1
'Kniel op de grond en ga op je hielen zitten met gebogen tenen. Deze houding van je voeten heeft als fysiek voordeel dat een aantal zenuwknooppunten op deze manier geprikkeld of geactiveerd worden. Het is echter geen 'must'. Als het onmogelijk blijkt door bijvoorbeeld ouderdom of sterke pijn, dan kun je (de wreefzijde van) de voeten plat op de grond houden. De rug is recht. Laat nu de handpalmen elkaar raken en houd de duimen tegen de borst ter hoogte van je hart. Deze houding kun je benoemen als 'zuiverheid'. Visualiseer niets. Breng je aandacht eenvoudigweg naar het hartcentrum, zonder verder na te denken over zuiverheid.
Breng dan langzaam de handen omhoog tot de duimen het voorhoofd raken. Benoem deze houding als 'mededogen'.
Bij de volgende beweging plaats je de onderarmen en de handen op de grond, waarbij de ellebogen de voorkant van de knieën raken en de handpalmen plat op de grond liggen. Plaats je voorhoofd tussen de handen, ontspan de buik en benoem deze houding als 'wijsheid'.
Ga dan terug naar de uitgangspositie en herhaal de buigoefening nog twee of meerdere keren'.
Mogelijkheid 2
Als je de voorgaande oefening te 'religieus' vindt, kun je haar ook als volgt beoefenen:
'Maak op een langzame manier dezelfde bewegingen en neem dezelfde houdingen aan. In plaats van deze houding te benoemen als 'zuiverheid', 'mededogen' en 'wijsheid', observeer je nu alle bewegingen en de drie houdingen. Je gaat in de beginhouding zitten en bent je een moment bewust van deze houding. Je registreert deze houding als 'zitten',' zitten', 'zitten', 'houding', 'houding', 'houding', of als 'weten', 'weten', 'weten' (weten dat je zo zit).
Je registreert dan het voornemen om te bewegen en brengt langzaam de armen en handen omhoog. Je benoemt of registreert dit als 'bewegen', 'bewegen', 'bewegen' of als 'optillen', 'optillen', 'optillen'.
Je registreert het raken van de duimen tegen het voorhoofd als 'raken'. Je bent je vervolgens bewust van de houding en registreert die. Dan buig je langzaam met het bovenlichaam naar de grond en registreert dit als 'buigen', 'buigen', 'buigen'. Het contact van achtereenvolgens de handen, de ellebogen en het voorhoofd met de grond benoem je weer als 'raken'. Je registreert het ontspannen van de buik en het lichaamsbewustzijn in deze houding. Ten slotte beweeg je het bovenlichaam weer langzaam omhoog en je benoemt dit als 'omhoog', 'omhoog', 'omhoog'. Het elkaar raken van de handpalmen en het raken van de duimen tegen de borst registreer je weer als 'raken' en komt zo weer terug in de uitgangspositie. Als andere ervaringen op de voorgrond treden tijdens het doen van deze oefening, dan kun je deze opmerken en vervolgens de buigoefening weer hervatten, vergelijkbaar met het beoefenen van de loopmeditatie.'
Mogelijkheid 3
Je kunt ook een combinatie van de voorgaande twee oefeningen maken. Dit kun je doen door de bewegingen en contactervaringen te observeren en te registreren. De drie houdingen benoem je dan als 'zuiverheid', 'mededogen' en 'wijsheid'.
Als je wilt dan kun je de hierboven omschreven oefening voor elke zit- of loopmeditatie doen. De oefening blijkt een weldadig effect te hebben en blijkt vaak te werken als een gezonde vorm van 'autofysiotherapie'. Daarnaast kan de oefening inspiratie opwekken. Ten slotte kan ze beoefend worden om wat afstand te scheppen met betrekking tot de dagelijkse beslommeringen en je beter te kunnen richten op het hier-en-nu.
Sommigen ondervinden nogal wat weerstand bij het lezen of horen over deze buigoefeningen. Er kan voor je gevoel namelijk een nogal religieus tintje aan de oefening zitten. In dat geval kun je de weerstand benoemen als meditatieobject, maar je hoeft niets te forceren. Als je er geen heil in ziet kun je de oefening gewoon overslaan. Het is altijd goed om te beseffen dat de buigoefening geen 'must' is maar louter een aanvulling biedt op het lopen en zitten.
Oefening: ligmeditatie
Vipassana-meditatie kan ook liggend beoefend worden. Hiervoor kun je op een gemakkelijke manier op de rug gaan liggen. Leg eventueel een kussentje onder het hoofd; leg de armen langs het lichaam of leg de handen (elkaar rakend) op de buik. Ook liggend op de rechterzij kan ligmeditatie goed beoefend worden en bij lichamelijke klachten kan uiteraard altijd een variatie gezocht worden, waarbij je een langere tijd stil kunt liggen. Verder gelden dezelfde adviezen als voor de zitmeditatie.
Meditatie in het dagelijkse leven
Het is nog goed om iets te verduidelijken over de tijd die je zou kunnen wijden aan het mediteren. In feite zijn hier geen vaste regels voor en is elke periode tussen vijf en zestig minuten.
Veel leraren adviseren echter om een richttijd te kiezen van ongeveer dertig minuten, dit om 'er in te kunnen komen' en wat diepgang te kunnen realiseren. Het hangt echter af van de tijd, ruimte en motivatie die je hebt. Als dertig minuten dus te lang is, dan is vijfentwintig minuten ook goed. Als vijfentwintig minuten te lang is, dan is twintig minuten ook goed, enzovoort. Er zijn leraren die het belang van regelmatige, liefst dagelijkse oefening benadrukken, als een dagelijkse mentale wasbeurt, uit zorg en respect voor jezelf en voor anderen. Andere begeleiders accentueren het gaan mediteren wanneer je kunt en wilt.
Met een beetje creativiteit kun je echter ook zogenaamde 'dode momenten' of normaal gesproken 'zinloze activiteiten' omtoveren tot momenten van meditatie. Het in een trein, bus of wachtkamer zitten kan met behulp van de zitmeditatie-adviezen op deze manier een bron van inzicht, innerlijke rust en stabiliteit worden.
Zit-, loop-, buig- en ligmeditatie kunnen beschouwd worden als basisoefeningen. Uiteindelijk kun je echter ook tijdens de meest alledaagse handelingen opmerkzaamheid ontwikkelen. Als expliciete oefening hiervoor kun je - als je de tijd en ruimte hebt - je handelingen tijdens een activiteit enigszins vertragen en zorgvuldig observeren wat er fysiek en mentaal gezien allemaal gebeurt. Hieronder volgt een voorbeeld:
Oefening: meditatief een stroopwafel eten
'Wees je eerst bewust van het zitten en van het rijzen en dalen van de buik. Registreer het zien van de stroopwafel en het verlangen om haar op te pakken.De bewegingen observerend en registrerend kun je je arm langzaam in de richting van de stroopwafel bewegen. Vervolgens benoem je het oppakken ervan.
Beweeg je andere hand richting stroopwafel en registreer ook het afbreken van een stukje wafel.
Je bent je vervolgens bewust van de omhooggaande beweging van je arm en je registreert deze; ook benoem je het openen van je mond en het in de mond stoppen van het stukje stroopwafel.
Je kunt het contact van het stukje stroopwafel met de tong en de binnenkant van de mond registreren. Benoem het voornemen om te kauwen en begin dan al observerend en registrerend te kauwen. Misschien dat de smaak of het lekker vinden op de voorgrond treedt; in dat geval kun je het proeven of het lekker vinden registreren.
Vervolgens kun je het slikken opmerken en tenslotte het naar beneden voelen glijden van de doorgeslikte substantie, door de slokdarm naar de maag toe.
Ten slotte nuttig je al observerend en registrerend de overige stukjes stroopwafel'.
Dit is een eenvoudig voorbeeld van hoe opmerkzaamheid ontwikkeld kan worden tijdens alledaagse levensactiviteiten. Zo kunnen het doen van de afwas, het tanden poetsen, scheren of het naar het toilet gaan oefeningen in opmerkzaamheid worden.
In de praktijk blijken echter het zitten, lopen en buigen de meest geschikte basishoudingen te zijn voor het ontwikkelen van opmerkzaamheid. Tijdens ligmeditatie verlies je immers veel gemakkelijker een stuk helderheid van geest, omdat er in die houding niet een lichte inzet nodig is om fysiek overeind te blijven zitten of om te bewegen. Hierdoor verslapt je aandacht veel gemakkelijker tijdens het liggen. En tijdens dagelijkse levensactiviteiten word je gemakkelijk onzorgvuldig, waardoor de alledaagse haast, bezorgdheid en andere conditioneringen de meditatieoefening voortijdig weer doen eindigen.
Regelmaat en geduldige discipline in het beoefenen versterken de opmerkzaamheid en innerlijke stabiliteit in het algemeen. Wees echter realistisch in plaats van idealistisch in het bepalen van de tijd die je (dagelijks) aan meditatie wilt besteden. Mocht het dan ook niet mogelijk zijn om er elke dag wat tijd voor vrij te maken, ga dan niet vol schuldgevoelens rondlopen. Er moet niks, het is een ongedwongen weg. Je kunt ook gewoon mediteren op het moment dat je behoefte en tijd hebt.
Op het moment dat je wilt mediteren, is het altijd wel raadzaam om een tijdsduur en ruimte te kiezen, waarin je zo min mogelijk kans hebt om gestoord te worden. Enkele tips hiervoor:
- Haal de telefoonstekker uit de contactdoos of zet het antwoordapparaat aan.
- Creëer een vaste meditatieplek in huis.
- Zoek een tijd uit waarop je alleen bent.
- Bij aanwezigheid van kinderen of partner: geef van tevoren aan dat je een tijd wilt mediteren en liever
niet onnodig gestoord wilt worden.
- Zet ergens een eierwekker of klokje neer, dat je zo afgesteld hebt dat er na de voorgenomen meditatieperiode een alarm afgaat.
Als afsluiting van dit stuk ten slotte nog iets over begeleiding bij het leren mediteren.
Als je geïnteresseerd bent en je verdiepen wilt in vipassana-meditatie, dan is het zeker de moeite waard om contact op te nemen met één van de centra of adressen van Frits Koster of de de BUN. Zie de links op de links-pagina.
Om vertrouwd te raken met de meditatiemethode en om er een bepaalde diepgang in te krijgen is begeleiding namelijk erg belangrijk; niet om afhankelijk te worden maar vooral om het subtiele spirituele pad te leren bewandelen, zodat je na verloop van tijd je eigen meditatieproces kunt gaan begrijpen. Om aan deze behoefte te voldoen worden er op diverse plaatsen in het land wekelijkse avonden, weekends en retraites georganiseerd, waarbij gezamenlijk gemediteerd wordt en meer uitleg gegeven wordt over de diverse meditatievormen. Deze activiteiten zijn in principe toegankelijk voor eenieder die het spirituele pad wil (leren) bewandelen en worden ook door meer ervaren mediterenden vaak zeer gewaardeerd als extra inspiratie.