Het Boek der Geheimen deel II

soetra 64-112

Tantrische methoden voor gewaarzijn en ‘zonder oordeel zijn’

Het Boek der Geheimen is een volledige en practische gids voor zelfverwerkelijking, en is gebaseerd op de verzamelde wetenschap van vijfduizend jaar existentiële studie en research. Maar dit boek bevat niet een reeks antwoorden. Het is een set sleutels. Osho geeft je aan het begin de verzekering dat die sleutelset compleet is, dat er voor elke deur de passende sleutel bij is. De sleutel voor je eigen deur is er bij. Het enige dat je hoeft te doen, is de sleutels proberen totdat je er een vindt die past. Open daarmee de deur en ontdek wat er binnen te vinden is.

‘Deze soetra’s van Shiva zijn de alleroudste technieken die we kennen. Maar je kunt ze net zo goed de laatste technieken noemen omdat er niets meer aan toegevoegd kan worden. Ze zijn compleet zoals ze zijn – honderd twaalf technieken. Ze bevatten alle mogelijkheden, alle mogelijkheden die er zijn om de mind te zuiveren, om de mind te overstijgen. Aan Shiva’s honderd twaalf technieken kan er niet één worden toegevoegd. En dan te bedenken dat dit boek Vigyana Bhairava Tantra, vijfduizend jaar oud is! Er kan niets aan toegevoegd worden, het is uitgesloten dat er iets aan toegevoegd wordt. Zoals het is, is het volledig, compleet. Het is het alleroudste en toch het laatste, toch het nieuwste. Zo oud als oude bergen – de methoden lijken eeuwig en toch zijn ze zo nieuw en zo fris als een dauwdruppel in het licht van de zon.
Deze honderd twaalf meditatietechnieken vormen de complete wetenschap voor de transformatie van de mind.’ Osho

Toen Osho zijn commentaar op deze klassieke India’se soetra’s sprak met als titel Het Boek der Geheimen, vertaalde hij het archaïsche Sanskriet in het taalgebruik van westerse mensen van nú. En hij gebruikt het woord wetenschap, omdat de beschreven technieken geen geloofssysteem bieden, geen ‘antwoord’ op de grote vragen van het leven. Als een wetenschappelijke formule beschrijven de technieken de stappen die je kunt doen op een pad dat in zichzelf al het doel is. Het gaat hier niet om technieken te bestuderen, maar om ermee te experimenteren in het privé laboratorium van de eigen innerlijke ervaring.

 

soetra 64
Wees ononderbroken bewust:
als je moet niezen, bij vrees, bij ongerustheid, als je boven een afgrond staat, als je moet vluchten in de strijd,
bij enorme nieuwsgierigheid,
als je honger krijgt of als je geen honger meer hebt.

Het lijkt zo eenvoudig: wees ononderbroken bewust, als je moet niezen, bij vrees, bij ongerustheid, als je honger krijgt of als je geen honger meer hebt. Je moet een aantal dingen begrijpen. Heel eenvoudige dingen zoals niezen kunnen als hulpmiddel worden gebruikt, want hoe eenvoudig ze ook lijken, ze zijn heel ingewikkeld en het innerlijk mechanisme is heel teer. Telkens als je voelt dat je een niesbui krijgt, wees dan alert en het kan zijn dat de niesbui overgaat. Het verdwijnt misschien gewoon, omdat een niesbui een onwillekeurig iets is – onbewust, onwillekeurig.
Je kunt niet uit eigen beweging niezen; je kunt het niet willen. Hoe zou je dat kunnen? Zo hulpeloos is de mens! Je kunt niet uit jezelf een keer niezen. Hoe je het ook probeert, je krijgt het niet voor elkaar. Een keertje niezen – zoiets gerings, maar je kunt het niet uit jezelf. Het is onwillekeurig; de wil is er niet bij nodig. Het gebeurt niet vanuit je hoofd; het gebeurt vanuit je totale organisme, vanuit je hele lichaam.
En ten tweede: wanneer je alert wordt als je moet niezen – je kunt het niet oproepen, maar wanneer het opkomt – als je alert wordt, komt het misschien niet omdat je iets nieuws aan het proces toevoegt: je alertheid. Het gaat misschien weg, maar in geval de niesbui over gaat terwijl je alert bent, is er een derde aspect. Ten eerste is een niesbui onwillekeurig. Je brengt een nieuw element in – alertheid. Wanneer de alertheid gestalte krijgt, kan het zijn dat de niesbui wegblijft. Als je echt alert bent, komt hij niet; gebeurt het misschien helemaal niet. Dan gaat het derde aspect een rol spelen. Waar gaat de energie van de niesbui naar toe? Die gaat naar je alertheid. Plotseling is er een flits, een lichtflits. Je wordt nog meer alert. De energie die er door de niesbui uit zou zijn gegooid, gaat naar je alertheid. En plotseling wordt je nog meer alert.
In die flits, in die lichtflits is zelfs verlichting mogelijk. Daarom zeg ik dat deze zaken zo eenvoudig zijn, hoewel ze absurd lijken. Wat ze beloven lijkt onwaarschijnlijk. Hoe kan iemand gewoon door niezen verlicht worden? Maar niezen is niet alleen maar niezen; je bent er helemaal in betrokken. Alles wat je doet of alles wat er met je gebeurt, betekent een totale betrokkenheid. Kijk er nog eens naar: telkens als een niesbui komt, ben je er met je hele lichaam en je hele hoofd bij betrokken. De niesbui gebeurt niet alleen in je neus; elke vezel, elke cel van je lichaam is erin betrokken. Een subtiele vibratie, een subtiele flikkering trekt door het hele lichaam en daarmee raakt het hele lichaam gefocust. En als je wel niest, ontspant het hele lichaam zich. Maar het is moeilijk er je alertheid op te richten. Als je je alertheid erop richt, gebeurt het niet, en als het wel gebeurt, weet je dat er geen alertheid was. Daarom moet je alert zijn.
Als je moet niezen… want als het is begonnen, kun je er niets meer aan doen. De pijl heeft de boog verlaten; je kunt het niet meer terugdraaien. Het mechanisme is in werking. De energie is op weg vrij te komen, het kan niet meer worden tegengehouden. Kun je een niesbui halverwege tegenhouden? Hoe kun je dat? Tegen de tijd dat je zover bent, is hij al gebeurd. Je kunt hem niet halverwege tegenhouden.
Wees precies bij het begin alert. Wees alert op het moment dat je de gewaarwording voelt opkomen. Sluit je ogen en wees meditatief. Breng je totale bewustzijn naar precies dat punt waar je het gevoel ervaart van een opkomende niesbui. Blijf alert precies bij dat begin. . De niesbui verdwijnt dan en de energie wordt getransformeerd in meer alertheid. En omdat het hele lichaam, het hele organisme bij de niesbui is betrokken – het is een proces van ontlading en je bent op dit moment alert – is er geen mind, is er geen gedachte, geen mentale activiteit.
In een niesbui stopt de mind. Daarom houden zoveel mensen van snuif. Het ontlast hen, hun mind voelt meer ontspannen omdat de mind voor een ogenblik stopt. Snuif geeft hen een glimp van no-mind. Als dan door snuiven de niesbui komt, zitten ze niet meer in hun hoofd maar in hun lichaam. ...


Soetra 87
Ik besta.
Dit is van mij.
Dat is het.
O beminde, laat zelfs daarin
je besef onbegrensd zijn.

Ik besta. Je bent nooit diep in dat gevoel gegaan. Ik besta. Je bestaat maar je graaft nooit diep in dit verschijnsel. Shiva zegt: ik besta. Dit is van mij. Dat is het. O beminde, laat zelfs daarin je besef onbegrensd zijn.
Deze soetra zegt dit: ik besta. Ga diep dit gevoel binnen. Ga diep dit gevoel binnen, terwijl je gewoon zit – ik besta, ik ben. Voel het, denk het niet, want je kunt het ook in je mind zeggen – ik besta – en dat is nutteloos. Met je hoofd doe je het teniet. Blijf niet in je hoofd herhalen ik ben, ik besta. Het is doelloos, het is nutteloos. Dan mis je het kernpunt.
Voel het tot diep in je gebeente. Voel het door je hele lichaam heen. Voel het als iets totaals, niet alleen in je hoofd. Voel het gewoon – ik ben. Omdat ik het jullie vertel, gebruik ik de woorden ‘ik ben’. En Shiva vertelde het aan Parvati, dus moest hij de woorden ‘ik besta’ gebruiken. Doe het niet. Ga ze niet herhalen. Dit is geen mantra. Het is niet de bedoeling dat je ik besta, ik besta herhaal. Als je ze herhaalt dan val je in slaap, dan raak je gehypnotiseerd.
...
Wat bedoel ik als ik zeg te voelen dat ik besta? Ik zit nu in deze stoel. Als ik ga voelen dat ik besta, word ik mij van vele dingen bewust: de druk van mijn gewicht op de stoel, de aanraking met het fluweel, de luchtstroom door de kamer, geluid dat mijn lichaam raakt, het bloed dat rustig stroomt, het hart, de ademhaling die onafgebroken doorgaat en een subtiel vibrerend gevoel in het lichaam. Want het lichaam is een dynamisch geheel; het is niet iets statisch. Jij vibreert. Voortdurend is er een subtiele trilling en zolang je leeft gaat dat door. Die trilling is er.
Je wordt je dan bewust van al deze multi-dimensionale dingen. En hoe meer je je bewust wordt van de vele dingen die gebeuren… Als je je nu op dit moment bewust wordt van alles wat zich in jou en buiten jou afspeelt, is dat het wat wordt bedoeld met ik besta. Als je je op deze manier bewust wordt, stopt het denken, want als je voelt dat je bestaat is dat zo een totaal verschijnsel dat het denken niet kan doorgaan.
In het begin voel je allerlei gedachten door je heengaan. Langzaamaan raken de gedachten ver weg en voel je een afstand, naarmate je meer geworteld raakt in het bestaan, je meer en meer opgaat in het gevoel van zijn – alsof die gedachten nu niet bij jou gebeuren, maar ze bij iemand anders gebeuren, heel ver weg. Er is een afstand. En als je dan echt geworteld, gegrond bent in het zijn, verdwijnt de mind. Jij bent er dan zonder een enkel woord, zonder een enkel denkbeeld.
Waarom gebeurt dit? – omdat de mind een speciale functie is voor het omgaan met anderen. Als ik met jou omga, moet ik mijn mind gebruiken, taal, woorden. Het is een sociaal verschijnsel; het is een groepsfunctie. Dus zelfs als je praat terwijl je alleen bent, ben je niet alleen – je praat tegen iemand. Zelfs al je alleen bent wanneer je praat, praat je tegen iemand; je bent niet alleen. Hoe kan het dat je praat terwijl je alleen bent? Iemand is aanwezig in je mind en je praat tegen hem.
...
Ik besta. Probeer het maar. En je kunt het overal doen. Terwijl je gewoon in een bus zit of met een trein reist of alleen maar zit of op je bed ligt, probeer dan het bestaan te voelen zoals het is; denk er niet over. Je wordt je er dan plotseling van bewust dat je vele dingen die voortdurend bij je gebeuren niet kende. Je hebt je lichaam niet echt gevoeld. Je hebt je hand, maar je hebt die nog nooit gevoeld – wat hij betekent en wat hij je voortdurend wil zeggen; hoe hij voelt.
Soms is hij zwaar en verdrietig en soms is hij blij en licht. Soms stroomt alles er binnenin en soms is alles dood. Soms voel je hem heel levend, dansend en soms alsof er geen leven in zit – ijskoud, dood; aan je hangend maar niet levend.
Wanneer je je wezen begint te voelen, ga je de stemmingen van je handen kennen, van je ogen, van je neus, van je lichaam. Het is een geweldig verschijnsel; het kent subtiele nuances. Het lichaam blijft je van alles zeggen en jij bent er niet om het te horen. En overal om je heen gaat het bestaan maar door op subtiele manieren in je door te dringen, op vele manieren, op verschillende manieren, maar je bent je er niet van bewust. Je bent er niet om het te ontvangen, om het welkom te heten.
Wanneer je het bestaan begint te voelen, komt voor jou de hele wereld op een volkomen nieuwe manier tot leven; je hebt dat niet eerder gekend. Dan loop je door dezelfde straat en die straat is niet dezelfde, omdat je nu gegrond bent in het bestaan. Je ontmoet dezelfde vrienden maar ze zijn niet dezelfde, omdat jij anders bent. Je komt weer thuis en de vrouw met wie je jarenlang hebt samengeleefd is niet dezelfde.
Nu je je bewust bent van je eigen wezen, word je je bewust van het wezen van de ander. ...

Homepagina Sangha Reiki