RAMAYANA


Het beroemde epos de Ramayana vertelt het verheven verhaal van de nobele Prins Rama. In de Vedische cultuur neemt de Ramayana als heilig geschrift een zeer belangrijke plaats in en is ze niet weg te denken uit de Indiase samenleving. Ze is een meesterwerk dat alle kennis verschaft die ten tijde van de hoge Vedische beschaving in al haar volledigheid aanwezig was. Alle praktische wijsheid omtrent Dharma in relatie tot elk afzonderlijk levensgebied zoals opvoeding, onderwijs, huwelijk, recht en regering, defensie, devotie en ethiek kunnen we in de Ramayana vinden. Haar inzichten zijn nog even actueel als duizenden jaren geleden toen ze voor het eerst op schrift werd gesteld. Men zegt dan ook dat degene die de Ramayana leest of hoort, van alle zonden wordt bevrijd en aldus de verlichting bereikt.
De heilige Valmiki heeft dit goddelijke verhaal van Sri Rama voor het eerst opgetekend, later zijn er vele andere versies ontstaan, waarvan de beschrijving van Tulsidas (Ramcharitmanas), geschreven in het Hindi, het populairst is geworden. Maar los van de historische waarde van de Ramayana, is zij het beeldende verhaal van hoe in elke periode van de mensheid Dharma opnieuw gevestigd wordt, nadat de mensheid in diep verval is geraakt. In die zin is de Ramayana de weerspiegeling van de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn, het pad van duisternis naar het Licht, van onwetendheid naar wijsheid, en is Sri Rama de belichaming van de Heelheid van leven die altijd weer overwint.
De Ramayana begint met de klaagzang van de Devata’s (natuurkrachten, goden), waaronder Moeder Aarde, aan Heer Vishnu, de instandhouder van alle leven. Ze beklagen zich over de toestand op aarde die beheerst en geteisterd wordt door de demonenkoning Ravana. Deze Ravana is zo sterk, dat geen enkel menselijk wezen hem naar het leven kan staan. Daarom besluit Heer Vishnu na rijp beraad om zelf in menselijke gedaante naar de aarde te komen om Ravana te verslaan.


Rama’s geboorte
In het tijdperk van Treta Yuga, het zilveren tijdperk, regeert er een koning over het rijk Kosala, Dashratha genaamd. Deze koning is zeer edel en rechtschapen en een grote held in tijden van oorlog. Hij is de rechtstreekse afstammeling van de meest verheven en goddelijke Zonnedynastie. Omringd door acht ministers bestuurt hij zijn rijk Kosala met grote wijsheid. Maar ondanks de aanwezigheid van zijn drie koninginnen Kausalya, Kaikeyi en Sumitra heeft hij op latere leeftijd nog steeds geen kinderen en dus ook niemand om hem op te volgen. Dat maakt hem heel verdrietig. Ten slotte laat de koning, op advies van zijn leermeester Vasishta, op een gunstig tijdstip een uitgebreide yagya verrichten door de heilige Rishya-Sringa om zijn vurige verlangen te doen vervullen. Uit het offervuur stijgt een majestueuze gedaante op, niemand minder dan de god Agni, die een grote kelk met Payasama draagt. De drie koninginnen wordt gevraagd van deze substantie te drinken en na verloop van tijd worden er vier zoons geboren: Rama, Bharata Lakshmana en Satrughna, waarvan de beide laatste een tweeling zijn. Bij de naamgevingsceremonie vergelijkt Guru Vasishta de broers met de vier Veda’s en voorspelt hen een luisterrijke toekomst. Door alle tijden heen zullen zij voor de hele wereld het toonbeeld zijn van ware broederschap, van eerbied voor hun ouders en van de bewakers van Dharma.

Opvoeding en onderwijs
Het eerste, zeer belangrijke hoofdstuk van de Ramayana (Bala Kanda) handelt over alle aspecten van opvoeding, onderwijs en huwelijk. De vier broers worden spelenderwijs opgevoed door hun ouders. Prins Rama speelt en maakt plezier als elk ander kind. Zelfs Heer Shiva’s gemalin, Parvati, begrijpt niet hoe God zowel God als ook mens kan zijn, met plezier, verdriet en andere puur menselijke emoties. Wanneer de broers ongeveer tien jaar oud zijn wordt de juiste dag vastgesteld om in Guru Vasishta’s ashram (school en verblijfplaats van de Guru) te worden onderwezen in alle gebieden van de Vedische kennis, zoals Ayurveda, Jyotish, Yoga en Yagya. Guru Vasishta geeft les in de anatomie van het lichaam en haar levensenergie (kundalini) en geeft onderricht in de beoefening van Yoga, het tot rust laten komen van de geest en de vereniging van de geest met de bron. Hij leert zijn studenten dat Yoga, zoals het dagelijks beoefenen van de Zonnegroet (Suryanamaskara) zowel een wetenschappelijke als een spirituele kant heeft. In de ashram wordt hen verder liefde voor de natuur bijgebracht, hoe het vee te verzorgen en het land te bewerken. Na een aantal jaren van sober leven, gericht op discipline, celibaat en dienstbaarheid, zijn de studenten voldoende opgeleid en mogen ze de opgedane kennis in de praktijk brengen. Daarbij hebben ze alleen een innerlijke verantwoording af te leggen aan God, hun ouders en hun geestelijke leraar.

Het huwelijk
Na een hachelijk avontuur waarbij Rama en zijn onafscheidelijke broer Lakshmana op jonge leeftijd een groot aantal Rakshasa’s (demonen) verslaan, neemt de heilige Viswamitra de broers mee naar Mithila waar koning Janaka van plan is een Swayamvara te houden. Een Swayamvara werd door de koningen uit die tijd georganiseerd om hun dochter uit te huwen aan de meest nobele en dappere kandidaat. Om Sita, de beeldschone dochter van koning Janaka te kunnen huwen, moeten de deelnemers aan de Swayamvara de boog van Shiva, die in het bezit is van de koning, optillen en spannen, hetgeen een onmogelijke opdracht is voor een gewone sterveling.
In Mithila demonstreert Rama weer zijn goddelijke vermogens, nu door de boog van Shiva op te tillen, te spannen en zelfs te breken, hetgeen vele prinsen voor hem tevergeefs hadden geprobeerd. Trouw aan zijn belofte, schenkt koning Janaka zijn meest geliefde dochter Sita aan Rama en kort daarop voltrekt zich het huwelijk tussen Rama en Sita. Op dezelfde dag treden ook de andere broers in het huwelijk.

De verbanning
Terug in Ayodhya, de hoofdstad van Kosala, leven de prinsen enige tijd gelukkig met hun nieuwe vrouwen. Op zekere dag besluit de oude koning Dashratha om Rama, zijn oudste zoon, officieel als kroonprins te installeren. Alle voorbereidingen worden getroffen, maar de tweede koningin, Kaikeyi, verijdelt op sluwe wijze de inauguratie van Rama. Op voorspraak van haar dienstmeid, de slechte Manthara, vraagt zij de oude koning haar twee eerder toegezegde gunsten in te willigen. Zij vraagt de koning om Bharata, haar eigen zoon, als kroonprins te installeren en Rama voor een periode van 14 jaar naar het woud te verbannen. Dashratha is ontzet maar heeft geen andere keus dan aan zijn eerder gedane belofte tegemoet te komen. Rama, die volledig toegewijd is aan zijn ouders, doet echter zonder enig protest wat van hem gevraagd wordt en vertrekt kort daarop met Laksmana en Sita naar het woud. Zijn vader is hierover zo verdrietig dat hij kort daarop sterft, met Rama’s naam op zijn lippen.
Inmiddels is Bharata, die in het buitenland verbleef, teruggekomen naar Ayodhya en hoort wat er is gebeurd. Hij is heel wanhopig en verstoot zijn moeder om haar dwaze gedrag. Vervolgens probeert hij tevergeefs Rama weer naar Ayodhya terug te laten keren. Dan installeert hij de panduka, Rama’s houten sandalen, op de troon en regeert in Rama’s naam 14 jaar over het rijk Kosala. Op deze wijze bewijst Bharata dat hij onder alle omstandigheden toegewijd is aan zijn oudste broer Rama.

Sita’s ontvoering
Rama, Sita en Lakshmana komen via Chitrakuta in het Dandaka woud en vestigen zich te Panchavati. Hier wordt Sita op zekere dag ontvoerd door de demonenkoning Ravana, nadat deze Rama en Lakshmana weggelokt heeft met een prachtig hert, dat in werkelijkheid de demon Maricha is. Ravana is de koning van Lanka en op dit eiland zet hij Sita gevangen in een grot. Hij doet zijn uiterste best om Sita over te halen zijn vrouw te worden, maar Sita blijft onder alle omstandigheden trouw aan Rama.
Rama en Lakshmana zetten alles in het werk om Sita terug te vinden. Zij krijgen aanwijzingen van de koning van de vogels, Jatayu, en krijgen hulp van het apen- en berenvolk, waarvan Sugriva koning is. Zijn belangrijkste minister, Hanuman, wordt Rama’s meest toegewijde discipel. Wanneer het apenleger ontdekt dat Sita op Lanka verblijft, herinnert Hanuman zich plotseling zijn goddelijke vermogens en vliegt over de oceaan om Sita te zoeken en ontdekt haar schuilplaats. Sri Rama wordt hiervan onmiddelijk op de hoogte gebracht en met behulp van het apenleger wordt een brug gebouwd van het vasteland naar Lanka om de strijd met Ravana aan te binden.

Rama verslaat Ravana
Een grote slag vindt plaats tussen Rama en Ravana, waarin Rama verschillende keren aanbiedt om de strijd te staken in ruil voor zijn vrouw Sita. Tijdens de hevige strijd wordt Lakshmana door een gifpijl getroffen en heeft hij een geneeskrachtig kruid nodig dat alleen op de Oshadi berg in de Himalayas groeit. Hanuman vliegt met grote spoed naar het noorden, maar eenmaal aangekomen kan hij het betreffende kruid niet identificeren. Omdat hij weet dat zijn geliefde Rama het niet zal overleven als Lakshmana niet meer bij bewustzijn zal komen, tilt hij de hele berg op en draagt deze naar Lanka. Hoewel Ravana al zijn manschappen de een na de ander verliest, weigert hij op te geven en tenslotte wordt hij door Rama gedood en kan Sita worden bevrijd. Rama weet echter niet zeker of Sita hem onvoorwaardelijk trouw is gebleven en om haar onschuld te bewijzen moet Sita in een vuur stappen. Tot ieders vreugde komt zij heelhuids uit het vuur, samen met de god Agni, die haar zuiverheid aanprijst en Rama verzoekt om Sita opnieuw als zijn vrouw aan te nemen.
Sri Rama is buiten zichzelf van vreugde en nadat Hij Vibhishana, de broer van Ravana en een toegewijde discipel van Rama, tot de nieuwe koning van Lanka heeft gekroond, keert hij na veertien jaren van ballingschap met zijn gevolg terug naar Ayodhya. Iedereen in Ayodhya is gelukkig dat Rama is teruggekeerd en Rama en Sita worden door de heilige Vasistha tot koning en koningin van Ayodhya gekroond. Bharata verzoent zich dan weer met zijn moeder Kaikeyi.

Rama Rajya
Dan begint de lange en voorspoedige periode van Rama’s bestuur over Ayodhya, die door de oude zangers als een gouden periode van geluk en gezondheid is bezongen:
Alle bewoners van Ayodhya leefden lang en gelukkig en niemand stierf voortijdig. Iedereen genoot van vrijheid van ziekte en vrouwen hoefden niet bang te zijn om hun echtgenoot of kinderen voortijdig te verliezen. Geen rovers of dieven waren er te vinden; want iedereen had zijn buurman lief als zichzelf. Bomen droegen in elk seizoen grote vruchten; de oogst mislukte nooit en de graanschuren waren altijd vol; en de mensen waren gelukkig met het resultaat van hun arbeid. Overal heerste vreugde, gezondheid en geluk.’

Betekenis van de Ramayana
Het verhaal van de Ramayana en zelfs de volgorde van de gebeurtenissen sluiten precies aan op de principes en gebeurtenissen van het leven van ieder mens. Prins Rama laat in detail zien hoe de mens met alle gebeurtenissen - goed of slecht - in zijn leven kan leren omgaan. Hij voelde intuitief aan dat het intelligente spel van de natuurkrachten de echte drijfveer is die mensen tot denken en handelen aanzet. Daarom kon Hij zich niet echt boos maken over het sluwe gedrag van Zijn stiefmoeder en ging hij, tot grote ontzetting van Zijn dierbaren, zonder enig protest in ballingschap. In de Ramayana vertegenwoordigt Rama het hogere Zelf en stellen de drie koninginnen de drie guna’s voor. In werkelijkheid zijn het de drie gunas - de principes van schepping, handhaving en ontbinding in de natuur - die ons leven beheersen en besturen. Alleen iemand met de kwaliteiten van Sri Rama is in staat om zich aan hun bindende invloed te onttrekken en volledig ‘vrij’ te zijn. Om die reden is Rama zeer geliefd en geniet hij het volste vertrouwen van zijn toegewijden. De boog van Shiva is het individuele ego dat gespannen en gebroken moet worden om Rama (het Zelf) en Sita (waarheid, deugdzaamheid, zuiverheid) met elkaar te verbinden. De koningen en prinsen, die uit alle delen van de wereld zijn toegestroomd, zijn niet in staat om de boog te spannen omdat zij hoofdzakelijk op basis van uiterlijke macht en arrogantie handelen. In het volle besef dat hij de boog alleen met behulp van de universele Liefde in zichzelf kan spannen, is Rama zelf de belichaming van die harmonie en liefde. Echte macht in het leven komt van binnenuit. Rama’s geest is zuiver en stabiel omdat hij vanuit Zijn zuivere bron functioneert en dan is er niets wat een mens niet kan realiseren. Zijn liefdevolle wijze van handelen, dat daaruit voortvloeit, schenkt Sita volledig vertrouwen in het aanvaarden van Rama als haar echtgenoot.
Ravana vertegenwoordigt het kwade en de hoogmoed in de wereld, of de stress in onze eigen geest en lichaam. Hij staat ook voor rajas guna, dat wil zeggen voor rusteloze activiteit, ego en hartstocht. Hij bezit tien hoofden die onder meer de zes ondeugden voorstellen, namelijk begeerte, woede, hebzucht, hartstocht, hoogmoed en jaloezie. Het zijn deze destructieve elementen die over Sita willen domineren en zich op sluwe wijze van Haar meester willen maken. Omdat deze in ieder (nog niet volledig ontwikkeld) mens aanwezig zijn, is ieder mens in feite Ravana. De scheiding tussen Rama en Sita veroorzaakt lijden en problemen in de wereld en in het hart van de mens. Pas na langdurige strijd, dat wil zeggen na de nodige ervaring in het leven, lukt het Rama om Sita weer terug te winnen. Het Zelf, dat een stille getuige is van de activiteit, drukt zich door de geest uit in de relatieve wereld. Hanuman (letterlijk: moed) is de menselijke geest, die standvastig is in haar toewijding aan het Zelf en daardoor in staat is bovenmenselijke krachten te ontwikkelen. Door Hanuman’s dapperheid, bijgestaan door het eensgezinde apenvolk, lukt het om de zoektocht naar waarheid en wijsheid met succes te volbrengen. Het apenvolk symboliseert de gedachtenwereld. Zoals een aap van tak tot tak springt, zo rusteloos en oncontroleerbaar zijn de gedachten van een mens. Maar wanneer deze kunnen worden gebundeld en op een punt worden gericht, kunnen ze bergen verzetten. Onder Rama’s leiding was het dappere apenleger in staat alle hindernissen die het tegenkwam uit de weg te ruimen. Het bouwde een brug ( de brug van kennis) tussen het vasteland en Lanka en vervulde een heldenrol bij de bevrijding van Sita.
De Ramayana speelt zich af in het hart en in de geest van ieder mens. De les die de Ramayana leert is om de geest te ordenen en te bevrijden van al haar conditioneringen, die de keuzemogelijkheden enorm beperken, door haar terug te brengen bij het Zelf. Dan wordt de basis gelegd voor Rama Rajya, een ideale samenleving onder leiding van Rama, waarin geen plaats meer is voor verdriet, lijden of ongeluk. Ayodhya (de wereld, het menselijk lichaam, het hart) wordt dan weer een plaats van vrede en verdraagzaamheid, waar de bestuurders ideaal gedrag ten toon spreiden en het volk in geluk en ge

 

 

Homepagina Sangha Reiki