De ondeelbare aard van de geest

Boeddha Shakyamoeni heeft over deze bodhisattvi met veel lof
gesproken tijdens tantrische onderrichtingen.
Tara is de vrouwelijke manifestatie van de geest van alle boeddha's.
Ze wordt verbonden met oorspronkelijke wijsheid en mededogen.
Letterlijk betekent Tara 'bevrijdster'.
Zij vertegenwoordigt de kracht die bevrijdt van angsten en gevaren.
Haar verschillende aspecten worden beschreven in de lofzangen
die deel uitmaken van de Tara-beoefening die we vaak 's morgens reciteren.
Zij heeft de verschijningsvorm van een mooi, sierlijk, jong meisje
van de groene kleur met een glimlachend aangezicht.
Naast 'Bevrijdster' wordt ze ook wel 'moeder van alle verlichte wezens'
of 'zij die helpt oversteken naar de andere oever' genoemd.
Ze vertegenwoordigt onze eigen geesteskracht die ons
tot de volledig verlichte Boeddha-staat kan brengen.
Op het diepste niveau is Groene Tara de "leegte"als potentieel waaruit alles wat bestaat kan ontstaan.
Voor de Tibetanen is zij dook als een weldoende en beschermende moeder.
Ze is vooral populair in Tibet, Nepal, en Mongolië.
Ze is Boeddha, en de moeder van alle Boeddha's.
Groene Tara helpt de kracht ontwikkelen om zich te bevrijden
van angsten, gevaren, verblindingen en valstrikken op alle niveaus,
zowel in de materiële werkelijkheid als in ons emotionele en spirituele leven.
Ze ondermijnt de neiging tot negatieve geestelijke instellingen en gedragswijzen.
Als Bodhisattva zou ze zich enkel incarneren en manifesteren in vrouwelijke gedaante.
Een beslissing uit een lang vervlogen tijdperk,
als protest tegen de heersende opvatting dat mannen dichter bij verlichting zouden staan dan vrouwen.
Er wordt gezegd dat ze werkzaam is in elke goede vrouw.
De Grote Meester Jamgon Kongtrul Lodro Taye beschrijft in de Schatkist van Kennis,
Boek Zes, Deel Vier: Systemen van Boeddhistische Tantra,
de Onverwoestbare Manier van Geheime Mantra:
"Van de ondeelbare aard van de geest wordt gezegd dat zij een "mobiele kwaliteit bezit."
Deze mobiele kwaliteit wordt beschreven als stromen van energie
die door kanalen van diverse delen van het lichaam vloeien.
Deze controleren de fysieke evenals de geestelijke functies en passeren de neusgaten in de vorm van ademen.
Dergelijke stromen van energie, genoemd "winden" (rlung, vayu), dienen als brug tussen lichaam en geest.
De winden zijn een mengsel van twee soorten energie.
Een is verbonden met emotionaliteit, genoemd karmische of geconditioneerde wind (las kyi rlung),
de andere is verbonden met de originele staat van het individu,
genoemd (pristine) oergewaarwordingswind (ye shes kyi rlung).
Onderscheidend naar de termen van de drie principes,
het donker (tamas),
de duisternis (rajas),
en puurheid (sattva),
zijn er drie soorten winden:
wind van Rahu,
zonnewind, en
maanwind.
Voorts worden de winden onderscheiden in de vijf wortelwinden (rtsa ba'i rlung),
de natuur van de vijf elementen,
en vijf soorten van winden (yan lag gi rlung),
geproduceerd door de vijf elementaire transformaties.
De winden van de vijf elementen, of vijf mandalas, stromen afwisselend door de rechter en linkerneusgaten
in de volgorde van totstandkoming van de elementen (eerste ruimte, daarna wind, vuur, water, aarde) en
in de volgorde van ontbinding van de elementen en van de dood (eerste aarde, dan water, enz. ).
Per dag worden zij 21.600 keer uitgeademd en ingeademd,
verdeeld over de twee neusgaten, een tijd die overeenkomt met acht periodes (thun).
De uitgaande beweging van deze energiestromen is verbonden met deze oergewaarwording
als de adem de sterkte van de wind doet afnemen.
Als de uitgaande beweging toeneemt, komen er voortekens van de dood.
Als de winden binnen worden gehouden, wordt de oergewaarwordingswind versterkt.
Vandaar dat vele buitengewone krachten zoals lange levensduur bereikt worden
door technieken van ademcontrôle om "de winden" in het centrale kanaal te houden."
Homepage Sangha-Reiki


|