De diamantweg,
het Vajrayana

Het blijft moeilijk om uit te leggen wat tantra nu eigenlijk is.
Groot is de verwarring bij het zien van tantrische kunst en men is
al snel geneigd om te roepen: “ Tantra is seks, tantra is
losbandig” en ga zo maar door. Het is allemaal niets
toevoegend aan het inzicht. Tantra, dat ook wel gezien kan
worden als "verwevenheid", is een wezenlijk onderdeel op het
Pad naar Verlichting.
In het Vajrayana hebben we veel te maken met transformatie en
verandering op de diepste niveaus van onze geest waarbij
gebruik gemaakt wordt van veel symboliek. Doordat we als
westerlingen in het algemeen helemaal niet vertrouwd zijn met
de culturele achtergronden uit het oosten, ontstaat er vaak een
volledig verkeerde indruk. Er zijn boeddhavormen die begeerte of
woede lijken uit te drukken, maar in feite symboliseren ze juist de transformatie van
dergelijke negatieve emoties.
Tantrische seksuele afbeeldingen moeten we zeker niet volgens de wereldse opvattingen
interpreteren. Beelden en thangka's van boeddhavormen in seksuele gemeenschap
symboliseren de gemeenschap van methode en van wijsheid, de twee aspecten van het pad
die ontwikkeld dienen te worden om de verlichting te bereiken. De vrouwelijke vorm staat
voor wijsheid (vooral de wijsheid van de leegte) en de mannelijke vorm staat voor
mededogen. De seksuele energie wordt door beheersing van de energieën in het lichaam
getransformeerd van gehechtheid en begeerte naar een heldere staat van geest, diep inzicht
en een diepe realisatie van compassie met alle voelende wezens.
Ook toornige Boeddhavormen zijn geen monsters die ons bedreigen. Hun toorn is symbolisch
gericht tegen onze eigen onwetendheid, verstorende emoties en egoïsme, die onze
werkelijke vijanden zijn en vaak krachtig aangepakt moeten worden.
In het Vajrayana gaat het dus niet alleen om het 'uitblussen' van negatieve emoties, maar
juist hun energie te gebruiken om het tegenovergestelde te bereiken: van egoïstische
begeerte naar allesomvattende liefde, van woede naar de altruïstische wens om anderen te
helpen.
Ongeveer 400 jaar na onze jaartelling kwam de Vajrayana, deze meest innerlijke traditie van
het boeddhisme, in Noord-India tot bloei en verspreidde zich voornamelijk naar de noordelijke
bergstreken van het huidige Pakistan en naar Tibet. Tantra of Vajrayana of Mantrayana
wordt door het grote verschil in culturele achtergrond met het verre oosten door de
westerse mens vaak verkeerd begrepen.
Tantra betekent continuïteit. Het is een term die verbonden is met het weven en staat dan
voor de lange draden, de schering (vrouwelijk aspect), waar de andere draden, de inslag
( mannelijk aspect ), doorheen worden geweven. De term verwijst naar verschillende
inzichten en men zou kunnen zeggen dat tantra verwijst naar dat wat continu is in een
wereld waarin alles altijd verandert. Wat is continu? Continu is de ruimte, het Zijn en het
gewaarzijn.
Verwarring over tantra ontstaat omdat er in het algemeen heel veel symboliek wordt
gebruikt die niet makkelijk te doorgronden is en omdat de meeste tantrische technieken
geheim worden gehouden. Met geheim wordt hier bedoeld dat tantra bestemd is voor
mensen wier geestelijke ontwikkeling van dien aard is dat zij in staat zullen zijn om de kracht,
die door deze technieken ontstaat, op een juiste wijze in te zetten: namelijk voor alle
levende wezens. Zouden niet-ingewijden deze technieken gebruiken dan zou dit psychische
schade kunnen toebrengen. Immers, tantra werkt namelijk met de oerkracht! Tantra bouwt
duidelijk voort op de kennis van de Hinayana en de Mahayana maar geeft hieraan een meer
innerlijke betekenis, die direct gericht is op de eigen verwezenlijking. Vooral de Hartsoetra
was een bron van inspiratie voor allerlei Vajrayana teksten.
Om de opbouw van de Vajrayana nog eens te benadrukken verwijs ik naar de drie draaiingen
van het dharmawiel van de Boeddha. Hij gaf drie grote leercycli die toegesneden zijn op de
verschillende capaciteiten van zijn leerlingen en stelde daarmee methoden ter beschikking
waarmee door ons dezelfde perfecte toestand van volledige verlichting bereikt kan worden.
Bij het eerste draaien van het dharmawiel onderwees Boeddha hoofdzakelijk de Vier Edele
Waarheden die onze situatie in de kringloop van het bestaan verklaren en uitleggen en hoe
we ons kunnen bevrijden van alle leed, inclusief de oorzaken ervan.
Deze eerste leercyclus is de basis voor de Theravada-traditie en wordt ook wel aangeduid als
het Kleine Voertuig of Hinayana.
Bij het tweede draaien van het dharmawiel verklaarde hij de relatieve en de absolute
waarheid. Hij liet zien dat de dingen volgens de wet van oorzaak en gevolg verschijnen, maar
conform hun aard vrij zijn van een werkelijk, onafhankelijk bestaan. Dit heeft hij vooral
uiteengezet in de leringen over de hoogste wijsheid, de Prajnaparamita. Dit zijn een aantal
teksten waartoe ook de Hartsoetra en de Diamantsoetra behoren.
De tweede leercyclus vormt de voornaamste grondslag voor het Soetra-voertuig, dat ook
wel het Mahayana of het Grote Voertuig wordt genoemd, wat tevens duidt op de 'grote
motivatie’, namelijk de wens het boeddhaschap te bereiken om alle wezens van leed te
bevrijden.
Bij het derde draaien van het dharmawiel gaf Boeddha ten slotte onderricht over de
boeddhanatuur die reeds met alle perfecte kwaliteiten van de verlichting is uitgerust .
De derde leercyclus is de belangrijkste grondslag voor het Tantra-voertuig, dat in zijn
volledige vorm nu alleen nog in het Tibetaans boeddhisme wordt doorgegeven.
Andere namen voor de boeddhistische tantra zijn het geheime Mantrayana of Vajrayana, in
het Nederlands het 'Diamanten voertuig' of de Diamantweg.
Bij een nauwkeurige beschouwing van Boeddha's weg naar verlichting vinden we een grote
rijkdom aan methoden. De meeste boeddhistische tradities gebruiken en beoefenen uit deze
overvloed van methoden slechts die aspecten die voor hen het belangrijkst zijn. Het
Tibetaans boeddhisme is nog de enige traditie die de overlevering van het gehele spectrum
van methoden en de toepassing daarvan leert.
Boeddha heeft ons door de diversiteit van zijn leer een voertuig ter beschikking gesteld
waarmee men langzaam, snel of met ongelofelijke snelheid een reusachtige geestelijke
ontwikkeling kan bewerkstelligen. Hij heeft ons de middelen gegeven die naar een doel
leiden, naar een toestand vrij van lijden, een staat van onbevreesdheid, totale vreugde en
hoogste wijsheid, kortom: de Verlichting. Boeddha zelf heeft zijn leer echter nooit in
verschillende voertuigen ingedeeld, wat ook in de Lotus-soetra en in andere teksten telkens
weer benadrukt wordt. Het zijn verschillende voertuigen van geestelijke ontwikkeling die op
elkaar voortbouwen. De indeling in Theravada, Mahayana en Vajrayana is hoofdzakelijk
gebaseerd op de grote verschillen in de meditatiebeoefening. Alle aanwijzingen die Boeddha
ons gegeven heeft zijn samen te vatten in twee categorieën, namelijk het soetra en het
tantra. Soetra betekent letterlijk 'draad', in de zin van een leidraad die Boeddha ons gaf in
zijn leerreden. Tantra daarentegen betekent letterlijk weefsel, maar ook continuïteit. De
draad is een weefsel geworden, de ontwikkeling is gecompliceerder en vindt nu tegelijkertijd
op het soetra- en tantraniveau plaats. Het is een allesomvattende weg die alle tegenstellingen
of hindernissen, zoals bijvoorbeeld haat, begeerte, trots en jaloezie volkomen
integreert. Uit een draad is nu een complex weefsel ontstaan.
Het Vajrayana of de diamantweg verwijst naar de onlosmakelijke verwevenheid van alle
dingen en gebeurtenissen, de onderlinge afhankelijkheid van alles wat bestaat. Het zoekt
naar de relatie tussen dat wat zich uiterlijk manifesteert als vormen en kleuren, en innerlijk
ervaren wordt als gewaarwordingen en gevoelens. Tantra brengt alles met alles in verband
als elkaar beïnvloedende structuren van verschillende niveaus van energie.
Eigenlijk beoefenen we het Vajrayana dagelijks door het weven van een zelf, een IK.
Continue weef je aan dat IK door het samenspel van lichaam, adem en bewustzijn:
indrukken, gewaarwordingen, gedachten, gevoelens, benoemingen, overtuigingen, oordelen
enzovoort. Op het moment dat je daarmee stopt valt het zelfgeschapen weefsel, het IK, uit
elkaar en verschijnt de ruimte of leegte waarin het weven plaats vindt. Er is geen harde
grens is tussen binnen en buiten, tussen gewaarwording en gevoel, tussen gevoel en
gedachte, enzovoort. Alles wordt als energie door het gewaarzijn waargenomen, zonder dat
er een scheiding is tussen dat wat waargenomen wordt, de gewaarwording en de
ogenschijnlijke waarnemer. Elke werkelijkheid wordt in die zin een soort magische
werkelijkheid, omdat nu elke omstandigheid de mogelijkheid van bevrijding in zich heeft.
De manier om deze tantristische inzichten te ervaren is aan de ene kant door allerlei rituelen
en aan de andere kant door specifieke meditatieve oefeningen. Die rituelen zijn uiterst
gecompliceerd en zitten vol symboliek. Zonder een gedegen en langdurige training blijven
deze voor een buitenstaander onbegrijpelijk. Ze zijn vaak gebaseerd op oudere rituelen uit
de bön, de sjamanistische religie die voor de komst van het boeddhisme in Tibet een soort
staatsgodsdienst was.
Dergelijke rituelen werden soms voor een groot publiek uitgevoerd. Hierdoor konden ook
niet-ingewijden deelnemen aan de kosmische energieën die door dergelijke rituelen werden
opgeroepen. Een voorbeeld daarvan is de Kalachakra (het wiel van tijd), een ceremonie, die
vele malen door de Dalai Lama voor een groot publiek is uitgevoerd. Dergelijke ceremonies
hebben tot doel de aanwezigen te zuiveren van negatieve krachten en waardoor de
structuur van je bewustzijn geopend kan worden naar een ruimer perspectief.
Om iets te begrijpen van de tantra is het begrip leegte, die in de Hartsoetra wordt uitgelegd,
onontbeerlijk. De Hartsoetra verwoordt niet alleen de hoogste kennis uit de Mahayana maar
is tegelijkertijd de overgang van het pad van mededogen en van inzicht naar
verwezenlijking, het diamanten pad. Inzicht alleen is niet voldoende. Je moet de ruimte ook
werkelijk kunnen ervaren en je bewustzijn werkelijk bevrijden van de structuren van emoties
en denkbeelden die het ego versterken. Schitterende filosofische verhandelingen en alles te
analyseren in steeds kleinere onderdelen totdat je uiteindelijk bij ruimte uitkomt, is niet
genoeg. Daarom richt de Vajrayana zich volledig op de beoefening en de woordloze
verwezenlijking zelf.
Terwijl de Hartsoetra alles laat oplossen in ruimte, totdat er niets meer overblijft, richt de
Vajrayana zich meer op de vormen die altijd blijven ontstaan. De nadruk verschuift dus van
‘vorm is ruimte’ naar ‘ruimte is vorm’. De vormen waarmee gewerkt wordt zijn slechts de
belichaming van de ruimte zelf. Het zijn zelfgecreëerde transparante vormen die door je
subtiele bewustzijn kunnen worden ervaren en die je wederom in de ruimte kunt laten
oplossen. Geleidelijk aan transformeert dit ervaren je bewustzijn, waardoor het geloof in de
werkelijkheid als concrete werkelijkheid geleidelijk aan wordt oplost en alles uiteindelijk
transparanter blijft.
Behalve van visualisaties maakt de Vajrayana veel gebruik van moedra's, mantra’s en van
specifieke yogaoefeningen. Moedra's zijn bepaalde handgebaren, soms houdingen, die een
bepaalde energie, kracht of gevoel tot uitdrukking brengen en ook oproepen.
Hetzelfde geldt ook voor de mantra's, zinnen van klanken die op zich zelf vaak geen enkele
letterlijke betekenis hebben. Ze hebben geen intellectuele boodschap, je wordt er ook niet
wijzer van. Maar toch hebben deze meest simpele klanken een diepgaande uitwerking op je
lichaam, adem en geest. Zing maar eens een half uur de klank OM en je zult merken dat er
een bepaalde sfeer ontstaat, in jezelf en in de ruimte om je heen. Zonder dat je het begrijpt,
kunt vast pakken, kunt uitleggen of benoemen ontstaat er een subtiele staat van bewustzijn,
die zich opent voorbij het verstandelijke begrijpen. Ongrijpbaar, maar toch voelbaar. Ruimte
maar toch vorm. De specifieke yogaoefeningen die in de Vajrayana gebruikt worden gaan
soms vergezeld van klanken of visualisaties. Hierdoor worden bepaalde energiestromen
gestimuleerd die aan het bewustzijn een soort van richting geven zoals bijvoorbeeld
concentratie en aandacht, of een kwaliteit van gewaarzijn. Deze oefeningen maken deel uit
van een totaal proces van bevrijding.
Voor een niet-ingewijde is het moeilijk zo niet onmogelijk om de meeste Vajrayana teksten
op hun juistheid te lezen en deze ook te begrijpen. Visualisaties, mantras en andere
handelingen worden vaak volstrekt symbolisch beschreven. Men probeert hiermee te
voorkomen dat deze krachtige technieken door niet-ingewijden verkeerd gebruikt worden.
Bij niet-ingewijden zullen daarom de meditatiefiguren, de mantra’s en de rituelen geen
weerklank vinden in de catacomben van hun geest. Ze apen alleen maar de uiterlijke vorm
na zonder dat dit innerlijk enige werkelijke omkering van het bewustzijn teweegbrengt.
Sterker nog, men raak verslaafd aan loze handelingen en vormen die geen enkele bevrijding
teweegbrengen. Juist de Vajrayana is puur en een vlijmscherp proces van bewustwording.
Tantra werkt met oerenergie op het subtielste niveau en laat je daardoor een perfect en
zuiver op maat gesneden kleed weven. Uiteindelijk kun je in de oer-Boeddha oplossen: je
bent verlicht.
Om een idee te geven van de rijkdom aan inzichten, teksten en praktische oefeningen van de
tantra zal ik in het kort zes verschillende Vajrayana-stromingen of tantra’s van de Nyingma
traditie beschrijven. De Nyingma traditie, ook wel bekend als de Oude Traditie, dateert uit
de tijd van het ontstaan van het Boeddhisme in Tibet in de 7e eeuw tijdens de regering van
Koning Songtsen Gampo. Deze leringen behoren tot de Oude Vertaling School, terwijl de
leringen van de andere scholen, de Kagyu-School, de Sakya-School en de Gelugpa-School
behoren tot de Nieuwe Vertaling School.
De eerste drie tantra's van de Nyingma traditie worden de uiterlijke tantra's genoemd omdat
ze de bevrijding naar buiten toe projecteren en er vervolgens volmaakt mee proberen te
versmelten. De tweede drie zijn de innerlijke tantra's, waarbij de aanwezigheid van de
volmaakte boeddhanatuur in jezelf ervaren wordt. De oefeningen zijn gericht op het
herkennen van die oorspronkelijke staat van vrijheid.
De eerste uiterlijke tantra is de kriya tantra, wat te vertalen is als 'handelingstantra'.
Hier wordt de specifieke godheid of energie die gevisualiseerd wordt, beschouwd als de heer
of meester en de beoefenaar als zijn dienaar. De oefeningen bestaan meestal uit rituele
handelingen en worden gezien als een symbolische reiniging van alle oude karmische
patronen, waarbij mantra's en het visualiseren van licht dat uit het hart van de
gevisualiseerde boeddhafiguur straalt, een directe verbinding leggen met de verlichte
energie zelf.
In de Carya-tantra, dat letterlijk betekent 'gedragstantra', is de relatie met het boeddhaaspect
als die met een goede vriend. De relatie wordt meer gelijkwaardig, zoals met een
broer of vriend. Niet alleen wordt hier de verbinding ondersteund door mantra's, moedra’s
en rituele handelingen, maar men streeft ook naar een volstrekte eenwording met die
specifieke kracht. Je ziet de ware aard van de dingen als vrij van inherent bestaan en de wijze
waarop de dingen verschijnen als het reine land of krachtveld van het boeddha-aspect
waarin je wordt ingewijd.
De volgende is de yoga tantra, de ‘tantra van eenwording’. Hier ligt het zwaartepunt op
innerlijke aspecten, op de geest zelf, in plaats van op de uiterlijk handelingen. Ook de
verhouding tot het boeddha-aspect waarop je je richt is anders. Het aspect wordt hier als
onscheidbaar van jezelf gezien, je bent de Boeddha. Er is geen onderscheid meer tussen de
gevisualiseerde werkelijkheid en degene die visualiseert. Alles is ‘al-een’ en verschijnt in zijn
volle rijkdom, maar blijft volmaakt open.
Nu komen wij tot de drie innerlijke tantra’s, waarbij geen enkele dualiteit meer aanwezig is,
geen verwerping of acceptatie van wat dan ook. Niets wordt verworpen, ook agressie,
begeerte en verwarring niet. Alles wordt ervaren als de eenheid van de oorspronkelijke
energie en ruimte.
Je visualiseert jezelf als de godheid waar je op mediteert, in een intieme seksuele
versmelting met zijn vrouwelijke partner, als een volmaakte vereniging van man en vrouw
{yab.yum), wat de eenheid aangeeft van handelen en volmaakt inzicht, of van manifestatie
en ruimte. De kosmische omhelzing.
De eerste innerlijke tantra is de maha- yoga tantra. Hier gaat hier over de verwezenlijking
van de eenheid of non-dualiteit van het absolute en het relatieve. De meditatieoefeningen
zijn gericht op het verwezenlijken van het illusoire, transparante lichaam en het ontwikkelen
van de innerlijke energiestromen, wat gebeurt door specifieke yoga- en ademoefeningen.
Deze oefeningen zijn erg belangrijk wanneer je geneigd bent tot woede, haat en agressie en
achtervolgd wordt door veel oordelende gedachten. De teksten van deze tantra staan ook
bekend als de vadertantra's en bestaan uit een groot aantal uiterst precieze en rijke
visualisaties.
De tweede innerlijke tantra is de anu (verdergaande) yoga tantra, ook bekend als de
moedertantra. De nadruk ligt hier op het ontwikkelen van een scherp onderscheidend
gewaarzijn en een uitstralende helderheid. Dit is een kwaliteit van gewaarzijn dat niet
verstoord wordt door gedachten of denkbeelden. Men maakt hier gebruik van de
gelukzaligheid, een energie die ontstaat in de seksuele versmelting. Deze krachtige energie
wordt dan door het lichaam gestuurd en gebruikt om de energiecentra te openen, blokkades
te doorbreken, en de bevrijding direct lichamelijk te ervaren.
De laatste van de zes tantra’s is de atiyoga , ook wel de ultieme yoga genoemd, dzokchen in
het Tibetaans. Deze yoga overstijgt volstrekt alle voorafgaande voertuigen of paden.
Dzokchen kun je vergelijken met een schitterend geslepen diamant waarvan de andere
voertuigen de facetten van de diamant zijn en dzokchen de schittering van de diamant zelf
is. Zonder al die facetten is de schittering onmogelijk. Toch is dzokchen niet los te zien van
de inzichten van de Hinayana, Mahayana en de eerste vijf tantra’s. Met dzokchen kan zich
direct en spontaan het aanwezig tijdloos gewaarzijn, het bewustzijn-zelf, het
boeddhabewustzijn, in je openen. Het ontwaakte bewustzijn is dan als de openheid van
ruimte, en alle verschijnselen zijn als een spel van het bewustzijn en van oorsprong zuiver en
leeg.
Dzokchen richt zich op het ontwaakte bewustzijn zoals de Boeddha op het moment van zijn
verlichting verwezenlijkte. De gewone werkelijkheid blijft aanwezig, maar is tegelijkertijd
transparant en daarmee volstrekt ongewoon. Alle dingen zijn verschijnselen in het
bewustzijn, 'overduidelijk aanwezig, zonder werkelijk te bestaan'.
Homepage Sangha-Reiki


|