
Het verhaal van Zuiver
Geven
Uittreksel van 'De Verhandeling over Welbespraaktheid'
Maharatnakuta, sutra 33
A Treasury of Mahayana Sutras : selections from the Maharatnakuta Sutra;
vert. uit het Chinees door The Buddhist Association of the United States,
red. Garma C.C. Chang; University Park, Pennsylvania State University Press;
1983. Nederlandse vertaling door Martin Williamson.
--------------------------------------------------------------------------------
In die tijd woonde de dochter van koning Prasenajit in de stad. Zij heette
Zuiver Geven en zij was uitzonderlijk mooi, hoewel zij slechts acht
jaar oud was. Het was de achtste dag van de tweede maand, de dag waarop
de ster Pusya verscheen. Met een fles water in haar hand ging zij op
een dag het stad uit, samen met vijfhonderd brahmanen om het deva-beeld
te baden. Toen de brahmanen de monniken [volgelingen van de Boeddha]
buiten de stadpoorten zagen staan, vonden ze dit een onheilspellend
teken.
De oudste van de brahmanen, een man van honderdtwintig jaar die Brahma
heette, zei tegen Zuiver Geven:
Deze monniken staan buiten de poort. Dat is ongunstig; wij kunnen beter teruggaan
naar het stad en hen niet ontmoeten. Als wij hen ontmoeten, zal het een slechte
invloed hebben op onze offerriten.
Hierop zei Zuiver Geven in verzen tegen de brahmaan:
Deze mannen zijn vrij van begeerte,
En zeer prijzenswaardig.
Zij kunnen al het kwaad
Van enorme aantallen wezens wegwassen.
Deze mannen zijn zuiver en onbevlekt,
Omdat ze de vier edele waarheden grondig kennen;
Maar de aanhangers van verkeerde paden zijn onzuiver,
Gevangen in misvattingen en onwetendheid.
Ontelbare beloningen zullen toekomen
Aan degenen die offers maken aan
De Vereerde Tussen Goden en Mensen,
Het veld van zegeningen.
Datgene wat in dit veld wordt gezaaid
Zal een onuitputtelijke oogst opbrengen
In de drie werelden.
De Boeddha, zuiver en volmaakt in discipline
Ontstijgt het wereldse moeras, onbesmeurd.
Hij leeft in de wereld als een bekwaam geneesheer
Die levende wezens geneest en redt.
In de wereld is de Boeddha de allerhoogste;
Hij is de koning van alle dharma's.
En deze mannen zijn de zonen van de Boeddha.
Sommigen van hen hebben arahantschap bereikt;
Anderen volbrengen de daden van de bodhisattva's.
Hoe kunnen de wijzen hen vermijden?
Degenen die zulke schitterende daden uitvoeren
Verdienen de lof van de wereld.
Deze wijze mannen hebben een lange tijd vrijgevigheid beoefend.
Brahmacharin, toon respect voor hen,
En alles zal goed zijn.
Laten wij deze mannen
Die begaafd zijn met een superieur uiterlijk, prijzen.
Zuiver van geest, zijn ze onze voortreffelijke
Velden van zegeningen.
Brahmacharin, geloof mijn woorden,
En u zult vreugdevol zijn en vrij van zorgen.
De [oudste] brahmacharin zei tegen Zuiver Geven:
Denk niet als een dwaas of een idioot!
Vermijd sramanas tijdens het uitvoeren van offerriten.
Iemand die het geluk zoekt moet niet in de buurt komen
Van hen met een kaalgeschoren hoofd,
Gekleed in een monnikspij.
Uw ouders zullen dit niet goedkeuren
En wij schamen ons ook voor u.
Als u van plan bent om hun iets te geven,
Is dat ook ongunstig.
Toon alstublieft geen respect voor deze monniken.
Zuiver Geven zei tegen de brahmaan:
Als ik in een wereld van ellende terecht zou komen,
Noch mijn ouders, aanhang, rijkdom of sieraden,
Noch mijn eigen moed en gezondheid
Zou mij kunnen redden.
Behalve deze mannen van voortreffelijke deugd,
Wie zou mij kunnen redden?
Om de Boeddha, Dharma en Sangha te vereren,
Wil ik mijn leven opgeven.
Er is maar één pad om te volgen:
Het vereren van de drie juwelen.
Toen vroeg de oude brahmaan aan Zuiver Geven:
U heeft de Boeddha of de Sangha nooit gezien, de Dharma heeft u nooit gehoord.
Hoe kunt u er dan zoveel geloof aan hechten?
Zuiver Geven antwoorde de brahmaan:
Zeven dagen na mijn geboorte, terwijl ik op een gouden bed in het hoge paleis
lag, zag ik vijfhonderd goden in de lucht vliegen, en zij prezen de ontelbare
deugden van de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Ik hoorde ieder woord dat ze
spraken. Toen vroeg één god, die de Boeddha en de Sangha nooit
had gezien noch de Dharma gehoord: Kunt u voor mij de Boeddha beschrijven?
Mijn gedachten ontvangend, en ook om de god die de vraag had gesteld gelukkig
te maken, antwoordden de andere goden in verzen:
Het haar van de Boeddha is roodachtig-blauw,
Schoon, glanzend, krullend naar de rechterkant.
Zijn gelaat, als een volle maan, heeft de kleur
Van een lotus met honderd bloembladen.
De sneeuw-witte enkele haar tussen zijn wenkbrauwen
Krult naar de rechterkant;
Voor allen is het een genot om te zien.
Zijn wenkbrauwen vormen bogen boven zijn ogen
Als zwarte bijen die blauwelotusbloemen omhelzen.
Zijn kaken lijken op die van een leeuw;
Zijn ogen kijken rond als de koning van het vee;
Zijn lippen hebben de kleur van een felrode kalebas;
Zijn tanden zijn wit, dicht bij elkaar en recht,
Zo ordelijk als een lijn vliegende ganzen.
Zijn tong is zo breed en lang,
Hij zou zijn gezicht kunnen bedekken.
Hij spreekt met volmaakte helderheid;
Zijn stem brengt vreugde aan allen die hem horen.
Hij lijkt op het gezang van een pauw,
Een zwaan, een luit van lapis lazuli,
De bel van een kinnara, een kalavinka vogel,
Een koekoek, een jivajivaka vogel,
Of een muziekinstrument van welke soort dan ook.
Zijn gebrul is dat van een leeuw;
Hij overwint met gemak alle argumenten
En verwijdert alle onzuiverheden.
Zijn woorden van waarheid verbrijzelen ieder onjuist inzicht.
Omringd door een menigte
Kan hij alle twijfels en vragen oplossen.
Nooit onjuist, maar zachtmoedig en soepel.
Hij maakt zijn gehoor blij, en overtuigt hen.
Hij blijft ver van de twee extremen,
Hij predikt op de juiste wijze de middenweg.
Hij spreekt met een immer plezierige stem,
Tot grote vreugde van zijn gehoor;
Hij vleit nooit, noch verdraait hij de waarheid,
En van zijn spraak ontvangt iedere toehoorder
Zijn eigen inzicht.
De woorden van de Boeddha zijn gesierd door wijsheid,
Als een bloemenkrans van prachtige bloemen.
Zijn nek is rond
Zijn armen zijn lang en recht;
Zijn palmen zijn plat en duidelijk getekend met wiel-tekens;
Zijn vingers, lang en slank,
Hebben koperkleurige nagels.
Het lichaam van de Boeddha is stevig,
Gebalanceerd en goed gevormd,
Zijn middel is slank,
Met rondingen als van een leeuw;
Zijn navel is diep en rond.
Zijn mannelijke orgaan is teruggetrokken,
Zoals die van een hengst.
Als een berg van goud is zijn lichaam;
Stevig als dat van een draak of een leeuw.
Vanuit elke porie groeit een haar,
Die naar boven wijst en naar rechts draait.
Hij heeft gladde heupen, en kuiten als een hert.
Zijn enkels buigen licht, met stevige gewrichten.
Zijn voetzolen zijn mooi rond en duidelijk getekend
Met wielen van duizend spaken.
Brahmaan, bij deze gelegenheid hebben de goden in de hemel de Tathagata op
deze wijze geprezen. Zij hebben ook gezegd:
De Tathagata, de Eerbiedwaardige, voert alle levende wezens naar de verre oever.
Hij beschermt hen met enorme liefde en mededogen, als een grote koning der
geneesheren. Hij wordt niet beïnvloed door aversie of begeerte, net zoals
een lotusbloem niet besmeurd wordt door de modder van waaruit ze groeit. Wat
wij hebben verteld is maar een onbeduidend klein deel van de deugden van de
Eerbiedwaardige.
Brahmaan, zeven dagen na mijn geboorte heb ik van de grote deugden van de Boeddha
gehoord. Vanaf dat moment, heb ik niet geslapen, en ik heb niets gevoeld van
haat, begeerte, of ergenis. Vanaf dat moment was ik niet gehecht aan mijn ouders,
broeders, zusters, familieleden, rijkdom, schatten, sieraden, kleding, steden,
dorpen, tuinen of parken, zelfs niet aan mijn eigen lichaam en mijn leven.
Ik heb maar één ding gedaan: de Boeddha in gedachten gehouden.
Ik ga naar iedere plaats waar de Boeddha de Dharma verkondigt, en ik luister
aandachtig. Ik onthoud alles wat hij vertelt, en ik mis geen enkel woord of
betekenis daarvan.
Brahmacharin, ik zie Boeddha's, de Alomgeëerden, dag en nacht. Brahmacharin,
ik raak nooit vermoeid van het reflecteren over de Boeddha, ik voel me nooit
verzadigd door het horen van de Dharma, en ik wordt het nooit moe om offers
te brengen aan de Sangha.
Toen Zuiver Geven op deze wijze eer had betoond aan de Boeddha, de Dharma en
de Sangha, brachten alle vijfhonderd brahmanen, ook de oudste, de volmaakte
bodhichitta voort.
Homepagina Sangha Reiki


