TANTRA HET ALLERHOOGSTE INZICHT
Uit Hoofdstuk 1 In zijn lied van Mahamudra zegt Tilopa: De leegte heeft geen houvast nodig, De ervaring van het allerhoogste is helemaal geen ervaring – want degene die ervaart is verdwenen. En wanneer er niemand is die ervaart, wat kan men er dan nog over zeggen? Wie spreekt er dan? Wie vertelt de ervaring? Als er geen subject is, verdwijnt ook het object – de oevers verdwijnen, slechts de stroom van ervaren blijft over. Er is weten, maar er is niemand die weet. Dat is voor alle mystici een moeilijk punt. Ze bereiken het allerhoogste, maar ze kunnen er niets over vertellen aan degenen die volgen. Ze kunnen het niet meedelen aan anderen die het zo graag verstandelijk willen begrijpen. … De ervaring is van dien aard dat het eerder ‘een ervaren’ is dan een ervaring. Het is een proces – en het heeft een begin maar nooit een einde. Je gaat het proces in, maar je kunt het niet beheersen. Het is als een druppel die in de oceaan valt, of als de oceaan zelf die in de druppel valt. Het is een diep samenvloeien, een eenwording; je smelt er gewoon in weg. Niets blijft achter, zelfs geen spoor, dus wie kan er nog communiceren? Wie komt er terug naar wereld in het dal? Wie komt er terug naar deze donkere nacht om je erover te vertellen? Zelfs in het dagelijks leven voel je hoe onbetekenend woorden zijn. Als je niet voelt hoe ontoereikend woorden zijn, blijkt daaruit dat je helemaal niet midden in het leven hebt gestaan; dat laat zien dat je heel oppervlakkig hebt geleefd. Als wat je beleefd hebt in woorden valt uit te drukken, betekent dit dat je helemaal niet geleefd hebt. Wanneer er voor het eerst iets gebeurt dat boven woorden uitstijgt, heeft het leven zich aan je voltrokken, dan heeft het leven op je deur geklopt. En wanneer het allerhoogste aan je deur klopt, ben je woorden eenvoudig gepasseerd – je bent sprakeloos, je kunt niets meer zeggen; van binnen vormt zich geen enkel woord. En wat je ook zegt lijkt zo mat, zo dood, zo zonder betekenis, zonder enig belang, dat je onrecht lijkt te doen aan de ervaring die je is overkomen. Onthoud dit goed, want Mahamudra is de ultieme ervaring, de ervaring van het allerhoogste. Mahamudra betekent een volledig orgasme met het universum. Als je ooit van iemand gehouden hebt en af en toe een samensmelting en eenwording hebt gevoeld – als de twee niet langer twee zijn: de lichamen blijven gescheiden maar iets slaat een brug tussen de lichamen, een gouden brug, zodat van binnen het twee-zijn verdwijnt en een levensenergie door beide polen vibreert – als dat je is overkomen, alleen dan kun je begrijpen wat Mahamudra is. Duizend en duizend maal dieper, duizend en duizend maal hoger is Mahamudra. Het is een volledig orgasme met het geheel, met het universum. Het is wegsmelten in de bron van het zijn. Het lied besluit: In het begin voelt een yogi zijn mind Iedereen wordt in vrijheid geboren, maar sterft in slavernij. Het begin van het leven is volkomen los en natuurlijk, maar dan doet de maatschappij haar intrede, dan gelden er regels en voorschriften, fatsoensnormen, discipline en allerlei lessen en gaat het losse, natuurlijke en spontane van het wezen verloren. Je bouwt een soort pantser om je heen. Je verstart steeds meer. De innerlijke zachtheid is niet meer waarneembaar. Aan de grens van je wezen bouw je een soort fort om je te verdedigen,
om niet kwetsbaar te zijn, om te kunnen reageren, voor je veiligheid
en zekerheid, en de vrijheid van zijn gaat daarmee verloren. Je begint
anderen naar de ogen te zien; hun goedkeuring, hun afwijzing, hun veroordeling
of waardering worden steeds belangrijker. De anderen worden het criterium
en je gaat anderen imiteren en navolgen omdat je met anderen moet leven. Een religieus mens is reactionair noch revolutionair. Een religieus mens is eenvoudig los en natuurlijk; hij is nergens vóór en nergens tegen, hij is gewoon zichzelf. Hij volgt geen regels en wijst geen regels af; hij kent eenvoudig geen regels. Een religieus mens is vrij in zijn eigen wezen, hij heeft geen keurslijf van gewoontes en conditioneringen. Hij is geen gecultiveerd wezen – niet dat hij onbeschaafd en primitief is, hij bezit de hoogst mogelijke beschaving en cultuur, maar hij is geen gecultiveerd wezen. Hij is gegroeid in zijn bewustzijn en heeft geen regels nodig, hij heeft regels getranscendeerd. Hij is oprecht, niet omdat de regel zegt dat je oprecht moet zijn; gewoon doordat hij los en natuurlijk is, is hij oprecht; dat brengt met zich mee dat hij oprecht is. Hij is meedogend, niet omdat dit voorschrift is: ‘Heb mededogen!’ Nee. Doordat hij los en natuurlijk is, voelt hij eenvoudig dat het mededogen alom stroomt. Daarvoor hoeft hij niets te doen; het is nu eenmaal een bijproduct van zijn groei in bewustzijn. Hij is niet tegen de samenleving, niet vóór de samenleving – hij is erboven verheven. Hij is weer kind geworden, een kind van een volkomen onbekende wereld, een kind in een nieuwe dimensie – hij is opnieuw geboren. … Kennis gaat altijd over dit of over dat. Inzicht is geen van beide. Kennis is altijd dualistisch: de een is goed, hij kent het goede; de ander is slecht, hij kent het kwade – maar beiden zijn een fragment, het zijn twee helften. Een goed mens is niet heel omdat hij het kwade niet kent; zijn goedheid is pover, het ontbreekt hem aan het inzicht dat slechtheid hem kan geven... Een slecht mens is ook maar half; zijn slechtheid is pover, ze is niet verrijkt met de kennis van het goede. En het leven is een combinatie van beide. Een mens met waarachtig inzicht is goed noch slecht; hij begrijpt beide. En juist door beide te begrijpen heeft hij beide getranscendeerd. Een wijze is goed noch slecht. Je kunt hem niet in een categorie dwingen; voor hem bestaat geen vakje, je kunt hem niet indelen. Hij is ongrijpbaar, je krijgt hem niet te pakken. Vrienden en volgelingen van een wijze zullen denken dat hij God is omdat ze alleen zijn goede kant zien. En eventuele vijanden van de wijze zullen denken dat hij de duivel in eigen persoon is, omdat ze alleen zijn slechte kant kennen. Maar als je een wijze echt kent weet je dat hij het een noch het ander is – of zowel het een als het ander; en het is allebei hetzelfde. Wanneer je zowel het een als het ander bent, goed en slecht,
ben je geen van beide – want ze heffen elkaar op, er blijft alleen
een leegte over.
Dat wat ervaring overstijgt kan niet worden gezegd, de bladeren van een schitterende lotus vol parelende gelukzaligheden ontvouwd zich. De oude onthechting was angstvallig. Je trok je terug in een klooster vol dogma’s, om weg te schuilen voor de verleidingen van een gevaarlijke wereld. De nieuwe onthechting is een liefdesaffaire. Je gaat totaal op in de bloei en schoonheid van het leven zelf. Alles voltrekt zich volgens zijn ware natuur. En wat bloeit kan weer uitbloeien, zie hier: de volmaakte onthechting.
Er vibreert een immense diepte,
overstromend van liefde. Deze stroom voert je naar het uiteindelijke:
de oceaan
zonder oevers,
het bewustzijn dat zich in geen enkele eigenschap laat vangen.
In deze vrijheid sta je oog in oog met een ontzagwekkend mysterie: je weet niets en je bent alles. Wat eens zwaar en statisch leek, versmelt moeiteloos licht in extase. Wat eens vast leek te zitten, stroomt weer. En als je weer stroomt, dan zijn er tranen. Hier is geen einde aan de verfijning. Als je goed luistert, dan kun je niet anders dan je gewonnen
geven. Dan opent zich een nieuw universum, en strekt je aanwezigheid
zich uit
tot voorbij de sterren. In het allerhoogste valt zelfs het onderscheid
tussen hoog en laag weg. Hier is geen binnen en buiten meer. In deze
niet-ervaring zijn er geen losstaande objecten en geen geïsoleerde
personen meer. Het is het einde van jou en het begin van alles. Laat het universum in je feest vieren en voel de eeuwige zon in je hart. Nooit geboren, nooit gestorven stroomt de liefde uit alle hoeken van het universum. Dit is het grote avontuur van een kosmische overstroming. Vloei samen en los op in deze weergaloze oceaan, volledig ontspannen in serene aanwezigheid, in de totaliteit van harmonie en schoonheid. Wat is is! Osho
Uit hoofdstuk 2 De wortel van alle problemen is het denken zelf. Allereerst moet je
begrijpen wat dit denken is, waaruit het bestaat; of het een wezenlijk
bestaan leidt of slechts een proces is; of het substantie heeft of
meer lijkt op een droom. En als je de aard van het denken niet kent,
kun je geen enkel probleem in je leven oplossen. Met vechten verspil je je energie, je tijd, je leven, en de
boom wordt steeds sterker, nog veel dikker en voller. En je staat
versteld over
wat er gebeurt: je werkt er zo hard aan, je probeert het ene probleem
na het andere op te lossen en de problemen worden steeds groter en
talrijker. Ook al heb je één probleem opgelost, er komen
plotseling tien problemen voor in de plaats. Probeer nu Tilopa’s soetra te begrijpen: Als men starend in de ruimte niets ziet... Dit is een methode, een
tantramethode: in de ruimte staren, in de lucht staren zonder te zien;
je kijkt met lege ogen. Kijken en toch niets zoeken: gewoon een lege
blik. In de ruimte krijgen vormen en kleuren gestalte, Toen Boeddha het allerhoogste bereikte, de ultieme verlichting,
vroeg men hem: ‘Wat hebt u bereikt?’ En hij lachte en zei: ‘Niets – want
wat ik bereikt heb zat al in mij. Het is niets nieuws dat ik heb bereikt.
Het was er al sinds alle eeuwigheid, het is mijn natuur. Maar ik was
niet opmerkzaam, ik was het me niet bewust. De schat is er altijd geweest,
maar ik was hem vergeten.’ Osho
|