Het EEn worden met de innerlijke god
Het licht van het goddelijke
Hoe kunnen we één worden met de innerlijke god anders dan door het te doen! Geen enkele leraar was in het verleden ooit in staat ons te vertellen hoe ieder van ons één kan worden met zijn eigen innerlijke godheid, behalve door te verwijzen naar bepaalde eeuwenoude en in feite onfeilbare voorschriften om dit te bereiken. Helaas accepteren de meesten van ons die voorschriften met ons denken, maar na een paar slappe en halfslachtige pogingen leggen we ze gewoonlijk naast ons neer, ongetwijfeld omdat het te moeilijk lijkt ze met succes te volgen. En toch is er geen andere weg.
Wat zijn deze voorschriften? Ik geef nu enkele ervan:
(1) Een verlangen om een betere man of vrouw te zijn in iedere betekenis van het woord - een verlangen dat door geen enkele ontmoediging uit ons hart kan worden verdrongen.
(2) Een vaste wil (die door niets kan worden gericht op andere vormen van activiteit) om dit verlangen om te zetten in een daadwerkelijk innerlijk streven opwaarts, tot stand gebracht door
(3) (a) een gevoel van één zijn met zijn medemensen, en in feite met alles wat leeft, zowel klein als groot; (b) een intens verlangen om altijd volkomen rechtvaardig en volkomen oprecht te zijn tegen onze medemensen, die we aldus liefhebben; (c) een pertinente weigering, die door niets aan het wankelen kan worden gebracht en waar geen enkele verleiding ons van kan afbrengen, om onszelf te bevoordelen ten koste van anderen.
(4) Nauwgezette en diepgaande intellectuele studie van de eeuwenoude leringen van theosofie waarin het heelal waarin wij leven wordt verklaard - een studie die naar de waarheid streeft ten koste van alles en boven al het andere, ongeacht onze privémeningen, vooroordelen of gevoelens; we moeten bereid zijn al deze laatstgenoemde te laten varen op elk ogenblik dat er een grootsere visie of een edeler waarheid ons doet inzien dat de meningen of gevoelens waar we eerder zoveel waarde aan hebben gehecht ontoereikend zijn.
(5) De eeuwenoude regel in praktijk brengen om te vergeven en te leren lief te hebben. Voor ons gewone mensen is dit, misschien meer nog dan iets anders, een geestelijke oefening van het grootste belang, want ze zuivert het denken, stimuleert het hart, maakt ons denken helder, en distilleert uit onze eigen innerlijke natuur het magische elixir van sympathie en mededogen, en maakt ons zó verwant aan de goden zelf.
(6) Een strikt en vreugdevol gehoor geven aan elke roep van de plicht, van welke aard ook; en onze plicht vervullen met een lied in het hart, dat misschien vorm krijgt in woorden op onze lippen, omdat we beseffen dat een plicht die edelmoedig wordt vervuld een edel werk is van een goed mens.
(7) Een diep besef van verbondenheid met het heelal en alles wat daarin leeft; een besef dat zo scherp is dat het een louter gevoel van één zijn met zijn medemensen overstijgt. Want het wordt niet alleen een geestelijke intuïtie maar ook een scherp intellectueel besef van onze geestelijke identiteit met het heelal, en daarom van onze volledige verbondenheid op alle gebieden van het zijn met de talrijke en veelsoortige menigten levens in de natuur, en meer in het bijzonder met onze medemensen, zodat hun belangen onze belangen worden, hun vreugden onze vreugden, hun vooruitgang onze vooruitgang, hun verdriet ons verdriet, en hun uitingen van nood van ons eisen dat we optreden om deze te verlichten zover het binnen ons vermogen ligt om dat op een juiste en wijze manier te doen.
Het licht van het goddelijke
De mysticus is iemand die steeds in het bewustzijn van zijn goddelijke natuur leeft. Hij voelt intuïtief het goddelijke leven in alle dingen. Hij ziet achter het uiterlijke, dat van voorbijgaande en vergankelijke aard is, een innerlijk dat onvergankelijk en eeuwig is. Hij in wie de ziel steeds werkzaam is, die hem telkens aanspoort tot mededogen in denken en handelen - hij is de ware mysticus.
Het pad van de mysticus is in zekere zin een verborgen pad, en een stil en schitterend pad. Toch is het toegankelijk voor alle mensen, en het is zo eenvoudig en zo nabij dat velen die het willen betreden zich toch ervan afwenden, en denken dat het iets anders is.
De moeilijkheid was en is dat de leerling die moet kiezen tussen plicht en begeerte, altijd voor twee wegen staat. Hij kan de ijdelheid der ijdelheden najagen, of het mysterie der mysteriën zoeken. De verkeerde weg wordt ten onrechte de gemakkelijke weg genoemd. In werkelijkheid is het de moeilijke weg. Het pad van zelfoverwinning is de gemakkelijke weg, als we het maar zo goed mogelijk zouden volgen en zoals dat zou moeten.
Zodra we ons denken afstemmen op de hoge beginselen van dienen en broederschap, opent ons hart zich, wordt ons denken helder, en zal het nieuwe licht waarnaar we verlangen, doorbreken.
Als zij die zich soms in een zee van vragen en verwarring bevinden, slechts toevlucht wilden nemen tot de hulpbronnen van de ziel, wat een kracht en vrede zou hun dan ten deel vallen! In zeker opzicht is de ziel een vreemde voor ons, en toch is zij werkelijk een rijke bron, en als we ons in ons denken en streven laten leiden door zuivere en hoge motieven, beschikt zij altijd over de middelen om ons te dienen.
We hebben in deze tijd meer geloof en vertrouwen nodig en dan zullen we in omstandigheden verkeren waarin alles mogelijk is; waarin alles wat we aanraken zal opbloeien en vreugde en blijdschap aan anderen zal schenken. Omdat we zelf onbeperkt en rijkelijk ontvangen van dat grote en volle leven, dat alles in de universele ruimte bezielt, zullen we graag en met een open hart geven, zodat er nooit een verarmd leven van ons zal uitgaan.
Velen die een bepaald punt hebben bereikt, willen soms dat alles hun volledig wordt verklaard, zodat ze op een of andere wijze uit deze kennis persoonlijk voordeel kunnen trekken; maar zonder de stimulans van inspanning, zonder vertrouwen, zonder geloof, is niets mogelijk. We gaan naar bed in het volle vertrouwen dat we de volgende ochtend zullen opstaan. We zaaien een zaad in het volle vertrouwen dat de natuur haar werk zal doen, en het zaad zal opkomen en vrucht dragen.
Het is in de stilte dat we de sleutel zullen vinden, als we besluiten ernaar te zoeken, die in ons eigen wezen boeken van openbaring zal openen. We zullen daar een kracht vinden waarover we nooit tevoren hebben beschikt, en nooit konden beschikken voor we dit pad zochten. We zullen daar een vrede vinden die het begrip te boven gaat. Misschien komt ze niet onmiddellijk en niet overeenkomstig onze kleine wensen en verlangens, maar als het motief onzelfzuchtig is, zal ze komen .
Als een mens zich in de stilte bewust wordt van zijn eigen goddelijke natuur, beseft hij, al is het maar een ogenblik, dat hij anders is dan hij schijnt te zijn. Hij gaat inzien dat hij een god is; hij laat de verbeelding zijn hart vervullen en tot hem spreken over machtige dingen die het gewone begrip te boven gaan; hij begint iets te beseffen van zijn plicht tegenover de mensheid. Dit is discipline.
Discipline wordt op velerlei manieren bereikt, maar theosofie laat zien hoe een mens, zonder hulp van anderen of van boeken, toch zijn eigen innerlijke kracht kan vinden, die niet langer slechts een mogelijkheid is. Hij zal diep in zijn eigen wezen graven om wijsheid te vinden. Hij zal in zichzelf een nieuw soort intuïtie ontdekken, en tenslotte zal hij door de 'aanraking' met dit goddelijker leven, de kracht van zelfdiscipline leren kennen, en kan hij opstaan en zeggen: ik weet!
Hoe meer we in de stilte zijn verenigd en proberen onszelf te zuiveren, hoe dichter we bij het licht staan. Nooit mogen we het licht, onze verplichtingen of onze goddelijkheid uit het oog verliezen, als we het heilige karakter van onze roeping willen beseffen.
Er groeit iets in ons hart en in ons dagelijks leven dat niet kan worden beschreven, maar alleen kan worden gevoeld. Maar hebben we dit eenmaal gevoeld, diep en intens, dan volgen we het juiste pad. We zuiveren de atmosfeer; we heiligen het leven.
Er moet tijd zijn voor een kalme, nadenkende geesteshouding. Verdiep u in de omstandigheden waarin u verkeert, in de motieven die u tot een bepaald streven of werk aanzetten, en stel dan met volstrekte eerlijkheid vast of zij zelfzuchtig, onzelfzuchtig, of van gemengde aard zijn. Dat is een proces dat verheffend en verhelderend zal werken, omdat het geweten actief is. Het is in werkelijkheid een bekentenis aan het hogere zelf, de godheid in u.
In dat streven roept men de magische kracht op die in de stilten van het leven sluimert. Onjuiste denkbeelden worden in dat proces geleidelijk uitgeschakeld en juiste kunnen binnenkomen. Dingen die men vroeger voor het persoonlijke leven noodzakelijk achtte, zijn dat niet langer; en door zo een ruimer gebied van denken en streven te betreden, brengt men zichzelf in harmonie.
Door zo te denken schakelt men zijn zwakheden uit, en leert tevens één grote waarheid, een waarheid waarop de Nazarener de nadruk legde: dat men geen twee heren kan dienen. Men kan niet tegelijkertijd in tegenovergestelde richtingen gaan; men kan geen twee paarden tegelijk berijden; en zij die dat proberen zullen ongetwijfeld vroeg of laat tot de ontdekking komen dat ze niets bereiken en hoogstwaarschijnlijk onder de hoeven van beide worden vertrapt.
We hoeven slechts de eerste stap te doen in de ware geest van broederlijkheid, en alle andere stappen zullen op natuurlijke wijze volgen. We moeten krijgers zijn en de oude strijd zonder ophouden strijden, maar in deze eeuwenoude strijd hebben de menigten van het licht zich met ons verbonden. Achter de mens, achter alle dingen, staat de onsterfelijke geest van mededogen.

 
|