tibetaanse geneeskunde
Tibetaanse geneeskunde "Genezen is heel maken, verenigen, erotiseren. Door onze onafscheidelijkheid van alle leven te erkennen, kunnen we heelheid en genezing vinden, niet door ons domweg af te wenden van de wereld, maar door uitbundiger te leven in de geest van generositeit en ongebonden speelsheid." Het grootste verschil tussen de westerse en de Tibetaanse aanpak is hoe naar het lichaam gekeken wordt. In de westerse geneeskunde wordt het lichaam in het algemeen gezien als een complexe machine. In deze machine spelen zich vele processen af, waarvan we slechts heel beperkte kennis hebben. Door deze kijk op de dingen zijn er vele schakels waar het mis kan gaan, en alleen als het mis gaat op bekende plekken hebben we de gereedschappen voor genezing. In de Tibetaanse geneeskunde is de benadering geheel anders. Het lichaam wordt gezien als een projectie die veroorzaakt wordt door onze geestestoestand. Elk proces in ons lichaam wordt beheerst door wat de ‘levenssappen’ genoemd worden, die de externe en interne invloeden symboliseren. Op deze manier wordt de complexe fysische vorm van ons lichaam vereenvoudigd tot een beeld dat in onze geest vorm krijgt. Het is net als het proberen een mooie afbeelding te krijgen; de westerse geneeskunde doet dit door de focus van de projector bij te stellen en door allerlei extra lenzen en prisma's tussen de projector en het scherm te plaatsen, terwijl de Tibetaanse geneeskunde simpelweg de camera bijstelt die de bron van de afbeeldingen levert. Door middel van de drie levenssappen ‘wind’, ‘gal’ en ‘slijm’, in verscheidene combinaties en stevig gefundeerd in boeddhisme, is de Tibetaanse geneeskunde in staat alle soorten ziekten te verklaren; en aangezien de oorzaak bekend is, biedt zij ook een genezingsmethode. Meestal kan dit bereikt worden door verandering van gedrag, voedingspatroon of door kruidengeneeskunde, maar tevens worden krachtige behandelingen toegepast, zoals acupressuur, genezingsmeditatie en moxa-branden. Vanwege een ban op chirurgische ingrepen die een koning lang geleden oplegde, moest de Tibetaanse geneeskunde alternatieven voor chirurgie vinden en dat is gelukt in elk van de bovenstaande technieken. Tenslotte ligt de grootste kracht van de Tibetaanse geneeskunde niet alleen in de bijzondere behandelingswijzen, maar in de wonderbaarlijke diagnose die ervaren artsen kunnen stellen simpelweg door de polsslag te observeren en te lezen. Wederom is dit mogelijk door het lichaam te begrijpen als door de geest gegenereerde projectie, die vorm krijgt door het evenwicht tussen de drie levenssappen.
Tibetaanse geneeskunde Volgens een legende heeft Boeddha zelf in de geneeskunde onderwezen en deze openbaar gemaakt. Het verhaal gaat dat in het noorden van India een mythische stad zou bestaan, gesticht door de Boeddha. De stad was gelegen tussen vier bergen, in de vier windrichtingen. Op deze bergen zouden alle geneeskrachtige kruiden, planten en kruiden groeien. In deze periode en de eeuwen daarna bestond er een rondtrekkend gilde van artsen en asceten. Dit gilde verspreidde zich in de loop van de eeuwen via de eerste boeddhistische kloosters over Noord-India. In het hooggelegen Tibet, omringd door een rozenkrans van met sneeuw bedekte bergen, werden de eeuwenoude medische lessen mondeling van generatie op generatie overgedragen. Er zijn geen geschriften bekend over de medische geschiedenis van voor de tijd van de 27e koning van Tibet. De Tibetanen leerden geneeskunde door ervaring en observatie. Een voorbeeld hiervan is als volgt. Vroeger wisten de mensen niets over kruiden of planten en hoe deze gebruikt moesten worden om hun wonden te behandelen. Op een dag zagen ze een vogel die de barsten in een ei met enkele bladeren behandelde. Op een zeker moment tekenden ze toen lijnen op een ei alsof er een barst in zat. Toen de vogel deze lijnen zag, vloog zij weg en kwam terug met een paar bladeren; deze bracht ze op de nepbarsten aan. De mensen namen de bladeren en deden ze op hun wonden en dat bleek erg goed te helpen. — Dit is slechts een voorbeeld van hoe de Tibetaanse bevolking leerde om kennis van geneeskunde te vergaren: door de dagelijkse ervaringen in het dagelijks leven. In feite vertelt de geschiedenis van de Tibetaanse geschiedenis ons dat er twee afzonderlijke oorsprongen zijn. Eén is de traditie die zich vanuit India verspreidde en dit is de medische geschiedenis zoals deze door de Boeddha onderwezen werd, en de tweede traditie is de uitlegging van Bon Sherap (de Bon-Boeddha) die de eeuwenoude kennis van de geneeskunde omvat zoals die in Tibet was. Het was tijdens de heerschappij van de 25e koning Lhado-do-ri-Nyantsen dat de eeuwenoude lessen van de geneeskunde voor het eerst vanuit India in Tibet verspreid werden. Hierover bestaat een verhaal. Men gelooft dat een Indiase prinses verliefd werd op een jongen en dat zij naar Tibet vluchtten vanwege de druk van hun familie. Samen vestigden zij zich in Tibet en doordat elk een enorm grote kennis van de geneeskunde had, kwamen de geneeskundige lessen naar Tibet. Ook wordt aangenomen dat de twee, later in hun leven, aangesteld werden als privéartsen van de koning. Op deze manier verspreidde de geneeskundige kennis zich langzaam. Het was pas tijdens de heerschappij van koning Trison-Tseten dat de Vier Tantra's van de Tibetaanse geneeskunde in het Tibetaans werden vertaald. Daarna verspreidde de kennis zich zo snel als een steen die van een berg rolt, ondersteund door de ideale situatie dat het Tibetaanse volk in het algemeen boeddhistisch was, met respect voor en strevend naar begrip van deze kostbare lessen, aangezien ze onderwezen werden door Boeddha Shakyamuni in eigen persoon.
We leven allemaal in deze met vergankelijkheid gevulde, voorwaardelijke wereld. Alles verschijnt en verdwijnt en dit veroorzaakt lijden. Het boeddhisme richt zich met name op dit feit en probeert ons bewust te maken van de oorzaken hiervan, zodat we het lijden kunnen verwijderen. Het bereiken van de toestand van verlichting die voorbij het stadium van lijden ligt, dat is het doel van menige boeddhist. In de praktijk van het leven betekent boeddhisme twee dingen: Je moet anderen helpen. Zo niet, dan moet je anderen geen kwaad doen. Dit drukt de basis van alle ethiek uit en is gebaseerd op de gedachte van liefde en medegevoel. De beroemdste afbeelding die de basislessen van het boeddhisme vertolkt, is het Levensrad. In het midden staan drie dieren afgebeeld, die de drie verstorende emoties van kleingeestigheid, verlangen en haat vertegenwoordigen, alledrie veroorzaakt door onze onwetendheid van hoe de dingen zijn en hoe alles onderling verbonden is. Niets bestaat of verschijnt onafhankelijk van de rest van het universum, en niets dat in deze wereld bestaat is blijvend.Rondom de dieren zijn de handelingen afgebeeld die ons helpen of hinderen bij onze spirituele ontwikkeling. Het grootste deel van het wiel wordt ingenomen door de zes bestaansrijken, die de verschillende omstandigheden waarin we geboren kunnen worden illustreren, en de kostbaarheid van ons huidige menselijke leven tonen. Elk van de zes bestaansrijken komt overeen met een overheersende emotie: trots leidt tot het bestaansrijk van de goden, jaloezie tot de halfgoden, gehechtheid tot de mensen, domheid tot de dieren, hebzucht tot de hongerige geesten en haat tot een van de talloze hellen. Het boeddhisme onderwijst over wedergeboorte, maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs reïncarnatie te betekenen. Met een open geest is er geen hindernis om de boeddhistische denkbeelden in je leven te integreren, zonder het geloof dat je nu hebt te verlaten, welk dat dan ook is. In de buitenste cirkel van het wiel staan de twaalf schakels van het onderlinge afhankelijke ontstaan afgebeeld. Deze schakels illustreren de cyclus van oorzaak en gevolg met betrekking tot het geboren worden in deze voorwaardelijke wereld. Beginnend met onwetendheid (1) en gedragspatronen (2), leidt bewustzijn (3) tot onze perceptie van het universum in naam en vorm (4), wat op zijn beurt leidt tot de ontwikkeling van onze zintuigen (5). Door deze komen we in contact (6) met de wereld om ons heen, hetgeen leidt tot gevoelens (7), leidend tot gehechtheid (8) en grijpen (9) of het daaraan tegenovergestelde: gevoelens van afkeer. Hiermee is onze wereldlijke aanwezigheid compleet (10) en klaar om geboren te worden (11). In deze voorwaardelijke wereld zullen we ouder worden, ziek worden en uiteindelijk sterven (12), waarna de cyclus opnieuw zal beginnen met onwetendheid (1). Het belangrijkste begrip dat uit deze lessen komt, is, dat er geen begin is, geen einde, en dat alles onderling verbonden is en werkt volgens wetten van oorzaak en gevolg (karma). Uit alle boeddhistische lessen, en met name voor een goed begrip van de Tibetaanse geneeskunde, is het het belangrijkste om te begrijpen en te accepteren dat de geest heerst over het lichaam; dat het lichaam een projectie is van de toestand van de geest. Verstoringen in het lichaam hebben invloed op de grovere niveaus van de geest, maar de fijnere niveaus worden uitsluitend beheerst door hun eigen houding in het leven en kunnen nog steeds gebruikt worden om de grovere niveaus en daarmee het lichaam te genezen. Behandelingen in de Tibetaanse geneeskunde werken altijd op alle niveaus, waarbij het lichaam, de grovere bewustzijnsvormen en de fijnste niveaus van geestelijke toestand geholpen worden. Lichaam en geest kunnen niet afzonderlijk behandeld worden, vanwege hun onderlinge afhankelijkheid.
Tibetaanse geneeskunde
Volgens de Tibetaanse geneeskunde bestaat het lichaam uit materie van uiteenlopende dichtheid, van grof tot fijn, onderverdeeld in 3 lichaamsenergieën en de 5 elementen (aarde, water, vuur, lucht, ruimte) en vormen deze de basis van het lichaam: Aarde en water; vormen het lichaamssap slijm. Slijm reguleert de lichaamsvloeistoffen en zorgt bijvoorbeeld voor voldoende vochtigheid in de luchtwegen, voor de verlijming van vaste voedingsbestanddelen en de beweeglijkheid van de gewrichten. Het onderscheiden van verschillende smaakstoffen en de zintuiglijke waarnemingen zijn verbonden met de slijmenergie Vuur, vormt het lichaamssap gal en beïnvloedt vooral de scheiding van voedingsbestanddelen en de instandhouding van de lichaamswarmte. De galenergie is de basis van de "ontbindende' verbrandingsprocessen. Het ondersteunt het zien en geeft ons een gezonde lichaamskleur. Het stimuleert het intellect, het zelfvertrouwen en geeft moed. Wind (lucht) en ruimte, zijn als "energie" verbonden met ons bewustzijn, maar ook met de ademhaling, de vorming van bloed, de spieren van de geslachtsdelen. De winden beïnvloeden ook de zintuiglijke waarneming en de gedachten. In de levende natuur worden voor sommige doeleinden ook de elementen hout en metaal herkend. Elk van deze elementen staat dus voor bepaalde eigenschappen waarvan het erg belangrijk is dat ze begrepen worden.
De Tibetaanse geneeskunde onderscheidt drie groepen oorzaken van ziekte:
Tibetaanse geneeskunde wordt onderwezen door middel van vele onderverdelingen en opsommingen, zoals de onderverdeling tussen een gezond en een slecht functionerend lichaam, tussen de elementen en tussen de zogeheten levenssappen. De belangrijkste visie op het menselijk lichaam is, dat het beheerst wordt door drie gemoedstoestanden of levenssappen: wind, gal en slijm. Deze komen overeen met toestanden van de geest en ondersteunen ook de juiste werking van ons levende lichaam, waardoor ze de verbinding tussen geest en lichaam vormen. Van deze levenssappen worden vele onder-variëteiten onderscheiden, waarbij elk bepaalde functies in het lichaam heeft. Wind is de belangrijkste van de levenssappen, aangezien hij het medium en de kracht voor transport is en daardoor in staat is de andere twee levenssappen te besturen. Wind is ruw, licht, koud, fijn, hard en in staat tot beweging. In ons lichaam is wind hoofdzakelijk verbonden met onze ademhaling, onze botten en ons zenuwstelsel, hoewel hij veel meer functies heeft. Gal is de verhittende kracht van ons lichaam en hitte omvat alles wat verband houdt met sterke beweging, zoals ons hart. Zijn eigenschappen zijn dat hij olieachtig, scherp, heet, licht, stinkend en vochtig is. Gal is belangrijk voor ons spijsverteringsproces, huidkleur en het proces van zien en waarnemen. Slijm staat tegenover gal, vooral koud en langzaam zijnd. Het biedt stabiliteit en helpt ook bij de spijsvertering en het ervaren door o.a. smaak. Zijn eigenschappen zijn tegengesteld aan die van gal, dat is stroperig, bot, koel, zwaar, stevig, glad en kleverig. Elk van deze levenssappen wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals seizoen en woonplaats, door uitwendige factoren zoals gedrag en voedselinname en door geestelijke factoren. Als de wortel van elke ziekte is de oorzaak in de geest te vinden, in verstorende emoties, die uiteindelijk voortkomen uit onwetendheid. Deze tezamen met andere invloeden maken dat ophoping optreedt, zodat andere omstandigheden ervoor kunnen zorgen dat de ziekte zich voordoet. Ziekten zijn in het algemeen gebaseerd op verstoringen van een of meer van de levenssappen. Hun verstoringen begrijpen door de buitenkant van het menselijk lichaam te observeren is uiterst belangrijk bij het diagnostiseren. Diagnose in de Tibetaanse geneeskunde tracht de bron van ziekten te herkennen, d.i. de levenssap-evenwichtsverstoring, door betasting zoals polsslaglezen, door visueel onderzoek van de uitscheidingen en andere eigenschappen, en pas op het laatst door het stellen van vragen. Deze laatste fase dient hoofdzakelijk ter dubbele controle van de diagnose die een ervaren dokter al heeft kunnen stellen voor hij ook maar iets vraagt. Polsslagdiagnose is een van de belangrijkste technieken die in de Tibetaanse geneeskunde gebruikt wordt. Door aandachtig te ‘luisteren’ naar de beweging van de polsslag op zes afzonderlijke locaties in elke arm, kan een accurate diagnose van het inwendige lichaam gesteld worden. Andere onderzoekstechnieken worden gebruikt ter controle en kunnen aanvullende, gedetailleerde informatie verschaffen. Alle diagnoses worden gesteld in termen van verstoringen van de drie levenssappen, die in feite gerelateerd zijn aan het evenwicht tussen de vijf elementen. Behandeling kan de vorm van voedingsadviezen aannemen, adviezen aangaande veranderingen in gedragspatronen en het gebruik van geneeskrachtige producten zoals kruiden. Opnieuw betreft behandeling de vijf elementen waarvan het onderling evenwicht hersteld moet worden. Eigenschappen van geneeskrachtige producten kunnen het best beschreven worden in termen van hun smaak, aangezien smaak het nauwst gerelateerd is aan het evenwicht tussen de elementen in substanties. Door de smaak van geneesmiddelen in de diverse spijsverteringsstadia te begrijpen, kan de Tibetaanse geneeskunde hun effect op ons lichaam verklaren. Andere soorten behandeling zijn o.a. Genezingsmeditatie (Tsor-Gom) of Bewegingstherapie (Lu-Jong) die direct werken op de energieën en kanalen in ons lichaam. Om ook de energieën van anderen te genezen, is er een geavanceerde techniek genaamd Tsa-Lung oftewel Hand-Healing. Voeding neemt in de Tibetaanse geneeskunde een bijzondere plaats in. Een juiste voeding, en een juiste spijsvertering zijn essentieel voor het goed functioneren van alle lichamelijke processen. Een onjuiste voeding kan verstoringen veroorzaken in deze processen en bijvoorbeeld leiden tot rusteloosheid, gebrek aan concentratie, slaapstoornissen, angstaanvallen en nachtmerries. Maar ook de manier van eten is voor het lichaam belangrijk. Snel eten, onaandachtig en te onrustig eten (ruzie of discussies aan tafel) zullen het verteringsproces en de opname van de belangrijke voedingstoffen stagneren. Het is jammer te zien, dat de hedendaagse westerse mens het eten meer als een obstakel in zijn dagelijkse werkzaamheden ziet, dan als een moment om even tot rust te komen, het lichaam aandacht te geven en het goed te onderhouden in een rustige omgeving en met volle aandacht. Eten is een vorm van meditatie. De verschillende types Windtype
Galtype
Slijmtype
Een van de ongewoonste en tegelijkertijd gevoeligste methodes van diagnose in de Tibetaanse geneeskunde is wel de polsdiagnose. Iedere stoornis in een van de energieën gaat vergezeld van een karakteristieke pols. Een Tibetaanse arts kan, aan de hand van veranderingen in de polsgolven, aflezen hoe het met de verschillende organen gesteld is, of ze te veel of te weinig energie hebben. Rechterpols: Linkerpols: De arts beoordeelt tijdens de polsdiagnose ook de energietoestand van de lichaamsdelen: Verdere diagnosetechnieken zijn onder andere: Uitwendige geneesmethoden: Tibetaans acupunctuur (behandeling met de gouden naald) Padma 28 Dit is een begin van erkenning van de Tibetaanse geneeskunde.
|