zesde chakra of

derde oog of

de pijnappelklier

 

Het voorhoofdchakra -ofwel het derde oog- geeft inzicht in het dagelijkse Nu. Je kan middels dit chakra jouw wil op een ander overdragen. Veel mediteren op dit chakra kan je doen zweven. Het kan een bron van hoofdpijn zijn. 
Sanskriet: Ajna
kleur: indigo, zeer donkerblauw, violet, purper, paars
plaats:

midden van -en iets boven de wenkbrauwen, het is het bekende derde oog

is niet direct aan de ruggengraat verbonden

toon: -a-
blaadjes: -het is opgedeeld, waardoor het zich kan vermenigvuldigen
relatie met: -hersens en ziel: combinatie van geestelijke en verstandelijke vermogens, kundalini
beïnvloedt: ogen, oren, centraal zenuwstelsel
positief zeker (helder) zien. 
- Inzicht en mentale vaardigheden
negatief piekeren
-zich zorgen maken
-dom voelen
oorzaak problemen bij misbruik van de wil: het leven is niet naar de hand te zetten
adviezen & oefeningen -bewust -vanuit gevoel- naar het leven en jezelf kijken
-niet fanatiek vanuit je wil leven (Ik moet en ik zal, omdat ik het wil!!!!)
-paarse kleding dragen
-visualiseren, in de verte leren kijken
-specifieke oefeningen 6
KLEURMEDITATIE 6
Kristallen: lapis-lazuli, sodaliet, saffier, fluoriet en amethyst.*

 

PIJNAPPELKLIER (3e OOG) of de epifyse
Het derde oog en de evolutie van de mens:

Een oude aanwijzing voor de spiritualiteit van de mens

In het menselijk lichaam is een bepaalde klier, de pijnappelklier, die bijna in het midden van het hoofd zit en wat een hele belangrijke factor speelt in het bewustzijn.
Deze klier die oorspronkelijk het formaat van een pingpongbal had, is verschrompeld tot de afmeting van een gedroogde erwt omdat wij al heel lang vergeten zijn hoe het te gebruiken - en als je het niet gebruikt dan verlies je het.

De Epifyse zit tegen het dak van de tussenhersenen, om precies te zijn aan de bovenkant van het derde ventrikel. Deze klier is zo groot als een gedroogde erwt en weegt nauwelijks 200 milligram. Het is een typische jeugdklier die na het tiende levensjaar begint af te nemen. Het afscheidingsproduct van de epifyse heeft tot de pubertijd een remmende werking op de hormonale activiteit van de geslachtsklieren. Dan op een zekere tijdstip, bepaald door de mysterieuze klok des levens, wordt de epifyse buiten werking gesteld, en geven de adenohypofyse (hypofysevoorkwab) de geslachtsklieren het sein dat de productie van geslachtshormonen kan beginnen. De huidige westerse wetenschap is nog niet zover en heeft nog niet zoveel feiten over de functie van deze hormoonklier verzameld, hoewel ze het hormoon melatonine hebben ontdekt. Waargenomen effecten van melatonine op het immuunsysteem zijn onder meer de toegenomen productie van natural killer cellen, stimulering van de fagocytose en bevordering van de groei van beenmergcellen en over antikanker eigenschappen beschikt.  

De wetenschap heeft ontdekt, dat de epifyse op een ritmische wisseling van licht reageert. En dat het een neurovegatatief controle orgaan is en de meeste hormonale invloeden, bijvoorbeeld die van het geslacht en of stofwisselingshormoon kan afremmen. Ze beschikt over een zogenaamde circadiaans ritme en over een grotere met jaargetijden samenhangende ritme. Ze is het hart van de psychomatische controle, zoals word gesuggereerd door haar ligging midden in de hersenen.

De vele aanwijzingen geven aan dat de pijnappelklier een fijngevoelig neuronaal en endocrien regelorgaan is, dat communiceert door middel van onder andere een combinatie van neuronale elektrische activiteit en een assortiment hormonen waarvan een gedeelte psychoactief is. Wat de pijnappelklier als verzameling zachte weefsels uniek maakt zijn de microscopische bolletjes ('hersenzandkorrels') in de cellen, die bestaan uit concentrische lagen van naaldvormige calciet-, apatiet- en magnetietkristallen. De laatste zijn gevoelig voor sterkte- en richtingsveranderingen in het aardmagnetisch veld.  

Wat de samenhang is tussen de (psychoactieve) hormonen, de elektrische neuronenactiviteit en de diverse kristallen - is voor zover ons bekend, nooit beschreven. Wel bestaan er publicaties over deze elementen afzonderlijk. Over de functie van de hersenzandkorrels is nog niets bekend, behalve dat de grootten en hoeveelheid ervan geen samenhang vertonen met de menselijke leeftijd, in tegenstelling tot wat lang gedacht is.

De epifyse lijkt een belangrijke rol te spelen bij de synchronisatie van bepaalde lichaamsfuncties aan dagelijkse en seizoenvariaties. uit onderzoek is aangetoond dat de epifyse fungeert als de biologische klok die de dag-nachtritmen ook circadiaans ritme bestuurt.  

circadiaans ritme, het verschijnsel dat vele fysiologische processen bij planten en dieren een ritme van ca. één dag (Lat.: dies), dwz. 24 uur, vertonen. Dit ritme wordt door uitwendige factoren (bijv. belichting, voedseltoediening) steeds 'bijgesteld'. Bij een snelle verplaatsing naar oost of west raakt de biologische klok van slag


Bij zoogdieren is de epifyse betrokken bij de regeling van de seizoensgewijze voortplanting, doordat het de jaarlijkse lichtvariaties koppelt aan de activiteit van de geslachtsklieren via een wisselende productie van melatonine.



Pranische energie stroomde dwars door het midden van de pijnappelklier. Deze klier ziet er volgens Jacob Liberman, de auteur van 'Light, the Medicine of the Future' uit als een oog en eigenlijk is het ook een oogbal. Het is rond en in één richting heeft het een opening waarin een lens zit om het licht te bundelen. Het is hol en heeft kleine receptoren aan de binnenzijde. Zijn uitzicht is, hoewel dit wetenschappelijk nog niet is vastgesteld, naar boven gericht, naar de hemelen. En net zoals onze ogen een hoek van 90 graden kunnen maken, zo kan de pijnappelklier ook 90 graden 'zien' vanaf zijn beginpunt. En net zoals wij niet naar achteren kunnen zien, zo kan de pijnappelklier ook niet naar beneden kijken.

Binnen in de pijnappelklier zelf, in zijn verschrompelde vorm, zit alle kennis van de geometrie en van de wijze waarop de Werkelijkheid is ontstaan. Het is daar allemaal aanwezig, in elk levend wezen. De meesten van ons hebben hun herinneringen gedurende de val verloren en beginnen nu met het herinneren en toegang te verkrijgen tot deze geometrie en alle begrippen daaromtrent.

Zonder onze herinneringen zijn wij op een andere manier gaan ademhalen. In plaats van de Prana door de pijnappelklier naar binnen te halen en het opwaarts en neerwaarts in onze centrale buis te laten, begonnen wij het via onze mond en neus naar binnen te halen.
Hierdoor werd de Prana voorbij de pijnappelklier gevoerd hetgeen betekende dat wij de dingen op een totaal andere manier gingen zien en dus een geheel andere interpretatie van de Werkelijkheid verkregen die we 'goed' en 'kwaad' gingen noemen, oftewel een polariteits bewustzijn.

Het gevolg van dit polariteitsbewustzijn is dat wij zijn gaan denken dat we vanuit een lichaam naar buiten zitten te kijken, op de een of andere manier afgescheiden van dat wat er buiten ons om gebeurt. Dit is duidelijk een illusie. Het voelt wel zo maar er is helemaal niets van waar! Het wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door ons standpunt dat wij verkregen door onze val in bewustzijn.

Een voorbeeld: bij alles wat er gebeurt, is er niets dat goed of fout is, want God heeft alles onder controle. Maar vanuit een ander standpunt, een polariteits standpunt, als we naar de planeet kijken en zien hoe die zich ontwikkelt dan zouden wij hier niet moeten zijn.
Onder normale omstandigheden in de evolutie zouden we hier helemaal niet moeten zijn. Er is iets met ons gebeurd dat niet had mogen gebeuren. Wij ondergingen een mutatie, hadden een soort van onderbreking in de chromosomen.
Dus de Aarde is al voor 13000 jaar in staat van alarm en vele wezens van diverse bewustzijnsniveaus zijn hier bezig om samen te proberen uit te vinden hoe ze ons weer terug op het pad kunnen krijgen waarop wij eerst waren.

Het effect van deze "per ongeluk" val in bewustzijn en de hieruit voortvloeiende pogingen om ons weer op het juiste pad van ontwikkeling te krijgen is dat er iets heel bijzonders uit voort kwam, iets onverwachts, iets verbazingwekkends.
Wezens vanuit het gehele Universum probeerden ons bij ons probleem te helpen en voerden daarbij diverse experimenten op ons uit, sommige waren legaal en sommige zonder enige vorm van toestemming. En één bepaald experiment resulteerde in een scenario waarvan nog nooit ooit iemand had gedroomd.
Niemand, behalve één persoon in een enkelvoudige beschaving, heel, heel ver terug in het verleden. En dit scenario werd werkelijkheid.

Als we denken aan het 'derde oog' komen er verschillende dingen bij ons op. Sommigen zullen het misschien in verband brengen met dieren zoals leguanen of de oude brughagedissen uit Nieuw Zeeland die nog steeds een functioneel derde oog hebben, ook wel de pijnappelklier genoemd. Het resultaat van hedendaags wetenschappelijk onderzoek bevestigt de mogelijkheid dat dit orgaan het eerste in de natuur voorkomende oog was, in het bijzonder bij de gewervelde dieren en de mens. Men staat hier voor veel raadsels omdat de wetenschap de exacte functie van de pijnappelklier nog niet kent. Microscopisch onderzoek heeft uitgewezen dat deze uit cellen bestaat die de duidelijke kenmerken hebben van de staafvormige lichtgevoelige cellen die in het netvlies voorkomen en een aanwijzing zijn voor de mogelijke oorspronkelijke functie als een gezichtsorgaan. De pijnappelklier blijkt signalen te ontvangen uit het hersengebied die direct worden beïnvloed door de prikkels die langs de gezichtszenuwen lopen, en ze scheidt het hormoon melatonine af dat ook voorkomt in het netvlies van de twee ogen. Het blijkt dat dit hormoon een rol speelt in het 24-uurs ritme, of de slaap-/waakcyclus, een proces dat wetenschappers nog niet volledig begrijpen. In de theosofische literatuur wordt echter gesteld dat deze klier aan de schedelbasis met de grootte van een erwt, naast haar fysiologische functies een belangrijk psychofysiologisch centrum of chakra is dat een rol speelt bij werkingen zoals helderziendheid en intuïtie.
     De mythen en tradities van de wereld bieden een vruchtbare bron van informatie over de evolutie van de mens en het derde oog. Velen van ons hebben gehoord van de Griekse mythe over de Cyclops, de eenogige reus waartegen Ulysses vecht, of het mystieke oog van Siva dat intuïtie of direct kosmisch inzicht symboliseert. In deze mythische tradities komen ook oude rassen van reuzen en titanen voor die vele eeuwen geleden zouden hebben geleefd. De tijdloze wijsheid van deze oude traditionele kennis verschaft essentiële informatie over de manier waarop de mensheid op aarde is ontstaan, en het combineren van de interpretaties van de wetenschap en oude bronnen in het licht van de theosofie kan ons een nieuw perspectief bieden op het verleden van de mensheid en het derde oog.

Waarschijnlijk was het primitieve derde oog functioneel voordat onze huidige twee ogen werden gevormd en het belangrijkst werden. Interessant is dat zowel de pijnappelklier als de twee ogen vanuit weefsellagen van de embryonale hersenen naar buiten steken - een normaal gegeven in de embryologie. Dit is zeer veelbetekenend voor de evolutie van de organen en zintuigen in het algemeen. De biologie erkent de pijnappelklier als het eerst voorkomende oog in de natuur, in elk geval bij de meeste primitieve gewervelde dieren. Bij ongewervelde dieren en lagere gewervelde diersoorten ontwikkelden zich in de loop van honderden miljoenen jaren verschillende soorten ogen. Een van de laagste gewervelde dieren die een oog heeft is de larve van de zeeschede, en er is ook een primitieve 'derde' oogstructuur bij vissen, amfibieën en reptielen - zelfs vogels hebben een lichtgevoelige pijnappelklier binnenin de schedel. 1 Het kan zijn dat sommige dinosaurussen ook enorme derde ogen hebben gehad, te oordelen naar de openingen bovenop hun schedels. De latere zoogdieren en zoogdierachtige dinosaurussen hadden ook deze openingen, maar dit derde oog verdween al snel onder de schedel en werd de pijnappelklier die bij de mens en bij de meeste hogere gewervelde dieren wordt aangetroffen. Schapen hebben echter nog steeds een pijnappelklier die direct wordt beïnvloed door helder licht.
     De wetenschap erkent dat alle organische wezens van een centraal voorgeslacht afstamden. Het voornaamste verschil in de theosofische interpretatie is dat de hoogste wezens - goden en het mensenrijk - de lagere dieren- en plantenrijken hebben voortgebracht, en niet andersom. Mensen zijn hier niet het eindresultaat van een transformatieproces van lichaamssoorten, die zich hebben ontwikkeld van primitievere lichamen tot hogere, zoals dat door de huidige wetenschappelijke theorie wordt beschreven. Integendeel, de laagste goden of 'engelen' scheidden astrale modellen af die op den duur de eerste fysieke menselijke vormen werden. De vroegste astrale vóórmenselijke entiteiten waren in essentie spirituele wezens met uiterlijke voertuigen geschikt voor meer etherische stoffelijke gebieden. In de wetenschap wordt verondersteld dat de fysieke stof tegenwoordig over het algemeen dezelfde is als honderden miljoenen of miljarden jaren geleden, wat niet per definitie het geval hoeft te zijn. We weten wel dat de aarde gasachtige en andere afkoelingsstadia heeft doorgemaakt - een nevelachtig stadium bijvoorbeeld - alvorens zich te verdichten tot een vaste vorm. Waarom zou er niet een overeenkomstige precipitatie zijn geweest van de 'organische' natuurrijken, waaronder de vroege mensenrassen, naarmate ze vanuit een meer etherische of astrale toestand fysiek werden?
     Scheppingsverhalen bevatten en bewaren een geschiedenis van werelden en van de mensheid die een ontzagwekkend lange periode beslaat. De vertellingen erin hebben niet alleen betrekking op fysieke gebeurtenissen, maar ook op de oorzakelijke, bewustzijnskant van de natuur. Volgens de beschrijvingen in oude tradities hebben de mensheid en de andere natuurrijken één gemeenschappelijke goddelijke oorsprong. Als godsvonken daalden ze af in de stof gedurende enorm lange cyclussen van ervaring. De Ouden zagen de evolutie als een zich ontvouwen van het innerlijke bewustzijn dat de stof bezielt. De godsvonken groeien door ervaring en ontwikkelen aardse voertuigen en zintuigen, evenals eigenschappen als intelligentie en vrije wil. Deze zienswijze is in tegenspraak met de darwinistische theorie die beweert dat alleen de dode stof zich toevallig door mutatie, natuurlijke selectie en externe invloeden tot vormen evolueerde. Ongetwijfeld spelen deze factoren mee, maar ze zijn niet de voornaamste oorzaken van evolutie.
     Volgens de theosofie is ons innerlijke wezen gebaseerd op het zevenvoudige patroon van het levende heelal en delen wij in de goddelijkheid ervan. Ons wezenlijke, onsterfelijke zelf bewaart een herinnering aan alles dat het heeft geleerd gedurende reusachtige cyclussen van afdalen in de stof en weer opstijgen naar de geest. Het aanwezige monadische bewustzijn brengt onze ziel of tussennatuur voort, die talloze keren in de verschillende natuurrijken incarneert op weg om mens te worden. Tijdens deze reis is er een drievoudige evolutie van lichaam, ziel en geest, waarbij elk van deze elementen zich langs zijn eigen individuele weg ontwikkelt met zijn eigen geheugen. De mensheid heeft zich volgens ditzelfde cyclische patroon geëvolueerd van etherische tot stoffelijke en weer terug tot etherische substantie, een proces dat in de theosofische literatuur soms wordt omschreven als zeven wortelrassen, waarbij wortelras een algemene term is die de hele mensheid beschrijft die in een bepaalde cyclus bestaat. Het eerste wortelras is bijzonder etherisch, het vierde het meest stoffelijke, en het zevende is weer etherisch.
     Volgens H.P. Blavatsky was de fysieke natuur aan het begin van het derde wortelras, dat meer dan 18 miljoen jaar geleden zou zijn begonnen, veel plastischer, en de toekomstige menselijke entiteit nam vele vormen aan. Deze ontwikkelingen gingen gepaard met innerlijke bewustzijnskrachten die zich vermengden met materie om ons psychische element te vormen, dat samenwerkt met de fysieke natuur om de hersenen te vervolmaken en de zintuigen in staat stelt te functioneren. De zintuig-organen ontwikkelden zich tegelijk met de buitenste 'huidlagen', naarmate de reusachtige etherische menselijke voorouders zich geleidelijk materialiseerden. Het denkvermogen is de verbindende schakel tussen hemels en aards bestaan, een noodzakelijk bestanddeel van evolutie en voltooiing. Er is geen bevredigende wetenschappelijke verklaring voor de vraag waarom de hersenschors van de mens, het fysieke orgaan van de intelligentie die wij zo hoogschatten, bijna drie keer zo groot wordt gedurende de eerste jaren na de geboorte. Het weerspiegelt volgens mij de gedenkwaardige gebeurtenissen die plaatsvonden aan het begin van de evolutie van de mens met het ontwaken van het denkvermogen, dat in de theosofische literatuur ongeveer 18 miljoen jaar geleden is gedateerd.
     Het thema van het ontwaken van het denkvermogen en de gevolgen ervan treft men ook aan in oude mythen. In de Oud-Noorse mythologie, bijvoorbeeld, wordt ons verteld dat de God Odin één van zijn ogen - dat het derde oog van het spirituele inzicht symboliseert - moest opofferen om te drinken uit de Bron van Wijsheid (dat betekent om cyclussen in de stof te ervaren). Dit en andere verhalen over de gevallen engelen of over Adam en Eva verwijzen naar de vroege evolutiestadia van de mens en naar de scheiding van de geslachten bijna halverwege het derde wortelras. Gedurende dit tijdperk vond er een enorme ontwikkeling plaats van de hersenen, het orgaan van het intellect, en goddelijke leermeesters zouden de kunsten en wetenschappen en geheimen van de natuur aan de zich ontwikkelende mensheid hebben onderwezen. Zij hebben de oorspronkelijke kennis ingeprent op ons innerlijke wezen, daarbij geholpen door het directe zien van goddelijke realiteiten door het derde oog. Naarmate dit wortelras van drie-ogige reuzen echter stoffelijker werd en spiritueel gezien minder onschuldig, trokken de goden zich terug.
     Volgens De Geheime Leer vallen de geestelijke en psychische involutie samen met de fysieke evolutie , zodat de geestelijke en psychische zintuigen van de eerste mensenrassen terugweken gedurende de ontwikkeling van de uiterlijke zintuigen. Het derde oog

was een actief orgaan . . . waarin het geestelijke element in de mens de nauwelijks geboren intellectuele en psychische elementen overheerste. En terwijl de cyclus zijn loop naar beneden voortzette tot dat punt waarop de fysiologische zintuigen werden ontwikkeld door, en gelijke tred hielden met, de groei en de consolidatie van de stoffelijke mens . . . verschrompelde tenslotte dat middelste 'oog', samen met de eerste geestelijke en zuiver psychische eigenschappen van de mens.     - 2:337

Wat eerder citeert Helena Blavatsky een oude toelichting die luidt: 'Er waren vierarmige menselijke wezens in die oude tijden van de man-vrouwen (hermafrodieten); met één hoofd, maar toch drie ogen. Zij konden vóór en achter zich zien.' Vervolgens merkt ze op in een voetnoot:

Het derde oog bevond zich namelijk aan de achterkant van het hoofd. De mededeling dat de laatste hermafrodiete mensheid 'vierarmig' was, ontraadselt waarschijnlijk het mysterie van al de voorstellingen en afbeeldingen van de exoterische goden van India. Op de Acropolis van Argos was er een , een ruw gesneden houten beeld (toegeschreven aan Daedalus), dat een drie-ogige kolos voorstelt, die was gewijd aan Zeus- Triopas (drie-ogig). Het hoofd van de 'god' heeft twee ogen in het gezicht en één bovenaan het voorhoofd. Het wordt beschouwd als een van de meest archaïsche van alle oude beelden . . .

De oude Toelichting vervolgt: 'Een kalpa later (na de scheiding van de geslachten), toen de mensen in de stof waren gevallen, werd hun geestelijke blik vaag; en tegelijk begon het derde oog zijn kracht te verliezen' .
     De vroege varianten van de mensheid waren wat betreft grootte en vorm voor een deel experimenten in de fysieke natuur, waarbij hulp werd gegeven door goddelijke intelligenties; en het meest stoffelijke stadium bracht de grootste verscheidenheid aan mensensoorten voort. In vroegere aardse cyclussen of 'ronden' doorliepen de menselijke monaden de levensstadia van mineralen, planten en dieren, van de laagste tot de hoogste. Gedurende deze eerste ronden volgde het mensenrijk de grondpatronen van planten en dieren die hadden bestaan in eerdere belichamingen van de aarde en gebruikte daarbij etherische substantie om zijn voertuigen te vormen. Deze korte herhaling van de evolutionaire ontwikkeling door de astrale mensheid bracht algemene prototypen voort die werden gebruikt door de dieren die zich op hun eigen bijzondere manier aanpasten en geleidelijk afweken van de eenvoudige vorm van de menselijke hoofdlijn. Toch bleven gewervelde diersoorten, waaronder de mensen, bepaalde fundamentele elementen gemeenschappelijk houden, zoals het derde oog, de vijf zintuigen - en zelfs staarten!
     De biologie erkent dat het menselijke embryo vanuit een enkele cel stadia doorloopt die lijken op de verschillende rijken. Er is bijvoorbeeld een visstadium met kieuwspleten, een reptielstadium met een staart en er zijn ook zoogdierstadia. Sommige kinderen worden nog steeds geboren met resten van een kieuwspleet of een waarneembare staart. De vraag is, waarom zou de ene of de andere afwijking nu kunnen verschijnen als de primaire herinnering aan deze vroege evolutie niet nog steeds in ons oorspronkelijk protoplasma en misschien ook in de genen is ingeprent? Onderzoek wijst erop dat mensen extra DNA hebben dat wordt opgeslagen maar niet onmiddellijk schijnt te worden gebruikt.
     Volgens de theosofie was het vierde wortelras in het begin drie-ogig en leefde in de meest stoffelijke periode van de fysieke evolutie van de mens, toen geest en stof in evenwicht waren op de neergaande boog. Zij moeten enorm groot zijn geweest, met titanische kracht en een grote intelligentie die hen in staat stelde hoogontwikkelde beschavingen voort te brengen. Maar voor de ontwikkeling van het denkvermogen, de vijf zintuigen, het persoonlijke ego, en de lagere begeerten moest een prijs worden betaald: het derde oog werkte niet langer als een geestelijk orgaan, behalve bij hoogontwikkelde mensen voor wie het derde oog harmonieus functioneerde met hun geestelijke aard. Bij de meerderheid moest het 'innerlijke zien' worden opgewekt en verworven door kunstmatige prikkels die aan de archaïsche wijzen bekend zijn. Daarna 'versteende' het derde oog geleidelijk en verdween, diep teruggetrokken in het hoofd. Maar wanneer het werkelijke zelf actief is gedurende trances en geestelijke visioenen, zou dit oorspronkelijke oog zelfs nu opzwellen en uitzetten (vgl. De Geheime Leer 2:332-3).
     Elk evolutiestadium getuigt van een grote intelligentie en wijsheid. De innerlijke krachten van het bewustzijn en hun onmisbare circulatie werken door middel van de uitwendige functies van de zintuigen en het lichaam. Het denkvermogen en de zintuigen zijn paden voor occulte energieën die werken door middel van verschillende psychofysieke centra of chakra's, waarvan de hoogste de pijnappelklier is. Deze centra blijven zich ontwikkelen terwijl wij evolueren tot geest. Dus terwijl het derde oog of de pijnappelklier bepaalde fysiologische werkingen heeft in combinatie met de hypofyse - samen reguleren ze het ritme van stofwisseling en groei - is het ook het fysieke orgaan van intuïtie, inspiratie, geestelijk inzicht, en goddelijk denken. Blavatsky zegt dat de pijnappelklier 'precies de sleutel is naar het hoogste en meest goddelijke bewustzijn in de mens - zijn alwetende, geestelijke en allesomvattende geest'. Het is 'de slinger die, als het uurwerk van de innerlijke mens eenmaal is opgewonden, het geestelijke inzicht van het ego naar de hoogste niveaus van waarneming voert, waar zich aan dat ego een horizon ontvouwt die vrijwel oneindig is' ( Studies in Occultism , blz. 199-200). Wanneer het hart, het centrum van de menselijke geestelijke monade, volkomen in harmonie met de pijnappelklier vibreert, worden de twee als één. De hypofyse, het orgaan van de wil, vibreert dan gelijktijdig, waardoor een goddelijk wezen ontstaat met een vrijwel onbeperkte visie.
     Ook nu nog is de pijnappelklier de bron van helderziende vermogens en intuïtief bewustzijn. Telkens als we een voorgevoel hebben vibreert deze klier zachtjes; wanneer we een ingeving of flits van intuïtief begrijpen hebben, vibreert ze sterker, hoewel nog steeds zachtjes. 'Het gaat echter moeizaam, hoofdzakelijk door toedoen van de twee ogen die de overhand kregen. In de loop van de tijd zullen de twee ogen geleidelijk volmaakter gaan functioneren, maar zullen in betekenis afnemen; en het 'eerste oog' zal weer in ere worden hersteld' (G. de Purucker, Mens en Evolutie , blz. 214). Hoe krachtig ze in ieder van ons werkt hangt af van de mate waarin we onze geestelijke gaven cultiveren, want als de pijnappelklier actief is ontvangt ze rechtstreeks stralen van het kosmische denkvermogen.
     Terwijl we vorderen op de boog van geestelijke ontwikkeling, is het aan ieder van ons afzonderlijk onze energieën te beheersen en in evenwicht te brengen. In de meeste gevallen is het onverstandig ons bewust in te laten met het derde oog of andere psychofysieke centra, omdat ons huidige inzicht eenvoudig niet voldoende is: we hebben nog veel te leren als embryonale goden, wezens van bewustzijn en materie, terwijl we geestelijk evolueren. De meest effectieve manier om de mogelijkheden die door het derde oog worden uitgedrukt te ontwikkelen is door welbewust de beste onzelfzuchtige karaktereigenschappen en intuïtie in ons dagelijks leven toe te passen. Door dit pad te volgen zal de rest komen als de tijd rijp is en we gereed zijn meer te ontvangen.

 

 

DESCARTES OVER DE PIJNAPPELKLIER ALS ZETEL DER ZIEL

G.J.C. Lokhorst. Descartes over de pijnappelklier als zetel der ziel. Bulletin van de Vereniging voor Filosofie en Geneeskunde , 4 (4): 6-8, 1996. ISSN 0928-1630. Reprinted in: Noot [Verenigingsblad van Wijsgerige Faculteitsvereniging ERA, Erasmus Universiteit Rotterdam] , 1 (3): 14-15, 1997.

Descartes' (1596-1650) opvattingen over de werking van de pijnappelklier, het orgaan waarmee de ziel volgens hem het nauwst verbonden is, behoren nog steeds tot de bekendste onderdelen van zijn filosofie. In het onderstaande wil ik erop wijzen dat deze opvattingen minder origineel zijn dan vaak wordt gedacht.

Volgens Descartes heeft de pijnappelklier twee functies. Ten eerste zou ze de bewegingen van de etherische esprits animaux in de hersenholten reguleren. Ten tweede zouden de stimuli afkomstig uit de verschillende zintuigen in de pijnappelklier gecombineerd worden, zodat deze klier de zetel is van de sensus communis (het "gemeenschappelijke zintuig" van Aristoteles en de scholastici).

Het eerste idee was al minstens 1400 jaar oud toen Descartes het lanceerde. Galenus (129-210) had het al besproken in zijn De usu partium . Hij verwierp het om twee redenen. Ten eerste ligt de pijnappelklier aan de buitenkant van de hersenen en staat ze dus niet in direct contact met de "bezielde lucht" (het pneuma psuchikon of de spiritus animalis ) die in de hersenholten waait. Ten tweede beweegt ze niet uit zichzelf maar volgt ze als aanhangsel van de hersenen de bewegingen van dat orgaan.

Galenus meende dat niet de pijnappelklier, maar de in de buurt van deze klier gelegen epifyse (d.w.z. de vermis superior cerebelli ) de bewegingen van het pneuma controleert. Hij dacht dat dit orgaan wél de geschikte eigenschappen heeft om dit te bewerkstelligen. Deze opvatting had eeuwenlang een bijzonder grote invloed. Tot in de zestiende eeuw nam de vermis een buitensporig prominente plaats in op afbeeldingen van de schedelholte; vaak vormde hij met de hersenholten zelfs de enige hersenstructuur die werd afgebeeld (afb. 1). Wanneer men dergelijke illustraties met de gravures in Descartes' Traité de l'homme (fig. 23 e.v.) vergelijkt lijkt het erop dat de laatste in feite weinig anders deed dan de vermis door de pijnappelklier te vervangen (afb. 2).

Descartes' tweede idee, het denkbeeld dat de pijnappelklier het orgaan van de sensus communis is, heeft een minder lange voorgeschiedenis. Maar Descartes was niet de eerste die het publiceerde. In al zijn voor publicatie bestemde geschriften heeft hij het namelijk alleen maar over "een bepaalde zeer kleine, in het midden van de hersenen gelegen klier". Soms vermijdt hij zelfs het woord "klier" en heeft hij het alleen over "een klein gebied in de hersenen waar de sensus communis onmiddellijk mee verbonden is". Het lijdt geen twijfel dat Descartes de pijnappelklier op het oog had: in zijn brieven duidt hij haar steevast aan met haar destijds gebruikelijke Latijnse naam, conarium . Ook sommige tijdgenoten wisten dat hij het over het conarium had. 7 Maar Descartes liet deze anatomische term achterwege in zijn publicaties, hetzij uit onzekerheid, hetzij om anatomisch niet onderlegde lezers niet af te schrikken.

De eerste die niet impliciet of vertrouwelijk, maar expliciet en publiekelijk liet weten dat hij het conarium als de zetel van de sensus communis beschouwde, was Jean Cousin. In 1641 verdedigde hij aan de École de médecine te Parijs een these getiteld An kônarion sensus communis sedes? (Is de pijnappelklier de zetel van de sensus communis ?) Op grond van redeneringen die aan die van Descartes doen denken beantwoordde hij deze vraag met een volmondig "ja": Ergo kônarion sensus communis sedes .

Béla Révész heeft gesteld dat Descartes' localisatie van de ziel in de pijnappelklier weinig meer was dan een verwoording van ideeën die tóch al in de lucht hingen. Deze stelling gaat vermoedelijk te ver. Maar het zal duidelijk zijn dat Descartes' theorie veel van haar glans van originaliteit verliest als men haar in haar historische context beschouwt.

 

De rol van de pijnappelklier in mystieke ervaringen.

Onze pijnappelklier (epifyse), een klein orgaan in het centrum van het brein, staat in de neurowetenschappen bekend als een hormoonklier die een scala aan hormonen produceert, die gereguleerd worden door onder andere de licht-donker (dag-nacht) cyclus. De hormonen zijn serotonine, melatonine, DMT (dimethyltryptamine), 5meo-DMT (5-methoxy-dimethyltryptamine) en pinoline.1-5 Oude spirituele tradities zoals Yoga en Tantra beschouwen de pijnappelklier als een "kosmische antenne" via welke wij in contact staan met een diepere, mystieke realiteit.6 De wetenschap heeft aanwijzingen dat de pijnappelklier inderdaad een rol speelt in mystieke (oftewel transcendentale), paranormale en hallucinatoire ervaringen, omdat sommige van haar hormonen psychoactief zijn.7-10

Deze hormonen verbinden zich met de serotonine-receptoren in vele gedeelten van de hersenen. Dit leidt tot complexe patronen van electrische activiteit. De betreffende persoon krijgt dan innerlijke ervaringen, die variëren van hallucinaties via dromen tot en met mystieke ervaringen.7-10 Er is aangetoond dat met name de slaapkwabben complexe electrische activiteitspatronen vertonen tijdens mystieke ervaringen.11

De vraag die dit project poogt te beantwoorden is: welke hersen-structuren worden actief vóór de pijnappelklier de hormonen gaat produceren die betrokken zijn bij de mystieke ervaring? Welke activiteit vertoont de pijnappelklier zelf?

Welke mechanismen en zenuwbanen een rol spelen in de stimulering en remming van de hormoonproductie en electrische activiteit van de pijnappelklier als gevolg van de licht-donker-cyclus, is reeds bekend.1-5 De mechanismen die de productie van bepaalde pijnappelklier-hormonen teweegbrengen bij mystieke ervaringen, zijn onbekend. Ook is nog geen poging gedaan om de electrische activiteit van de pijnappelklier tijdens mystieke ervaringen te meten.

Voor dit project zullen drie groepen proefpersonen gevormd worden:
1. Mensen die (ook in het laboratorium) mystieke ervaringen bij zichzelf kunnen opwekken door middel van stil gebed en/of meditatie.
2. Mensen die in stilte kunnen bidden en/of mediteren in het laboratorium, maar die nooit in staat zijn geweest om mystieke ervaringen bij zichzelf op te wekken, al zouden ze dat wel willen.
3. Mensen die in stilte kunnen bidden en/of mediteren in het laboratorium, maar die niet geloven dat een mystieke ervaring vandaag de dag mogelijk is (mystieke ervaringen, beschreven in de Bijbel, zijn voor hen iets wat tot het verleden behoort, of een metafoor).

Groep 3 dient om erachter te komen, of hun specifieke geloof ("mystieke ervaringen onmogelijk") een negatief effect heeft op de resultaten. Uit een eerder onderzoek naar de relatie tussen diverse bewustzijnsstaten, bereikt door diverse vormen van meditatie en EEG hersengolfpatronen, is ons reeds duidelijk geworden dat alle drie groepen mensen bestaan.12

Metingen van de activiteit van de pijnappelklier en van de rest van de hersenen zullen gedaan worden tijdens rust en tijdens stil gebed en/of meditatie. Na iedere sessie zal de proefpersonen gevraagd worden naar hun subjectieve ervaringen en zullen bloedmonsters afgenomen worden voor bepalingen van de spiegels van de pijnappelklier-hormonen. De activiteit van de pijnappelklier en van de rest van de hersenen zullen gemeten worden door middel van:

A. Een meerkanaals SQUID neuromagnetometer13, 14, die de magnetische component meet van de electrische hersen-activiteit. (Hiermee zijn reeds de eerste, belovende metingen gedaan aan de pijnappelklier.) Teneinde deze metingen ruimtelijk te kunnen relateren aan de pijnappelklier en andere hersenstructuren, zullen deze bij iedere proefpersoon eenmalig gelokaliseerd moeten worden door middel van MRI scanning.15
B. Een PET scanner; deze is in staat om de bloeddoorstroming en diverse soorten stofwisselings-activiteit te lokaliseren en te meten in de hersenen.16-18

Beide apparaten zijn in staat om de activiteit te meten van diep gelegen hersenstructuren. Meettijd met beide apparaten zal geboekt worden in diverse ziekenhuizen en universiteiten in en om Nederland.

Vervolgens zal een statistische analyse uitgevoerd worden van de verschillen in meetresultaten tussen de groepen proefpersonen, tussen rust en gebed/meditatie en tussen de subjectieve verslagen van het wel of niet hebben van een mystieke ervaring.

Dit project zal naar verwachting meer inzicht opleveren in wat er topografisch in de hersenen gebeurt vóór, tijdens en na een mystieke ervaring. Het is bedoeld als het begin van steeds dieper gaand onderzoek, waarin diverse disciplines betrokken zullen worden.19

Er zijn ook nieuwe meetmethoden in ontwikkeling voor de activiteit van de pijnappelklier:
- Capacitief met gebruikmaking van de Heart Tuner, ontwikkeld door Dan Winter, Jan Souren et al.20
- Meting van de natuurlijke microgolf-emissie van de pijnappelklier i.s.m. Han Vriezen et al., gebaseerd op het werk van de (wijlen) Duitse ingenieur Robert Endroes.21

 

Homepagina Sangha Reiki